Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Europese Unie binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, overeenkomstig de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, en betreffende de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn

Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Europese Unie binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, overeenkomstig de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, en betreffende de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn

De vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Na raadpleging van de Europese Commissie,

Na raadpleging van de Europese Investeringsbank,

Overwegende hetgeen volgt:

  • 1.

    De Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 20002)PbEU L 317 van 15 december 2000, blz. 3., voor de eerste maal gewijzigd te Luxemburg op 25 juni 20053)PbEU L 287 van 28 oktober 2005, blz. 4. en voor de tweede maal gewijzigd op 22 juni 2010 in Ouagadougou4)PbEU L 287 van 4 november 2010, blz. 3. (de „ACS-EU-partnerschapsovereenkomst”), voorziet in de goedkeuring van financiële protocollen voor elke periode van vijf jaar.

  • 2.

    Op 17 juli 2006 hechtten de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, hun goedkeuring aan het Intern Akkoord betreffende de financiering van de steun van de Gemeenschap binnen het meerjarig financieel kader voor 2008-2013 voor de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van deel vier van het EG-Verdrag van toepassing zijn5)PbEU L 247 van 9 september 2006, blz. 32..

  • 3.

    Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Gemeenschap6)PbEU L 314 van 30 november 2001, blz. 1. („het LGO-besluit”), is van kracht tot 31 december 2013. Voor die datum moet een nieuw besluit worden vastgesteld.

  • 4.

    Met het oog op de tenuitvoerlegging van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en het LGO-besluit moet een elfde Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) worden ingesteld en moet een procedure worden bepaald voor de toewijzing van middelen en voor de bijdragen van de lidstaten daaraan.

  • 5.

    De Unie en haar lidstaten hebben tezamen met de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan („ACS-staten”) overeenkomstig bijlage I ter van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst een prestatie-evaluatie uitgevoerd, met name om na te gaan in welke mate de vastleggingen en betalingen zijn gerealiseerd.

  • 6.

    Er moeten regels worden vastgesteld voor het beheer van de financiële samenwerking.

  • 7.

    Bij de Commissie moet een comité van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten worden gevestigd („het EOF-comité”) en bij de Europese Investeringsbank (EIB) moet een soortgelijk comité worden gevestigd. De werkzaamheden die door de Commissie en de EIB worden verricht voor de toepassing van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en de overeenkomstige bepalingen van het besluit van de landen en gebieden overzee (LGO) dienen te worden geharmoniseerd.

  • 8.

    Het beleid van de Unie inzake ontwikkelingssamenwerking wordt geleid door de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 8 september 2000 werden aangenomen, met inbegrip van daaropvolgende aanpassingen.

  • 9.

    De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Commissie namen op 22 december 2005 een gemeenschappelijke verklaring betreffende het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie: „De Europese consensus” aan7)PbEU C 46 van 24 februari 2006, blz. 1..

  • 10.

    De Raad heeft op 9 december 2010 zijn goedkeuring gehecht aan de conclusies over wederzijdse verantwoordingsplicht en transparantie: het vierde hoofdstuk van het operationele kader van de EU inzake doeltreffendheid van ontwikkelingshulp. Deze conclusies werden toegevoegd aan de geconsolideerde tekst van het operationele kader inzake doeltreffendheid van ontwikkelingshulp waarin de overeenkomsten in het kader van de verklaring van Parijs over de doeltreffendheid van hulp (2005), de EU-gedragscode inzake complementariteit en taakverdeling in het ontwikkelingsbeleid (2007) en de EU-richtsnoeren voor de Actieagenda van Accra (2008) werden bevestigd. De Raad heeft op 14 november 2011 tevens zijn goedkeuring gehecht aan een gemeenschappelijk standpunt van de EU, dat onder meer betrekking had op de EU-transparantiewaarborg en andere aspecten van transparantie en verantwoordingsplicht, voor het vierde Forum op hoog niveau te Busan. Op 14 mei 2012 heeft de Raad conclusies aangenomen over „Het EU-ontwikkelingsbeleid trefzekerder maken: een agenda voor verandering” en over „De toekomstige strategie inzake EU-begrotingssteun aan derde landen”.

  • 11.

    Er wordt herinnerd aan de doelstellingen inzake officiële ontwikkelingshulp (ODA) die zijn vermeld in overweging 10. Wanneer de Commissie de lidstaten en de OESO/DAC verslag uitbrengt over uitgaven binnen het elfde EOF, moet zij een onderscheid maken tussen ODA- en niet-ODA-activiteiten.

  • 12.

    Op 22 december 2009 keurde de Raad de conclusies goed betreffende de betrekkingen van de EU met de landen en gebieden overzee (LGO).

  • 13.

    Dit Akkoord moet worden toegepast in overeenstemming met Besluit 2010/427/EU van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden8)PbEU L 201 van 3 augustus 2010, blz. 30..

  • 14.

    Om te voorkomen dat de financiering tussen maart en december 2020 stilvalt, is het dienstig de looptijd van het meerjarig financieel kader van het elfde EOF te doen samenvallen met die van het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020 dat van toepassing is op de algemene begroting van de Unie. Het is daarom verkieslijk 31 december 2020 vast te leggen als uiterste datum voor vastleggingen van middelen van het elfde EOF, veeleer dan 28 februari 2020, de uiterste datum voor de toepassing van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst.

  • 15.

    Voortbouwend op de basisbeginselen van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, zijn de doelstellingen van het elfde EOF de uitroeiing van armoede, duurzame ontwikkeling en geleidelijke integratie van de ACS-staten in de wereldeconomie. De minst ontwikkelde landen krijgen een bijzondere behandeling.

  • 16.

    Om de sociaal-economische samenwerking met de ultraperifere gebieden van de Unie en de ACS-staten, alsmede met de LGO’s in het Caribisch gebied, West-Afrika en de Indische Oceaan te versterken, voorzien de verordeningen betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en betreffende de Europese territoriale samenwerking in een versterking van de toewijzingen voor 2014-2020 voor hun onderlinge samenwerking,

Zijn het volgende overeengekomen:

Hoofdstuk

1

FINANCIËLE MIDDELEN

Artikel

1

Middelen van het elfde EOF

Artikel

2

Middelen voor de ACS-landen

Het in artikel 1, lid 2, onder a), i), vermelde bedrag van 29.089 miljoen EUR wordt als volgt over de samenwerkingsinstrumenten verdeeld:

Artikel

3

Middelen voor de LGO

Artikel

4

Leningen uit de eigen middelen van de EIB

Artikel

5

Door de EIB beheerde operaties

Artikel

6

Middelen voor ondersteunende uitgaven van de Commissie in verband met het EOF

Hoofdstuk

II

UITVOERING EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

7

Bijdragen aan het elfde EOF

Artikel

8

Het comité van het Europees Ontwikkelingsfonds

Artikel

9

Het comité van de investeringsfaciliteit

Artikel

10

Uitvoeringsbepalingen

Artikel

11

Financiële uitvoering, boekhouding, controle en kwijting

Artikel

12

Herzieningsclausule

Artikel 1, lid 3, en de artikelen van hoofdstuk II, met uitzondering van artikel 8, kunnen door de Raad met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie worden gewijzigd. De EIB sluit zich aan bij het voorstel van de Commissie betreffende aangelegenheden die verband houden met haar activiteiten en die van de investeringsfaciliteit.

Artikel

13

Europese Dienst voor extern optreden

Dit Akkoord wordt toegepast in overeenstemming met Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese dienst voor extern optreden.

Artikel

14

Ratificatie, inwerkingtreding en looptijd

Artikel

15

Authentieke talen

Dit Akkoord, opgesteld in een exemplaar in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in het archief van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, dat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toezendt aan de regering van elk der ondertekenende lidstaten.

GEDAAN te Luxemburg en te Brussel op vierentwintig, respectievelijk zesentwintig juni tweeduizend dertien.