Kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Indonesië, anderzijds

Kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Indonesië, anderzijds

De Europese Gemeenschap,

hierna „de Gemeenschap” genoemd, en

Het Koninkrijk België,

De Republiek Bulgarije,

De Tsjechische Republiek,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Estland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

Ierland,

De Italiaanse Republiek,

De Republiek Cyprus,

De Republiek Letland,

De Republiek Litouwen,

Het Groothertogdom Luxemburg,

De Republiek Hongarije,

Malta,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Republiek Oostenrijk,

De Republiek Polen,

De Portugese Republiek,

Roemenië,

De Republiek Slovenië,

De Slowaakse Republiek,

De Republiek Finland,

Het Koninkrijk Zweden,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

enerzijds, en

De Regering van de Republiek Indonesië,

anderzijds,

hierna „de partijen” genoemd,

Gelet op de traditionele vriendschapsbanden tussen de Republiek Indonesië en de Gemeenschap, en op de nauwe historische, politieke en economische relaties die hen binden,

Gezien het bijzondere belang dat de partijen hechten aan het alomvattende karakter van hun wederzijdse betrekkingen,

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de eerbiediging van de beginselen die zijn vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties,

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de eerbiediging, bevordering en bescherming van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, de rechtsstaat, vrede en internationaal recht, zoals neergelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties, het Statuut van Rome en in andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten die voor beide partijen gelden,

Bevestigend dat de soevereiniteit, de territoriale onschendbaarheid en de nationale eenheid van de Republiek Indonesië worden geëerbiedigd,

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur en streven naar economische en sociale vooruitgang ten bate van hun bevolking, rekening houdende met het beginsel van duurzame ontwikkeling en milieubescherming,

Bevestigend dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven, dat de beschuldigden moeten worden berecht, waarna bij veroordeling een adequate straf dient te volgen, en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal niveau te nemen en de wereldwijde samenwerking te intensiveren,

Verklarend dat zij zich maximaal inzetten voor de bestrijding van alle vormen van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en terrorisme, overeenkomstig het internationale recht, onder meer op het gebied van mensenrechten, humanitaire beginselen inzake migratie en vluchtelingen en internationaal humanitair recht, en voor de ontwikkeling van effectieve internationale instrumenten om deze uit te bannen,

Aangezien de partijen erkennen dat de goedkeuring van relevante internationale verdragen en resoluties van de VN-Veiligheidsraad, waaronder Resolutie 1540, ten grondslag liggen aan de verbintenis van de hele internationale gemeenschap om de verspreiding van massavernietigingswapens tegen te gaan,

Erkennend dat het noodzakelijk is om de verplichtingen met betrekking tot zowel ontwapening als non-proliferatie binnen het internationaal recht te versterken, onder andere om het gevaar van massavernietigingswapens uit te sluiten,

Het belang erkennend van de samenwerkingsovereenkomst van 7 maart 1980 tussen de Europese Economische Gemeenschap en Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Singapore en Thailand, lidstaten van de ASEAN (de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten) en de daaropvolgende toetredingsprotocollen,

Het belang erkennend van versterking van de bestaande betrekkingen ter stimulering van de onderlinge samenwerking, alsook van hun gemeenschappelijke streven om de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren, op basis van gelijkwaardigheid, non-discriminatie, inachtneming van het milieu en wederzijds voordeel,

Bevestigend dat de partijen in overeenstemming met de in regionaal verband ondernomen activiteiten, de samenwerking tussen de Gemeenschap en de Republiek Indonesië willen verdiepen, op grond van gemeenschappelijke waarden en tot wederzijds voordeel,

Conform hun respectieve wet- en regelgeving,

Zijn als volgt overeengekomen:

Titel

I

AARD EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

1

Algemene beginselen

Artikel

2

Doel van de samenwerking

Met het oog op de versterking van hun bilaterale betrekkingen voeren de partijen een brede dialoog en stimuleren ze verdere samenwerking in alle sectoren van gezamenlijk belang. Hun inspanningen richten zich met name op:

  • a.

    het opzetten van bilaterale samenwerking in alle relevante internationale fora en organisaties;

  • b.

    het ontwikkelen van handel en investeringen tussen de partijen tot wederzijds voordeel;

  • c.

    het opzetten van samenwerking op alle handels- en investeringsgerelateerde gebieden van gezamenlijk belang, teneinde de handels- en investeringsstromen te vergemakkelijken en barrières voor handel en investeringen te voorkomen en weg te nemen, waar mogelijk binnen de lopende en toekomstige EG-ASEAN-initiatieven;

  • d.

    het opzetten van samenwerking in andere sectoren van gezamenlijk belang, met name toerisme, financiële dienstverlening, belastingen en douane, macro-economisch beleid, industriebeleid en midden- en kleinbedrijf, informatiemaatschappij, wetenschap en technologie; energie, vervoer en verkeersveiligheid, onderwijs en cultuur, mensenrechten, milieu en natuurlijke hulpbronnen, waaronder het mariene milieu; bosbouw, landbouw en plattelandsontwikkeling, marine en visserij, gezondheid, voedselveiligheid, diergezondheid, statistiek, bescherming van persoonsgegevens, modernisering van de overheid en het openbaar bestuur, en intellectuele eigendomsrechten;

  • e.

    het opzetten van samenwerking op het gebied van migratievraagstukken, waaronder legale en illegale migratie, mensensmokkel en -handel;

  • f.

    het opzetten van samenwerking op het gebied van mensenrechten en juridische zaken;

  • g.

    het opzetten van samenwerking inzake de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens;

  • h.

    het opzetten van samenwerking ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende misdaad, zoals de productie en smokkel van illegale drugs en precursoren en het witwassen van geld;

  • i.

    het bevorderen van de bestaande deelname en het aanmoedigen van verdere deelname van de partijen aan de relevante subregionale en regionale samenwerkingsprogramma’s;

  • j.

    het vergroten van de zichtbaarheid van de partijen in elkaars regio;

  • k.

    het bevorderen van het begrip tussen mensen door middel van samenwerking tussen verschillende non-gouvernementele entiteiten, zoals denktanks, wetenschappers, maatschappelijke organisaties en de media, in de vorm van workshops, conferenties, contacten tussen jongeren en andere activiteiten.

Artikel

3

Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens

Artikel

4

Juridische samenwerking

Artikel

5

Samenwerking ter bestrijding van terrorisme

Titel

II

SAMENWERKING IN REGIONALE EN INTERNATIONALE ORGANISATIES

Artikel

6

De partijen wisselen standpunten uit en werken samen in het kader van regionale en internationale fora en organisaties zoals de Verenigde Naties, de dialoog tussen de ASEAN en de EU, het regionale forum van de ASEAN (ARF), de bijeenkomst Azië-Europa (ASEM), de Conferentie van de Verenigde Naties voor Handel en Ontwikkeling (UNCTAD) en de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Titel

III

BILATERALE EN REGIONALE SAMENWERKING

Artikel

7

Titel

IV

SAMENWERKING INZAKE HANDEL EN INVESTERINGEN

Artikel

8

Algemene beginselen

Artikel

10

Technische handelsbelemmeringen

De partijen zullen het gebruik van internationale normen stimuleren, en samenwerken en informatie uitwisselen aangaande normen, conformiteitsbeoordelingsprocedures en technische regelgeving, met name in het kader van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen.

Artikel

11

Bescherming van intellectuele eigendomsrechten

De partijen werken samen aan de verbetering en handhaving van de bescherming en de toepassing van intellectuele-eigendomsrechten, op basis van beste praktijken, en aan de bevordering van de kennis daarvan. Deze samenwerking kan de uitwisseling van informatie en ervaringen omvatten, op gebieden als uitoefening, bevordering, verspreiding, stroomlijning, beheer, harmonisatie, bescherming en effectieve toepassing van intellectuele-eigendomsrechten, het voorkomen van misbruik van dergelijke rechten en de bestrijding van namaak en piraterij.

Artikel

12

Vergemakkelijking van de handel

De partijen zullen ervaringen uitwisselen en nagaan in hoeverre het mogelijk is de invoer-, uitvoer- en andere douaneprocedures te vereenvoudigen, de transparantie van de handelsregelgeving te verbeteren en samenwerking op het gebied van douane te ontwikkelen, waaronder wederzijdse administratieve hulpmechanismen. Ook kunnen zij pogen hun standpunten op elkaar af te stemmen en tot gezamenlijke activiteiten te komen in de context van internationale initiatieven. De partijen zullen speciale aandacht besteden aan de veiligheid van de internationale handel, waaronder vervoersdiensten, en aan een juiste balans tussen handelsbevordering en bestrijding van fraude en onregelmatigheden.

Artikel

13

Samenwerking op douanegebied

Zonder afbreuk te doen aan andere vormen van samenwerking, zoals in deze overeenkomst geregeld, verklaren de partijen dat zij bereid zijn te overwegen om in de toekomst een protocol te sluiten over douanesamenwerking, inclusief wederzijdse bijstand, binnen het institutionele kader dat in deze overeenkomst is vastgelegd.

Artikel

14

Investeringen

De partijen zullen aansporen tot een grotere investeringsstroom, en wel door het scheppen van een aantrekkelijk en stabiel wederzijds investeringsklimaat, met behulp van een consistente dialoog die gericht is op verbetering van wederzijds begrip en samenwerking op het gebied van investeringskwesties, onderzoek van administratieve mechanismen om investeringsstromen te vergemakkelijken, en stimulering van stabiele, transparante, open en niet-discriminerende investeringsregels.

Artikel

15

Mededingingsbeleid

De partijen stimuleren de vaststelling en toepassing van mededingingsregels en informatieverspreiding om de transparantie en juridische zekerheid voor in Indonesië en de Europese Unie werkzame ondernemingen te bevorderen.

Artikel

16

Diensten

De partijen gaan een consistente dialoog aan die met name gericht is op het uitwisselen van informatie over hun respectieve regelgeving, het stimuleren van toegang tot elkaars markt, het bevorderen van toegang tot bronnen van kapitaal en technologie, en het stimuleren van de handel in diensten tussen beide regio’s en in derde landen.

Titel

V

SAMENWERKING IN ANDERE SECTOREN

Artikel

17

Toerisme

Artikel

18

Financiële diensten

De partijen komen overeen hun samenwerking op het gebied van financiële diensten te bevorderen, naargelang van hun behoeften en in het kader van hun respectieve programma’s en wetgeving.

Artikel

19

Economische beleidsdialoog

Artikel

20

Industrieel beleid en samenwerking binnen het midden- en kleinbedrijf

Artikel

21

Informatiemaatschappij

De partijen erkennen dat informatie- en communicatietechnologieën cruciaal zijn in ons leven en voor de economische en sociale ontwikkeling en streven daarom naar samenwerking met betrekking tot onder meer:

  • a.

    bevordering van een brede dialoog over de verschillende aspecten van de informatiemaatschappij, met name beleid en regelgeving voor elektronische communicatie, waaronder universele dienstverlening, vergunningen en algemene machtigingen, bescherming van privacy en persoonsgegevens, en onafhankelijkheid en efficiëntie van de regelgevende instantie;

  • b.

    interconnectie en interoperabiliteit van Europese, Indonesische en Zuidoost-Aziatische netwerken en -diensten;

  • c.

    normalisatie en verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën;

  • d.

    stimulering van onderzoeksprojecten tussen de Gemeenschap en Indonesië op het gebied van informatie- en communicatietechnologieën;

  • e.

    gezamenlijke onderzoeksprojecten op het gebied van informatie- en communicatietechnologieën;

  • f.

    veiligheidsvraagstukken/-aspecten van informatie- en communicatietechnologieën.

Artikel

22

Wetenschap en technologie

Artikel

23

Energie

De partijen streven naar meer samenwerking in de energiesector. Daartoe bevorderen ze wederzijds voordelige contacten met het oog op:

  • a.

    diversificatie van de energievoorziening teneinde de continuïteit ervan te garanderen, ontwikkeling van nieuwe, duurzame energiebronnen en samenwerking in toeleverende en afnemende sectoren van industriële energie;

  • b.

    rationalisering van het energiegebruik aan zowel de aanbod- als de vraagkant en bevordering van de samenwerking om klimaatverandering tegen te gaan, onder meer door middel van het mechanisme voor schone ontwikkeling in het kader van het Kyoto-protocol;

  • c.

    bevordering van de overdracht van technologie die op duurzame energieproductie en duurzaam energiegebruik is gericht;

  • d.

    aanpak van het verband tussen toegang tot betaalbare energie en duurzame ontwikkeling.

Artikel

24

Vervoer

Artikel

25

Onderwijs en cultuur

Artikel

26

Mensenrechten

Artikel

27

Milieu en natuurlijke hulpbronnen

Artikel

28

Bosbouw

Artikel

29

Landbouw en plattelandsontwikkeling

De partijen komen overeen samenwerking te ontwikkelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling. Onder meer op de volgende terreinen kan de samenwerking verder worden ontwikkeld:

  • a.

    landbouwbeleid en internationale landbouwvooruitzichten in het algemeen;

  • b.

    de mogelijkheden om barrières voor de handel in gewassen, vee en producten daarvan weg te nemen;

  • c.

    ontwikkelingsbeleid voor plattelandsgebieden;

  • d.

    kwaliteitsbeleid voor gewassen en vee en beschermde geografische aanduidingen;

  • e.

    marktontwikkeling en bevordering van de internationale handelsbetrekkingen;

  • f.

    ontwikkeling van een duurzame landbouw.

Artikel

30

Zee en visserij

De partijen stimuleren de samenwerking op het gebied van de zee en de visserij op bilateraal en multilateraal niveau, met name met het oog op duurzame en verantwoorde ontwikkeling en beheer van de zee en de visserij. Op de volgende terreinen kan worden samengewerkt:

  • a.

    uitwisseling van informatie;

  • b.

    steun voor duurzaam en verantwoord zee- en visserijbeleid op lange termijn, waaronder behoud en beheer van kust- en mariene hulpbronnen;

  • c.

    bevordering van de inspanningen ter bestrijding van illegale, niet-gemelde en niet-gereguleerde visserijactiviteiten;

  • d.

    marktontwikkeling en capaciteitsopbouw.

Artikel

31

Gezondheidszorg

Artikel

32

Statistiek

De partijen komen overeen om overeenkomstig de bestaande statistische samenwerkingsactiviteiten tussen de Gemeenschap en de ASEAN, de harmonisatie van statistische methoden en werkwijzen te bevorderen, waaronder de vergaring en verspreiding van statistische gegevens, waardoor zij op een onderling overeengekomen wijze gebruik kunnen maken van statistische gegevens over de handel in goederen en diensten en, meer in het algemeen, over alle andere gebieden die onder deze overeenkomst vallen en die zich lenen voor statistische verwerking, zoals vergaring, analyse en verspreiding.

Artikel

33

Bescherming van persoonsgegevens

Artikel

34

Migratie

Artikel

35

Bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie

De partijen komen overeen samen te werken aan en bij te dragen tot de bestrijding van georganiseerde, economische en financiële misdaad en corruptie door volledig te voldoen aan hun bestaande internationale verplichtingen in dit verband, onder meer met betrekking tot effectieve samenwerking om beslag te leggen op uit corruptie verkregen bezittingen of gelden. Deze bepaling vormt een essentieel element van deze overeenkomst.

Artikel

36

Samenwerking op het gebied van de bestrijding van drugs

Artikel

37

Samenwerking ter bestrijding van het witwassen van geld

Artikel

38

Maatschappelijk middenveld

Artikel

39

Samenwerking inzake de modernisering van de overheid en het openbaar bestuur

Op basis van een in overleg uitgevoerde specifieke analyse van de behoeften komen de partijen overeen samen te werken aan de modernisering van hun openbaar bestuur, onder meer op de volgende terreinen:

  • a.

    verbetering van de organisatorische doelmatigheid;

  • b.

    verbetering van de effectiviteit van de dienstverlening door de instellingen;

  • c.

    verzekering van transparant beheer van de overheidsfinanciën en verantwoording;

  • d.

    verbetering van het juridische en institutionele kader;

  • e.

    opbouw van het vermogen om beleid te ontwikkelen en uit te voeren (openbare dienstverlening, opstelling en uitvoering van de begroting, corruptiebestrijding);

  • f.

    versterking van het justitiële apparaat;

  • g.

    verbetering van de mechanismen en instanties voor wetshandhaving.

Artikel

40

Vormen van samenwerking

Titel

VI

INSTITUTIONEEL KADER

Artikel

41

Gemengde commissie

Titel

VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

42

Aanpassingsclausule

Artikel

43

Andere overeenkomsten

Artikel

44

Geschillenbeslechting

Artikel

45

Faciliteiten

Om de samenwerking in het kader van deze overeenkomst te vergemakkelijken komen de partijen overeen de bevoegde deskundigen en ambtenaren die betrokken zijn bij de uitvoering van de samenwerking de nodige faciliteiten te verlenen voor de uitoefening van hun taak, overeenkomstig hun respectieve interne regels en voorschriften.

Artikel

46

Territoriale toepassing

Deze overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, op de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden, enerzijds, en het grondgebied van Indonesië, anderzijds.

Artikel

47

Definitie van de partijen

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt met de term „partijen” bedoeld de Gemeenschap, of de lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de Republiek Indonesië, anderzijds.

Artikel

48

Inwerkingtreding en looptijd

Artikel

49

Kennisgeving

De kennisgevingen worden respectievelijk aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Indonesië gericht.

Artikel

50

Authentieke teksten

Deze overeenkomst wordt opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Indonesische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

GEDAAN in tweevoud te Jakarta op negen november tweeduizendnegen.

Slotakte

De gevolmachtigden van

De Europese Gemeenschap,

hierna „de Gemeenschap” genoemd, en

Het Koninkrijk België,

De Republiek Bulgarije,

De Tsjechische Republiek,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Estland,

Ierland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

De Italiaanse Republiek,

De Republiek Cyprus,

De Republiek Letland,

De Republiek Litouwen,

Het Groothertogdom Luxemburg,

De Republiek Hongarije,

Malta,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Republiek Oostenrijk,

De Republiek Polen,

De Portugese Republiek,

Roemenië,

De Republiek Slovenië,

De Slowaakse Republiek,

De Republiek Finland,

Het Koninkrijk Zweden,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

enerzijds, en

De Republiek Indonesië,

anderzijds,

op 9 november 2009 te Jakarta bijeen voor de ondertekening van de kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Indonesië, anderzijds, hebben deze overeenkomst goedgekeurd.

De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Republiek Indonesië nemen kennis van de volgende eenzijdige verklaring van de Europese Gemeenschap:

“De bepalingen van de overeenkomst die binnen de toepassingssfeer van deel III, titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vallen, binden het Verenigd Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (naar gelang van het geval) de Republiek Indonesië ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland is gebonden als deel van de Europese Gemeenschap overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die Verdragen is gehecht.”