Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden

en

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,

De wens koesterende een verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, hebben tot hun gevolmachtigden benoemd:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

Zijne Excellentie Mr. J. M. A. H. Luns, Minister van Buitenlandse Zaken.

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg:

Zijne Excellentie de Heer Paul Reuter, Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur.

Die, na uitwisseling van hun volmachten, welke in goede en behoorlijke vorm werden bevonden, zijn overeengekomen als volgt:

HOOFDSTUK

I

Reikwijdte van het Verdrag

Artikel

1

Personen op wie het Verdrag van toepassing is

Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten.

Artikel

2

Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is

HOOFDSTUK

II

Begripsbepalingen

Artikel

3

Algemene begripsbepalingen

Artikel

4

Fiscale woonplaats

Artikel

5

Vaste inrichting

HOOFDSTUK

III

Belastingheffing naar het inkomen

Artikel

6

Inkomsten uit onroerende goederen

Artikel

7

Winst uit onderneming

Artikel

8

Zeevaart, binnenvaart en luchtvaart

Artikel

9

Gelieerde ondernemingen

Indien:

  • a)

    een onderneming van een van de Staten onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Staat,

    of

  • b)

    dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een van de Staten en een onderneming van de andere Staat,

en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in haar handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen voorwaarden worden aanvaard of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mogen alle voordelen die zonder deze voorwaarden zouden zijn opgekomen aan een van de ondernemingen, maar tengevolge van die voorwaarden haar niet zijn opgekomen, worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast.

Artikel

10

Dividenden

Artikel

11

Interest

Artikel

12

Royalty's

Artikel

13

Beperking van de artikelen 10, 11 en 12

Internationale organisaties, hun organen en functionarissen, alsmede personen die deel uitmaken van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een derde Staat, die zich op het grondgebied van een van de Staten bevinden, hebben in de andere Staat geen recht op de verminderingen of vrijstellingen van belasting voorzien in de artikelen 10, 11 en 12, met betrekking tot uit die andere Staat afkomstige dividenden, interest en royalty's, indien die inkomsten in de eerstbedoelde Staat niet aan een belasting naar het inkomen zijn onderworpen.

Artikel

14

Vermogenswinsten

Artikel

15

Zelfstandige arbeid

Artikel

16

Niet-zelfstandige arbeid

Artikel

17

Bestuurders- en commissarissenbeloningen

Artikel

18

Artiesten en sportbeoefenaars

Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 15 en 16 mogen voordelen of inkomsten, verkregen door beroepsartiesten, zoals toneelspelers, film-, radio- of televisieartiesten en musici, alsmede door sportbeoefenaars, uit hun persoonlijke werkzaamheden als zodanig, worden belast in de Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht.

Artikel

19

Pensioenen

Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 20, eerste lid, zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking, slechts in die Staat belastbaar.

Artikel

20

Overheidsfuncties

Artikel

21

Overige inkomensbestanddelen

Andere bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een van de Staten dan die waarop de bepalingen van de voorgaande artikelen van dit Verdrag van toepassing zijn, zijn slechts in die Staat belastbaar.

HOOFDSTUK

IV

Belastingheffing naar het vermogen

Artikel

22

HOOFDSTUK

V

Wijze van vermijding van dubbele belasting

Artikel

23

HOOFDSTUK

VI

Bijzondere bepalingen

Artikel

24

Non-discriminatie

Artikel

25

Regeling voor onderling overleg

Artikel

26

Uitwisseling van inlichtingen

Artikel

27

Studenten

Betalingen, die een student of een voor een beroep of bedrijf opgeleid wordende persoon, die inwoner van een van de Staten is of vroeger was en die in de andere Staat verblijft uitsluitend voor zijn studie of opleiding, ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud, studie of opleiding, zijn in die andere Staat niet belastbaar, mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die andere Staat.

Artikel

28

Diplomatieke en consulaire ambtenaren

De bepalingen van dit Verdrag tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die diplomatieke of consulaire ambtenaren en beambten ontlenen aan de algemene regelen van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.

Artikel

29

Uitsluiting van bepaalde lichamen

Dit Verdrag vindt geen toepassing op holdingmaatschappijen (Sociétés Holding) in de zin van de bijzondere Luxemburgse wetgeving (thans de wet van 31 juli 1929 en het wetsbesluit van 27 december 1937). Het vindt evenmin toepassing op inkomsten, die een inwoner van Nederland uit zodanige maatschappijen geniet, noch op aandelen of andere rechten in het kapitaal van zodanige maatschappijen, die deze persoon bezit.

Artikel

30

Uitbreiding tot andere gebieden

HOOFDSTUK

VII

Slotbepalingen

Artikel

31

Inwerkingtreding

Artikel

32

Opzegging

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een van de Hoge Verdragsluitende Partijen is opgezegd. Elk van de Partijen kan het Verdrag langs diplomatieke weg opzeggen met inachtneming van een termijn van ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het jaar 1972.

In dat geval houdt het Verdrag op van toepassing te zijn met betrekking tot belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin van de opzegging kennis is gegeven.

TEN BLIJKE WAARVAN de bovengenoemde gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend en er hun zegels aan hebben gehecht.

GEDAAN in tweevoud, de 8e mei 1968 te 's-Gravenhage in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) J. LUNS

Voor het Groothertogdom Luxemburg,

(w.g.) PAUL REUTER

Protocol

Bij de ondertekening van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen zijn de gevolmachtigden die dit Protocol hebben ondertekend, de volgende bepalingen overeengekomen, welke een integrerend deel vormen van het Verdrag:

I

Ad Artikel 4

Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waarin het schip zijn thuishaven heeft.

III

Ad Artikelen 10, 11 en 12

Verzoeken om teruggaaf van belasting die in strijd met de bepalingen van de artikelen 10, 11 en 12 is geheven, moeten bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, worden ingediend binnen een tijdvak van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

IV

Ad Artikel 16

Voor de toepassing van artikel 16, eerste lid, worden de leden van de raad van bestuur (conseil d'administration) of van de raad van toezicht (conseil de surveillance) van een lichaam dat inwoner van Luxemburg is, zomede de bestuurders en commissarissen van een lichaam dat inwoner van Nederland is, geacht hun werkzaamheden in Luxemburg, onderscheidenlijk in Nederland te verrichten.

De bepalingen van het tweede lid van dat artikel vinden geen toepassing.

V

Ad Artikel 23

Het is wel te verstaan dat, voor wat de Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betreft, de grondslag bedoeld in artikel 23, eerste lid, is het onzuivere inkomen of de winst in de zin van de Nederlandse wetten op de inkomstenbelasting, onderscheidenlijk de vennootschapsbelasting.

VI

Ad Artikel 26

Vervallen

GEDAAN in tweevoud, de 8e mei 1968 te 's-Gravenhage, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) J. LUNS

Voor het Groothertogdom Luxemburg,

(w.g.) PAUL REUTER

Convention entre le Royaume des Pays-Bas et le Grand-Duché de Luxembourg tendant à éviter les doubles impositions et à prévenir l'évasion fiscale en matière d'impôts sur le revenu et sur la fortune

Sa Majesté la Reine des Pays-Bas

et

Son Altesse Royale le Grand-Duc de Luxembourg,

Animés du désir de conclure une convention tendant à éviter les doubles impositions et à prévenir l'évasion fiscale en matière d'impôts sur le revenu et sur la fortune, ont nommé pour leurs Plénipotentiaires, savoir:

Sa Majesté la Reine des Pays-Bas:

Son Excellence M. J. M. A. H. Luns, Ministre des Affaires Etrangères.

Son Altesse Royale le Grand-Duc de Luxembourg:

Son Excellence M. Paul Reuter, Ambassadeur Extraordinaire et Plénipotentiaire.

Lesquels, après avoir échangé leurs pleins pouvoirs reconnus en bonne et due forme, sont convenus des dispositions suivantes:

CHAPITRE

I

Champ d'application de la Convention

Article

1

Personnes visées

La présente Convention s'applique aux personnes qui sont des résidents de l'un ou de chacun des deux Etats.

Article

2

Impôts visés

CHAPITRE

II

Définitions

Article

3

Définitions générales

Article

4

Domicile fiscal

Article

5

Etablissement stable

CHAPITRE

III

Imposition des revenus

Article

6

Revenus immobiliers

Article

7

Bénéfices des entreprises

Article

8

Navigation maritime, intérieure et aérienne

Article

9

Entreprises associées

Lorsque

  • a.

    une entreprise de l'un des Etats participe directement ou indirectement à la direction, au contrôle ou au capital d'une entreprise de l'autre Etat ou que

  • b.

    les mêmes personnes participent directement ou indirectement à la direction, au contrôle ou au capital d'une entreprise de l'un des Etats et d'une entreprise de l'autre Etat,

et que, dans l'un et l'autre cas, les deux entreprises sont, dans leurs relations commerciales ou financières, liées par des conditions acceptées ou imposées, qui diffèrent de celles qui seraient conclues entre des entreprises indépendantes, les bénéfices qui, sans ces conditions, auraient été obtenus pas l'une des entreprises mais n'ont pu l'être en fait à cause de ces conditions, peuvent être inclus dans les bénéfices de cette entreprise et imposés en conséquence.

Article

10

Dividendes

Article

11

Intérêts

Article

12

Redevances

Article

13

Limitation des articles 10, 11 et 12

Les organisations internationales, leurs organes et leurs fonctionnaires ainsi que les membres d'une représentation diplomatique ou consulaire d'un Etat tiers, qui se trouvent sur le territoire de l'un des Etats, n'ont pas droit, dans l'autre Etat, aux réductions ou exemptions d'impôt prévues aux articles 10, 11 et 12, en ce qui concerne les dividendes, intérêts et redevances provenant de cet autre Etat, si ces revenus ne sont pas soumis à l'impôt sur le revenu dans le premier Etat.

Article

14

Gains en capital

Article

15

Professions indépendantes

Article

16

Professions dépendantes

Article

17

Tantièmes

Article

18

Artistes et sportifs

Nonobstant les dispositions des articles 15 et 16, les revenus que les professionnels du spectacle, tels les artistes de théâtre, de cinéma, de la radio ou de la télévision et les musiciens, ainsi que les sportifs retirent de leurs activités personnelles en cette qualité sont imposables dans l'Etat où ces activités sont exercées.

Article

19

Pensions

Sous réserve des dispositions du paragraphe 1 de l'article 20, les pensions et autres rémunérations similaires, versées à un résident de l'un des Etats au titre d'un emploi salarié antérieur, ne sont imposables que dans cet Etat.

Article

20

Fonctions publiques

Article

21

Autres éléments du revenu

Les éléments du revenu d'un résident de l'un des Etats, autres que ceux auxquels s'appliquent les dispositions des articles précédents de la présente Convention ne sont imposables que dans cet Etat.

CHAPITRE

IV

Imposition de la fortune

Article

22

CHAPITRE

V

Dispositions pour éliminer les doubles impositions

Article

23

CHAPITRE

VI

Dispositions spéciales

Article

24

Non-discrimination

Article

25

Procédure amiable

Article

26

Échange de renseignements

Article

27

Etudiants

Les sommes qu'un étudiant ou un stagiaire qui est, ou qui était auparavant, un résident de l'un des Etats et qui séjourne dans l'autre Etat à seule fin d'y poursuivre ses études ou sa formation, reçoit pour couvrir ses frais d'entretien, d'études ou de formation ne sont pas imposables dans cet autre Etat, à condition qu'elles proviennent de sources situées en dehors de cet autre Etat.

Article

28

Fonctionnaires diplomatiques et consulaires

Les dispositions de la présente Convention ne portent pas atteinte aux privilèges fiscaux dont bénéficient les fonctionnaires diplomatiques ou consulaires en vertu soit des règles générales du droit des gens, soit des dispositions d'accords particuliers.

Article

29

Exclusion de certaines sociétés

La présente Convention ne s'applique pas aux Sociétés Holding au sens de la législation particulière luxembourgeoise (actuellement la loi du 31 juillet 1929 et l'arrêté-loi du 27 décembre 1937). Elle ne s'applique pas non plus aux revenus qu'un résident des Pays-Bas tire de pareilles sociétés ni aux actions ou autres titres de capital de telles sociétés que cette personne possède.

Article

30

Extension territoriale

CHAPITRE

VII

Dispositions finales

Article

31

Entrée en vigueur

Article

32

Dénonciation

La présente Convention demeurera en vigueur tant qu'elle n'aura pas été dénoncée par l'une des Hautes Parties Contractantes. Chacune des Parties peut dénoncer la Convention par voie diplomatique avec un préavis d'au moins six mois avant la fin de chaque année civile et à partir de Tannée 1972.

Dans ce cas, la Convention cessera d'être applicable pour les années et périodes fiscales, commençant après la fin de l'année civile dans laquelle le préavis a eu lieu.

EN FOI DE QUOI les susdits Plénipotentiaires ont signé la présente Convention et y ont apposé leurs sceaux.

FAIT en double exemplaire, le 8 mai 1968 à La Haye en langues néerlandaise et française, les deux textes faisant également foi.

Pour le Royaume des Pays-Bas,

(s.) J. LUNS

Pour le Grand-Duché de Luxembourg,

(s.) PAUL REUTER

Protocole

Au moment de procéder à la signature de la Convention entre le Royaume des Pays-Bas et le Grand-Duché de Luxembourg tendant à éviter les doubles impositions et à prévenir l'évasion fiscale en matière d'impôts sur le revenu et sur la fortune les Plénipotentiaires soussignés sont convenus des dispositions suivantes qui forment partie intégrante de la Convention:

I

Ad article 4

Une personne physique qui demeure à bord d'un navire ou d'un bateau, sans avoir de domicile réel dans l'un des Etats, sera considérée comme résident de l'Etat où se trouve le port d'attache de ce navire ou de ce bateau.

III

Ad articles 10, 11 et 12

Les demandes de remboursement d'impôt perçu contrairement aux dispositions des articles 10, 11 et 12 doivent être faites à l'autorité compétente de l'Etat qui a perçu l'impôt, dans le délai de trois ans après l'expiration de l'année civile dans laquelle l'impôt a été perçu.

IV

Ad article 16

Pour l'application du paragraphe 1 de l'article 16 les membres du conseil d'administration ou de surveillance d'une société, qui est un résident du Luxembourg, ainsi que les „bestuurders” et les „commissarissen” d'une société, qui est un résident des Pays-Bas, sont réputés exercer leur fonction au Luxembourg et aux Pays-Bas respectivement.

Les dispositions du paragraphe 2 de cet article ne s'appliquent pas.

V

Ad article 23

Il est entendu que pour autant qu'il s'agit de l'impôt néerlandais sur le revenu ou de l'impôt néerlandais des sociétés, la base visée à l'article 23, paragraphe 1 est le „onzuivere inkomen” (le total des revenus nets) ou „winst” (le bénéfice) au sens de la législation néerlandaise concernant l'impôt sur le revenu ou l'impôt des sociétés respectivement.

FAIT en double exemplaire, le 8 mai 1968 à La Haye en langues néerlandaise et française, les deux textes faisant également foi.

Pour le Royaume des Pays-Bas,

(s.) J. LUNS

Pour le Grand-Duché de Luxembourg,

(s.) PAUL REUTER