Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten, anderzijds

Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000

Preambule

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap enerzijds, en de Overeenkomst van Georgetown tot oprichting van de groep van Staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, anderzijds;

Vastbesloten samen te werken teneinde de doeleinden van uitroeiing van de armoede, duurzame ontwikkeling en geleidelijke integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie te verwezenlijken;

Vastbesloten door middel van hun samenwerking een aanmerkelijke bijdrage te leveren tot de economische, sociale en culturele ontwikkeling van de ACS-staten en tot lotsverbetering van hun volkeren, door hen te helpen de uitdaging van de globalisering het hoofd te bieden en het partnerschap tussen ACS en EU te intensiveren, teneinde de sociale dimensie van het globaliseringsproces te versterken;

Opnieuw bevestigende dat zij hun bijzondere betrekkingen een nieuw elan wensen te geven en ter versterking van hun partnerschap een brede geïntegreerde benadering tot stand wensen te brengen, gebaseerd op politieke dialoog, ontwikkelingssamenwerking en economische en handelsbetrekkingen;

Erkennende dat een politiek klimaat dat vrede, veiligheid en stabiliteit, eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat en goed bestuur waarborgt, een integrerend onderdeel van de ontwikkeling op lange termijn dient te zijn; erkennende dat de verantwoordelijkheid voor de totstandbrenging van een dergelijk klimaat allereerst berust bij de betrokken landen;

Erkennende dat een gezond en duurzaam economisch beleid een essentiële voorwaarde is voor ontwikkeling;

Verwijzende naar de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en herinnerende aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de conclusies van de Conferentie van Wenen van 1993 over de mensenrechten, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, de Overeenkomst inzake de rechten van het kind, het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, de Verdragen van Genève van 1949 en andere instrumenten van het internationale humanitaire recht, het Verdrag betreffende de status van staatlozen (Genève 1954), het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Genève 1951) en het Protocol betreffende de status van vluchtelingen (New York 1967);

In aanmerking nemende het Verdrag inzake de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van de Raad van Europa, het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren en het Amerikaanse Verdrag inzake de rechten van de mens als positieve regionale bijdragen tot de eerbiediging van de mensenrechten in de Europese Unie en in de ACS-staten;

Verwijzende naar de verklaringen van de staatshoofden en regeringsleiders, afgelegd tijdens de topontmoetingen van Libreville in 1997 en van Santo Domingo in 1999;

In overweging nemende dat de doelstellingen en beginselen van de ontwikkeling, zoals overeengekomen door de Conferenties van de Verenigde Naties, en het streven om het deel van de bevolking dat in extreme armoede leeft tegen 2015 met de helft terug te brengen, zoals bepaald door de Commissie voor Ontwikkelingsbijstand van de OESO, een duidelijke visie bieden en aan de samenwerking tussen ACS en EU in het kader van de Overeenkomst ten grondslag moeten liggen;

Bijzondere aandacht schenkende aan de verbintenissen die op de VN-conferenties van Rio, Wenen, Cairo, Kopenhagen, Peking, Istanbul en Rome zijn aangegaan, en erkennende dat verdere maatregelen nodig zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen en de uitvoering van de actieprogramma's die in die fora zijn vastgesteld;

Wensende de fundamentele arbeidsrechten te eerbiedigen, rekening houdende met de beginselen die in de desbetreffende verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie zijn neergelegd;

Wijzende op hun verbintenissen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie,

Hebben besloten deze overeenkomst te sluiten1 [Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in PbEU 2000, L 317.]:

DEEL

1

ALGEMENE BEPALINGEN

TITEL

I

DOELEINDEN, BEGINSELEN EN ACTOREN

HOOFDSTUK

I

DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN

Artikel

1

Doelstellingen van het partnerschap

De Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de ACS-staten anderzijds, hierna „de partijen” genoemd, sluiten deze Overeenkomst om de economische, culturele en maatschappelijke ontwikkeling van de ACS-staten te bevorderen en te versnellen, teneinde tot vrede en veiligheid bij te dragen en een stabiel en democratisch politiek klimaat te bevorderen.

De kern van het partnerschap wordt gevormd door de doelstelling armoede terug te dringen en uiteindelijk uit te roeien, overeenkomstig de doelstellingen van duurzame ontwikkeling en geleidelijk integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie.

Aan alle ontwikkelingsstrategieën liggen deze doelstellingen en de internationale verbintenissen van de partijen ten grondslag; zij worden verwezenlijkt volgens een geïntegreerde benadering, die de politieke, economische, maatschappelijke, culturele en milieuaspecten van de ontwikkeling tegelijkertijd in aanmerking neemt. Het partnerschap biedt een samenhangend kader voor de ondersteuning van de ontwikkelingsstrategieën van elke ACS-staat.

Elementen van dit kader zijn duurzame economische groei, ontwikkeling van de particuliere sector, stimulering van de werkgelegenheid en verbetering van de toegang tot productiemiddelen. Steun wordt verleend ter bevordering van de eerbiediging van de rechten van het individu en de vervulling van basisbehoeften, de bevordering van sociale ontwikkeling en de vervulling van de voorwaarden voor rechtvaardige verdeling van de vruchten van de groei. Regionale en subregionale integratieprocessen die de integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie bevorderen, zowel wat handel als wat particuliere investeringen betreft, worden aangemoedigd en gesteund. Integrerende onderdelen van deze benadering zijn de opbouw van de capaciteit van de actoren van het ontwikkelingsproces en de verbetering van het institutionele kader dat vereist is voor sociale cohesie, voor het functioneren van een democratische samenleving en een markteconomie en voor het ontstaan van een actieve, georganiseerde civiele samenleving. De situatie van vrouwen en gendervraagstukken worden systematisch in aanmerking genomen op alle gebieden – politiek, economisch en sociaal. De beginselen van duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen en het milieu worden op elk niveau van het partnerschap geïntegreerd toegepast.

Artikel

2

Grondbeginselen

De samenwerking tussen ACS en EG, die gegrondvest is op een bindende rechtsregeling en gezamenlijke instellingen, is gebaseerd op de volgende grondbeginselen:

  • gelijkheid van de partners en van de inbreng in de ontwikkelingsstrategieën: ter uitvoering van de doelstellingen van het partnerschap bepaalt iedere ACS-staat de ontwikkelingsstrategie voor zijn economie en zijn samenleving in volledige soevereiniteit, daarbij alle in artikel 9 genoemde essentiële elementen in aanmerking nemende; het partnerschap stimuleert de inbreng van de betrokken landen en volkeren in de eigen ontwikkelingsstrategie;

  • deelname: naast de centrale overheid als belangrijkste partner, staat het partnerschap open voor andere actoren, teneinde de integratie in de hoofdstroom van het politieke, economische en maatschappelijke leven te bevorderen van alle geledingen van de samenleving, waaronder de particuliere sector en organisaties van de civiele samenleving;

  • centrale rol voor dialoog en naleving van wederzijdse verplichtingen: de verplichtingen die de partijen in het kader van hun dialoog zijn aangegaan vormen een kernpunt van hun partnerschaps- en samenwerkingsbetrekkingen;

  • differentiëring en regionalisering: de regelingen en prioriteiten voor samenwerking worden afgestemd op het ontwikkelingsniveau, de behoeften, de prestaties en de ontwikkelingsstrategie voor de lange termijn van de partner. Bijzondere nadruk ligt daarbij op de regionale dimensie. De minst ontwikkelde landen krijgen een bijzondere behandeling. Rekening wordt gehouden met de kwetsbaarheid van niet aan zee grenzende en insulaire landen.

Artikel

3

Verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst

Elke partij neemt, voor zover het bepaalde in de Overeenkomst haar aangaat, alle algemene of bijzondere maatregelen waardoor de nakoming van de uit de Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen kan worden gewaarborgd en het nastreven van de doelstellingen ervan kan worden vergemakkelijkt. De partijen zien af van maatregelen die deze doelstellingen in gevaar kunnen brengen.

HOOFDSTUK

II

DE ACTOREN VAN HET PARTNERSCHAP

Artikel

4

Algemene benadering

De ACS-staten bepalen de beginselen, strategieën en modellen voor de ontwikkeling van hun economie en hun samenleving in volledige soevereiniteit. Zij stellen samen met de Gemeenschap de samenwerkingsprogramma's vast waarin de Overeenkomst voorziet. De partijen erkennen echter dat niet-overheidsactoren in het ontwikkelingsproces een complementaire rol kunnen spelen en dat zij daartoe een bijdrage kunnen leveren. Niet-overheidsactoren worden daartoe in voorkomend geval, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de Overeenkomst, bij het proces op de volgende wijze betrokken:

  • zij worden ingelicht en betrokken bij overleg over samenwerkingsbeleid en samenwerkingsstrategie, over samenwerkingsprioriteiten, met name op terreinen die hen aangaan of rechtstreeks betreffen, en over de politieke dialoog;

  • hun worden, op de voorwaarden als in de Overeenkomst vastgesteld, financiële middelen ter beschikking gesteld om het proces van plaatselijke ontwikkeling te steunen;

  • zij worden betrokken bij de tenuitvoerlegging van samenwerkingsprojecten en -programma's op terreinen die hen aangaan of waarop zij een relatief voordeel hebben;

  • hun wordt op kritieke gebieden steun verleend ter versterking van hun capaciteiten en vermogens, met name ten aanzien van organisatie en representatie en de instelling van mechanismen voor overleg, met inbegrip van communicatielijnen en dialoog, alsmede ter bevordering van strategische allianties.

Artikel

5

Voorlichting

De samenwerking ondersteunt maatregelen ten behoeve van voorlichting over de belangrijkste aspecten van het partnerschap tussen ACS en EU. De samenwerking is bovendien gericht op:

  • aanmoediging van partnerschap en contacten tussen actoren in de ACS en in de EU;

  • versterking van netwerkvorming en uitwisseling van deskundigheid en ervaring onder de actoren.

Artikel

6

Definities

Artikel

7

Capaciteitsopbouw

De bijdrage van de civiele samenleving tot het ontwikkelingsproces kan worden gestimuleerd door versterking van maatschappelijke organisaties en niet-gouvernementele organisaties zonder winstoogmerk op alle terreinen van de samenwerking. Dit houdt in dat:

  • de totstandkoming en ontwikkeling van dergelijke organisaties moet worden gestimuleerd;

  • regelingen moeten worden getroffen om dergelijke organisaties te betrekken bij de opzet, de uitvoering en de evaluatie van ontwikkelingsstrategieën en ontwikkelingsprogramma's.

TITEL

II

DE POLITIEKE DIMENSIE

Artikel

8

Politieke dialoog

Artikel

9

Essentiële elementen en fundamenteel element

Artikel

10

Andere elementen van het politieke klimaat

Artikel

11

Vredesopbouw, conflictpreventie en conflictoplossing

Artikel

12

Coherentie van het Gemeenschapsbeleid en uitvoering van de overeenkomst

Onverminderd artikel 96 stelt de Gemeenschap, indien zij voornemens is bij de uitvoering van haar bevoegdheden een maatregel te nemen die, gelet op de doelstellingen van de Overeenkomst, van invloed kan zijn op de belangen van de ACS-staten, deze daarvan tijdig in kennis. Met het oog hierop doet de Commissie haar voorstel voor maatregelen van deze aard tegelijkertijd aan het secretariaat van de ACS-staten toekomen. Zo nodig kan ook op initiatief van de ACS-staten een verzoek om inlichtingen worden ingediend.

Op verzoek van deze staten vindt onverwijld overleg plaats opdat, voordat een definitief besluit wordt genomen, rekening kan worden gehouden met hun bezwaren ten aanzien van de gevolgen van deze maatregelen.

Na dit overleg kunnen de ACS-staten hun bezwaren bovendien schriftelijk aan de Gemeenschap kenbaar maken en voorstellen voor wijzigingen doen die aangeven hoe hun bezwaren ondervangen moeten worden.

Indien de Gemeenschap geen gevolg geeft aan de voorstellen van de ACS-staten, stelt zij de ACS-staten daar zo spoedig mogelijk van in kennis, onder opgave van redenen.

De ACS-staten wordt tevens, indien mogelijk tevoren, toereikende informatie verstrekt over de inwerkingtreding van deze besluiten.

Artikel

13

Migratie

DEEL

2

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

14

Gezamenlijke instellingen

De instellingen in het kader van deze Overeenkomst zijn de Raad van Ministers, het Comité van Ambassadeurs en de Paritaire Parlementaire Vergadering.

Artikel

15

De Raad van Ministers

Artikel

16

Het Comité van Ambassadeurs

Artikel

17

De Paritaire Parlementaire Vergadering

DEEL

3

SAMENWERKINGSSTRATEGIEËN

Artikel

18

De samenwerkingsstrategieën worden gebaseerd op ontwikkelingsstrategieën en de economische en commerciële samenwerking; deze twee gebieden zijn onderling verbonden en vullen elkaar aan. De partijen zien erop toe dat de inspanningen op beide gebieden elkaar wederzijds versterken.

TITEL

I

ONTWIKKELINGSSTRATEGIEËN

HOOFDSTUK

I

ALGEMEEN KADER

Artikel

19

Principes en doelstellingen

Artikel

20

Benadering

HOOFDSTUK

II

GEBIEDEN WAAROP STEUN WORDT VERLEEND

DEEL

I

ECONOMISCHE ONTWIKKELING

Artikel

21

Investeringen en ontwikkeling van de particuliere sector

Artikel

22

Macro-economische en structurele hervormingen en beleidslijnen

Artikel

23

Economische sectorale ontwikkeling

In het kader van de samenwerking dient steun te worden verleend voor duurzame beleidslijnen en institutionele hervormingen en voor de nodige investeringen voor een gelijke toegang tot economische activiteiten en productiemiddelen, in het bijzonder:

  • a.

    de ontwikkeling van opleidingssystemen die bijdragen tot de verhoging van de productiviteit in de formele en informele sector;

  • b.

    kapitaal, krediet, grond, met name wat eigendomsrechten en gebruik betreft;

  • c.

    de ontwikkeling van plattelandsstrategieën gericht op de totstandkoming van een kader voor participatieve gedecentraliseerde planning, toewijzing en beheer van hulpbronnen;

  • d.

    landbouwproductiestrategieën, nationaal en regionaal beleid op het gebied van voedselzekerheid, duurzame ontwikkeling van watervoorraden, visbestanden en mariene hulpbronnen binnen de exclusieve economische zone van de ACS-staten. In een eventueel via onderhandelingen tot stand te komen visserijovereenkomst tussen de Gemeenschap en de ACS-staten dient rekening te worden gehouden met de ontwikkelingsstrategieën op dit gebied;

  • e.

    economische en technologische infrastructuur en diensten, inclusief vervoer, telecommunicatiesystemen, communicatiediensten en ontwikkeling van de informatiemaatschappij;

  • f.

    ontwikkeling van een concurrerende industrie-, mijnbouw- en energiesector, inclusief stimulering van de betrokkenheid en ontwikkeling van de particuliere sector;

  • g.

    ontwikkeling van de handel, inclusief de bevordering van eerlijke handel;

  • h.

    ontwikkeling van het bedrijfsleven, de financiële sector en het bankwezen; en andere dienstensectoren;

  • i.

    ontwikkeling van het toerisme; en

  • j.

    ontwikkeling van infrastructuur en diensten ten behoeve van wetenschap, technologie en onderzoek; inclusief stimulering, overdracht en toepassing van nieuwe technologieën;

  • k.

    versterking van de capaciteit in productieve sectoren, met name in de publieke en particuliere sector.

Artikel

24

Toerisme

De samenwerking is gericht op de duurzame ontwikkeling van de toeristenindustrie in de ACS-staten en -subregio's, waarbij het toenemende belang van deze sector voor de groei van de dienstensector in de ACS-staten en de toename van de internationale handel erkend wordt, alsmede het vermogen van de toeristenindustrie om andere sectoren van de economie te stimuleren en de rol die deze sector kan spelen bij de uitroeiing van armoede.

In het kader van de samenwerkingsprogramma's en -projecten worden de inspanningen van de ACS-staten ondersteund die gericht zijn op de totstandbrenging en verbetering van het juridische en institutionele kader en de hulpbronnen voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van duurzame beleidslijnen en programma's op het gebied van toerisme, alsmede, onder andere, de verbetering van de concurrentiepositie van deze sector, met name van het MKB, de ondersteuning en bevordering van investeringen, productontwikkeling, inclusief de ontwikkeling van de inheemse culturen in de ACS-staten, en versterking van de onderlinge banden tussen het toerisme en andere sectoren van de economie.

DEEL

II

SOCIALE EN HUMANE ONTWIKKELING

Artikel

25

Sociale sectorale ontwikkeling

Artikel

26

Jeugdzaken

In het kader van de samenwerking dient voorts steun te worden verleend voor de totstandbrenging van een samenhangend en omvattend beleid ter verwezenlijking van het potentieel van de jeugd met het doel deze beter te integreren in de samenleving en haar in staat te stellen zich volledig te ontplooien. In deze context wordt in het kader van de samenwerking steun verleend voor beleidslijnen, maatregelen en activiteiten gericht op:

  • a.

    de bescherming van de rechten van het kind en de jeugd, in het bijzonder van meisjes;

  • b.

    de bevordering van de vaardigheden, de energie, het streven naar innovatie en het potentieel van de jeugd, ter stimulering van de kansen van de jeugd op economisch, maatschappelijk en cultureel gebied en ter verbetering van de werkgelegenheidsvooruitzichten van de jeugd in de productieve sector;

  • c.

    de ondersteuning van instellingen binnen de lokale gemeenschap die kinderen de kans geven zich fysiek, psychologisch, maatschappelijk en economisch te ontplooien; en

  • d.

    de herintegratie in de maatschappij van kinderen in postconflictsituaties door middel van rehabilitatieprogramma's.

Artikel

27

Culturele ontwikkeling

De samenwerking op cultureel gebied is gericht op:

  • a.

    de integratie van de culturele dimensie op alle niveaus van de ontwikkelingssamenwerking;

  • b.

    de erkenning, het behoud en de bevordering van culturele waarden en identiteiten, teneinde een interculturele dialoog mogelijk te maken;

  • c.

    de erkenning, het behoud en de bevordering van de waarde van cultureel erfgoed; de ondersteuning van de ontwikkeling van de capaciteit in deze sector; en

  • d.

    de ontwikkeling van de culturele sector en de verbetering van de markttoegang voor culturele goederen en diensten.

DEEL

IIII

REGIONALE SAMENWERKING EN INTEGRATIE

Artikel

28

Algemene benadering

In het kader van de samenwerking wordt effectieve bijstand verleend ter verwezenlijking van de doelstellingen en prioriteiten van de ACS-staten in de context van de regionale en subregionale samenwerking en integratie, met inbegrip van de interregionale samenwerking en de samenwerking tussen de ACS-staten onderling. De regionale samenwerking kan ook betrekking hebben op de samenwerking tussen de landen en gebieden overzee en de ultraperifere regio's. In deze context is de steunverlening in het kader van de samenwerking gericht op:

  • a.

    de bevordering van de geleidelijke integratie van de ACS-staten in de wereldeconomie;

  • b.

    de bevordering van de economische samenwerking en ontwikkeling van de regio's van de ACS-staten en tussen deze regio's onderling;

  • c.

    de bevordering van het vrij verkeer van personen, goederen, diensten, kapitaal, werknemers en technologie tussen ACS-staten;

  • d.

    de bevordering van de diversificatie van de economieën der ACS-staten; alsmede de coördinatie en harmonisatie van het regionale en subregionale samenwerkingsbeleid; en

  • e.

    de bevordering en uitbreiding van de handel in de ACS-staten en tussen de ACS-staten onderling, alsmede met derde landen.

Artikel

29

Regionale economische integratie

De samenwerking op het gebied van de regionale economische integratie is gericht op:

  • a.

    de ontwikkeling en versterking van de capaciteiten van:

    • i.

      de instellingen en organisaties voor regionale integratie die door de ACS-staten zijn opgericht ter bevordering van de regionale samenwerking en integratie, en

    • ii.

      de nationale regeringen en parlementen met betrekking tot vraagstukken op het gebied van regionale integratie;

  • b.

    de bevordering van de betrokkenheid van de minst ontwikkelde ACS-staten bij de totstandbrenging van regionale markten en het delen in de voordelen daarvan;

  • c.

    de tenuitvoerlegging van beleid op het gebied van sectorale hervorming op regionaal niveau;

  • d.

    de liberalisering van handel en betalingen;

  • e.

    de stimulering van binnenlandse en buitenlandse grensoverschrijdende investeringen en andere initiatieven voor regionale of subregionale economische integratie; en

  • f.

    de inachtneming van de gevolgen van de netto-overgangskosten van de regionale integratie in de begrotingsmiddelen en op de betalingsbalans.

Artikel

30

Regionale samenwerking

DEEL

IV

THEMATISCHE EN ALGEMENE VRAAGSTUKKEN

Artikel

31

Gendervraagstukken

De samenwerking draagt bij tot de versterking van beleidslijnen en programma's die de gelijkwaardige deelname van mannen en vrouwen aan alle aspecten van het politieke, economische, maatschappelijke en culturele leven beogen te verbeteren, te garanderen en te verruimen. De samenwerking draagt bij tot de verbetering van de toegang van vrouwen tot alle nodige hulpbronnen voor de volwaardige uitoefening van hun fundamentele rechten. In het kader van de samenwerking wordt met name een passend kader gecreëerd voor:

  • a.

    de integratie van gendervraagstukken en een genderbewuste benadering op alle niveaus van de ontwikkelingssamenwerking, inclusief macro-economische beleidslijnen, strategieën en maatregelen; en

  • b.

    de bevordering van de goedkeuring van specifieke positieve maatregelen ten gunste van vrouwen, zoals:

    • i.

      de bevordering van hun deelname aan de nationale en lokale politiek;

    • ii.

      de ondersteuning van vrouwenorganisaties;

    • iii.

      de toegang tot sociale basisdiensten, met name onderwijs en opleiding, gezondheidszorg en gezinsplanning;

    • iv.

      de toegang tot productiemiddelen, met name grond, krediet en arbeidsmarkt; en

    • v.

      de specifieke inachtneming van vrouwen bij verlening van noodhulp en rehabilitatiemaatregelen.

Artikel

32

Milieu en natuurlijke hulpbronnen

Artikel

33

Institutionele ontwikkeling en capaciteitsopbouw

TITEL

II

ECONOMISCHE EN COMMERCIELE SAMENWERKING

HOOFDSTUK

I

DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN

Artikel

34

Doelstellingen

Artikel

35

Beginselen

HOOFDSTUK

II

NIEUWE HANDELSREGELINGEN

Artikel

36

Modaliteiten

Artikel

37

Procedures

Artikel

38

Gemengd Ministerieel Handelscomité

HOOFDSTUK

III

SAMENWERKING IN INTERNATIONALE FORA

Artikel

39

Algemene bepalingen

Artikel

40

Grondstoffen

HOOFDSTUK

IV

DE HANDEL IN DIENSTEN

Artikel

41

Algemene bepalingen

Artikel

42

Zeevervoer

Artikel

43

Informatie- en communicatietechnologieën en informatiemaatschappij

HOOFDSTUK

V

MET DE HANDEL BERBAND HOUDENDE TERREINEN

Artikel

44

Algemene bepalingen

Artikel

45

Mededingingsbeleid

Artikel

46

Bescherming van intellectuele eigendomsrechten

Artikel

47

Normalisatie en certificering

Artikel

48

Sanitaire en fytosanitaire maatregelen

Artikel

49

Handel en milieu

Artikel

50

Handel en arbeidsnormen

Artikel

51

Consumentenbeleid en bescherming van de gezondheid van de consument

Artikel

52

Clausule inzake uitsluiting van belastingen

HOOFDSTUK

VI

SAMENWERKING OP ANDERE GEBIEDEN

Artikel

53

Visserijovereenkomsten

Artikel

54

Continuïteit van de voedselvoorziening

DEEL

4

SAMENWERKING INZAKE ONTWIKKELINGSFINANCIERING

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK

I

DOELSSTELLINGEN, BEGINSELEN, RICHTSNOEREN EN BEGUNSTIGDEN

Artikel

55

Doelstellingen

De doelstellingen van samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering zijn het steunen en bevorderen, op basis van wederzijds belang en in een geest van onderlinge afhankelijkheid, van de inspanningen van de ACS-staten om de doelstellingen van deze Overeenkomst te verwezenlijken, zulks door toereikende financiële middelen en passende technische bijstand te verstrekken.

Artikel

56

Principes

Artikel

57

Richtsnoeren

Artikel

58

Begunstigden

HOOFDSTUK

II

Toepassingsgebied en aard van de financiering

Artikel

59

In het kader van de prioriteiten die door de betrokken ACS-staat of ACS-staten op nationaal of regionaal niveau zijn vastgesteld, kan steun worden verleend voor projecten, programma's en andere activiteiten die tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst bijdragen.

Artikel

60

TOEPASSINGSGEBIED EN AARD VAN DE FINANCIERING

Financiering kan worden verleend ter ondersteuning van onder meer, afhankelijk van de behoeften en van het meest wenselijk geachte type activiteiten:

  • a.

    maatregelen die bijdragen tot vermindering van de schuldenlast en de betalingsbalansproblemen van de ACS-staten;

  • b.

    macro-economische en structurele hervormingen en beleid;

  • c.

    compensatie van de ongunstige gevolgen van instabiliteit van exportopbrengsten;

  • d.

    sectoraal beleid en sectorale hervormingen;

  • e.

    institutionele ontwikkeling en capaciteitsopbouw;

  • f.

    programma's voor technische samenwerking; en

  • g.

    humanitaire bijstand en noodhulp, met inbegrip van hulp aan vluchtelingen en ontheemden, spoedmaatregelen voor herstel en voorbereiding op rampen.

Artikel

61

Aard van de financiering

TITEL

II

FINANCIËLE SAMENWERKING

HOOFDSTUK

I

FINANCIËLE MIDDELEN

Artikel

62

Totaalbedrag

Artikel

63

Methoden voor de financiering

De wijze waarop elk project of programma wordt gefinancierd, wordt door de betrokken ACS-staat of ACS-staten en de Gemeenschap in gemeenschappelijk overleg vastgesteld met inachtneming van:

  • a.

    het ontwikkelingsniveau en de geografische, economische en financiële situatie van deze staten;

  • b.

    de aard van het project of programma, de vooruitzichten inzake de economische en financiële rentabiliteit van het project of programma en de sociale en culturele gevolgen ervan; en

  • c.

    in geval van een lening, de factoren waardoor de dienst van de lening wordt gewaarborgd.

Artikel

64

Doorlening

Artikel

65

Medefinanciering

HOOFDSTUK

II

STEUN VOOR SCHULDVERLICHTING EN STRUCTURELE AANPASSING

Artikel

66

Steun voor schuldverlichting

Artikel

67

Steun voor structurele aanpassing

HOOFDSTUK

III

STEUN BIJ FLUCTUERENDE EXPORTOPBRENGSTEN

Artikel

68

HOOFDSTUK

VI

STEUN VOOR SECTORAAL BELEID

Artikel

69

HOOFDSTUK

V

MICROPROJECTEN EN GEDECENTRALISEERDE SAMENWERKING

Artikel

70

Teneinde tegemoet te komen aan de ontwikkelingsbehoeften van de plaatselijke gemeenschappen en om alle actoren van de gedecentraliseerde ontwikkeling die een bijdrage kunnen leveren aan de autonome ontwikkeling van de ACS-staten aan te moedigen initiatieven te ontplooien, steunt de samenwerking dergelijke ontwikkelingsactiviteiten, binnen het kader dat bepaald is door de wet- en regelgeving van de betrokken ACS-staten en de bepalingen van het indicatieve programma. In deze context steunt de samenwerking:

  • a.

    microprojecten op lokaal niveau die in economisch en sociaal opzicht een weerslag hebben op het leven van de bevolking, aan een geconstateerde en aangetoonde prioritaire behoefte beantwoorden en op initiatief en met actieve deelname van de begunstigde lokale gemeenschap worden uitgevoerd; en

  • b.

    gedecentraliseerde samenwerking, met name wanneer daarbij de inspanningen en middelen van gedecentraliseerde organisaties uit de ACS-staten en equivalente organisaties uit de Gemeenschap gecombineerd worden. Dankzij deze vorm van samenwerking kunnen vaardigheden, innoverende werkmethoden en middelen van de actoren van de gedecentraliseerde samenwerking in dienst worden gesteld van de ontwikkeling van de ACS-staat.

Artikel

71

HOOFDSTUK

VI

HUMANITAIRE BIJSTAND EN SPOEDHULP

Artikel

72

Artikel

73

HOOFDSTUK

VII

STEUN VOOR INVESTERINGEN EN ONTWIKKELING VAN DE PARTICULIERE SECTOR

Artikel

74

De samenwerking steunt door middel van financiële en technische bijstand het beleid en de strategieën voor investeringen en de ontwikkeling van de particuliere sector, een en ander als bepaald in deze Overeenkomst.

Artikel

75

Bevordering van investeringen

De ACS-staten, de Gemeenschap en haar lidstaten, elk binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden, erkennen het belang van particuliere investeringen voor de bevordering van hun ontwikkelingssamenwerking en de noodzaak maatregelen te treffen om deze investeringen te stimuleren. Daartoe ondernemen zij het volgende:

  • a.

    zij nemen maatregelen om particuliere investeerders die zich naar de doelstellingen en de prioriteiten van de ontwikkelingssamenwerking tussen ACS en EG, alsmede naar de vigerende wetten en voorschriften voegen, aan te moedigen aan hun ontwikkelingsinspanningen deel te nemen;

  • b.

    zij treffen maatregelen en voorzieningen die bijdragen tot totstandbrenging en handhaving van een voorspelbaar en veilig investeringsklimaat en sluiten overeenkomsten ter verbetering van dit klimaat;

  • c.

    zij stimuleren dat de particuliere sector van de EU investeert in en specifieke bijstand verleent aan particuliere ondernemingen in de ACS-landen in het kader van samenwerking tussen ondernemingen en partnerschappen;

  • d.

    zij vereenvoudigen de totstandkoming van partnerschappen en gezamenlijke ondernemingen door het stimuleren van medefinanciering;

  • e.

    zij sponsoren fora inzake sectorale investeringen teneinde partnerschappen en buitenlandse investeringen te stimuleren;

  • f.

    zij steunen de inspanningen van de ACS-staten om financiering aan te trekken, waarbij bijzondere nadruk wordt gelegd op particuliere financiering van investeringen in infrastructuur en van infrastructuur die opbrengsten genereert die voor de particuliere sector cruciaal is;

  • g.

    zij steunen de versterking van de capaciteit van nationale instanties en instellingen voor de stimulering van investeringen die zich bezighouden met stimulering en vereenvoudiging van buitenlandse investeringen;

  • h.

    zij verspreiden informatie over investeringsmogelijkheden en het ondernemingsklimaat in de ACS-staten; en

  • i.

    zij bevorderen de dialoog in het particuliere bedrijfsleven op nationaal en regionaal niveau en tussen ACS en EU, met name door middel van een ACS-EU-forum voor het particuliere bedrijfsleven. De steun voor de activiteiten van het ACS-EU-forum voor het particuliere bedrijfsleven beoogt de volgende doelstellingen:

    • i.

      vergemakkelijking van de dialoog binnen de particuliere sector in ACS en EU en tussen de particuliere sector in ACS en EU en de instanties die bij de Overeenkomst zijn ingesteld;

    • ii.

      analyse en periodieke verstrekking aan de betrokken instanties van gegevens over alle vraagstukken die verband houden met de betrekkingen tussen de particuliere sector in ACS en EU in het kader van de Overeenkomst, of meer in het algemeen met de economische betrekkingen tussen de Gemeenschap en de ACS-staten; en

    • iii.

      analyse en periodieke verstrekking aan de betrokken instanties van gegevens over specifieke problemen van sectorale aard met betrekking tot onder meer regionale of subregionale bedrijfstakken of producttypen.

Artikel

76

Financiering en ondersteuning van investeringen

Artikel

77

Investeringsgaranties

Artikel

78

Bescherming van investeringen

TITEL

III

TECHNISCHE SAMENWERKING

Artikel

79

Artikel

80

Teneinde de uittocht van gekwalificeerd personeel uit de ACS-staten tegen te gaan, verleent de Gemeenschap desgewenst bijstand aan de ACS-staten om de terugkeer van in ontwikkelde landen verblijvende gekwalificeerde onderdanen van de ACS-staten te bevorderen, door middel van passende maatregelen om repatriëring te stimuleren.

TITEL

IV

PROCEDURES EN BEHEERSSYSTEMEN

Artikel

81

Procedures

De beheersprocedures moeten doorzichtig en gemakkelijk toe te passen zijn en moeten de decentralisatie van de taken en verantwoordelijkheden mogelijk maken. De tenuitvoerlegging van de ACS-EU-ontwikkelingssamenwerking moet openstaan voor niet-overheidsactoren op gebieden waarop zij actief zijn. De gedetailleerde procedurele bepalingen voor de programmering, voorbereiding, tenuitvoerlegging en het beheer van de financiële en technische samenwerking zijn in bijlage IV inzake de procedures voor de tenuitvoerlegging en het beheer vastgelegd. De ACS-EU-Raad van Ministers kan deze bepalingen op basis van een aanbeveling van het ACS-EG-Comité voor samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering opnieuw onderzoeken en wijzigen.

Artikel

82

Met de uitvoering belaste ambtenaren

Voor de tenuitvoerlegging van de financiële en technische samenwerking in het kader van deze Overeenkomst worden ambtenaren aangewezen die met de uitvoering daarvan zijn belast. Uitvoerige bepalingen in verband met de verantwoordelijkheden van de met de uitvoering belaste ambtenaren zijn in bijlage IV inzake de procedures voor de tenuitvoerlegging en het beheer vastgelegd.

Artikel

83

ACS-EG-Comité voor samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering

DEEL

5

ALGEMENE BEPALINGEN BETREFFENDE DE MINST ONTWIKKELDE, NIET AAN ZEE GRENZENDE EN INSULAIRE ACS-STATEN

HOOFDSTUK

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

84

HOOFDSTUK

II

MINST ONTWIKKELDE ACS-STATEN

Artikel

85

Artikel

86

De bepalingen die voor de minst ontwikkelde ACS-staten zijn aangenomen, zijn vastgelegd in de volgende artikelen : 2, 29, 32, 35, 37, 56, 68, 84, 85.

HOOFDSTUK

III

NIET AAN ZEER GRENZENDE ACS-STATEN

Artikel

87

Artikel

88

De bepalingen die voor de niet aan zee grenzende ACS-staten zijn aangenomen, zijn vastgelegd in de volgende artikelen : 2, 32, 35, 56, 68, 84, 87.

HOOFDSTUK

IV

INSULAIRE ACS-STATEN

Artikel

89

Artikel

90

De bepalingen die zijn aangenomen voor de insulaire ACS-staten zijn vastgelegd in de volgende artikelen : 2, 32, 35, 56, 68, 84, 89.

DEEL

VI

SLOTBEPALINGEN

Artikel

91

Conflict tussen deze Overeenkomst en andere verdragen

Verdragen, overeenkomsten, akkoorden of regelingen van ongeacht welke vorm of aard tussen een of meer lidstaten van de Gemeenschap en een of meer ACS-staten mogen geen beletsel vormen voor de toepassing van de Overeenkomst.

Artikel

92

Betrokken gebieden

De Overeenkomst is, onverminderd de daarin vervatte bijzondere bepalingen inzake de betrekkingen tussen de ACS-staten en de Franse overzeese departementen, van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is en onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van de ACS-staten.

Artikel

93

Bekrachtiging en inwerkingtreding

Artikel

94

Toetreding

Artikel

95

Duur van de Overeenkomst en herzieningsclausule

Artikel

96

Essentiële onderdelen: overlegprocedure en aangepaste maatregelen inzake mensenrechten, democratische beginselen en de rechtsstaat

Artikel

97

Overlegprocedure en passende maatregelen inzake corruptie

Artikel

98

Beslechting van geschillen

Artikel

99

Opzeggingsclausule

De Overeenkomst kan door de Gemeenschap en haar lidstaten ten aanzien van elke ACS-staat en door elke ACS-staat ten aanzien van de Gemeenschap en haar lidstaten worden opgezegd met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden.

Artikel

100

Status van de teksten

De protocollen en bijlagen die aan de Overeenkomst zijn gehecht maken daarvan een integrerend deel uit. De bijlagen nrs. II, III, IV en VI kunnen door de Raad van Ministers opnieuw worden onderzocht en al dan niet worden gewijzigd op basis van een aanbeveling van het ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering.

Deze Overeenkomst, opgesteld in twee exemplaren, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in het archief van het secretariaat van de Raad van de Europese Unie en van het secretariaat van de ACS-staten, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezenden aan de regeringen van de ondertekenende staten.

GEDAAN te Cotonou, de drieëntwintigste juni 2000.

BIJLAGE

I

Financieel Protocol

  • 1.

    Voor de doelstellingen vermeld in deze Overeenkomst en voor een periode van vijf jaar, te beginnen op 1 maart 2000, beloopt het totale bedrag van de financiële steun van de Gemeenschap aan de ACS-staten 15.200 miljoen euro.

  • 2.

    De financiële steun van de Gemeenschap omvat een bedrag van maximaal 13.500 miljoen euro uit hoofde van het 9e Europees Ontwikkelingsfonds (EOF).

  • 3.

    Het 9e EOF wordt als volgt over de verschillende samenwerkingsinstrumenten verdeeld:

    • a.

      10.000 miljoen euro wordt in de vorm van niet-terugvorderbare hulp gereserveerd voor een bijdrage ter ondersteuning van de langetermijnontwikkeling. Deze bijdrage wordt gebruikt voor de financiering van nationale indicatieve programma's, overeenkomstig de artikelen 1 tot en met 5 van bijlage IV „Procedures voor tenuitvoerlegging en beheer” bij deze Overeenkomst. In het kader van de bijdrage ter ondersteuning van de langetermijnontwikkeling:

      • i.

        wordt 90 miljoen euro gereserveerd voor de financiering van de begroting van het Centrum voor de Ontwikkeling van het Bedrijfsleven (COB);

      • ii.

        wordt 70 miljoen euro gereserveerd voor de financiering van de begroting van het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling (TCLP); en

      • iii.

        wordt een bedrag van maximaal 4 miljoen euro gereserveerd voor de doeleinden waarnaar wordt verwezen in artikel 17 van deze Overeenkomst (Paritaire Vergadering).

    • b.

      1300 miljoen euro wordt in de vorm van niet-terugvorderbare hulp gereserveerd voor de financiering van steun ten behoeve van de regionale samenwerking en integratie van de ACS-staten, overeenkomstig de artikelen 6 tot en met 14 van bijlage IV „Procedures voor tenuitvoerlegging en beheer” bij deze Overeenkomst.

    • c.

      2200 miljoen euro wordt uitgetrokken voor de financiering van de Investeringsfaciliteit, overeenkomstig de voorwaarden die uiteen worden gezet in bijlage II „Financieringsvoorwaarden” bij deze Overeenkomst, onverminderd de financiering van de rentesubsidies waarin wordt voorzien in artikel 2 en artikel 4 van bijlage II bij deze Overeenkomst, die worden gefinancierd uit de middelen genoemd in artikel 3, onder a, van deze bijlage.

  • 4.

    Een bedrag van maximaal 1700 miljoen euro wordt door de Europese Investeringsbank ter beschikking gesteld in de vorm van leningen uit de eigen middelen. Deze middelen worden verstrekt voor de doeleinden die uiteen worden gezet in bijlage II „Financieringsvoorwaarden” bij deze Overeenkomst, overeenkomstig de voorwaarden waarin is voorzien in de statuten en de desbetreffende bepalingen van de voorwaarden voor de financiering van investeringen, zoals die zijn vastgesteld in bovengenoemde bijlage. De Bank kan uit de door haar beheerde middelen bijdragen aan de financiering van regionale projecten en program- ma's.

  • 5.

    Alle op de datum van inwerkingtreding van dit Financieel Protocol resterende middelen van eerdere EOF en bedragen die op een latere datum worden vrijgemaakt van in het kader van deze Fondsen lopende projecten, worden overgedragen naar het 9e EOF en gebruikt overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in deze Overeenkomst. Voor alle aldus naar het 9e EOF overgedragen middelen die voordien waren toegewezen aan het indicatieve programma van een ACS-staat of -regio, blijft de toewijzing aan die staat of regio van kracht. Het totale bedrag van dit Financieel Protocol, aangevuld met de overgedragen resterende middelen van eerdere EOF, dekt de periode 2000–2007.

  • 6.

    De Bank beheert de uit eigen middelen verstrekte leningen en de in het kader van de Investeringsfaciliteit gefinancierde maatregelen. Alleandere middelen in het kader van deze Overeenkomst worden door de Commissie beheerd.

  • 7.

    Vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van dit Financieel Protocol gaan de partijen na in welke mate de vastleggingen en betalingen zijn gerealiseerd. Deze analyse vormt de basis voor het herevalueren van het totale bedrag van de middelen, alsmede voor het evalueren van de behoefte aan nieuwe middelen voor de ondersteuning van de financiële samenwerking in het kader van deze Overeenkomst.

  • 8.

    Indien de middelen waarin de instrumenten van de Overeenkomst voorzien vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van dit Financieel Protocol opgebruikt zijn, neemt de gezamenlijke ACS-EG-Raad van Ministers passende maatregelen.

BIJLAGE

II

Financieringsvoorwaarden

HOOFDSTUK

1

FINANCIERING VAN INVESTERINGEN

HOOFDSTUK

2

SPECIALE MAATREGELEN

Artikel

7

HOOFDSTUK

3

FINANCIERING VOOR KORTETERMIJNFLUCTUATIES VAN DE EXPORTOPBRENGSTEN

Artikel

8

Artikel

9

Criteria

Artikel

10

Voorschotten

Het systeem voor de toewijzing van aanvullende financiële middelen dient te voorzien in voorschotten ter dekking van eventuele vertragingen bij de verkrijging van handelsstatistieken en om ervoor te zorgen dat de betrokken middelen kunnen worden opgenomen in de begroting van het jaar volgende op het toepassingsjaar. Voorschotten worden vrijgemaakt op basis van door de regering opgestelde en bij de Commissie ingediende voorlopige exportstatistieken die vooruitlopen op de officiële, definitieve geconsolideerde statistieken. Voorschotten bedragen maximaal 80% van het geschatte bedrag van de aanvullende financiële middelen voor het toepassingsjaar. De aldus vrijgemaakte bedragen worden bij overeenstemming tussen de Commissie en de regering aangepast in het licht van de definitieve geconsolideerde exportstatistieken en het definitieve cijfer van het overheidstekort.

Artikel

11

De bepalingen in dit hoofdstuk worden uiterlijk na twee jaar herzien; daarna kunnen zij op verzoek van een der partijen worden herzien.

HOOFDSTUK

4

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel

12

Lopende betalingen en kapitaalverkeer

Artikel

13

Regeling voor ondernemingen

Wat de regeling inzake vestiging en diensten betreft, behandelen de ACS-staten enerzijds en de lidstaten anderzijds onderdanen en vennootschappen of ondernemingen uit de ACS-staten respectievelijk de lidstaten op voet van gelijkheid. Indien evenwel een ACS-staat of een lidstaat voor een bepaalde activiteit geen gelijke behandeling kan toepassen, is de ACS-staat respectievelijk de lidstaat niet verplicht voor die activiteit een gelijke behandeling toe te kennen aan onderdanen en vennootschappen of ondernemingen van de betrokken staat.

Artikel

14

Definitie van „vennootschappen en ondernemingen”

HOOFDSTUK

5

OVEREENKOMSTEN INZAKE BESCHERMING VAN INVESTERINGEN

Artikel

15

BIJLAGE

III

Institutionele ondersteuning – COB en TCLP

Artikel

1

De samenwerking ondersteunt de institutionele mechanismen voor bijstand aan het bedrijfsleven en ter bevordering van de landbouw en de ontwikkeling van het platteland. In deze context draagt de samenwerking bij tot:

  • a.

    versterking van de rol van het Centrum voor de Ontwikkeling van het Bedrijfsleven (COB) teneinde de particuliere sector van de ACS de nodige steun te bieden bij de activiteiten inzake de ontwikkeling van de particuliere sector; en

  • b.

    versterking van de rol van het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling (TCLP) bij de institutionele capaciteitsopbouw in de ACS, met name wat betreft informatiemanagement, ter verbetering van de toegang tot technologieën om productiviteit en afzetmogelijkheden in de landbouw te verhogen en voedselzekerheid en plattelandsontwikkeling te versterken.

Artikel

2

COB

Artikel

3

TCLP

Bijlage

IV

Procedures voor tenuitvoerlegging en beheer

HOOFDSTUK

1

PROGRAMMERING (NATIONAAL)

Artikel

1

Activiteiten die gefinancierd worden met uit hoofde van de Overeenkomst verleende subsidies worden geprogrammeerd aan het begin van de periode waarop het Financieel Protocol betrekking heeft. Voor de toepassing hiervan houdt programmering in:

  • a.

    formulering en ontwikkeling van een nationale ondersteunende strategie (NOS) op basis van de ontwikkelingsdoelstellingen en -strategieën van het land voor de middellange termijn;

  • b.

    een duidelijke indicatie van de kant van de Gemeenschap van de indicatieve programmeerbare financiële middelen waarover het land gedurende een periode van vijf jaar kan beschikken, alsmede andere nuttige inlichtingen;

  • c.

    opstelling en goedkeuring van een indicatief programma voor de tenuitvoerlegging van de NOS; en

  • d.

    een evaluatieproces dat betrekking heeft op de NOS, het indicatieve programma en de daarvoor toegewezen middelen.

Artikel

2

Nationale ondersteunende strategie

De NOS wordt opgesteld door de ACS-staat en de EU na overleg met een ruime selectie van actoren in het ontwikkelingsproces. De NOS wordt gebaseerd op ervaringen en de beste praktijk. De NOS wordt aangepast aan de behoeften en de specifieke omstandigheden van elke ACS-staat. Met de NOS wordt een prioriteitsrangorde aangebracht in de activiteiten en wordt de eigen plaatselijke inbreng in de samenwerkings- programma's versterkt. Discrepanties tussen de analyse van het land zelf en die van de Gemeenschap worden aangegeven. De NOS omvat de volgende standaardonderdelen:

  • a.

    een analyse van de politieke, economische en sociale achtergrond van het land, de beperkingen, capaciteiten en vooruitzichten en een beoordeling van de basisbehoeften, zoals het inkomen per hoofd van de bevolking, de bevolkingsomvang en de sociale indicatoren en kwetsbaarheid;

  • b.

    een gedetailleerd overzicht van de ontwikkelingsstrategie van het land voor de middellange termijn, met duidelijk gestelde prioriteiten en vermelding van de verwachte financiële vereisten;

  • c.

    een overzicht van de relevante plannen en maatregelen van andere donoren die in het land actief zijn, met name de EU-lidstaten als bilaterale donoren;

  • d.

    responsstrategieën die de specifieke bijdrage van de EU in detail omschrijven. Deze moeten waar mogelijk complementair zijn met activiteiten die worden gefinancierd door de ACS-staat zelf en de andere donoren die in het land actief zijn; en

  • e.

    een definitie van de aard en het toepassingsgebied van de meest geschikte steunmechanismen voor deze strategieën.

Artikel

3

Toewijzing van middelen

Artikel

4

Uitwerking en goedkeuring van het indicatieve programma

Artikel

5

Evaluatieproces

HOOFDSTUK

2

PROGRAMMERING EN VOORBEREIDING (REGIONAAL)

Artikel

6

Deelnemers

Artikel

7

Regionale programma's

De betrokken ACS-staten besluiten over de definitie van geografische regio's. Regionale integratieprogramma's dienen zo veel mogelijk overeen te stemmen met de programma's van bestaande regionale organisaties die naar economische integratie streven. Wanneer de ledenbestanden van verschillende relevante regionale organisaties elkaar overlappen, moeten integratieprogramma's in beginsel betrekking hebben op het gecombineerde ledental van die organisaties. In dit verband verstrekt de Gemeenschap specifieke steun voor regionale programma's aan ACS-staten die hebben toegezegd met de EU over overeenkomsten inzake economisch partnerschap te onderhandelen.

Artikel

8

Regionale programmering

Artikel

9

Toewijzing van middelen

Aan het begin van elke periode waarop het Financieel Protocol betrekking heeft, krijgt elke regio van de Gemeenschap een indicatie van de omvang van de middelen waarvoor de regio in een periode van vijf jaar in aanmerking komt. Deze indicatieve toewijzing wordt gebaseerd op een schatting van de behoeften en van de voortgang en vooruitzichten van het regionale samenwerkings- en integratieproces. Om op toereikende schaal te kunnen opereren en de efficiency te versterken, kunnen regionale en nationale fondsen worden gecombineerd voor het financieren van regionale activiteiten met een duidelijke nationale component.

Artikel

10

Regionaal Indicatief Programma

Artikel

11

Evaluatieproces

De financiële samenwerking tussen elke ACS-regio en de Gemeenschap dient zo flexibel te zijn, dat activiteiten voortdurend kunnen worden bijgesteld om aan de doelstellingen te beantwoorden en rekening kan worden gehouden met eventuele veranderingen in economische situatie, prioriteiten en doelstellingen van de betrokken regio. Tussentijds en aan het einde van de looptijd van het protocol wordt een evaluatie uitgevoerd om het regionale indicatieve programma aan te passen aan de veranderende omstandigheden en correcte tenuitvoerlegging te waarborgen. Na de tussentijdse evaluatie en de eindevaluatie kan de Gemeenschap de toewijzing van middelen herzien in het licht van behoeften en prestaties.

Artikel

12

Intra-ACS-samenwerking

Bij aanvang van elke periode waarop het Financieel Protocol betrekking heeft, geeft de Gemeenschap de ACS-Raad van Ministers een indicatie van de voor regionale activiteiten uitgetrokken middelen die gereserveerd zijn voor activiteiten die vele of alle ACS-staten ten goede komen. Dergelijke activiteiten behoeven niet gebonden te zijn aan de geografische ligging.

Artikel

13

Financieringsverzoeken

Verzoeken om financiering van intra-ACS-programma's worden ingediend door:

Artikel

14

Uitvoeringsprocedures

HOOFDSTUK

3

UITVOERING VAN PROJECTEN

Artikel

15

Identificatie, voorbereiding en onderzoek van projecten

Artikel

16

Financieringsvoorstel en financieringsbesluit

Artikel

17

Financieringsovereenkomst

Artikel

18

Kostenoverschrijding

Artikel

19

Financiering met terugwerkende kracht

HOOFDSTUK

4

AANBESTEDING EN PREFERENTIES

Artikel

20

Voorwaarden voor de deelname

Behoudens indien overeenkomstig de algemene voorschriften of overeenkomstig artikel 22 een uitzondering is toegestaan, gelden de volgende regels:

  • a.

    de deelname aan aanbestedingen en de gunning van het door het Fonds gefinancierde opdrachten staan op gelijke voorwaarden open voor:

    • i.

      natuurlijke personen, vennootschappen, overheidsinstellingen of semi-overheidsinstellingen van de ACS-staten en de lidstaten;

    • ii.

      coöperaties en andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen uit de lidstaten en/of de ACS-staten; en

    • iii.

      gezamenlijke ondernemingen of consortia van ondernemingen of vennootschappen uit ACS-staten en/of lidstaten.

  • b.

    leveringen moeten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap en/of uit ACS-staten. In dit verband wordt de definitie van „producten van oorsprong” beoordeeld aan de hand van de relevante internationale overeenkomsten en worden leveringen van oorsprong uit de landen en gebieden overzee aangemerkt als leveringen van oorsprong uit de Gemeenschap.

Artikel

21

Deelname op gelijke voorwaarden

De ACS-staten en de Commissie treffen de nodige maatregelen voor een zo ruim mogelijke deelname, op gelijke voorwaarden, aan aanbestedingen van opdrachten voor werken, leveringen en diensten; dit betreft onder meer:

  • a.

    erop toezien dat aanbestedingen via het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, de staatsbladen van alle ACS-staten en alle andere geschikte media bekend worden gemaakt;

  • b.

    uitsluiting van discriminerende praktijken en technische specificaties die ruime deelname op gelijke voorwaarden kunnen verhinderen;

  • c.

    bevordering van samenwerking tussen ondernemingen uit de lidstaten en de ACS-staten;

  • d.

    erop toezien dat alle gunningscriteria in het aanbestedingsdossier zijn vermeld; en

  • e.

    erop toezien dat de gekozen inschrijving voldoet aan de voorwaarden en criteria van het aanbestedingsdossier.

Artikel

22

Uitzonderingen

Artikel

23

Aanbesteding

De ACS-staten kunnen de Commissie verzoeken rechtstreeks of door bemiddeling van haar bevoegde instantie in hun naam over opdrachten voor diensten te onderhandelen en de overeenkomsten vast te stellen, te sluiten en ten uitvoer te leggen.

Artikel

24

Eigen beheer

Artikel

25

Opdrachten voor spoedhulp

De uitvoering van opdrachten voor spoedhulp moet afgestemd zijn op de urgentie van de situatie. Daartoe kan de ACS-staat voor alle operaties die betrekking hebben op spoedhulp met instemming van het hoofd van de delegatie toestemming geven tot:

  • a.

    het sluiten van onderhandse overeenkomsten;

  • b.

    de uitvoering van opdrachten in eigen beheer;

  • c.

    tenuitvoerlegging via gespecialiseerde instellingen; en

  • d.

    rechtstreekse uitvoering door de Commissie.

Artikel

26

Preferenties

Om optimaal gebruik van de fysieke en menselijke middelen van de ACS-staten mogelijk te maken, worden maatregelen getroffen om zo breed mogelijke deelname van natuurlijke personen en rechtspersonen uit de ACS-staten aan de uitvoering van door het Fonds gefinancierde opdrachten te bevorderen. Hiertoe geldt het volgende:

  • a.

    bij opdrachten voor werken van minder dan 5 miljoen euro wordt aan inschrijvers uit ACS-staten bij het vergelijken van inschrijvingen van gelijkwaardige economische, technische en administratieve kwaliteit een preferentie van 10% toegekend, mits ten minste een vierde van het kapitaal en een vierde van het leidinggevend personeel van oorsprong zijn uit een of meer ACS-staten;

  • b.

    bij opdrachten voor leveringen, ongeacht het bedrag, wordt aan inschrijvers uit ACS-staten die leveringen aanbieden waarvoor ten minste 50% van de contractwaarde van ACS-oorsprong is, bij het vergelijken van inschrijvingen van gelijkwaardige economische, technische en administratieve kwaliteit een preferentie van 15% toegekend;

  • c.

    bij opdrachten voor diensten wordt, mits aan de bekwaamheidseisen is voldaan, voorrang gegeven aan:

    • i.

      deskundigen, instellingen of adviesbureaus uit ACS-staten, wanneer inschrijvingen van gelijkwaardige economische en technische kwaliteit worden vergeleken;

    • ii.

      aanbiedingen van een onderneming uit de ACS die deelneemt in een consortium met Europese partners; en

    • iii.

      aanbiedingen van Europese inschrijvers met onderaannemers of deskundigen uit de ACS.

  • d.

    gekozen inschrijvers geven, indien zij gebruik maken van onderaannemers, voorrang aan natuurlijke personen en ondernemingen uit de ACS-staten die in staat zijn de opdracht op het vereiste niveau uit te voeren; en

  • e.

    de ACS-staat kan in de aanbesteding aan gegadigden de bijstand aanbieden van andere ondernemingen, deskundigen of adviseurs uit de ACS die in gezamenlijk overleg zijn gekozen. Deze samenwerking kan gestalte krijgen in de vorm van een gezamenlijke onderneming of onderaanneming of ook in die van opleiding van het personeel bij de werkzaamheden.

Artikel

27

Gunning van opdrachten

Artikel

28

Algemene voorschriften voor opdrachten

Artikel

29

Algemene voorwaarden voor opdrachten

De uitvoering van door het Fonds gefinancierde opdrachten voor werken, leveringen en diensten geschiedt:

  • a.

    volgens de algemene voorwaarden van toepassing op door het Fonds gefinancierde overeenkomsten die tijdens de eerste vergadering na de ondertekening van deze Overeenkomst op aanbeveling van het ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering als bedoeld in deze Overeenkomst, bij besluit van de Raad van Ministers zullen worden aangenomen; of

  • b.

    voor medegefinancierde projecten en programma's of wanneer een uitzonderingsbepaling is gemaakt voor uitvoering door derden, of in geval van een versnelde procedure, of in andere relevante gevallen, volgens andere algemene voorwaarden die door de betrokken ACS-staat en de Gemeenschap zijn overeengekomen, en wel:

    • i.

      de algemene voorwaarden voor overheidsopdrachten krachtens de nationale wetgeving van de betrokken ACS-staat of de praktijken die in deze staat op het gebied van internationale opdrachten zijn toegelaten; of

    • ii.

      andere internationale algemene voorwaarden op het gebied van opdrachten.

Artikel

30

Geschillenbeslechting

Geschillen tussen de overheidsinstanties van een ACS-staat en een aannemer, leverancier of dienstverlener bij de uitvoering van een uit het Fonds gefinancierde overeenkomst worden beslecht:

  • a.

    in geval van een nationale opdracht volgens de nationale wetgeving van de betrokken ACS-staat; en

  • b.

    in geval van een transnationale overeenkomst:

    • i.

      indien de partijen bij de overeenkomst zulks overeenkomen, overeenkomstig de nationale wetgeving van de betrokken ACS-staat of de gebruikelijke praktijk van die staat voor internationale overeenkomsten; of

    • ii.

      door arbitrage overeenkomstig de procesvoorschriften die tijdens de eerste vergadering na de ondertekening van de Overeenkomst op aanbeveling van het ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering, bij besluit van de Raad van Ministers zullen worden vastgesteld.

Artikel

31

Belasting- en douaneregelingen

HOOFDSTUK

5

FOLLOW-UP EN EVALUATIE

Artikel

32

Doelstellingen

De follow-up en de evaluatie hebben ten doel de ontwikkelingsactiviteiten (voorbereiding en uitvoering en daaropvolgende acties) op onafhankelijke wijze te evalueren ten einde de doeltreffendheid van lopende en toekomstige ontwikkelingsactiviteiten te verbeteren.

Artikel

33

Modaliteiten

HOOFDSTUK

6

MET HET BEHEER EN DE UITVOERING BELASTE FUNCTIONARISSEN

Artikel

34

Hoofdordonnateur

Artikel

35

Nationale ordonnateur

Artikel

36

Hoofd van de delegatie

Artikel

37

Betalingen en betalingsgemachtigden

Bijlage

V

Handelsregeling die tijdens de in artikel 37, lid 1, bedoelde voorbereidingsperiode van toepassing is

HOOFDSTUK

1

ALGEMENE HANDELSREGELINGEN

Artikel

1

Producten van oorsprong uit de ACS-staten worden in de Gemeenschap vrij van douanerechten en heffingen van gelijke werking ingevoerd.

  • a.

    Voor producten van oorsprong uit de ACS-staten:

    • die in bijlage I bij het Verdrag zijn vermeld en die onder een gemeenschappelijke marktordening vallen in de zin van artikel 34 van het Verdrag, of

    • waarop, bij invoer in de Gemeenschap, bijzondere voorschriften van toepassing zijn die voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijke landbouwbeleid,

    neemt de Gemeenschap de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij voor een gunstiger behandeling in aanmerking komen dan dezelfde producten uit derde landen waarop de meestbegunstigingsclausule van toepassing is.

  • b.

    Indien de ACS-staten, tijdens de toepassing van deze overeenkomst, verzoeken dat nieuwe lijnen landbouwproductie of landbouwproducten die bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst niet voor bijzondere regelingen in aanmerking kwamen, toch voor deze regelingen in aanmerking komen, zal de Gemeenschap deze verzoeken in overleg met de ACS-staten onderzoeken.

  • c.

    In afwijking van het bovenstaande zal de Gemeenschap, gezien de bijzondere betrekkingen en de bijzondere aard van de ACS-EG-samenwerking, de verzoeken van ACS-staten voor een preferentiële toegang voor hun landbouwproducten tot de markt van de Gemeenschap per geval onderzoeken en zal zij haar besluiten ten aanzien van deze met redenen omklede verzoeken zo mogelijk binnen vier maanden, en in ieder geval binnen zes maanden, na de indiening mededelen.

    In het kader van punt a neemt de Gemeenschap haar besluiten met name onder verwijzing naar concessies aan derde landen die ontwikkelingslanden zijn. Zij houdt rekening met de mogelijkheden die het op de markt brengen van producten buiten het normale seizoen biedt.

  • d.

    De onder a bedoelde regelingen treden in werking op het tijdstip waarop deze overeenkomst in werking treedt en blijven van toepassing tijdens de duur van de in artikel 37, lid 1, bedoelde voorbereidingsperiode.

    Echter, indien de Gemeenschap, tijdens deze periode:

    • de gemeenschappelijke marktordening of bijzondere voorschriften uit hoofde van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijke landbouwbeleid op een of meer producten van toepassing verklaart, behoudt zij zich het recht voor de invoerregeling voor deze producten van oorsprong uit de ACS-staten aan te passen, na overleg in de Raad van Ministers. In dit geval is het bepaalde onder a van toepassing;

    • de gemeenschappelijke marktordening voor een bepaald product of de bijzondere voorschriften uit hoofde van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijke landbouwbeleid wijzigt, behoudt zij zich het recht voor de regeling voor dat product van oorsprong uit de ACS-staten te wijzigen, na overleg in de Raad van Ministers. In dit geval neemt de Gemeenschap maatregelen om ervoor te zorgen dat het product van oorsprong uit de ACS-staten een behandeling verkrijgt die vergelijkbaar is met de eerder verkregen behandeling en die gunstiger is ten opzichte van het product uit derde landen dat voor de meestbegunstigingsclausule in aanmerking komt.

  • e.

    Wanneer de Gemeenschap voornemens is een preferentiële overeenkomst met derde landen te sluiten, deelt zij dit aan de ACS-staten mede. Overleg zal plaatsvinden indien de ACS-staten hierom verzoeken ten einde hun belangen te beschermen.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Elke Partij bij de overeenkomst deelt haar douanetarieven binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan de Raad van Ministers mede. Elke Partij bij de overeenkomst deelt ook wijzigingen op de douanetarieven mede zodra deze in werking treden.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De Raad van Ministers onderzoekt op verzoek van een betrokken Partij bij de overeenkomst de economische en sociale gevolgen van de toepassing van de vrijwaringsclausule.

Artikel

11

Wanneer vrijwaringsmaatregelen worden vastgesteld, gewijzigd of ingetrokken, wordt bijzondere aandacht geschonken aan de belangen van de minstontwikkelde, niet aan zee grenzende en insulaire ACS-staten.

Artikel

12

De Partijen bij de overeenkomst informeren en raadplegen elkaar om ervoor te zorgen dat deze bijlage daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd.

Naast de gevallen waarvoor, bij de leden 2 tot en met 9, specifiek in overleg is voorzien, vindt overleg, op verzoek van de Gemeenschap of van de ACS-staten, met name ook plaats in de volgende gevallen:

  • 1.

    wanneer de Partijen bij de overeenkomst voornemens zijn handelsmaatregelen te treffen die de belangen van een of meer partijen bij deze overeenkomst kunnen schaden, delen zij dit mede aan de Raad van Ministers. Op verzoek van de betrokken Partijen bij de overeenkomst vindt overleg plaats ten einde rekening te houden met de belangen van de verschillende partijen;

  • 2.

    indien de ACS-staten, tijdens de geldigheidsduur van de bijlage, van oordeel zijn dat de in lid 1, onder 2 a, bedoelde landbouwproducten die niet onder een bijzondere regeling vallen, eveneens voor deze bijzondere regeling in aanmerking dienen te komen, kan in de Raad van Ministers overleg worden gepleegd;

  • 3.

    wanneer een Partij bij de overeenkomst van oordeel is dat de bestaande voorschriften van een andere Partij bij de overeenkomst of de interpretatie, de toepassing of het beheer van die voorschriften een belemmeringen vormen voor het goederenverkeer;

  • 4.

    wanneer de Gemeenschap vrijwaringsmaatregelen neemt op grond van artikel 8 van deze bijlage, kan op verzoek van de betrokken Partijen bij de overeenkomst in de Raad van Ministers overleg over deze maatregelen worden gepleegd, met name om erop toe te zien dat aan de voorwaarden van lid 8, onder 3, is voldaan.

    Dit overleg moet binnen drie maanden zijn beëindigd.

HOOFDSTUK

2

BIJZONDERE VERBINTENISSEN INZAKE SUIKER, RUND- EN KALFSVLEES

Artikel

13

Artikel

14

De bijzondere verbintenis inzake rund- en kalfsvlees, als in het hieraan gehechte Protocol 4 omschreven, is van toepassing.

HOOFDSTUK

3

SLOTBEPALINGEN

Artikel

15

De aan deze bijlage gehechte Protocollen maken deel uit van deze bijlage.

Protocol

1

betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en de methoden van administratieve samenwerking

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product”: het verkregen product, zelfs indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen”: zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);

  • f.

    „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht, voorzover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in het betrokken gebied is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen als omschreven onder g, welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van de in de Gemeenschap, de ACS-staten of de landen en gebieden overzee (LGO's) ingevoerde materialen uit derde landen;

  • j.

    „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit Protocol „het geharmoniseerde systeem” of „GS” genoemd;

  • k.

    „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending”: producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;

  • m.

    „gebieden”: ook de territoriale wateren.

TITEL

II

OMSCHRIJVING VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Geheel en al verkregen producten

Artikel

4

Toereikende bewerking of verwerking

Artikel

5

Ontoereikende bewerking of verwerking

Artikel

6

Cumulatie van de oorsprong

Cumulatie met de LGO's en de Gemeenschap

Cumulatie met Zuid-Afrika

Cumulatie met naburige ontwikkelingslanden

Artikel

7

Determinerende eenheid

Artikel

8

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

9

Stellen of assortimenten

Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

10

Neutrale elementen

Om de oorsprong van een product te bepalen behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van de bij de vervaardiging van dat product gebruikte

  • a.

    energie en brandstof,

  • b.

    fabrieksuitrusting,

  • c.

    machines en werktuigen, en

  • d.

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

11

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

12

Rechtstreeks vervoer

Artikel

13

Tentoonstellingen

TITEL

IV

BEWIJS VAN DE OORSPRONG

Artikel

14

Algemene eisen

Artikel

15

Procedure voor de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

16

Afgifte achteraf van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

17

Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

18

Afgifte van een EUR.1-certificaat aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in een ACS-staat of in de Gemeenschap onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer EUR.1-certificaten worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats binnen de ACS-staten of de Gemeenschap. Dit certificaat of deze certificaten word(t)(en) afgegeven door het douanekantoor dat toezicht houdt op de producten.

Artikel

19

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring

Artikel

20

Toegelaten exporteur

Artikel

21

Geldigheid van het bewijs van oorsprong

Artikel

22

Doorvoerprocedure

Wanneer de goederen een andere ACS-staat of een andere LGO dan het land van oorsprong binnenkomen, gaat een nieuwe geldigheidsduur van vier maanden in op de datum waarop de douaneautoriteiten van het land van doorvoer in vak 7 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1:

  • het woord „transit”,

  • de naam van het land van doorvoer,

  • het officiële stempel, waarvan een voorbeeld overeenkomstig artikel 31 aan de Commissie is toegezonden,

  • de datum van deze verklaringen,

hebben aangebracht.

Artikel

23

Overlegging van het bewijs van oorsprong

Bewijzen van de oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen eisen dat het bewijs van de oorsprong wordt vertaald. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van bijlage V voldoen.

Artikel

24

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel

25

Vrijstelling van bewijs van de oorsprong

Artikel

26

Inlichtingen ten behoeve van de cumulatie

Artikel

27

Bewijsstukken

De in artikel 15, lid 3, en artikel 19, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een EUR.1-certificaat of een factuurverklaring worden gedekt producten van oorsprong zijn uit een ACS-staat of uit een van de andere in artikel 6 bedoelde landen en aan de andere voorwaarden van dit Protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;

  • b.

    in een ACS-staat of in een van de andere in artikel 6 bedoelde landen afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in een ACS-staat, in de Gemeenschap of in een LGO afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking van de materialen in de ACS-staten, in de Gemeenschap of in de LGO's blijkt;

  • d.

    EUR.1-certificaten of factuurverklaringen waaruit blijkt dat de gebruikte materialen van oorsprong zijn, die overeenkomstig dit Protocol in een ACS-staat of in een van de andere in artikel 6 bedoelde landen zijn afgegeven of opgesteld.

Artikel

28

Bewaring van het bewijs van de oorsprong en de bewijsstukken

Artikel

29

Verschillen en vormfouten

Artikel

30

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL

V

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

31

Wederzijdse bijstand

Artikel

32

Controle van de bewijzen van de oorsprong

Artikel

33

Controle van de leveranciersverklaring

Artikel

34

Regeling van geschillen

Geschillen ten aanzien van de in de artikelen 32 en 33 bedoelde controles die de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die de controle moesten uitvoeren niet onderling kunnen regelen, en problemen in verband met de interpretatie van dit Protocol worden voorgelegd aan het bij artikel 37 bedoelde Comité Douanesamenwerking.

In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen de importeur en de douaneautoriteiten van dat land.

Artikel

35

Sancties

Tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel producten onder de preferentiële regeling te doen vallen, worden sancties getroffen.

Artikel

36

Vrije zones

Artikel

37

Comité voor douanesamenwerking

Artikel

38

Afwijkingen

TITEL

VI

CEUTA EN MELILLA

Artikel

39

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

40

Herziening van de oorsprongsregels

Overeenkomstig artikel 7 van bijlage V worden de toepassing en de economische consequenties van dit Protocol jaarlijks of telkens wanneer de ACS-staten of de Gemeenschap daartoe een verzoek indienen, door de Raad van Ministers aan een onderzoek onderworpen met het doel daarin de noodzakelijk geachte wijzigingen of aanpassingen aan te brengen.

De Raad van Ministers houdt onder meer rekening met de mogelijke gevolgen van de technologische ontwikkelingen voor de regels van oorsprong.

De genomen besluiten worden zo spoedig mogelijk ten uitvoer gelegd.

Artikel

41

Bijlagen

De bijlagen bij dit Protocol maken deel uit van dit Protocol.

Artikel

42

Tenuitvoerlegging

De Gemeenschap en de ACS-staten nemen, ieder voor zich, de maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van dit Protocol.

Protocol

2

betreffende de tenuitvoerlegging van artikel 9

  • 1.

    De partijen bij de Overeenkomst zijn overeengekomen alles in het werk te stellen om te voorkomen dat gebruik wordt gemaakt van de in artikel 8 bedoelde vrijwaringsmaatregelen.

  • 2.

    Beide partijen worden geleid door de overtuiging dat de toepassing van artikel 9, leden 4 en 5, hen in staat zal stellen om eventuele problemen in een vroeg stadium te onderkennen en om, rekening houdend met alle ter zake dienende gegevens, zoveel mogelijk te voorkomen dat gebruik wordt gemaakt van maatregelen die de Gemeenschap haars ondanks zou moeten treffen ten aanzien van haar preferentiële handelspartners.

  • 3.

    Beide partijen erkennen dat een systeem van voorafgaande informatie als bedoeld in artikel 9, lid 4, moet worden toegepast om te voorkomen dat onverwacht vrijwaringsmaatregelen moeten worden genomen ten aanzien van gevoelige producten. Dit systeem houdt in dat voortdurend handelsinformatie wordt uitgewisseld en dat geregeld overleg wordt gepleegd. Op deze wijze kunnen beide partijen de ontwikkelingen in gevoelige sectoren op de voet volgen en eventuele problemen onderkennen.

  • 4.

    In verband hiermee zijn de volgende twee regelingen ingesteld:

    • a.

      Statistisch toezicht

      Onverminderd de interne regelingen die de Gemeenschap voor het toezicht op de invoer kan toepassen, voorziet artikel 9, lid 4, in een statistisch toezicht op de invoer in de Gemeenschap van bepaalde goederen uit de ACS-Staten ten einde het onderzoek naar marktverstorende factoren te vergemakkelijken.

      Dit toezicht, dat uitsluitend een betere uitwisseling van informatie tussen de partijen beoogt, geldt slechts voor producten die de Gemeenschap, wat haar betreft, als gevoelig beschouwt.

      Dit toezicht wordt in onderlinge overeenstemming toegepast aan de hand van door de Gemeenschap te verstrekken gegevens en met behulp van statistisch materiaal dat de ACS-Staten de Commissie op haar verzoek zullen doen toekomen.

      Voor een goede werking van dit toezicht moeten de betrokken ACS-Staten de Commissie, zo mogelijk maandelijks, de statistieken doen toekomen van hun uitvoer naar de Gemeenschap en naar elk van de lidstaten van de Gemeenschap van producten die de Gemeenschap als gevoelig beschouwt.

    • b.

      Geregeld overleg

      Met behulp van bovengenoemd statistisch toezicht kunnen beide partijen de ontwikkelingen in het handelsverkeer die problemen kunnen opleveren, beter volgen. Op grond van de aldus verkregen informatie kunnen de Gemeenschap en de ACS-Staten overeenkomstig artikel 9, lid 5, op gezette tijden overleg plegen om erop toe te zien dat de doelstellingen van dit artikel worden gerealiseerd. Dit overleg heeft plaats op verzoek van een der partijen.

  • 5.

    Als de voorwaarden voor de toepassing van vrijwaringsmaatregelen volgens artikel 8 zijn vervuld, moet de Gemeenschap, overeenkomstig artikel 9, lid 1, inzake het overleg voorafgaand aan de eventuele toepassing van vrijwaringsmaatregelen, onmiddellijk met de betrokken ACS-Staten in overleg treden en hun alle daartoe nodige informatie verstrekken, met name gegevens aan de hand waarvan kan worden beoordeeld in hoeverre de binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten door de invoer van een bepaald product uit een of meer ACS-Staten ernstige schade lijden of dreigen te lijden, in hoeverre een economische sector van de Gemeenschap door de invoer van een bepaald product uit een of meer ACS-Staten ernstig is verstoord of dreigt te worden verstoord en in hoeverre moeilijkheden zijn ontstaan of dreigen te ontstaan waardoor de economische situatie van een regio van de Gemeenschap ernstig achteruit kan gaan.

  • 6.

    Indien ondertussen geen andere regelingen met de betrokken ACS-Staat of ACS-Staten zijn getroffen, kunnen de bevoegde instanties van de Gemeenschap, na het verstrijken van de voor dit overleg gestelde termijn van 21 dagen, de maatregelen nemen die voor de tenuitvoerlegging van artikel 8 noodzakelijk zijn. De ACS-Staten worden onmiddellijk in kennis gesteld van deze maatregelen, die terstond van toepassing zijn.

  • 7.

    De toepassing van deze procedure doet niet af aan de maatregelen die volgens artikel 9, lid 3, op grond van bijzondere factoren kunnen worden genomen. In dat geval worden alle dienstige gegevens onmiddellijk aan de ACS-Staten meegedeeld.

  • 8.

    In elk geval zal bijzondere aandacht worden geschonken aan de belangen van de minst ontwikkelde, niet aan zee grenzende en insulaire ACS-Staten.

Protocol

3

houdende de tekst van Protocol 3 betreffende ACS-suiker

bij de op 28 februari 1975 ondertekende ACS-EEG-Overeenkomst van Lomé met de hierop betrekking hebbende verklaringen die aan die Overeenkomst zijn gehecht

PROTOCOL 3 betreffende ACS-suiker

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Aankoop tegen de in artikel 5, lid 3, bedoelde gegarandeerde prijs geschiedt via de interventiebureaus of via andere door de Gemeenschap aangewezen gemachtigden.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Bijzondere suikersoorten die van oudsher aan Lid-Staten worden geleverd door bepaalde suikerexporterende ACS-Staten worden meegerekend voor en op dezelfde wijze behandeld als de in artikel 3 genoemde hoeveelheden.

Artikel

10

De bepalingen van dit Protocol blijven van kracht na de in artikel 91 van de Overeenkomst vermelde datum. Na die datum kan de Gemeenschap ten aanzien van elke ACS-Staat en kan elke ACS-Staat ten aanzien van de Gemeenschap het Protocol opzeggen, met inachtneming van een opzeggingstermijn van twee jaar.

Protocol

4

betreffende rund- en kalfsvlees

De Gemeenschap en de ACS-Staten komen de volgende bijzondere maatregelen overeen om de traditionele rund- en kalfsvleesexporterende ACS-Staten in staat te stellen hun positie op de markt van de Gemeenschap te behouden en hun producenten aldus een bepaald inkomensniveau te garanderen.

Artikel

1

Binnen de in artikel 2 vastgestelde grenzen worden de douanerechten, andere dan de ad-valoremrechten, op rund- en kalfsvlees van oorsprong uit de ACS-Staten met 92 % verlaagd.

Artikel

2

Onverminderd artikel 4, heeft de in artikel 1 vastgestelde verlaging van de douanerechten per kalenderjaar en per land betrekking op de onderstaande hoeveelheden, uitgedrukt in vlees zonder been:

Botswana

18.916 ton

Kenia

142 ton

Madagascar

7.579 ton

Swaziland

3.363 ton

Zimbabwe

9.100 ton

Namibië

13.000 ton

Artikel

3

Mocht er een teruggang van deze uitvoer ten gevolge van rampen zoals droogte, wervelstormen of veeziekten verwacht of geconstateerd worden, dan is de Gemeenschap bereid passende maatregelen te overwegen zodat de om deze redenen in een bepaald jaar niet geëxporteerde hoeveelheden in het volgende jaar kunnen worden geleverd.

Artikel

4

Indien een van de in artikel 2 genoemde ACS-Staten in een bepaald jaar niet in staat is de totale toegestane hoeveelheid te leveren en niet in aanmerking wenst te komen voor de in artikel 3 bedoelde maatregelen, kan de Commissie het ontbrekende quantum over de andere betrokken ACS-Staten verdelen. In dat geval stellen de betrokken ACS-Staten de Commissie, uiterlijk op 1 september van het betrokken jaar, de ACS-Staat of ACS-Staten voor die een extra hoeveelheid kunnen leveren, terwijl zij ook vermelden welke ACS-Staat niet in staat is het totale hem toegewezen quantum te leveren, met dien verstande dat deze nieuwe tijdelijke toewijzing de aanvankelijke hoeveelheden niet mag wijzigen.

De Commissie ziet erop toe dat uiterlijk op 15 november een besluit zal zijn genomen.

Artikel

5

De uitvoering van dit Protocol geschiedt in het kader van het beheer van de gemeenschappelijke marktordening in de sector rund- en kalfsvlees, hetgeen echter geen invloed mag hebben op de verbintenissen van de Gemeenschap uit hoofde van dit Protocol.

Artikel

6

Bij toepassing van de in artikel 8, lid 1, van de bijlage betreffende de handelsregeling die tijdens de voorbereidingsperiode van toepassing is opgenomen vrijwaringsclausule op de sector rund- en kalfsvlees, neemt de Gemeenschap de nodige maatregelen om de uitvoer van de ACS-Staten naar de Gemeenschap te handhaven op een niveau dat verenigbaar is met de verbintenissen uit hoofde van dit Protocol.

Protocol

5

Het Tweede Bananenprotocol

Artikel

1

De ACS en de EU erkennen het zeer grote economische belang dat de bananenleveranciers in de ACS-Staten hebben bij de uitvoer van hun product naar de EU-markt. De EU stemt ermee in te onderzoeken welke maatregelen zo nodig genomen moeten worden om ervoor te zorgen dat deze leveranciers hun bananen kunnen blijven uitvoeren en op de markt van de Gemeenschap kunnen blijven afzetten.

Artikel

2

Elke betrokken ACS-Staat en de Gemeenschap zullen onderling overleg plegen om na te gaan welke maatregelen moeten worden genomen om de voorwaarden voor de productie en de afzet van bananen te verbeteren. Dit doel zal worden nagestreefd met alle middelen waarin de Overeenkomst voorziet uit hoofde van de financiële, technische, industriële en regionale samenwerking en samenwerking op het gebied van de landbouw. Deze maatregelen zullen zodanig zijn dat de ACS-Staten, en met name Somalië, hun concurrentievermogen kunnen verbeteren, gelet op de situatie van ieder van die staten. Er zullen maatregelen worden genomen voor alle stadia tussen productie en verbruik en met name de volgende:

  • verbetering van de productievoorwaarden en de kwaliteit door acties op het gebied van onderzoek, oogst, verpakking, laden en lossen;

  • vervoer en opslag;

  • marketing en handelsbevordering.

Artikel

3

Om deze doeleinden te bereiken komen beide partijen overeen overleg te plegen in een permanente gemengde groep, bijgestaan door een groep deskundigen, die tot taak heeft de specifieke problemen die onder hun aandacht worden gebracht doorlopend te bestuderen.

Artikel

4

Indien de bananenproducerende ACS-Staten besluiten een gemeenschappelijke organisatie op te richten om deze doelstellingen na te streven, zal de Gemeenschap deze organisatie steunen en de verzoeken in overweging nemen die eventueel tot haar worden gericht ter ondersteuning van de werkzaamheden van die organisatie die passen in het kader van de regionale programma's uit hoofde van de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering.

BIJLAGE

VI

Lijsten van de minst ontwikkelde, de niet aan zee grenzende en de insulaire ACS-staten

Volgende lijsten bevatten de namen van de minst ontwikkelde, niet aan zee grenzende en insulaire ACS-Staten.

MINST ONTWIKKELDE ACS-STATEN

Artikel

1

In het kader van deze Overeenkomst worden als minst ontwikkelde ACS-Staten beschouwd:

Angola

Mozambique

Benin

Niger

Burkina Faso

Rwanda

Burundi

Samoa

Kaapverdië

SaoTomé en Principe

Centraal-Afrikaanse Republiek

Sierra Leone

Tsjaad

Salomonseilanden

Comoren

Somalië

Democratische Republiek Congo

Sudan

Djibouti

Tanzania

Ethiopië

Tuvalu

Eritrea

Togo

Gambia

Uganda

Guinee

Vanuatu

Guinee-Bissau

Zambia

Equatoriaal-Guinea

Haïti

Kiribati

Lesotho

Liberia

Malawi

Mali

Mauritanië

Madagaskar

NIET AAN ZEE GRENZENDE ACS-STATEN

Artikel

2

Er zijn specifieke bepalingen en maatregelen vastgesteld om de niet aan zee grenzende ACS-Staten te steunen in hun streven de geografische moeilijkheden en belemmeringen die hun ontwikkeling in de weg staan, te overwinnen zodat zij hun ontwikkelingstempo kunnen versnellen.

Artikel

3

De niet aan zee grenzende ACS-staten zijn:

Botswana

Mali

Burkina Faso

Niger

Burundi

Rwanda

Centraal-Afrikaanse Republiek

Swaziland

Tsjaad

Uganda

Ethiopië

Zambia

Lesotho

Zimbabwe

Malawi

INSULAIRE ACS-STATEN

Artikel

4

Er zijn specifieke bepalingen en maatregelen vastgesteld om de insulaire ACS-Staten te steunen in hun streven de natuurlijke en geografische moeilijkheden en andere belemmeringen die hun ontwikkeling in de weg staan, te overwinnen zodat zij hun ontwikkelingstempo kunnen versnellen.

Artikel

5

De insulaire ACS-Staten zijn:

Antigua en Barbuda

Micronesië

Bahama’s

Nauru

Barbados

Niue

Kaapverdië

Palau

Comoren

Papoea-Nieuw-Guinea

Cookeilanden

Saint Kitts en Nevis

Dominica

Saint Lucia

Dominicaanse Republiek

Saint Vincent en de Grenadines

Fiji

Samoa

Grenada

Sao Tomé en Principe

Haïti

Seychellen

Jamaica

Salomonseilanden

Kiribati

Tonga

Madagaskar

Trinidad en Tobago

Marshalleilanden

Tuvalu

Mauritius

Vanuatu

Protocol

1

betreffende de huishoudelijke uitgaven van de gezamenlijke instellingen

  • 1.

    De Lid-Staten en de Gemeenschap enerzijds en de ACS-Staten anderzijds nemen de uitgaven voor hun rekening die voortvloeien uit hun deelneming aan de zittingen van de Raad van Ministers en de vergaderingen van de organen die daarvan afhankelijk zijn, zowel wat de personeelsuitgaven, de reis- en verblijfkosten als de frankerings- en telecommunicatiekosten betreft.

    De uitgaven voor tolkendiensten bij vergaderingen, alsmede voor de vertaling en vermenigvuldiging van de documenten, en de uitgaven in verband met de praktische organisatie van de vergaderingen (vergaderruimten, benodigdheden, bodes, enz.) van de gezamenlijke instellingen waarin deze Overeenkomst voorziet, worden door de Gemeenschap of door een van de ACS-Staten gedragen, naargelang de vergadering op het grondgebied van een lidstaat of op het grondgebied van een ACS-Staat plaatsvindt.

  • 2.

    De overeenkomstig artikel 98 van de Overeenkomst aangewezen scheidsrechters hebben recht op vergoeding van hun reis- en verblijfkosten. Deze laatste worden vastgesteld door de Raad van Ministers.

    De reis- en verblijfkosten van de scheidsrechters worden voor de helft door de Gemeenschap en voor de helft door de ACS-Staten gedragen. De uitgaven voor de door de scheidsrechters opgerichte griffie, voor de instructie van geschillen en voor de materiële organisatie van de zittingen (vergaderruimten, personeel, tolkendiensten, enz.) worden door de Gemeenschap gedragen. De uitgaven voor buitengewone instructiemaatregelen worden met de overige uitgaven vereffend en worden door de partijen voorgeschoten op de in een beschikking van de scheidsrechters bepaalde wijze.

  • 3.

    De ACS-Staten stellen een door hun Algemeen Secretariaat te beheren Fonds in waaruit wordt bijgedragen aan de financiering van de door de ACS-deelnemers op de bijeenkomsten van de Paritaire Parlementaire Vergadering en de Raad van Ministers gedane uitgaven.

    De ACS-Staten leveren een bijdrage aan dit Fonds. Ten einde het actief deelnemen van alle ACS-Staten aan de binnen de ACS-EU-instellingen gevoerde dialoog aan te moedigen, levert de Gemeenschap aan dit Fonds een bijdrage overeenkomstig het bepaalde in het Financieel Protocol (EUR 4 miljoen in overeenstemming met het eerste financieel protocol).

    De voor het Fonds in aanmerking komende uitgaven beantwoorden aan de in punt 1 omschreven evenals aan de volgende voorwaarden:

    • Zij moeten zijn gedaan door parlementsleden of, bij hun afwezigheid, door andere overeenkomstige ACS-vertegenwoordigers die buiten het land dat zij vertegenwoordigen moeten reizen ten einde deel te nemen aan zittingen van de Paritaire Parlementaire Vergadering, vergaderingen van werkgroepen of missies in opdracht van deze instanties, of als gevolg van de deelname van bedoelde vertegenwoordigers en vertegenwoordigers van de civiele samenleving evenals economische en sociale actoren van de ACS-Staten aan in het kader van artikel 15 en 17 van de Overeenkomst gehouden overlegvergaderingen.

    • De besluiten inzake aard, organisatie, periodiciteit en plaats van vergaderingen, missies en werkgroepactiviteiten moeten zijn genomen in overeenstemming met de voorschriften en procedures van de Raad van Ministers en de Paritaire Parlementaire Vergadering.

  • 4.

    De overlegvergaderingen en vergaderingen van economische en sociale actoren van de ACS-Staten en de EU worden georganiseerd door het Economisch en Sociaal Comité van de Europese Unie. Met betrekking tot deze vergaderingen wordt de bijdrage van de Gemeenschap voor het dekken van de deelnemingskosten van de economische en sociale actoren van de ACS-Staten rechtstreeks aan het Economisch en Sociaal Comité betaald.

    Het ACS-Secretariaat, de Raad van Ministers en de Paritaire Parlementaire Vergadering kunnen, in overeenstemming met de Commissie, de organisatie van overlegbijeenkomsten met de civiele samenleving van de ACS-Staten delegeren aan door de partijen goedgekeurde representatieve organisaties.

Protocol

2

betreffende de voorrechten en immuniteiten

De partijen bij de Overeenkomst,

Verlangende de goede werking van de Overeenkomst alsmede de voorbereiding van de daarmee samenhangende werkzaamheden en de uitvoering van de ter toepassing daarvan getroffen maatregelen te bevorderen door het sluiten van een Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten,

Overwegende dat derhalve de voorrechten en immuniteiten waarop de deelnemers aan werkzaamheden betreffende de toepassing van de Overeenkomst aanspraak kunnen maken, alsmede de regeling voor de officiële mededelingen in verband met deze werkzaamheden dienen te worden bepaald, zulks onverminderd het op 8 april 1965 te Brussel ondertekende Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen;

Overwegende voorts dat er een regeling inzake de eigendommen, fondsen en bezittingen van de Raad van ACS-Ministers en inzake het personeel daarvan dient te worden vastgesteld;

Overwegende dat bij de Overeenkomst van Georgetown van 6 juni 1975 de groep van ACS-Staten is opgericht en een Raad van ACS-Ministers en een Comité van Ambassadeurs zijn ingesteld; dat het secretariaat van de organen van de groep van ACS-Staten wordt waargenomen door het secretariaat van de ACS-Staten,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen die aan de Overeenkomst zijn gehecht:

HOOFDSTUK

1

PERSONEN DIE DEELNEMEN AAN DE WERKZAAMHEDEN MET BETREKKING TOT DE OVEREENKOMST

Artikel

1

De vertegenwoordigers van de Regeringen van de lidstaten en van de ACS-Staten en de vertegenwoordigers van de Instellingen van de Europese Gemeenschappen alsmede hun adviseurs en deskundigen en de personeelsleden van het secretariaat van de ACS-Staten die op het grondgebied van de lidstaten of van de ACS-Staten deelnemen hetzij aan de werkzaamheden van de instellingen van de Overeenkomst of van de coördinatieorganen, hetzij aan werkzaamheden met betrekking tot de toepassing van de Overeenkomst, genieten aldaar gedurende de uitoefening van hun ambt en op hun reizen naar of van de plaats van hun missie de gebruikelijke voorrechten, immuniteiten en faciliteiten.

De vorige alinea is eveneens van toepassing op de leden van de Paritaire Vergadering van de Overeenkomst, op de scheidsrechters die krachtens deze Overeenkomst kunnen worden aangewezen, op de leden van de eventueel op te richten raadgevende instanties van de economische en sociale groeperingen, op de ambtenaren en andere personeelsleden daarvan, op de leden van de organen van de Europese Investeringsbank en het personeel daarvan, alsmede op het personeel van het Centrum voor industriële ontwikkeling en het Centrum voor ontwikkeling van de landbouw.

HOOFDSTUK

2

EIGENDOMMEN, FONDSEN EN BEZITTINGEN VAN DE RAAD VAN ACS-MINISTERS

Artikel

2

De door de Raad van ACS-Ministers voor officiële doeleinden gebruikte gebouwen en lokalen zijn onschendbaar. Zij zijn vrijgesteld van huiszoeking, vordering, verbeurdverklaring of onteigening.

Tenzij zulks noodzakelijk is voor onderzoek in verband met ongevallen veroorzaakt door een motorvoertuig dat aan deze Raad toebehoort of voor zijn rekening aan het verkeer deelneemt, en behoudens in geval van door een dergelijk motorvoertuig veroorzaakte overtredingen van de verkeerswetgeving of ongevallen, kunnen de eigendommen en bezittingen van de Raad van ACS-Ministers zonder toestemming van de bij de Overeenkomst ingestelde Raad van Ministers niet worden getroffen door enige dwangmaatregel van bestuursrechtelijke of gerechtelijke aard.

Artikel

3

Het archief van de Raad van ACS-Ministers is onschendbaar.

Artikel

4

De Raad van ACS-Ministers, zijn bezittingen, inkomsten en andere eigendommen zijn vrijgesteld van alle directe belastingen.

Wanneer de Raad van ACS-Ministers belangrijke aankopen doet van onroerende of roerende goederen welke strikt noodzakelijk zijn voor zijn officiële taakuitoefening, waarbij indirecte belastingen of belastingen op de verkoop in de prijs zijn begrepen, zal het gastland, telkens wanneer dit mogelijk is, passende maatregelen treffen tot kwijtschelding of teruggave van deze belastingen.

Geen enkele vrijstelling wordt verleend van belastingen, heffingen, rechten en retributies welke vergoedingen voor verrichte diensten vormen.

Artikel

5

De Raad van ACS-Ministers is vrijgesteld van alle douanerechten, in- en uitvoerverboden en in- en uitvoerbeperkingen met betrekking tot goederen bestemd voor zijn officiële gebruik; de aldus ingevoerde goederen mogen op het grondgebied van het land waar zij zijn ingevoerd, niet worden verkocht of anderszins onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen, tenzij op voorwaarden welke door de Regering van dat land zijn goedgekeurd.

HOOFDSTUK

3

OFFICIËLE MEDEDELINGEN

Artikel

6

Voor hun officiële mededelingen en het overbrengen van al hun documenten genieten de Europese Gemeenschap, de gezamenlijke instellingen van de Overeenkomst en de coördinatieorganen op het grondgebied van de Staten die partij zijn bij de Overeenkomst, dezelfde behandeling als de internationale organisaties.

De officiële correspondentie en andere officiële mededelingen van de Europese Gemeenschap, van de gezamenlijke instellingen van de Overeenkomst en van de coördinatieorganen mogen niet aan censuur worden onderworpen.

HOOFDSTUK

4

PERSONEEL VAN HET SECRETARIAAT VAN DE ACS-STATEN

Artikel

7

Artikel

8

De Staat waar de Raad van ACS-Ministers is gevestigd, verleent aan de andere dan de in artikel 7, lid 1, bedoelde permanente personeelsleden van het secretariaat van de ACS-Staten slechts vrijstelling van rechtsvervolging voor daden die zij in hun officiële hoedanigheid en binnen de grenzen van hun ambtsbevoegdheden stellen. Deze vrijstelling geldt evenwel niet in geval van verkeersovertredingen door een permanent personeelslid van het secretariaat van de ACS-Staten of van schade veroorzaakt door een hem toebehorend of door hem bestuurd motorvoertuig.

Artikel

9

Naam, hoedanigheid en adres van de fungerend voorzitter van het Comité van Ambassadeurs, van de secretaris of secretarissen, de adjunct-secretaris of adjunct-secretarissen van de Raad van ACS-Ministers alsmede van de permanente personeelsleden van het secretariaat van de ACS-Staten worden op gezette tijden door de Voorzitter van de Raad van ACS-Ministers aan de Regering van de Staat waar deze Raad is gevestigd, medegedeeld.

HOOFDSTUK

5

DELEGATIES VAN DE COMMISSIE

Artikel

10

HOOFDSTUK

6

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

11

De in dit Protocol bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten worden aan de begunstigden uitsluitend in het belang van hun officiële ambt verleend.

De in dit Protocol bedoelde instellingen en organen moeten van de immuniteit afzien in alle gevallen waarin opheffing van de immuniteit naar hun mening niet strijdig is met hun belangen.

Artikel

12

Artikel 98 van de Overeenkomst is van toepassing op de geschillen betreffende dit Protocol. De Raad van ACS-Ministers en de Europese Investeringsbank kunnen tijdens een arbitrageprocedure partij zijn in een zaak.

Protocol

3

betreffende Zuid-Afrika

Artikel

1

Gekwalificeerde status

Artikel

2

Algemene bepalingen, politieke dialoog en gezamenlijke instellingen

Artikel

3

Samenwerkingsstrategieën

De bepalingen inzake samenwerkingsstategieën van deze Overeenkomst zijn van toepassing op de samenwerking tussen de EG en Zuid-Afrika.

Artikel

4

Financiële middelen

Artikel

5

Commerciële samenwerking

Artikel

6

Toepasselijkheid van protocollen en verklaringen

De aan deze overeenkomst gehechte protocollen en verklaringen betreffende niet op Zuid-Afrika toepasselijke gedeelten van de Overeenkomst, zijn niet op Zuid-Afrika van toepassing. Alle andere verklaringen en protocollen zijn op Zuid-Afrika van toepassing.

Artikel

7

Herzieningsclausule

Dit protocol kan bij besluit van de Raad van Ministers worden herzien.

Artikel

8

Toepasselijkheid

Onverminderd het bepaalde in voorgaande artikelen worden in volgende tabel de op Zuid-Afrika toepasselijke en niet toepasselijke artikelen van de Overeenkomst en haar bijlagen aangegeven.

Preambule

Deel 1, Titel I, Hoofdstuk 1: „Doeleinden, beginselen en actoren” (artikelen 1–7)

Deel 1, Titel II, „De politieke dimensie” artikelen 8–13

Deel 2, „Institutionele bepalingen”; artikelen 14–17

Overeenkomstig artikel 2 van dit protocol heeft Z-A in de gezamenlijke instellingen en organen geen stemrecht ten aanzien van besluiten die moeten worden genomen met betrekking tot bepalingen van de Overeenkomst welke niet op Z-A van toepassing zijn.

Deel 3, Titel I, „Ontwikkelingsstrategiën”.

Overeenkomstig artikel 5 wordt Zuid-Afrika als waarnemer betrokken bij de dialoog tussen de overeenkomstsluitende partijen zoals bedoeld in artikelen 34 tot en met 40.

Deel 3, Titel II, Economische en commerciële samenwerking.

Artikel 75.i (Bevordering van investeringen, steun voor de dialoog in het particuliere bedrijfsleven op regionaal niveau en tussen ACS en EU), Artikel 78 (Bescherming van investeringen)

Overeenkomstig artikel 4 heeft Zuid-Afrika het recht op bepaalde gebieden aan de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering deel te nemen, met dien verstande dat de deelname volledig wordt gefinancierd uit de middelen waarin wordt voorzien onder Titel VII van de TDCA. Overeenkomstig artikel 2 wordt Zuid-Afrika volledig betrokken bij de werkzaamheden van het bij artikel 83 opgerichte ACS-EG-Comité voor samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering zonder evenwel stemrecht te hebben met betrekking tot de bepalingen welke op Zuid-Afrika niet van toepassing zijn.

Deel 4, Samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering

Deel 5, Algemene bepalingen betreffende de minst ontwikkelde, niet aan zee grenzende en insulaire ACS-Staten, artikelen 84–90

Deel 6, Slotbepalingen, artikelen 91–100

Bijlage I (Financieel protocol)

Bijlage II, Financieringsvoorwaarden, Hoofdstuk 5 (link met artikel 78 / bescherming van investeringen)

Overeenkomstig artikel 4 heeft Zuid-Afrika het recht op bepaalde gebieden aan de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering deel te nemen, met dien verstande dat de deelname volledig wordt gefinancierd uit de middelen waarin wordt voorzien onder Titel VII van de TDCA.

Bijlage II,Financieringsvoorwaarden, Hoofdstukken 1, 2, 3 en 4

Bijlage III Institutionele ondersteuning (COD en TCLP)

Overeenkomstig artikel 4 heeft Zuid-Afrika het recht op bepaalde gebieden aan de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering deel te nemen, met dien verstande dat de deelname volledig wordt gefinancierd uit de middelen waarin wordt voorzien onder Titel VII van de TDCA.

Bijlage IV, Procedures voor tenuitvoerlegging en beheer: artikelen 6–14, (Regionale samenwerking) artikelen20–32 (Concurrentie en preferenties)

Overeenkomstig artikel 4 heeft Zuid-Afrika, voor zover TDCA-middelen worden aangewend voor het deelnemen aan maatregelen in het kader van de ACS-EG-samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering, het recht volwaardig deel te nemen aan de besluitvormingsprocedures betreffende de tenuitvoerlegging van bedoelde steunmaatregelen. Zuid-Afrikaanse natuurlijke personen en rechtspersonen komen bovendien in aanmerking voor het toegewezen krijgen van contracten welke worden gefinancierd uit de middelen waarin de Overeenkomst voorziet. Met betrekking daartoe worden aan Zuid-Afrikaanse inschrijvers echter niet dezelfde preferenties verleend als aan die uit de ACS-Staten.

Bijlage IV, artikelen 1–5 (nationale programmering); 15–19 (bepalingen betreffende projectcyclus), 27 (preferenties voor ACS-contractanten) en 34–38 (Uitvoerende instanties)

Bijlage V / Handelsregeling tijdens de voorbereidingsperiode

Bijlage VI; Lijsten van de minst ontwikkelde, niet aan zee grenzende en insulaire ACS-Staten

Slotakte

De gevolmachtigden van:

Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,

De President van de Bondsrepubliek Duitsland,

De President van de Helleense Republiek,

Zijne Majesteit de Koning van Spanje,

De President van de Franse Republiek,

De President van Ierland,

De President van de Italiaanse Republiek,

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

De Federale President van de Republiek Oostenrijk,

De President van de Portugese Republiek,

De President van de Republiek Finland,

De Regering van het Koninkrijk Zweden,

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal en bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, hierna „de Gemeenschap” genoemd, wier staten hierna „de lidstaten” worden genoemd,

en van de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en

de gevolmachtigden van:

De President van de Republiek Angola,

Hare Majesteit de Koningin van Antigua en Barbuda,

Het Staatshoofd van het Gemenebest van de Bahama's,

Het Staatshoofd van Barbados,

Hare Majesteit de Koningin van Belize,

De President van de Republiek Benin,

De President van de Republiek Botswana,

De President van Burkina Faso,

De President van de Republiek Boeroendi,

De President van de Republiek Kameroen,

De President van de Republiek Kaapverdië,

De President van de Centraal-Afrikaanse Republiek,

De President van de Republiek Tsjaad,

De President van de Islamitische Bondsrepubliek der Comoren,

De President van de Democratische Republiek Congo,

De President van de Republiek Congo,

De Regering van de Cookeilanden,

De President van de Republiek Ivoorkust,

De President van de Republiek Djibouti,

De Regering van het Gemenebest Dominica,

De President van de Dominicaanse Republiek,

De President van de Staat Eritrea,

De President van de Republiek Equatoriaal-Guinee,

De President van de Democratische Federale Republiek Ethiopië,

De President van de Soevereine Democratische Republiek Fiji,

De President van de Republiek Gabon,

De President en het Staatshoofd van de Republiek Gambia,

De President van de Republiek Ghana,

Hare Majesteit de Koningin van Grenada,

De President van de Republiek Guinee,

De President van de Republiek Guinee-Bissau,

De President van de Republiek Guyana,

De President van de Republiek Haïti,

Het Staatshoofd van Jamaica,

De President van de Republiek Kenia,

De President van de Republiek Kiribati,

Zijne Majesteit de Koning van het Koninkrijk Lesotho,

De President van de Republiek Liberia,

De President van de Republiek Madagaskar,

De President van de Republiek Malawi,

De President van de Republiek Mali,

De Regering van de Republiek der Marshalleilanden,

De President van de Islamitische Republiek Mauritanië,

De President van de Republiek Mauritius,

De Regering van de Federale Staten van Micronesië,

De President van de Republiek Mozambique,

De President van de Republiek Namibië,

De Regering van de Republiek Nauru,

De President van de Republiek Niger,

Het Hoofd van de Federale Republiek Nigeria,

De Regering van Niue,

De Regering van de Republiek Palau,

Hare Majesteit de Koningin van de Onafhankelijke Staat Papoea-Nieuw-Guinea,

De President van de Republiek Rwanda,

Hare Majesteit de Koningin van Saint Kitts en Nevis,

Hare Majesteit de Koningin van Saint Lucia,

Hare Majesteit de Koningin van Saint Vincent en de Grenadines,

Het Staatshoofd van de Onafhankelijke Staat Samoa,

De President van de Democratische Republiek Sao Tomé en Principe,

De President van de Republiek Senegal,

De President van de Republiek der Seychellen,

De President van de Republiek Sierra Leone,

Hare Majesteit de Koningin van de Salomonseilanden,

De President van de Democratische Republiek Somalië,

De President van de Republiek Zuid-Afrika,

De President van de Republiek Soedan,

De President van de Republiek Suriname,

Zijne Majesteit de Koning van het Koninkrijk Swaziland,

De President van de Verenigde Republiek Tanzania,

De President van de Republiek Togo,

Zijne Majesteit Koning Taufa'ahau Tupou IV van Tonga,

De President van de Republiek Trinidad en Tobago,

Hare Majesteit de Koningin van Tuvalu,

De President van de Republiek Oeganda,

De Regering van de Republiek Vanuatu,

De Regering van de Republiek Zambia,

De President van de Republiek Zimbabwe,

wier staten hierna „de ACS-staten” worden genoemd, anderzijds,

op 23 juni 2000 voor de ondertekening van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst te Cotonou bijeengekomen, hebben de volgende teksten goedgekeurd:

De ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en de volgende bijlagen en Protocollen:

Bijlage I:

Financieel Protocol

Bijlage II:

Financieringsvoorwaarden

Bijlage III:

Institutionele steun – Centrum voor de ontwikkeling van het bedrijfsleven (CDE) en Technisch centrum voor landbouwsamenwerking en plattelandsontwikkeling (CTA)

Bijlage IV:

Procedures voor de tenuitvoerlegging en het beheer

Bijlage V:

Handelsregeling die in de in artikel 37, lid 1, genoemde voorbereidingsperiode van toepassing is

Bijlage VI:

Lijst van minstontwikkelde insulaire en niet aan zee grenzende landen

Protocol 1

inzake werkingskosten van de gemeenschappelijke instellingen

Protocol 2

inzake voorrechten en immuniteiten

Protocol 3

inzake Zuid-Afrika

De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de ACS-Staten hebben de teksten van de hieronder genoemde en bij deze slotakte gevoegde verklaringen goedgekeurd:

Verklaring I

Gemeenschappelijke Verklaring over de actoren van het partnerschap (Artikel 6)

Verklaring II

Verklaring van de Commissie en de Raad van de Europese Unie over de clausule betreffende de terugkeer en terugname van illegale immigranten (Artikel 13(5))

Verklaring III

Gemeenschappelijke Verklaring over deelneming aan de Gemengde Parlementaire Vergadering (Artikel 17, lid 1)

Verklaring IV

Verklaring van de Gemeenschap over de financiering van het ACS-Secretariaat

Verklaring V

Verklaring van de Gemeenschap over de financiering van de gemeenschappelijke instellingen

Verklaring VI

Verklaring van de Gemeenschap over het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten

Verklaring VII

Verklaring van de lidstaten over het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten

Verklaring VIII

Gemeenschappelijke Verklaring over het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten

Verklaring IX

Gemeenschappelijke Verklaring over artikel 49, lid 2, inzake handel en milieu

Verklaring X

Verklaring van de ACS-Staten over handel en milieu

Verklaring XI

Gemeenschappelijke Verklaring over het culturele erfgoed van de ACS-Staten

Verklaring XII

Verklaring van de ACS-Staten over de teruggave van cultuurgoederen

Verklaring XIII

Gemeenschappelijke Verklaring over auteursrechten

Verklaring XIV

Gemeenschappelijke Verklaring over regionale samenwerking en de meest afgelegen regio's (Artikel 28)

Verklaring XV

Gemeenschappelijke Verklaring over toetreding

Verklaring XVI

Gemeenschappelijke Verklaring over de toetreding van de in Deel Vier van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde landen en gebieden

Verklaring XVII

Gemeenschappelijke Verklaring over Artikel 66 (schuldenverlichting) van de Overeenkomst

Verklaring XVIII

Verklaring van de EU over het Financieel Protocol

Verklaring XIX

Verklaring door de Raad en de Commissie over het Programmeringsproces

Verklaring XX

Gemeenschappelijke Verklaring over de gevolgen van schommelingen in de exportopbrengsten voor kwetsbare kleine, insulaire en niet aan zee grenzende ACS-Staten

Verklaring XXI

Verklaring van de Gemeenschap over Bijlage IV, Artikel 3

Verklaring XXII

Gemeenschappelijke Verklaring over de in artikel 1, lid 2, onder a) van Bijlage V bedoelde landbouwproducten

Verklaring XXIII

Gemeenschappelijke Verklaring over toegang tot de markt in het kader van het EG-ACS-Partnerschap

Verklaring XXIV

Gemeenschappelijke Verklaring over rijst

Verklaring XXV

Gemeenschappelijke Verklaring over rum

Verklaring XXVI

Gemeenschappelijke Verklaring over rund- en kalfsvlees

Verklaring XXVII

Gemeenschappelijke Verklaring over de regelingen betreffende de toegang van de in artikel 1, lid 2, van Bijlage V genoemde producten uit de ACS-Staten tot de markten van de Franse overzeese departementen

Verklaring XXVIII

Gemeenschappelijke Verklaring over samenwerking tussen de ACS-Staten en de naburige landen en gebieden overzee en Franse overzeese departmenten

Verklaring XXIX

Gemeenschappelijke Verklaring over producten waarop het gemeenschappelijke landbouwbeleid van toepassing is

Verklaring XXX

Verklaring van de ACS-Staten over Artikel 1 van Bijlage V

Verklaring XXXI

Verklaring van de Gemeenschap over Artikel 5, lid 2, onder a), van Bijlage V

Verklaring XXXII

Gemeenschappelijke Verklaring over non-discriminatie

Verklaring XXXIII

Verklaring van de Gemeenschap over artikel 8, lid 3, van Bijlage V

Verklaring XXXIV

Gemeenschappelijke Verklaring over artikel 12 van Bijlage V

Verklaring XXXV

Gemeenschappelijke Verklaring over Protocol 1 betreffende Artikel 7 van Bijlage V

Verklaring XXXVI

Gemeenschappelijke Verklaring over Protocol 1 bij Bijlage V

Verklaring XXXVII

Gemeenschappelijke Verklaring over Protocol 1 van Bijlage V inzake de oorsprong van visserijproducten

Verklaring XXXVIII

Verklaring van de Gemeenschap over Protocol 1 van Bijlage V inzake de reikwijdte van territoriale wateren

Verklaring XXXIX

Verklaring van de ACS-Staten over Protocol 1 bij Bijlage V inzake de oorsprong van visserijproducten

Verklaring XL

Gemeenschappelijke Verklaring over de toepassing van de afwijkende waarderegel voor tonijn

Verklaring XLI

Gemeenschappelijke Verklaring over Artikel 6, lid 11, van Protocol 1 bij Bijlage V

Verklaring XLII

Gemeenschappelijke Verklaring over de oorsprongsregels: cumulatie met Zuid-Afrika

Verklaring XLIII

Gemeenschappelijke Verklaring over bijlage 2 bij Protocol 1 bij Bijlage V

GEDAAN te Cotonou, de drieëntwintigste juni 2000.

Verklaring

I

Gemeenschappelijke Verklaring over de actoren van het partnerschap (Artikel 6)

De partijen zijn het erover eens dat de omschrijving van de „civiele samenleving” (maatschappelijk middenveld) aanzienlijk kan verschillen al naar gelang de sociaal-economische en culturele omstandigheden van elk ACS-land. Zij gaan er evenwel van uit dat onder meer de volgende organisaties onder deze omschrijving kunnen vallen: organisaties en instanties voor de mensenrechten, organisaties van niet-deskundigen, vrouwenorganisaties, jeugdverenigingen, organisaties voor kinderbescherming, milieugroeperingen, boerenbonden, consumentenverenigingen, religieuze organisaties, structuren ter bevordering van de ontwikkeling (NGO's, onderwijs- en onderzoekinstellingen), culturele verenigingen en de media.

Verklaring

II

Verklaring van de Commissie en de Raad van de Europese Unie over de clausule betreffende de terugkeer en terugname van illegale immigranten (Artikel 13, lid 5)

Artikel 13, lid 5, doet geen afbreuk aan de interne scheiding van de machten tussen de Gemeenschap en haar lidstaten wat de sluiting van terugname-overeenkomsten betreft.

Verklaring

III

Gemeenschappelijke Verklaring over deelneming aan de Gemengde Parlementaire Vergadering (Artikel 17, lid 1)

De partijen bij de overeenkomst bevestigen de rol van de Gemengde Parlementaire Vergadering bij de bevordering en verdediging van democratische processen door middel van een dialoog tussen parlementsleden, en stemmen ermee in dat vertegenwoordigers die geen parlementsleden zijn, als in Artikel 17 bepaald, uitsluitend in buitengewone omstandigheden aan de vergadering mogen deelnemen. Een dergelijke deelname is uitsluitend toegestaan indien de Gemengde Parlementaire Vergadering voor elke sessie toestemming heeft verleend.

Verklaring

IV

Verklaring van de Gemeenschap over de financiering van het ACS-Secretariaat

De Gemeenschap zal bijdragen aan de werkingskosten van het ACS-Secretariaat waartoe zij intra-ACS-samenwerkingsmiddelen zal aanwenden.

Verklaring

V

Verklaring van de Gemeenschap over de financiering van de gemeenschappelijke instellingen

De Gemeenschap is zich ervan bewust dat de uitgaven voor tolken op vergaderingen en voor de vertaling van documenten voornamelijk uitgaven zijn voor haar eigen behoeften en is daarom bereid deze uitgaven op zich te nemen, zoals ook in het verleden is gebeurd, zowel voor vergaderingen van de instellingen van de Overeenkomst in een lidstaat als voor vergaderingen in een ACS-Staat.

Verklaring

VI

Verklaring van de Gemeenschap over het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten

Het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten is vanuit het standpunt van het internationale recht een multilateraal besluit. Mochten echter in de gaststaat problemen rijzen betreffende de toepassing van dit Protocol, dan dienen deze door middel van een bilaterale overeenkomst met die staat te worden geregeld.

De Gemeenschap heeft nota genomen van de verzoeken van de ACS-Staten om enkele bepalingen van Protocol 2 te wijzigen, met name wat de status betreft van het personeel van het ACS-Secretariaat, het Centrum voor de Ontwikkeling van het Bedrijfsleven (CDE) en het Centrum voor de ontwikkeling van de landbouw (CTA).

De Gemeenschap is bereid naar wederzijds aanvaardbare oplossingen te zoeken ten aanzien van de verzoeken van de ACS-Staten om bovenbedoeld afzonderlijk rechtsinstrument vast te stellen.

In dit verband zal het gastland, zonder afbreuk te doen aan de voordelen waarvoor het ACS-Secretariaat, het CDE, het CTA en hun personeel momenteel in aanmerking komen:

  • 1.

    begrip tonen voor de interpretatie van het begrip „hoger personeel”, hetgeen betekent dat een interpretatie van dit begrip in onderling overleg zal worden vastgesteld;

  • 2.

    de bevoegdheden erkennen die de Voorzitter van de Raad van ACS-Ministers aan de Voorzitter van het ACS-EG-Comité van Ambassadeurs heeft gedelegeerd ter vereenvoudiging van de toepassing van Artikel 9 van het Protocol;

  • 3.

    het personeel van het ACS-Secretariaat, het CDE en het CTA faciliteiten verlenen om hun eerste installatie in het gastland te vergemakkelijken;

  • 4.

    op passende wijze belastinggerelateerde vraagstukken onderzoeken betreffende het ACS-Secretariaat, het CDE, het CTA en hun personeel.

Verklaring

VII

Verklaring van de lidstaten over het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten

De lidstaten streven ernaar, in het kader van hun wetgeving, de bewegingen binnen hun gebied van de bij de Gemeenschap geaccrediteerde ACS-diplomaten, de leden van het in artikel 7 van Protocol 2 bedoelde ACS-Secretariaat en van het hogere ACS-personeel van het CDE en het CTA bij de uitoefening van hun officiële functies te vergemakkelijken. De namen en functies van de leden van het ACS-Secretariaat worden overeenkomstig artikel 9 van genoemd Protocol bekendgemaakt.

Verklaring

VIII

Gemeenschappelijke Verklaring over het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten

Binnen het kader van hun wetgeving verlenen de ACS-Staten de delegaties van de Commissie voorrechten en immuniteiten die gelijk zijn aan die welke aan diplomatieke missies worden verleend, zodat deze delegaties de hen krachtens de Overeenkomst toegekende functies op correcte en doelmatige wijze kunnen vervullen.

Verklaring

IX

Gemeenschappelijke Verklaring over artikel 49, lid 2, inzake handel en milieu

Daar de partijen bij de overeenkomst zich ten zeerste bewust zijn van de bijzondere risico's die aan radioactief afval zijn verbonden, zullen zij zich onthouden van het storten van dergelijk afval op een wijze die inbreuk zou maken op de soevereiniteit van staten of de volksgezondheid in andere landen in gevaar zou brengen. Zij hechten het grootste belang aan de ontwikkeling van een internationale samenwerking om het milieu en de volksgezondheid tegen dergelijke risico's te beschermen. Zij bevestigen vastberaden te zijn een actieve rol te spelen bij de werkzaamheden van de IAEA om een internationaal erkende gedragscode tot stand te brengen.

In Richtlijn 92/3/Euratom van de Raad van 3 februari 1992 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van radioactieve afvalstoffen tussen lidstaten en naar en vanuit de Gemeenschap wordt onder „radioactief afval” materiaal verstaan dat radionucliden bevat of door radionucliden is gecontamineerd en dat niet voor verder gebruik is bestemd. De richtlijn is van toepassing op het vervoer van radioactief materiaal tussen de lidstaten en vanuit en naar de Gemeenschap wanneer het om hoeveelheden en concentraties gaat die de in artikel 3, lid 2, onder a en b, van Richtlijn 96/29/Euratom van 13 mei 1996 vermelde niveaus overschrijden. De vermelde niveaus zijn basisveiligheidsnormen voor de bescherming van de gezondheid van de bevolking in het algemeen en van personen die met bedoelde stoffen werken tegen de gevaren van ioniserende straling.

Op het vervoer van radioactief afval is een systeem van voorafgaande vergunning van toepassing dat is omschreven in Richtlijn 92/3/Euratom van de Raad van 3 februari 1992 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van radioactieve afvalstoffen tussen lidstaten en naar en vanuit de Gemeenschap. Volgens artikel 11, lid 1, onder b), van deze richtlijn geven de bevoegde autoriteiten van een lidstaat geen vergunning af voor het vervoer van radioactief afval naar een staat buiten de Gemeenschap die partij is bij de Vierde ACS-EEG-Overeenkomst, waarbij echter rekening wordt gehouden met artikel 14. De Gemeenschap ziet erop toe dat artikel 11 van Richtlijn 92/3/Euratom in die zin zal worden herzien dat het betrekking heeft op alle partijen bij de huidige overeenkomst die geen lid van de Gemeenschap zijn. Tot dat ogenblik zal de Gemeenschap handelen alsof de overeenkomst reeds op die partijen van toepassing is.

De partijen bij de Overeenkomst stellen alles in het werk om het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, alsmede de wijziging van 1995 op dit verdrag als vastgelegd in Besluit III/1, zo spoedig mogelijk te ondertekenen en te ratificeren.

Verklaring

X

Verklaring van de ACS-Staten over handel en milieu

De ACS-Staten zijn ernstig bezorgd over milieuproblemen in het algemeen en het grensoverschrijdende verkeer van gevaarlijk, nuclair en andere radioactief afval in het bijzonder.

Bij de interpretatie en toepassing van artikel 32, lid 1, onder d, van de Overeenkomst hebben de ACS-Staten verklaard vastbesloten te zijn zich te laten leiden door de beginselen en bepalingen van de Resolutie van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid inzake de Beheersing van het grensoverschrijdende verkeer en de verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen in Afrika die in document AHG 182 (XXV) is opgenomen.

Verklaring

XI

Gemeenschappelijke Verklaring over het culturele erfgoed van de ACS-Staten

  • 1.

    De partijen bij de overeenkomst geven uitdrukking aan hun gemeenschappelijke wil om het culturele erfgoed van elk ACS-land op internationaal, bilateraal en particulier niveau en in het kader van onderhavige overeenkomst te bewaren en te verrijken.

  • 2.

    De partijen bij de overeenkomst erkennen dat geschiedkundigen en onderzoekers uit de ACS-Staten toegang moeten hebben tot archieven ter bevordering van de informatie-uitwisseling over het culturele erfgoed van de ACS-Staten.

  • 3.

    Zij erkennen het nut van het verlenen van bijstand voor passende activiteiten, met name op het gebied van de opleiding, voor het behoud, de bescherming en het tentoonstellen van culturele eigendommen, monumenten en voorwerpen, met inbegrip van het uitvaardigen en toepassen van wetgeving terzake.

  • 4.

    Zij onderstrepen het belang van gemeenschappelijke culturele activiteiten, de vergemakkelijking van de mobiliteit van ACS- en Europese kunstenaars, alsmede de uitwisseling van voorwerpen die symbolisch zijn voor hun cultuur en beschaving om zodoende meer begrip en solidariteit tussen de bevolkingsgroepen te verkrijgen.

Verklaring

XII

Verklaring van de ACS-Staten over de teruggave van cultuurgoederen

De ACS-Staten dringen er bij de Gemeenschap en haar lidstaten op aan, daar deze het wettelijke recht van de ACS-Staten op culturele identiteit erkennen, stappen te ondernemen om uit de ACS-Staten weggenomen cultuurgoederen die zich nu in de lidstaten bevinden, terug te geven.

Verklaring

XIII

Gemeenschappelijke Verklaring over auteursrechten

De partijen bij de overeenkomst erkennen dat de bevordering van de bescherming van auteursrechten deel uitmaakt van de culturele samenwerking die ten doel heeft alle vormen van menselijke expressie te bevorderen. Voorts is een dergelijke bescherming een eerste vereiste om productie-, verspreidings- en publicatieactiviteiten te ontwikkelen.

Dienovereenkomstig zullen de beide partijen in het kader van de culturele samenwerking tussen de ACS-Staten en de EG de eerbiediging van de auteursrechten en naburige rechten trachten te bevorderen.

In dit kader en overeenkomstig de in de overeenkomst neergelegde regels en procedures kan de Gemeenschap financiële en technische steun verlenen voor de verspreiding van informatie over auteursrechten, de opleiding van bedrijven op het gebied van de bescherming van die rechten en het opstellen van nationale wetgeving voor een betere bescherming van die rechten.

Verklaring

XIV

Gemeenschappelijke Verklaring over regionale samenwerking en de meest afgelegen regio's (Artikel 28)

De verwijzing naar de meest afgelegen regio's hebben betrekking op de Spaanse autonome gemeenschap van de Canarische eilanden, de vier Franse overzeese departementen, namelijk Guadeloupe, Guyana, Martinique en Réunion, en de Portugese autonome regio's van de Azoren en Madeira.

Verklaring

XV

Gemeenschappelijke Verklaring over toetreding

Toetreding van een derde staat tot deze overeenkomst geschiedt overeenkomstig artikel 1 en de doelstellingen van artikel 2 die de ACP-Groep in de in november 1992 gewijzigde Overeenkomst van Georgetown heeft laten opnemen.

Verklaring

XVI

Gemeenschappelijke Verklaring over de toetreding van de in Deel Vier van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde landen en gebieden

De Gemeenschap en de ACS-Staten zijn bereid de in Deel Vier van het Verdrag bedoelde landen en gebieden die onafhankelijk zijn geworden toe te staan tot deze overeenkomst toe te treden indien zij hun betrekkingen met de Gemeenschap in deze vorm wensen te handhaven.

Verklaring

XVII

Gemeenschappelijke Verklaring over Artikel 66 (schuldenverlichting) van de Overeenkomst

De partijen zijn het eens over de volgende beginselen:

  • a.

    op langere termijn zullen de partijen trachten het initiatief voor arme landen met een zware schuldenlast te verbeteren en zullen zij een verdieping, verbreding en versnelling van de schuldenverlichting voor de ACS-Staten nastreven;

  • b.

    de partijen zullen tevens trachten steunmechanismen voor schuldenverlichting te mobiliseren en vast te stellen ten behoeve van ACS-Staten die nog niet voor het initiatief voor arme landen met een zware schuldenlast in aanmerking komen.

Verklaring

XVIII

Verklaring van de EU over het Financieel Protocol

Binnen het totaalbedrag van EUR 13 500 miljoen van het Negende EOF zal EUR 12 500 miljoen onmiddellijk beschikbaar worden gesteld zodra het Financieel Protocol in werking treedt. De resterende EUR 1 000 miljoen zal worden vrijgegeven op grond van de in punt 7 van het Financiële Protocol genoemde evaluatie van de resultaten die in 2004 zal worden uitgevoerd.

Bij de beoordeling van de behoeften aan nieuwe middelen zal geheel en al rekening worden gehouden met deze evaluatie en de uiterste datum waarop betalingsverplichtingen uit het Negende EOF kunnen worden aangegaan.

Verklaring

XIX

Verklaring door de Raad en de Commissie over het Programmeringsproces

De Gemeenschap en haar lidstaten verklaren nogmaals dat zij belang hechten aan de overeenkomst inzake een hervorming van het programmeringsproces voor de tenuitvoerlegging van bijstand uit het Negende EOF.

De Gemeenschap en haar lidstaten zijn van oordeel dat een correct toegepast controlemechanisme het belangrijkste instrument is voor een geslaagde programmering. Door de controles waarover ten behoeve van de implementatie van EOF 9 overeenstemming is bereikt, is de continuïteit van het programmeringproces gewaarborgd, terwijl ook de landenondersteuningsstrategie aan de hand van deze controles regelmatig kan worden bijgesteld in overeenstemming met de behoeften en de prestaties van de betrokken ACS-Staat.

Om de voordelen van de controles geheel te kunnen benutten en de doelmatigheid van het programmeringproces te waarborgen, verklaren de Gemeenschap en haar lidstaten nogmaals dat zij zich ertoe verbonden hebben zich aan de volgende beginselen te houden:

De controles moeten zoveel mogelijk in de betrokken ACS-Staat worden uitgevoerd. Dit doet echter geen afbreuk aan het recht van de lidstaten of de diensten van de Commissie het programmeringproces te volgen of zich in dit proces te mengen indien zij dit dienstig achten.

Er mag niet worden afgeweken van de termijnen die voor de voltooiing van de controles zijn vastgesteld.

De controles zijn geen geïsoleerd evenement in het programmeringproces. De controles zijn als beheerinstrumenten te beschouwen die ook rekening houden met de resultaten van de regelmatige (maandelijkse) dialoog tussen de Nationale Ordonnateur en het Hoofd van de Delegatie van de Commissie.

De controles mogen de administratieve werklast van een van de partijen niet zwaarder maken. De procedures en verslaggeving in verband met het programmeringproces moeten daarom op gedisciplineerde wijze verlopen. Te dien einde zal de rol van de lidstaten en van de Commissie in het besluitvormingsproces regelmatig aan een onderzoek worden onderworpen en zo nodig aangepast.

Verklaring

XX

Gemeenschappelijke Verklaring over de gevolgen van schommelingen in de exportopbrengsten voor kwetsbare kleine, insulaire en niet aan zee grenzende ACS-Staten

De partijen hebben nota genomen van de bezorgdheid van de ACS-Staten dat het mechanisme voor aanvullende steun geen voldoende bescherming zal bieden tegen de gevolgen van schommelingen in de exportopbrengsten van kwetsbare kleine, insulaire en niet aan zee grenzende staten waarvan de exportopbrengsten sterk schommelen.

De partijen komen overeen de wijze waarop dit mechanisme functioneert vanaf het tweede werkingsjaar op verzoek van een of meer ACS-Staten die problemen hebben ondervonden, op grond van een voorstel van de Commissie te onderzoeken om zo nodig een oplossing te vinden voor de nadelige gevolgen van de schommelingen.

Verklaring

XXI

Verklaring van de Gemeenschap over Bijlage IV, Artikel 3

De in Bijlage IV, artikel 3, bedoelde kennisgeving van het indicatieve bedrag is niet van toepassing op ACS-Staten waarmee de Gemeenschap haar samenwerking heeft geschorst.

Verklaring

XXII

Gemeenschappelijke Verklaring over de in artikel 1, lid 2, onder a, van Bijlage V bedoelde landbouwproducten

De Nederlandse tekst van de Verklaring is gepubliceerd in het Publicatieblad van de EG nr. L 317 van 15-12-2000, blz. 3

Verklaring

XXIII

Gemeenschappelijke Verklaring over toegang tot de markt in het kader van het EG-ACS- Partnerschap

De partijen aanvaarden het feit dat beide zijden verwachten deel te nemen aan de onderhandelingen over en de tenuitvoerlegging van multilaterale en bilaterale overeenkomsten voor een verdergaande handelsliberalisering.

De partijen nemen nota van de toezegging van de Gemeenschap de minstontwikkelde landen vanaf 2005 voor nagenoeg alle producten vrije toegang tot haar markt te verlenen.

Tevens erkennen zij, wat de preferentiële toegang van de ACS-Staten tot de markt van de Gemeenschap betreft, dat een verdere liberalisering tot een verslechtering van de relatieve concurrentiepositie van de ACS-Staten zou kunnen leiden en dus ten koste van hun ontwikkeling zou kunnen gaan, terwijl de Gemeenschap deze toch tracht te steunen.

De partijen komen derhalve overeen alle nodige maatregelen te onderzoeken om de concurrentiepositie van de ACS-Staten op de markt van de Gemeenschap in de voorbereidingsperiode te handhaven. Dit onderzoek kan onder meer betrekking hebben op tijdschema's, oorsprongsregels, sanitaire en fytosanitaire maatregelen en de toepassing van bijzondere maatregelen om aanbodproblemen in de ACS-Staten op te lossen. Doel van dit onderzoek is het de ACS-Staten mogelijk te maken te profiteren van hun bestaande en potentiële comparatieve voordeel op de EG-markt. Hun verplichtingen tot medewerking in het kader van de WTO in aanmerking genomen, komen de partijen overeen dat bij dit onderzoek ook rekening zal worden gehouden met een eventuele uitbreiding van de handelsvoordelen die lidstaten ontwikkelingslanden in het kader van de WTO kunnen aanbieden.

Te dien einde dient het Gemengde Ministeriële Handelscomité aanbevelingen te doen op grond van een eerste onderzoek dat de Commissie en het ACS-Secretariaat zullen voorbereiden. De EG-Raad zal deze aanbevelingen op grond van een voorstel van de Commissie onderzoeken, waarbij hij ernaar zal streven de voordelen van de ACS-EG-handelsregeling te handhaven.

De Raad van de Europese Unie van zijn kant wijst op zijn verplichting rekening te houden met de gevolgen van door de EG te sluiten overeenkomsten of door de EG te nemen maatregelen voor de handel tussen de ACS-Staten en de EG. Hij verzoekt de Commissie stelselmatig tot een evaluatie van deze gevolgen over te gaan.

Bij het nemen van de maatregelen voor de voorbereidingsperiode zal rekening worden gehouden met het gemeenschappelijke landbouwbeleid van de Gemeenschap.

Het Gemengde Ministeriële Handelscomité houdt toezicht op de tenuitvoerlegging van deze verklaring en zal de nodige verslagen uitbrengen bij de Raad van Ministers.

Verklaring

XXIV

Gemeenschappelijke verklaring over rijst

  • 1.

    De partijen erkennen het belang van rijst voor de economische ontwikkeling van een aantal ACS-Staten in termen van werkgelegenheid, deviezen en sociale en politieke stabiliteit.

  • 2.

    Zij erkennen voorts het belang van de markt van de Gemeenschap als afzetgebied voor rijst. De Gemeenschap wijst er nogmaals op dat zij het concurrentievermogen en de doelmatigheid van de rijstsector van de ACS-Staten zal helpen bevorderen teneinde een vitale en duurzame bedrijfstak in stand te houden, hetgeen bij zal dragen tot een soepele integratie van de ACS-Staten in de wereldeconomie.

  • 3.

    De Gemeenschap is bereid voldoende middelen te verstrekken om in de voorbereidingsperiode, in overleg met de betrokken ACS-sector, een geïntegreerd sectorspecifiek programma te financieren ter ontwikkeling van de rijstexport van de ACS-Staten, welk programma met name maatregelen op de volgende gebieden zou kunnen inhouden:

    • verbetering van de productievoorwaarden en van de kwaliteit door middel van acties op het gebied van onderzoek, het oogsten en op- en overslag;

    • vervoer en opslag ;

    • verbetering van het concurrentievermogen van bestaande rijstexporteurs;

    • hulp aan rijstproducenten in de ACS-Staten zodat deze kunnen voldoen aan de milieunormen, de normen op het gebied van afvalbeheer en de andere normen die op de internationale markten, waaronder die van de Gemeenschap, van toepassing zijn;

    • marketing en handelsbevordering;

    • programma's ter ontwikkeling van bijproducten met toegevoegde waarde.

    Dit pakket maatregelen zal in de rijstexporterende ACS-Staten op nationale basis worden gefinancierd in onderling overleg tussen beide partijen en door middel van sectorspecifieke programma's die in overeenstemming zijn met de programmeringsvoorschriften en -methoden. Op korte termijn geschiedt financiering uit niet-toegewezen EOF-middelen na een besluit van de Raad van Ministers.

  • 4.

    De partijen wijzen er nogmaals op dat zij nauw zullen samenwerken om te bewerkstelligen dat de ACS-Staten ten volle van de preferentiële regeling van de Gemeenschap voor ACS-rijst kunnen profiteren. Zij zijn het eens over het belang van een doelmatige en doorzichtige uitvoer van rijst van ACS-oorsprong naar de Gemeenschap.

  • 5.

    De Gemeenschap zal de toestand van de rijstsector van de ACS-Staten na de inwerkingtreding van de overeenkomst onderzoeken in het licht van eventuele wijzigingen op de markt van de Gemeenschap voor rijst. Te dien einde komen de partijen overeen met de ACS-Staten en vertegenwoordigers van de betrokken sector een gemeenschappelijke werkgroep op te richten die eens per jaar bijeen zal komen. De Gemeenschap verplicht zich er voorts toe de ACS-Staten over bilaterale of multilaterale besluiten te raadplegen die gevolgen kunnen hebben voor de concurrentiepositie van de ACS-rijst op de markt van de Gemeenschap.

Verklaring

XXV

Gemeenschappelijke Verklaring over rum

De partijen erkennen het belang van de rumsector voor de economische en sociale ontwikkeling van verscheidene ACS-landen en regio's en het grote aandeel van deze sector in de werkgelegenheid, de exportopbrengsten en de overheidsinkomsten. Zij erkennen dat rum een verwerkt ACS-landbouwproduct met toegevoegde waarde is dat, na de nodige inspanningen, op wereldniveau kan concurreren. Zij erkennen daarom dat alle nodige maatregelen moeten worden genomen om een einde te maken aan het concurrentienadeel waaronder ACS-producenten momenteel te lijden hebben. Zij wijzen in dit verband naar de Verklaring van de Raad en de Commissie van 24 maart 1997 waarin deze toezeggen bij toekomstige onderhandelingen en regelingen over de rumsector ten volle rekening te houden met de gevolgen van de overeenkomst tussen de EG en de VS van dezelfde datum het recht op bepaalde alcoholhoudende dranken af te schaffen. Zij erkennen voorts de dringende behoefte van ACS-producenten minder afhankelijk te worden van de grondstoffenmarkt voor rum.

De partijen komen daarom overeen dat de rumsector in de ACS-Staten snel ontwikkeld moet worden zodat rumexporteurs in die staten op de markt voor alcoholhoudende dranken van de Gemeenschap en op internationale markten kunnen concurreren. Te dien einde worden de volgende maatregelen genomen:

  • 1.

    Rum, arak en tafia, ingedeeld onder GS-code 22 08 40, van oorsprong uit de ACS-Staten, worden op grond van de huidige overeenkomst en de daarvoor in de plaats tredende overeenkomst vrij van rechten en zonder kwantitatieve beperkingen ingevoerd.

  • 2.

    De Gemeenschap verbindt zich ertoe zorg te dragen voor een eerlijke concurrentie op haar markt en erop toe te zien dat ACS-rum niet wordt benadeeld of gediscrimineerd ten opzichte van rum uit andere derde landen.

  • 3.

    De Gemeenschap zal bij het onderzoek van aanvragen om afwijkingen van het bepaalde in artikel 14, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 1576/89 van de Raad van 29 maart 1989 overleg plegen en rekening houden met de bijzondere belangen van de ACS-landen.

  • 4.

    De Gemeenschap is bereid voldoende middelen te verschaffen om tijdens de voorbereidingsperiode, in overleg met de betrokken ACS-sector, een geïntegreerd sectorspecifiek programma te financieren voor de ontwikkeling van de uitvoer van rum uit de ACS-Staten, dat met name uit de volgende maatregelen kan bestaan:

    • verbetering van het concurrentievermogen van de reeds aanwezige rumexporteurs;

    • hulp bij het creëren van rummerken per ACS-regio of -land;

    • bijstand bij de opzet en uitvoering van marketingcampages;

    • bijstand aan rumproducenten in de ACS-Staten, zodat deze aan milieunormen en normen op het gebied van het afvalbeheer en andere internationale normen, waaronder die van de Gemeenschap, kunnen voldoen;

    • bijstand aan de rumsector zodat deze niet slechts rum in bulk produceert voor de grondstoffenmarkt, maar ook actief wordt op de markt voor duurdere rumproducten met merknaam.

    Dit pakket maatregelen zal op nationale en regionale basis worden gefinancierd, in overleg tussen beide partijen, door middel van sectorspecifieke programma's die in overeenstemming zijn met de programmeringsvoorschriften en -methoden. Op korte termijn geschiedt financiering uit niet-toegewezen EOF-middelen na een besluit van de Raad van Ministers.

  • 5.

    De Gemeenschap verbindt zich ertoe de gevolgen te onderzoeken van de indexering van het in het Memorandum van Overeenstemming inzake rum opgenomen prijspunt, waarop rechten worden toegepast indien de rum niet uit een ACS-Staat komt. (Genoemd memorandum maakt deel uit van de overeenkomst inzake witte alcoholhoudende dranken van maart 1997.) Zij zal in dit verband zo nodig passende maatregelen nemen.

  • 6.

    De Gemeenschap verbindt zich ertoe over bijzondere, uit deze verbintenissen voortvloeiende kwesties, overleg te plegen met de ACS in een Gemengde Werkgroep die regelmatig bijeen zal komen. De Gemeenschap verbindt zich er voorts toe de ACS-Staten te raadplegen over bilaterale of multilaterale besluiten, met inbegrip van besluiten over de vermindering van douanerechten en de uitbreiding van de Gemeenschap, die van invloed kunnen zijn op de concurrentiepositie van ACS-rum in de Gemeenschap.

Verklaring

XXVI

Gemeenschappelijke Verklaring over rund- en kalfsvlees

  • 1.

    De Gemeenschap verbindt zich ertoe ervoor te zorgen dat de ACS-Staten die begunstigde zijn van het Protocol inzake rund- en kalfsvlees, de voordelen van dit protocol geheel en al kunnen benutten. Te dien einde verbindt zij zich ertoe de bepalingen van dit protocol door de tijdige opstelling van passende regels en procedures ten uitvoer te leggen.

  • 2.

    De Gemeenschap verbindt zich er voorts toe het protocol op zodanige wijze ten uitvoer te leggen dat de ACS-Staten hun rund- en kalfsvlees het gehele jaar door zonder onnodige beperkingen kunnen afzetten. Voorts zal de EG de exporteurs van rund- en kalfsvlees in de ACS-Staten bijstand verlenen bij het verbeteren van hun concurrentievermogen door, onder meer, oplossingen aan te bieden voor aanbodproblemen, zulks volgens de in de overeenkomst omschreven ontwikkelingsstrategieën en in het kader van de nationale en regionale indicatieve programma's.

  • 3.

    De Gemeenschap zal de verzoeken van de minstontwikkelde ACS-Staten om hun rund- en kalfsvlees op preferentiële voorwaarden uit te voeren onderzoeken in het licht van de acties die zij voornemens is te ondernemen op grond van het Geïntegreerde Kader voor de Minstontwikkelde Landen van de WTO.

Verklaring

XVII

Gemeenschappelijke Verklaring over de regelingen betreffende de toegang van de in artikel 1, lid 2, van Bijlage V genoemde producten uit de ACS-Staten tot de markten van de Franse overzeese departementen

De partijen bij de overeenkomst bevestigen dat de bepalingen van Bijlage V van toepassing zijn op de betrekkingen tussen de Franse overzeese departmenten en de ACS-Staten.

De Gemeenschap heeft tijdens de looptijd van de overeenkomst het recht de regelingen betreffende de toegang van de in artikel 1, lid 2, van Bijlage V, genoemde producten tot de markten van de Franse overzeese departementen in het licht van de behoeften aan economische ontwikkeling van deze departementen te wijzigen.

Bij het onderzoek naar de mogelijke uitoefening van dit recht zal de Gemeenschap rekening houden met de rechtstreekse handel tussen de ACS-Staten en de Franse overzeese departementen. De betrokken partijen passen hierbij de in artikel 12 van bijlage V omschreven informatie- en overlegprocedures toe.

Verklaring

XXVIII

Gemeenschappelijke Verklaring over samenwerking tussen de ACS-Staten en de naburige landen en gebieden overzee en Franse overzeese departementen

De partijen bij de overeenkomst stimuleren een nauwere regionale samenwerking tussen ACS-Staten en naburige landen en gebieden overzee en Franse overzeese departementen in het Caribisch gebied, het gebied van de Stille Oceaan en de Indische Oceaan.

De partijen bij de overeenkomst doen een beroep op betrokken partijen bij de overeenkomst elkaar te raadplegen over de te volgen procedures ter bevordering van deze samenwerking en in dit verband maatregelen te nemen die in overeenstemming zijn met hun beleid en hun bijzondere situatie in de regio waardoor initiatieven op economisch gebied, waaronder de ontwikkeling van de handel, alsmede op sociaal en cultureel gebied, kunnen worden genomen.

Handelsovereenkomsten waarbij Franse overzeese departementen zijn betrokken, kunnen voorzien in bijzondere maatregelen ten gunste van producten uit deze departementen.

Kwesties met betrekking tot de samenwerking in deze verschillende gebieden worden onder de aandacht van de Raad van Ministers gebracht ten einde deze op de hoogte te houden van de gemaakte vorderingen.

Verklaring

XXIX

Gemeenschappelijke Verklaring over producten waarop het gemeenschappelijk landbouwbeleid van toepassing is

De partijen bij de overeenkomst erkennen dat bijzondere regels en voorschriften, en met name vrijwaringsmaatregelen, gelden voor producten waarop het gemeenschappelijk landbouwbeleid van toepassing is. De bepalingen van de overeenkomst inzake de vrijwaringsclausule kunnen uitsluitend op deze producten worden toegepast voorzover zij verenigbaar zijn met de bijzondere aard van deze regels en voorschriften.

Verklaring

XXX

Verklaring van de ACS-Staten over Artikel 1 van Bijlage V

Zich bewust van het onevenwicht en de discriminerende gevolgen van de behandeling van meestbegunstigde natie die op grond van artikel 1, lid 2, onder a), van Bijlage V in de Gemeenschap van toepassing is op producten uit de ACS-Staten, wijzen de ACS-Staten er nogmaals op dat zij dit artikel zo opvatten dat het daarin bedoelde overleg zal waarborgen dat de voornaamste exportproducten van de ACS-Staten voor een behandeling in aanmerking komen die ten minste zo gunstig is als de behandeling die de Gemeenschap aan landen toekent die als meest begunstigde derde landen worden behandeld.

Voorts zal dergelijk overleg ook plaats vinden wanneer:

  • a.

    een of meer ACS-Staten potentieel vertonen voor een of meer specifieke producten waarvoor preferentiële derde landen een gunstiger behandeling verkrijgen;

  • b.

    een of meer ACS-Staten voornemens zijn een of meer specifieke producten naar de Gemeenschap uit te voeren waarvoor preferentiële derde landen een gunstiger behandeling verkrijgen.

Verklaring

XXXI

Verklaring van de Gemeenschap over Artikel 5, lid 2, onder a, van Bijlage V

De Gemeenschap stemt in met de overname van de tekst van artikel 9, lid 2, onder a, van de tweede ACS-EEG-Overeenkomst in artikel 5, lid 2, onder a van Bijlage V, en wijst op de interpretatie van die tekst, namelijk dat de ACS-Staten de Gemeenschap geen minder gunstige behandeling verlenen dan die welke zij op grond van handelsovereenkomsten aan ontwikkelde staten verlenen, wanneer deze staten de ACS-Staten niet meer preferenties verlenen dan die welke de Gemeenschap verleent.

Verklaring

XXXII

Gemeenschappelijke Verklaring over non-discriminatie

De partijen komen overeen dat, in afwijking van de bijzondere bepalingen in Bijlage V bij deze Overeenkomst, de Gemeenschap niet tussen ACS-Staten zal discrimineren bij de toepassing van de handelsregeling waarin deze Bijlage voorziet, waarbij evenwel rekening zal worden gehouden met de bepalingen van deze overeenkomst en van bijzondere autonome initiatieven in multilateraal verband van de Gemeenschap zoals die ten gunste van de minstontwikkelde landen.

Verklaring

XXIII

Verklaring van de Gemeenschap over artikel 8, lid 3, van Bijlage V

Indien de Gemeenschap de in dit artikel bedoelde strikt noodzakelijke maatregelen neemt, zal zij trachten het geografische toepassingsgebied van de maatregelen of de categorie producten waarop die maatregelen betrekking hebben zo af te bakenen dat de uitvoer van de ACS-Staten hierdoor het minst wordt verstoord.

Verklaring

XXXIV

Gemeenschappelijke Verklaring over artikel 12 van Bijlage V

De partijen bij de overeenkomst komen overeen dat de volgende procedures in acht worden genomen bij het in Artikel 12 van Bijlage V bedoelde overleg:

  • i.

    de twee partijen zorgen voor een tijdige verstrekking van alle nodige en ter zake dienende gegevens over de te behandelen kwestie(s), zodat de besprekingen in een vroeg stadium en uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek om overleg kunnen aanvangen;

  • ii.

    de drie maanden durende overlegperiode vangt aan op de dag van ontvangst van deze gegevens. Binnen deze drie maanden wordt het technisch onderzoek van de gegevens binnen een maand, en het gezamenlijk overleg op het niveau van het Comité van Ambassadeurs binnen de volgende twee maanden voltooid;

  • iii.

    indien geen voor beide partijen aanvaardbare conclusie wordt bereikt, wordt de kwestie aan de Raad van Ministers voorgelegd;

  • iv.

    indien de Raad van Ministers geen voor beide partijen aanvaardbare oplossing kan vaststellen, besluit hij welke andere stappen ondernomen moeten worden om de verschillen te regelen die bij de besprekingen naar voren zijn gekomen.

Verklaring

XXXV

Gemeenschappelijke Verklaring over Protocol 1 bij Bijlage V

Indien de ACS-Staten een bijzondere tariefbehandeling toepassen op producten van oorsprong uit de Gemeenschap, met inbegrip van Ceuta en Melilla, is Protocol 1 van overeenkomstige toepassing. In alle andere gevallen waarin, bij invoer in de ACS-Staten, een bewijs van de oorsprong moet worden overgelegd, aanvaarden deze staten certificaten van oorsprong die overeenkomstig de desbetreffende internationale overeenkomsten zijn opgesteld.

Verklaring

XXXVI

Gemeenschappelijke Verklaring over Protocol 1 bij Bijlage V

  • 1.

    Voor de toepassing van artikel 12, lid 2, onder c, van het Protocol wordt het vervoerdocument dat in de eerste haven van lading voor verzending naar de Gemeenschap is afgegeven gelijkgesteld met het doorvoercognossement voor producten die gedekt zijn door certificaten inzake goederenverkeer die in niet aan zee grenzende ACS-Staten zijn afgegeven.

  • 2.

    Voor producten die uit niet aan zee grenzende ACS-Staten zijn uitgevoerd en die elders zijn opgeslagen dan in de in Bijlage III bij het Protocol bedoelde landen en gebieden kunnen in de in artikel 16 bedoelde omstandigheden certificaten inzake goederenverkeer worden afgegeven.

  • 3.

    Voor de toepassing van artikel 15, lid 4, van het Protocol zullen door een bevoegde instantie afgegeven en door de douaneautoriteiten geviseerde EUR.1-certificaten worden aanvaard.

  • 4

    Om de ACS-bedrijven te helpen bij het zoeken naar nieuwe leveringsbronnen waardoor zij zoveel mogelijk van de bepalingen van het Protocol inzake de cumulatie van de oorsprong kunnen profiteren, zullen stappen worden ondernomen om ervoor te zorgen dat het Centrum voor de Ontwikkeling van het Bedrijfsleven (Centre for the Development of Enterprise of CDE) de ACS-bedrijven bijstand verleent bij het leggen van contacten met leveranciers in de ACS-Staten, de Gemeenschap en de landen en gebieden overzee en om de betrekkingen tussen de betrokken bedrijven op het gebied van de industriële samenwerking te bevorderen.

Verklaring

XXXVII

Gemeenschappelijke Verklaring over Protocol 1 van Bijlage V inzake de oorsprong van visserijproducten

De Gemeenschap erkent het recht van de aan zee grenzende ACS-Staten om in alle wateren die binnen hun rechtsgebied vallen de visstand te ontwikkelen en rationeel te exploiteren.

De partijen bij de overeenkomst komen overeen dat de bestaande oorsprongsregels onderzocht moeten worden om vast te stellen welke wijzigingen in het licht van de eerste alinea eventueel moeten worden aangebracht.

Zich van hun elkaars zorgen en belangen bewust komen de ACS-Staten en de Gemeenschap overeen het probleem van de toegang tot de markt van de Gemeenschap van visserijproducten gevangen in zones binnen de nationale jurisdictie van de ACS-Staten te blijven onderzoeken om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen. Na de inwerkingtreding van de overeenkomst zal dit onderzoek plaatsvinden binnen het Comité Douanesamenwerking dat zo nodig door deskundigen zal worden bijgestaan. De resultaten van dit onderzoek worden binnen het eerste jaar van toepassing van de overeenkomst aan het Comité van Ambassadeurs en uiterlijk in het tweede jaar aan de Raad van Ministers voorgelegd, zodat deze de resultaten kunnen bespreken om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.

Wat de verwerking van visserijproducten in de ACS-Staten betreft, verklaart de Gemeenschap dat zij bereid is verzoeken om voor verwerkte producten in deze productiesector van de oorsprongsregels te mogen afwijken met een open geest te onderzoeken gezien de verplichtingen tot aanvoer die in visserijovereenkomsten met derde landen zijn aangegaan. Bij het door de Gemeenschap in te stellen onderzoek zal met name rekening worden gehouden met het feit dat de betrokken derde landen de normale markt voor deze producten, na verwerking, dienen te verzorgen voorzover deze producten niet bestemd zijn voor nationaal of regionaal verbruik.

Verklaring

XXXVIII

Verklaring van de Gemeenschap over Protocol 1 van Bijlage V inzake de afbakening van de territoriale wateren

De Gemeenschap wijst erop dat de territoriale wateren volgens erkende internationale rechtsbeginselen tot 12 zeemijl zijn beperkt en verklaart dat zij met deze afbakening rekening zal houden bij de toepassing van de bepalingen van het Protocol waarin naar dit begrip wordt verwezen.

Verklaring

XXXIX

Verklaring van de ACS-Staten over Protocol 1 bij Bijlage V inzake de oorsprong van visserijproducten

De ACS-Staten wijzen nogmaals op het standpunt dat zij tijdens de onderhandelingen over de oorsprongsregels voor visserijproducten herhaaldelijk tot uiting hebben gebracht en blijven derhalve van oordeel dat, op grond van de uitoefening van hun soevereine rechten op de visbestanden in de wateren binnen hun nationale jurisdictie, met inbegrip van de exclusieve economische zone, zoals gedefinieerd in het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties, alle vangsten in die wateren die ter verwerking in de havens van de ACS-Staten moeten worden aangevoerd als product van oorsprong dienen te worden beschouwd.

Verklaring

XL

Gemeenschappelijke Verklaring over de toepassing van de afwijkende waarderegel voor tonijn

De Europese Gemeenschap verbindt zich ertoe passende bepalingen op te stellen om de afwijkende waarderegel voor tonijn in artikel 4, lid 2, van protocol 1 bij Bijlage V geheel van kracht te doen worden. Te dien einde zal de Gemeenschap, voor de ondertekening van deze overeenkomst, de voorwaarden voorleggen waarop de 15% tonijn die niet van oorsprong is op grond van dat artikel kan worden gebruikt.

De Gemeenschap zal voorstellen op welke wijze de berekeningswijze op het certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 wordt gebaseerd.

Beide partijen komen overeen deze berekeningswijze, indien de daarmee nagestreefde flexibiliteit niet wordt bereikt, na een tweejarige toepassing te herzien.

Verklaring

XLI

Gemeenschappelijke Verklaring over Artikel 6, lid 11, van Protocol 1 bij Bijlage V

De Gemeenschap stemt ermee in, in het licht van artikel 40 van Protocol 1, per geval, de met bewijsmateriaal gestelde aanvragen te onderzoeken die na de ondertekening van de overeenkomst worden ingediend betreffende textielproducten die van de cumulatie met naburige ontwikkelingslanden zijn uitgesloten (Artikel 6, lid 11, van Protocol 1).

Verklaring

XLII

Gemeenschappelijke Verklaring over de oorsprongsregels: cumulatie met Zuid-Afrika

Het ACS-EG-Comité Douanesamenwerking is bereid zo spoedig mogelijk aanvragen te onderzoeken voor de cumulatie van be- en verwerkingen op grond van artikel 6, lid 10, van Protocol 1 bij Bijlage V die afkomstig zijn van regionale instanties die een hoog niveau van regionale economische integratie vertegenwoordigen.

Verklaring

XLIII

Gemeenschappelijke Verklaring over bijlage 2 bij Protocol 1 bij Bijlage V

Indien de toepassing van de regels van Bijlage II een nadelige invloed heeft op de uitvoer van de ACS-Staten zal de Gemeenschap zo nodig corrigerende maatregelen nemen om uiteindelijk weer tot de situatie te komen die voorheen bestond (Besluit 2/97 van de Raad van Ministers).

De Gemeenschap heeft nota genomen van de verzoeken die de ACS-Staten in het kader van de onderhandelingen in verband met de oorsprongsregels hebben gedaan. De Gemeenschap stemt ermee in met bewijsmateriaal gestaafde verzoeken voor een verbetering van de in Bijlage II vervatte oorsprongsregels in het licht van artikel 40 van Protocol 1 per geval te onderzoeken.