Kaderovereenkomst inzake een partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Mongolië, anderzijds

Kaderovereenkomst inzake een partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Mongolië, anderzijds

De Europese Unie, hierna „de Unie” genoemd,

en

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

de Republiek Hongarije,

Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

enerzijds, alsmede

de Regering van Mongolië, hierna „Mongolië” genoemd,

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

Gezien de traditionele vriendschapsbanden tussen de partijen en de nauwe historische, politieke en economische banden die hen verenigen,

Gezien het bijzondere belang dat de partijen hechten aan het alomvattende karakter van hun wederzijdse betrekkingen,

Overwegende dat de partijen van mening zijn dat deze overeenkomst deel uitmaakt van bredere en samenhangende betrekkingen tussen hen, die tot stand zijn gekomen door overeenkomsten waarbij beide zijden partij zijn,

Opnieuw bevestigende de verbintenis van de partijen tot eerbiediging en hun wil tot bevordering van de democratische beginselen, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, met inbegrip van de rechten van minderheden, zoals onder meer neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties en de Universele Verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties en in andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten,

Opnieuw bevestigende dat de partijen gehecht zijn aan de beginselen van de rechtsstaat, het respect van het internationale recht, behoorlijk bestuur en de bestrijding van corruptie, en dat zij streven naar economische en sociale vooruitgang ten bate van hun bevolking, rekening houdende met het beginsel van duurzame ontwikkeling en milieubescherming,

Opnieuw bevestigende de wens van de partijen om hun onderlinge samenwerking te verbeteren, gebaseerd op deze gedeelde waarden,

Opnieuw bevestigende dat de partijen streven naar economische en sociale vooruitgang ten bate van hun bevolking, rekening houdende met het beginsel van duurzame ontwikkeling in al haar dimensies,

Opnieuw bevestigende de verbintenis van de partijen om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen en te streven naar effectief multilateralisme en de vreedzame beslechting van geschillen, met name door samenwerking tot dit doel binnen het kader van de Verenigde Naties,

Opnieuw bevestigende dat zij streven naar betere samenwerking op het gebied van politieke en economische kwesties, alsook internationale stabiliteit, justitie en veiligheid als een fundamentele voorwaarde om duurzame sociale en economische ontwikkeling te bevorderen, armoede uit te roeien en de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te verwezenlijken,

Overwegende dat de partijen terrorisme beschouwen als een bedreiging voor de mondiale veiligheid en dat zij hun dialoog en samenwerking in het kader van de strijd tegen het terrorisme willen intensiveren, rekening houdend met de relevante instrumenten van de VN-Veiligheidsraad, met name Resolutie 1373. De Europese veiligheidsstrategie, die in december 2003 door de Europese Raad werd goedgekeurd, beschouwt terrorisme als een belangrijke bedreiging voor de veiligheid. In dit verband heeft de Europese Unie belangrijke maatregelen getroffen, met inbegrip van een antiterrorisme-actieplan dat in 2001 werd goedgekeurd en in 2004 herzien, en een belangrijke Verklaring betreffende de bestrijding van terrorisme van 25 maart 2004, na de aanslagen in Madrid. De Europese Unie heeft tevens in december 2005 haar goedkeuring gehecht aan de EU-strategie inzake terrorismebestrijding,

Verklarende dat de partijen zich er volledig toe verbinden alle vormen van terrorisme te voorkomen en te bestrijden en de samenwerking voor terrorismebestrijding te verbeteren, alsook te strijden tegen de georganiseerde misdaad,

Overwegende dat volgens de partijen doeltreffende maatregelen voor terrorismebestrijding en de bescherming van de mensenrechten elkaar aanvullen en versterken,

Opnieuw bevestigende dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal niveau te nemen en de wereldwijde samenwerking te intensiveren,

Overwegende dat de oprichting van het Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling voor vrede en internationale gerechtigheid is en dat de Raad van de Unie op 16 juni 2003 zijn goedkeuring heeft gehecht aan een gemeenschappelijk standpunt inzake het Internationaal Strafhof, gevolgd door een actieplan dat op 4 februari 2004 werd goedgekeurd,

Overwegende dat de partijen de mening delen dat de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor een ernstige bedreiging voor de internationale veiligheid vormt, en dat zij hun dialoog en samenwerking op dit gebied wensen te versterken. De door de gehele internationale gemeenschap aangegane verbintenis om de proliferatie van massavernietigingswapens te bestrijden ligt ten grondslag aan de aanneming, bij consensus, van Resolutie 1540 van de VN-Veiligheidsraad. De Raad van de Europese Unie keurde op 17 november 2003 EU-beleidsmaatregelen goed om non-proliferatiebeleid te integreren in de EU-betrekkingen met derde landen. De Europese Raad keurde op 12 december 2003 tevens een strategie goed voor de bestrijding van proliferatie,

Overwegende dat de Europese Raad van oordeel is dat handvuurwapens en lichte wapens een groeiende bedreiging voor de vrede, de veiligheid en de ontwikkeling vormen en op 13 januari 2006 zijn goedkeuring hechtte aan een strategie tot bestrijding van de illegale accumulatie van in handvuurwapens en lichte wapens en van munitie daarvoor. In deze strategie benadrukte de Europese Raad de noodzaak om een alomvattende en consistente aanpak van het veiligheids- en ontwikkelingsbeleid te verzekeren,

Uitdrukking gevende aan hun integrale engagement om duurzame ontwikkeling over de hele lijn te bevorderen, met inbegrip van milieubescherming en doeltreffende samenwerking voor de aanpak van de klimaatverandering en voedselzekerheid, alsook de doeltreffende bevordering en tenuitvoerlegging van internationaal erkende arbeids- en sociale normen,

Onderstrepende het belang van een verdieping van de betrekkingen en de samenwerking op gebieden als overname, asiel en visumbeleid, en van een gezamenlijke aanpak van migratie en mensenhandel,

Herhalende het belang van de handel voor de bilaterale betrekkingen en meer bepaald van de handel in grondstoffen en onderstrepende de verbintenis van de partijen om specifieke regelgeving inzake grondstoffen overeen te komen in het Subcomité voor handel en investeringen,

Opmerkende dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van het derde deel, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen binden, en niet als deel van de Europese Unie, totdat de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Mongolië ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Indien het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland niet langer gebonden zijn als deel van de Europese Unie overeenkomstig artikel 4 bis van Protocol nr. 21, moet de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Mongolië onmiddellijk in kennis stellen van iedere wijziging in hun positie; in dat geval blijven zij op persoonlijke titel gebonden door de bepalingen van de overeenkomst. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht,

Bevestigende de verbintenis van de partijen tot versterking van de bestaande betrekkingen ter stimulering van hun onderlinge samenwerking, en hun gemeenschappelijke streven om de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren, op basis van gelijkwaardigheid, op niet-discriminerende grondslag, en wederzijds tot voordeel strekkend,

Zijn als volgt overeengekomen:

TITEL

I

AARD EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

1

Algemene beginselen

Artikel

2

Doel van de samenwerking

Met het oog op de versterking van hun bilaterale betrekkingen voeren de partijen een brede dialoog en stimuleren ze verdere samenwerking in alle sectoren van gezamenlijk belang. Hun inspanningen zijn met name gericht op:

  • a.

    het opzetten van samenwerking op het gebied van politieke en economische zaken in alle relevante regionale en internationale fora en organisaties;

  • b.

    het opzetten van samenwerking op het gebied van de bestrijding van ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd;

  • c.

    het opzetten van samenwerking inzake de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en inzake handvuurwapens en lichte wapens;

  • d.

    het ontwikkelen van handel en investeringen tussen de partijen tot wederzijds voordeel; het opzetten van samenwerking op alle handels- en investeringsgerelateerde gebieden van gezamenlijk belang, teneinde de handels- en investeringsstromen te vergemakkelijken en barrières voor handel en investeringen te voorkomen en weg te nemen;

  • e.

    het opzetten van samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid, inclusief de rechtsstaat en gerechtelijke samenwerking, gegevensbescherming, migratie, smokkel en mensenhandel, de bestrijding van de georganiseerde misdaad, terrorisme, grensoverschrijdende misdaden, het witwassen van geld en drugs;

  • f.

    het opzetten van samenwerking in alle andere sectoren van wederzijds belang, met name macro-economisch beleid en financiële diensten, belastingen en douane, met inbegrip van Behoorlijk bestuur op belastinggebied, industrieel beleid en kleine en middelgrote ondernemingen, de informatiemaatschappij, audiovisuele en andere media, wetenschap en technologie, energie, vervoer, onderwijs en cultuur, milieu en natuurlijke hulpbronnen, landbouw en plattelandsontwikkeling, gezondheid, werkgelegenheid en sociale zaken, en statistiek;

  • g.

    het bevorderen van de deelname van beide partijen aan regionale en subregionale samenwerkingsprogramma's die openstaan voor de andere partij;

  • h.

    het vergroten van de rol en de zichtbaarheid van de partijen in elkaars regio;

  • i.

    het bevorderen van het begrip tussen mensen door middel van samenwerking tussen verschillende non-gouvernementele entiteiten, zoals denktanks, wetenschappers, maatschappelijke organisaties en de media, in de vorm van workshops, conferenties, contacten tussen jongeren en andere activiteiten;

  • j.

    het bevorderen van de uitbanning van armoede in de context van duurzame ontwikkeling en de geleidelijke integratie van Mongolië in de wereldeconomie.

Artikel

3

Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor

Artikel

4

Handvuurwapens en lichte wapens

Artikel

5

Ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd (het Internationaal Strafhof)

Artikel

6

Samenwerking ter bestrijding van terrorisme

TITEL

II

BILATERALE, REGIONALE EN INTERNATIONALE SAMENWERKING

Artikel

7

Samenwerking tussen Mongolië en de EU inzake beginselen, normen en standaarden

Artikel

8

Samenwerking in regionale en internationale organisaties

Artikel

9

Regionale en bilaterale samenwerking

TITEL

III

SAMENWERKING INZAKE DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

10

Algemene beginselen

Artikel

11

Economische ontwikkeling

Artikel

12

Sociale ontwikkeling

Artikel

13

Milieu

TITEL

IV

SAMENWERKING INZAKE HANDEL EN INVESTERINGEN

Artikel

14

Algemene beginselen

Artikel

15

Sanitaire en fytosanitaire kwesties

Artikel

16

Technische handelsbelemmeringen

De partijen stimuleren het gebruik van internationale normen, werken samen en wisselen informatie uit op het gebied van normen, conformiteitsbeoordelingsprocedures en technische regelgeving, met name in het kader van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen.

Artikel

17

Samenwerking op douanegebied

Artikel

18

Vergemakkelijking van de handel

De partijen wisselen ervaringen uit en gaan na in hoeverre het mogelijk is invoer-, uitvoer-, doorvoer- en andere douaneprocedures te vereenvoudigen, de transparantie van de regelgeving met betrekking tot douane en handel te vergroten en samenwerking op het gebied van douane en doeltreffende mechanismen voor wederzijdse administratieve bijstand te ontwikkelen; zij streven er tevens naar hun standpunten op elkaar af te stemmen en gezamenlijke activiteiten te ontplooien in de context van internationale initiatieven, waaronder vereenvoudiging van het handelsverkeer.

Artikel

19

Investeringen

De partijen zullen aansporen tot een grotere investeringsstroom, en wel door het scheppen van een aantrekkelijk en stabiel wederzijds investeringsklimaat, met behulp van een consistente dialoog die gericht is op verbetering van wederzijds begrip en samenwerking op het gebied van investeringskwesties, onderzoek van administratieve mechanismen om investeringsstromen te vergemakkelijken, en stimulering van stabiele, transparante, open en niet-discriminerende investeringsregels.

Artikel

20

Mededingingsbeleid

De partijen stimuleren de doeltreffende vaststelling en toepassing van mededingingsregels en informatieverspreiding om de transparantie en juridische zekerheid voor ondernemingen in Mongolië en de Unie te bevorderen. De partijen wisselen van gedachten over kwesties die verband houden met antimededingingspraktijken die een negatief effect kunnen hebben op de bilaterale handel en de investeringsstromen.

Artikel

21

Diensten

De partijen gaan een consistente dialoog aan die met name gericht is op het uitwisselen van informatie over hun respectieve regelgeving, het stimuleren van toegang tot elkaars markt, het bevorderen van toegang tot bronnen van kapitaal en technologie, en het stimuleren van de handel in diensten tussen beide regio's en met derde landen.

Artikel

22

Kapitaalverkeer

De partijen streven naar een versoepeling van het kapitaalverkeer om de doelstellingen van de overeenkomst te bevorderen.

Artikel

23

Overheidsopdrachten

De partijen streven naar het vaststellen van procedures, met inbegrip van passende transparantie- en beroepsbepalingen, ter ondersteuning van een doeltreffend systeem voor overheidsopdrachten, waarbij wordt gestreefd naar een optimale prijs-kwaliteitsverhouding en een vergemakkelijking van de internationale handel.

De partijen streven naar wederzijdse openstelling van hun markt voor overheidsopdrachten, met het oog op wederzijds voordeel.

Artikel

24

Transparantie

De partijen erkennen het belang van transparantie en de geldende procedures bij het beheer van hun handelsgerelateerde wet- en regelgeving, en tot dit doel bevestigen zij opnieuw hun verbintenissen uit hoofde van artikel X van de GATT 1994 en artikel III van de GATS.

Artikel

25

Grondstoffen

Artikel

26

Regionaal beleid

De partijen steunen het regionale ontwikkelingsbeleid.

Artikel

27

Bescherming van intellectuele eigendom

Artikel

28

Subcomité inzake handel en investeringen

TITEL

V

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

Artikel

29

Rechtsstaat en wettelijke samenwerking

Artikel

30

Bescherming van persoonsgegevens

Artikel

31

Samenwerking inzake migratie

Artikel

32

Samenwerking op het gebied van drugsbestrijding

Artikel

33

Gezamenlijke bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie

De partijen komen overeen samen te werken bij de bestrijding van georganiseerde, economische en financiële misdaad, met inbegrip van corruptie. Die samenwerking is meer in het bijzonder gericht op de toepassing en bevordering van de desbetreffende internationale normen en instrumenten, zoals het VN-Verdrag ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en de aanvullende protocollen en het VN-Verdrag inzake bestrijding van corruptie.

Artikel

34

Bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

TITEL

VI

SAMENWERKING IN ANDERE SECTOREN

Artikel

35

Samenwerking inzake mensenrechten

Artikel

36

Samenwerking inzake financiële dienstverlening

Artikel

37

Dialoog inzake het economisch beleid

Artikel

38

Behoorlijk bestuur op fiscaal gebied

Om de economische activiteit te versterken en te ontwikkelen, met inachtneming van de noodzaak een passend regelgevingskader te ontwikkelen, erkennen de partijen de beginselen van goed fiscaal bestuur en verbinden zich ertoe deze toe te passen, zoals door de lidstaten op Unie-niveau afgesproken. De partijen streven daartoe naar betere internationale samenwerking op fiscaal gebied, vergemakkelijking van het innen van legitieme belastingen en het opzetten van maatregelen voor de doelmatige uitvoering van deze beginselen, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Unie en de lidstaten.

Artikel

39

Industrieel beleid en samenwerking binnen het midden- en kleinbedrijf

De partijen komen overeen, rekening houdend met hun respectieve economische beleidsmaatregelen en doelstellingen, het industriële beleid op alle passend geachte terreinen te bevorderen met het oog op de verbetering van het concurrentievermogen van het midden- en kleinbedrijf, en wel door onder meer:

  • a.

    het uitwisselen van gegevens over en ervaringen met het scheppen van een klimaat waarbinnen het midden- en kleinbedrijf zijn concurrentievermogen kan verbeteren;

  • b.

    het bevorderen van de contacten tussen economische actoren, het stimuleren van gemeenschappelijke investeringen en de totstandbrenging van joint-ventures en informatienetwerken, met name via bestaande horizontale EU-programma's, waarbij met name de overdracht van zachte en harde technologie tussen de partners wordt gestimuleerd;

  • c.

    de verstrekking van informatie en stimulering van innovatie en de uitwisseling van goede werkwijzen met betrekking tot de toegang tot financiering, met name voor kleine en micro-ondernemingen;

  • d.

    de bevordering en ondersteuning van relevante activiteiten die aan weerszijden door de particuliere sector worden ontwikkeld;

  • e.

    het bevorderen van passend werk, maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoordingsplicht, en het aanmoedigen van verantwoordelijke zakelijke praktijken, waaronder duurzame consumptie en productie. Deze samenwerking houdt tevens rekening met het consumentenperspectief bijvoorbeeld inzake productinformatie en de rol van de consument op de markt;

  • f.

    gezamenlijke industriële onderzoeksprojecten en samenwerking met betrekking tot normen, conformiteitsbeoordelingsprocedures en technische regelgeving, in overleg vastgesteld;

  • g.

    steunverlening door informatie over de modernisering van procedures en technieken voor de reiniging van afvalwater uit de lederindustrie;

  • h.

    uitwisseling van informatie en de aanbeveling van partners en mogelijkheden tot samenwerking op het gebied van handel en investeringen via wederzijds toegankelijke bestaande netwerken;

  • i.

    steun voor samenwerking tussen particuliere ondernemingen, met name kleine en middelgrote, van beide partijen;

  • j.

    overwegen te onderhandelen over een aanvullende overeenkomst inzake de uitwisseling van informatie, workshops over meer samenwerking en andere promotionele activiteiten tussen kleine en middelgrote ondernemingen van beide partijen;

  • k.

    verstrekking van informatie over technische steun aan de uitvoer van levensmiddelen en landbouwproducten naar de Europese markt in het kader van de preferentiële regeling van de Unie.

Artikel

40

Toerisme

Artikel

41

Informatiemaatschappij

Artikel

42

Audiovisuele en andere media

De partijen stimuleren, ondersteunen en vergemakkelijken uitwisselingen, samenwerking en dialoog tussen hun relevante instellingen en actoren op het gebied van audiovisuele aangelegenheden en media. Zij brengen een regelmatige beleidsdialoog over deze onderwerpen tot stand.

Artikel

43

Wetenschappelijke en technologische samenwerking

Artikel

44

Energie

Artikel

45

Vervoer

Artikel

46

Onderwijs en cultuur

Artikel

47

Milieu, klimaatverandering en natuurlijke hulpbronnen

Artikel

48

Landbouw, veehouderij, visserij en plattelandsontwikkeling

De partijen komen overeen de dialoog te bevorderen op het gebied van landbouw, veehouderij, visserij en plattelandsontwikkeling. De partijen zullen informatie uitwisselen over en betrekkingen aangaan op het gebied van:

  • a.

    landbouwbeleid en internationale levensmiddelen- en landbouwvooruitzichten in het algemeen;

  • b.

    mogelijkheden ter vergemakkelijking van de handel in planten, dieren, vee en afgeleide producten, met het oog op de verdere ontwikkeling van lichte industrie in de landbouwsector;

  • c.

    dierenwelzijn;

  • d.

    beleid inzake plattelandsontwikkeling;

  • e.

    uitwisseling van ervaringen en samenwerkingsnetwerken tussen lokale personen of bedrijven op specifieke gebieden zoals onderzoek en technologieoverdracht;

  • f.

    gezondheids- en kwaliteitsbeleid voor planten, dieren en vee, en met name beschermde geografische aanduidingen;

  • g.

    samenwerkingsvoorstellen en initiatieven die zijn ingediend bij internationale landbouworganisaties;

  • h.

    ontwikkeling van een duurzame en milieuvriendelijke landbouw, met inbegrip van gewasproductie, biobrandstoffen en de overdracht van biotechnologie;

  • i.

    bescherming van plantensoorten, zaadtechnologie, landbouwbiotechnologie;

  • j.

    ontwikkeling van databanken en informatienetwerken op het gebied van landbouw en veeteelt;

  • k.

    opleiding over de landbouw- en veterinaire sector.

Artikel

49

Gezondheid

Artikel

50

Werkgelegenheid en sociale zaken

Artikel

51

Statistiek

Artikel

52

Maatschappelijke organisaties

Artikel

53

Modernisering van de overheid en het openbaar bestuur

De partijen werken samen met het oog op de modernisering van het openbaar bestuur. De samenwerking op dit gebied wordt toegespitst op:

  • a.

    verbetering van de organisatorische doelmatigheid;

  • b.

    verbetering van de effectiviteit van de dienstverlening door de instellingen;

  • c.

    verzekering van transparant beheer van de overheidsfinanciën en verantwoording;

  • d.

    verbetering van het juridische en institutionele kader;

  • e.

    opbouw van het vermogen om beleid te ontwikkelen en uit te voeren (openbare dienstverlening, opstelling en uitvoering van de begroting, corruptiebestrijding);

  • f.

    versterking van het justitiële apparaat; en

  • g.

    hervorming van het veiligheidssysteem.

Artikel

54

Samenwerking inzake risicobeheer in verband met rampen

TITEL

VII

VORMEN VAN SAMENWERKING

Artikel

55

Middelen voor samenwerking en bescherming van financiële belangen

TITEL

VIII

INSTITUTIONEEL KADER

Artikel

56

Gemengd Comité

TITEL

IX

SLOTBEPALINGEN

Artikel

57

Aanpassingsclausule

Artikel

58

Andere overeenkomsten

Onverminderd de desbetreffende bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, doet deze overeenkomst of in het kader daarvan te ondernemen actie op generlei wijze afbreuk aan de bevoegdheden van de lidstaten om bilaterale samenwerkingsbanden met Mongolië aan te knopen of, indien wenselijk, nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten met Mongolië te sluiten.

Deze overeenkomst doet geen afbreuk aan de toepassing of de uitvoering van verbintenissen die Mongolië en de Gemeenschap zijn aangegaan in betrekkingen met derde partijen.

Artikel

59

Voldoen aan verplichtingen

Artikel

60

Faciliteiten

Om de samenwerking in het kader van deze overeenkomst te vergemakkelijken, komen de partijen overeen de deskundigen en ambtenaren die betrokken zijn bij de uitvoering van de samenwerking de nodige faciliteiten te verlenen voor de uitoefening van hun taak, overeenkomstig hun respectieve interne regels en voorschriften.

Artikel

62

Definitie van de partijen

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt met de term „partijen” bedoeld de Unie, of haar lidstaten, of de Unie en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Mongolië, anderzijds.

Artikel

63

Inwerkingtreding en duur

Artikel

64

Kennisgevingen

De in artikel 63 bedoelde kennisgevingen worden toegezonden aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie respectievelijk het ministerie van Buitenlandse Zaken van Mongolië.

Artikel

65

Authentieke tekst

Deze overeenkomst wordt opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Mongoolse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

GEDAAN te Ulaanbaatar, dertig april tweeduizend dertien.