Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

het Koninkrijk Marokko,

hierna te noemen „de partijen”,

Gelet op de bestaande samenwerking, in het bijzonder op grond van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake de overbrenging van gevonniste personen;

Geleid door de wens hun samenwerking in strafzaken te verbeteren op het terrein van de wederzijdse rechtshulp in strafzaken;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Toepassingsbereik

Artikel

2

Bevoegde autoriteiten

Tenzij dit Verdrag anders bepaalt, zijn de bevoegde autoriteiten voor de toepassing van dit Verdrag de justitiële autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.

Artikel

3

Beperkingen aan en weigering van rechtshulp

Artikel

4

Inhoud van verzoeken om rechtshulp

Artikel

5

Taal waarin verzoeken om rechtshulp worden gesteld

Verzoeken om rechtshulp en de bijbehorende stukken kunnen worden toegezonden in de taal van de verzoekende partij, vergezeld van een vertaling in de taal van de aangezochte partij of in de Franse taal.

Artikel

6

Toezending van verzoeken om rechtshulp

Artikel

7

Centrale autoriteiten

De centrale autoriteit voor het Koninkrijk der Nederlanden is hetzij de minister van Veiligheid en Justitie van Nederland, hetzij de minister van Justitie van Aruba, hetzij de minister van Justitie van Curaçao, hetzij de minister van Justitie van Sint Maarten, al naar gelang het land waar het verzoek dient te worden uitgevoerd. De centrale autoriteit voor het Koninkrijk Marokko is het ministerie van Justitie.

Artikel

8

Procedures voor de uitvoering van rechtshulpverzoeken

Artikel

9

Termijn voor de uitvoering van rechtshulpverzoeken

Artikel

10

Verzending van de resultaten van de uitvoering van rechtshulpverzoeken

Artikel

11

Vertrouwelijkheid en bijzonderheden

Artikel

12

Aanvullende rechtshulpverzoeken

Artikel

13

Videoconferentie

Artikel

14

Verschijnen van een getuige of een deskundige op het grondgebied van de verzoekende partij

Artikel

15

Immuniteiten

Artikel

16

Overbrenging van gedetineerden ter fine van rechtshulp

Artikel

17

Aanvullende voorwaarden voor de toepassing van artikel 16

Ten behoeve van de toepassing van het bepaalde in artikel 16:

  • a)

    worden verzoeken om overbrenging en de daarop betrekking hebbende berichten verzonden door de centrale autoriteiten van de partijen;

  • b)

    zijn in het akkoord tussen de bevoegde autoriteiten van de partijen de voorwaarden opgenomen voor de tijdelijke overbrenging van de persoon en de termijn waarbinnen de persoon moet worden teruggebracht naar het grondgebied van de partij waar hij daarvoor gedetineerd was;

  • c)

    dient, indien voor de overbrenging de instemming van de betrokkene vereist is, door de partij op wier grondgebied deze persoon gedetineerd is, onverwijld een verklaring van instemming of een afschrift daarvan te worden verstrekt;

  • d)

    blijft de persoon die wordt overgebracht van zijn vrijheid benomen op het grondgebied van de partij waarnaar hij wordt overgebracht, tenzij de andere partij om zijn invrijheidstelling verzoekt. De duur van de hechtenis op het grondgebied van de partij waarnaar de persoon is overgebracht, wordt in mindering gebracht op de duur van de vrijheidsstraf die betrokkene dient te ondergaan;

  • e)

    het bepaalde in artikel 15 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

18

Gecontroleerde afleveringen

Artikel

19

Doorzoeking en inbeslagneming van stukken van overtuiging

Artikel

20

Verzoek om inlichtingen over bankrekeningen

Artikel

21

Verzoek om inlichtingen over banktransacties

Artikel

22

Opsporing van opbrengsten van strafbare feiten en toepassing van voorlopige maatregelen met het oog op confiscatie

Artikel

23

Confiscatie van de opbrengsten van een strafbaar feit

Artikel

24

Toezending en uitreiking van gerechtelijke stukken in strafzaken

Artikel

25

Aangifte ter fine van vervolging

Artikel

26

Strafregister

Artikel

27

Vrijstelling van legalisatie

De stukken en documenten welke krachtens dit Verdrag worden overgedragen zijn vrijgesteld van alle formaliteiten van legalisatie.

Artikel

28

Kosten

Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid van artikel 14 worden kosten, van welke aard dan ook, voor de tenuitvoerlegging van de verzoeken om rechtshulp niet vergoed, met uitzondering van de kosten voor inschakeling van deskundigen op het grondgebied van de aangezochte partij en die voor de overbrenging van gedetineerden krachtens artikel 16.

Artikel

29

Geschillenregeling

Artikel

30

Toepassing in de tijd

Dit Verdrag is van toepassing zonder beperking in de tijd ten aanzien van feiten die voor de inwerkingtreding zijn begaan, op voorwaarde dat het verzoek om rechtshulp door de aangezochte partij wordt ontvangen na de inwerkingtreding van dit Verdrag.

Artikel

31

Territoriale toepassing

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa alsmede op elk deel van het Koninkrijk buiten Europa, tenzij anders is bepaald in de in het eerste lid van artikel 32 bedoelde kennisgeving.

Artikel

32

Slotbepalingen

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Rabat, op 20 september 2010, in twee exemplaren, in de Nederlandse, de Arabische en de Franse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek.

In geval van verschil van uitlegging is de Franse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

E. HIRSCH BALLIN

Voor het Koninkrijk Marokko,

M.T. NACIRI