Partijen
Waterschap Rivierenland, gevestigd te Tiel, ten deze krachtens artikel 95 Waterschapswet vertegenwoordigd door zijn dijkgraaf ir. G. N. Kok, verder genoemd „het waterschap”,
en het Deichverband Kleve-Landesgrenze, gevestigd te Kranenburg en ten deze vertegenwoordigd door de Verbandsdeichgraf J. Meisters, verder te noemen „het Deichverband”,
Overwegende dat:
-
1.
Op 20 september 1972 een overeenkomst is gesloten tussen het Deichverband Kleve-Landesgrenze en het polderdistrict Maas en Waal, een rechtsvoorganger van Waterschap Rivierenland, over de waterafvoer uit het gemeenschappelijke stroomgebied naar het gemaal te Nijmegen;
-
2.
sedert 1 januari 1998 de Nederlandse polder Erlecom direct afwatert op het Nederlandse gedeelte van het gemeenschappelijk stroomgebied, hetgeen tot een wijziging in de verhouding tussen de oppervlakten en afvoer van respectievelijk het Duitse en het Nederlandse deel van het gemeenschappelijke stroomgebied heeft geleid;
-
3.
het Duitse deel 9.700 ha bedraagt en het Nederlandse deel door toevoeging van de polder Erlecom van 6.765 met 495 ha is toegenomen tot 7.260 ha. Het Nederlandse aandeel in de gemeenschappelijke afvoer is door toevoeging van dit afwateringsgebied met 7% toegenomen, hetgeen ingevolge artikel 6 tweede lid van de overeenkomst tot een wijziging van de in artikel 4, eerste lid onder a van de overeenkomst gegeven kostenverdeling moet leiden;