Derde Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag betreffende uitlevering

Third Additional Protocol to the European Convention on Extradition

The member States of the Council of Europe, signatory to this Protocol,

Considering that the aim of the Council of Europe is to achieve greater unity between its members;

Desirous of strengthening their individual and collective ability to respond to crime;

Having regard to the provisions of the European Convention on Extradition (ETS No. 24) opened for signature in Paris on 13 December 1957 (hereinafter referred to as “the Convention”), as well as the two Additional Protocols thereto (ETS Nos. 86 and 98), done at Strasbourg on 15 October 1975 and on 17 March 1978, respectively;

Considering it desirable to supplement the Convention in certain respects in order to simplify and accelerate the extradition procedure when the person sought consents to extradition,

Have agreed as follows:

Article

1

Obligation to extradite under the simplified procedure

Contracting Parties undertake to extradite to each other under the simplified procedure as provided for by this Protocol persons sought in accordance with Article 1 of the Convention, subject to the consent of such persons and the agreement of the requested Party.

Article

2

Initiation of the procedure

Article

3

Obligation to inform the person

Where a person sought for the purpose of extradition is arrested in accordance with Article 16 of the Convention, the competent authority of the requested Party shall inform that person, in accordance with its law and without undue delay, of the request relating to him or her of the possibility of applying the simplified extradition procedure in accordance with this Protocol.

Article

4

Consent to extradition

Article

5

Renunciation of entitlement to the rule of speciality

Each State may declare, at the time of signature or when depositing its instrument of ratification, acceptance, approval or accession, or at any later time, that the rules laid down in Article 14 of the Convention do not apply where the person extradited by this State, in accordance with Article 4 of this Protocol:

  • a)

    consents to extradition; or

  • b)

    consents to extradition and expressly renounces his or her entitlement to the rule of speciality.

Article

6

Notifications in case of provisional arrest

Article

7

Notification of the decision

Where the person sought has given his or her consent to extradition, the requested Party shall notify the requesting Party of its decision with regard to the extradition under the simplified procedure within twenty days of the date on which the person consented.

Article

8

Means of communication

For the purpose of this Protocol, communications may be forwarded through electronic or any other means affording evidence in writing, under conditions which allow the Parties to ascertain their authenticity, as well as through the International Criminal Police Organisation (Interpol). In any case, the Party concerned shall, upon request and at any time, submit the originals or authenticated copies of documents.

Article

9

Surrender of the person to be extradited

Surrender shall take place as soon as possible, and preferably within ten days from the date of notification of the extradition decision.

Article

10

Consent given after expiry of the deadline laid down in Article 6

Where the person sought has given his or her consent after expiry of the deadline of ten days laid down in Article 6, paragraph 1, of this Protocol, the requested Party shall apply the simplified procedure as provided for in this Protocol if it has not yet received a request for extradition within the meaning of Article 12 of the Convention.

Article

11

Transit

In the event of transit under the conditions laid down in Article 21 of the Convention, where a person is to be extradited under a simplified procedure to the requesting Party, the following provisions shall apply:

  • a)

    the request for transit shall contain the information required in Article 2, paragraph 1, of this Protocol;

  • b)

    the Party requested to grant transit may request supplementary information if the information provided for in sub-paragraph a is insufficient for the said Party to decide on transit.

Article

12

Relationship with the Convention and other international instruments

Article

13

Friendly settlement

The European Committee on Crime Problems of the Council of Europe shall be kept informed regarding the application of this Protocol and shall do whatever is necessary to facilitate a friendly settlement of any difficulty which may arise out of its interpretation and application.

Article

14

Signature and entry into force

Article

15

Accession

Article

16

Territorial application

Article

17

Declarations and reservations

Article

18

Denunciation

Article

19

Notifications

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council of Europe and any State which has acceded to this Protocol of:

  • a)

    any signature;

  • b)

    the deposit of any instrument of ratification, acceptance, approval or accession;

  • c)

    any date of entry into force of this Protocol in accordance with Articles 14 and 15;

  • d)

    any declaration made in accordance with Article 4, paragraph 5, Article 5, Article 16 and Article 17, paragraph 1, and any withdrawal of such a declaration;

  • e)

    any reservation made in accordance with Article 17, paragraph 2, and any withdrawal of such a reservation;

  • f)

    any notification received in pursuance of the provisions of Article 18 and the date on which denunciation takes effect;

  • g)

    any other act, declaration, notification or communication relating to this Protocol.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Strasbourg, this 10th day of November 2010, in English and in French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe and to the non-member States which have acceded to the Convention.

Derde Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag betreffende uitlevering

De lidstaten van de Raad van Europa die dit Protocol hebben ondertekend,

Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden;

Geleid door de wens hun individuele en gezamenlijke vermogen om op te treden tegen criminaliteit te versterken;

Gelet op de bepalingen van het Europees Verdrag betreffende uitlevering (ETS nr. 24), opengesteld voor ondertekening te Parijs op 13 december 1957, (hierna te noemen „het Verdrag”) alsmede de twee Aanvullende Protocollen daarbij (ETS nr. 86 en nr. 98), onderscheidenlijk gedaan te Straatsburg op 15 oktober 1975 en 17 maart 1978;

Overwegend dat het wenselijk is het Verdrag in bepaalde opzichten aan te vullen teneinde de uitleveringsprocedure te vereenvoudigen en te bespoedigen, wanneer de gezochte persoon instemt met uitlevering.

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Verplichting tot uitlevering volgens de verkorte procedure

De Verdragsluitende partijen verplichten zich ertoe om elkaar, overeenkomstig de verkorte procedure voorzien in dit Protocol, personen die in overeenstemming met artikel 1 van het Verdrag worden gezocht uit te leveren, mits deze personen daarmee instemmen en de aangezochte partij zijn toestemming daarvoor heeft gegeven.

Artikel

2

Instelling van de procedure

Artikel

3

Verplichting tot het informeren van de betrokkene

Indien een persoon die wordt gezocht ten behoeve van uitlevering in overeenstemming met artikel 16 van het Verdrag wordt aangehouden, stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij betrokkene overeenkomstig haar recht en zonder onnodige vertraging in kennis van het verzoek dat op hem of haar betrekking heeft en van de mogelijkheid de verkorte uitleveringsprocedure in overeenstemming met dit Protocol toe te passen.

Artikel

4

Instemming met uitlevering

Artikel

5

Afstand van de bescherming van het specialiteitsbeginsel

Elke staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding of op een later tijdstip verklaren dat het bepaalde in artikel 14 van het Verdrag niet van toepassing is indien de door deze staat uitgeleverde persoon overeenkomstig artikel 4 van dit Protocol:

  • a.

    met de uitlevering instemt; of

  • b.

    met de uitlevering instemt en uitdrukkelijk afstand doet van de bescherming van het specialiteitsbeginsel.

Artikel

6

Kennisgeving na voorlopige aanhouding

Artikel

7

Kennisgeving van de beslissing

Indien de gezochte persoon heeft ingestemd met de uitlevering, stelt de aangezochte partij de verzoekende partij binnen twintig dagen na de datum van de instemming in kennis van haar beslissing ter zake van de uitlevering volgens de verkorte procedure.

Artikel

8

Communicatiemiddelen

Voor de toepassing van dit Protocol kunnen mededelingen langs elektronische weg of met andere middelen worden verzonden op zodanige wijze dat schriftelijke vastlegging mogelijk is onder voorwaarden die de partijen in de gelegenheid stellen de authenticiteit ervan vast te stellen, alsmede via de Internationale Criminele Politie Organisatie (Interpol). In alle gevallen legt de betrokken partij op verzoek te allen tijde de originele stukken of gewaarmerkte afschriften daarvan over.

Artikel

9

Feitelijke uitlevering van de opgeëiste persoon

De feitelijke uitlevering geschiedt zo spoedig mogelijk en bij voorkeur binnen tien dagen na de datum van de kennisgeving van de beslissing omtrent de uitlevering.

Artikel

10

Instemming na het verstrijken van de termijn bepaald in artikel 6

Indien de gezochte persoon na het verstrijken van de termijn van 10 dagen, vervat in artikel 6, eerste lid, van dit Protocol, instemt met de uitlevering, past de aangezochte partij de verkorte procedure toe zoals voorzien in dit Protocol, indien zij nog geen verzoek om uitlevering in de zin van artikel 12 van het Verdrag heeft ontvangen.

Artikel

11

Doortocht

In geval van doortocht onder de voorwaarden vervat in artikel 21 van het Verdrag waarbij een persoon volgens een verkorte procedure dient te worden uitgeleverd aan de verzoekende partij gelden de volgende bepalingen:

  • a.

    het verzoek om doortocht dient de in artikel 2, eerste lid, van dit Protocol vervatte gegevens te bevatten;

  • b.

    de partij die om doortocht wordt verzocht kan om aanvullende gegevens verzoeken indien de in onderdeel a voorziene gegevens voor deze partij niet volstaan voor haar beslissing omtrent de doortocht.

Artikel

12

Verhouding tot het Verdrag en andere internationale instrumenten

Artikel

13

Minnelijke regeling

De Europese Commissie voor Strafrechtelijke Vraagstukken van de Raad van Europa wordt op de hoogte gehouden van de toepassing van dit Protocol en stelt alles in het werk om een minnelijke regeling te bewerkstelligen voor elk probleem dat zou kunnen voortvloeien uit de uitlegging en toepassing ervan.

Artikel

14

Ondertekening en inwerkingtreding

Artikel

15

Toetreding

Artikel

16

Territoriale toepassing

Artikel

17

Verklaringen en voorbehouden

Artikel

18

Opzegging

Artikel

19

Kennisgevingen

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft de lidstaten van de Raad van Europa en iedere staat die tot dit Protocol is toegetreden, kennis van:

  • a.

    elke ondertekening;

  • b.

    de nederlegging van elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;

  • c.

    elke datum van inwerkingtreding van dit Protocol in overeenstemming met de artikelen 14 en 15;

  • d.

    elke verklaring afgelegd in overeenstemming met artikel 4, vijfde lid, artikel 5, artikel 16 en artikel 17, eerste lid, alsmede van elke intrekking van dergelijke verklaringen;

  • e.

    elk voorbehoud gemaakt in overeenstemming met artikel 17, tweede lid, en elke intrekking van een dergelijk voorbehoud;

  • f.

    elke uit hoofde van de bepalingen van artikel 18 ontvangen kennisgeving en de datum waarop de opzegging van kracht wordt;

  • g.

    elke andere handeling, verklaring, kennisgeving of mededeling met betrekking tot dit Protocol.

TEN BLIJKE waarvan de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg op 10 november 2010, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar dat wordt nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet een gewaarmerkt afschrift toekomen aan iedere lidstaat van de Raad van Europa en aan iedere niet-lidstaat die tot het Verdrag is toegetreden.