Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Gemeenschap van België betreffende de coproductie van films

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Gemeenschap van België betreffende de coproductie van films

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Franse Gemeenschap van België

Hierna te noemen: „de partijen”,

  • Zich bewust van de bijdrage die hoogwaardige audiovisuele coproducties zouden kunnen leveren aan de ontwikkeling van filmindustrieën alsmede aan de bevordering van de economische en culturele uitwisseling tussen de partijen;

  • Gelet op het Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie waaraan de verdragsluitende partijen gebonden zijn;

  • Overwegende dat het wenselijk is een kader vast te stellen voor bilaterale betrekkingen op het gebied van film en, meer bepaald, voor hun coproducties;

  • Ervan overtuigd dat deze culturele en economische samenwerking zal bijdragen aan het smeden van nauwere banden tussen de beide partijen;

  • Overwegende de institutionele veranderingen die in België hebben plaatsgevonden en, meer bepaald, de Bijzondere Wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarbij aan de Gemeenschappen exclusieve bevoegdheden zijn toegekend omtrent aangelegenheden die binnen hun mandaat vallen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De coproducenten van films die binnen het kader van dit Verdrag worden geproduceerd dienen hun hoofdvestiging dan wel een nevenvestiging te hebben op het grondgebied van een van de partijen.

Artikel

5

De voordelen die met dit Verdrag inzake coproductie worden beoogd, worden toegekend aan coproducenten die over een voldoende toegeruste financiële en technische organisatie en voldoende professionele kwalificaties en ervaring beschikken. De beide partijen houden elkaar via hun bevoegde autoriteiten op de hoogte van deze erkenning.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Om aanspraak te kunnen maken op de voordelen uit hoofde van dit Verdrag dienen de coproducenten gezamenlijk eigenaar te zijn van de materiële onderdelen van de film, met inbegrip van de filmmaster, en alle overige bronmaterialen van de gecoproduceerde film. Voorts heeft iedere coproducent het recht kopieën van de gecoproduceerde film te maken voor exploitatie in zijn eigen land. Het filmmateriaal wordt bewaard op een door de coproducenten onderling overeen te komen locatie die voor ieder van hen toegankelijk is.

Artikel

11

De titelrol, trailers en al het promotiemateriaal voor in het kader van dit Verdrag gecoproduceerde films dienen de status van de film als officiële coproductie van Nederland en de Franse Gemeenschap van België te vermelden.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

GEDAAN in tweevoud te Brussel op 25 februari 2016 in de Nederlandse en de Franse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

JET BUSSEMAKER,

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Voor de Regering van de Franse Gemeenschap van België,

JOËLLE MILQUET,

Vice-President, Minister van Onderwijs, Cultuur en Kind

RUDY DEMOTTE,

Minister-President

Bijlage

  • 1)

    Voorlopige goedkeuring

    Teneinde toegang tot dit Verdrag te verkrijgen dienen de coproducenten van elk van beide partijen hun verzoek om toegang uiterlijk 30 dagen voordat met het filmen wordt begonnen vergezeld te doen gaan van een aan de bevoegde autoriteiten geadresseerd bestand met daarin:

    • een document inzake de verwerving van de auteursrechten voor exploitatie van de film;

    • een beknopte inhoud met nauwkeurige informatie over de aard van het onderwerp van de film;

    • een lijst van de beoogde cast en crew (de bij de film betrokken artistieke en technische professionals);

    • het voorlopige werkplan met een indicatie van het aantal dagen en/of weken dat het filmen zal duren (in de studio en daarbuiten) en van de landen (of regio’s) waar de opnamen zullen plaatsvinden;

    • een geraamde en gedetailleerde begroting en een financieel plan, met inbegrip van de kosten en middelen van elke partij;

    • de coproductieovereenkomst(en);

    • elk ander document dat de bevoegde autoriteiten verlangen om de artistieke, technische en financiële aspecten van de film te kunnen onderzoeken.

    De bevoegde autoriteit van de partij met de kleinste inbreng verleent pas haar goedkeuring na ontvangst van het advies van de bevoegde autoriteit van de partij met de grootste inbreng.

  • 2)

    Definitieve goedkeuring

    Uiterlijk vier maanden na vrijgave voor vertoning in filmtheaters en bioscopen op het grondgebied van een van de partijen dienen de producenten bij hun bevoegde autoriteiten een bestand in met daarin:

    • een actuele versie van het voorlopige bestand;

    • overeenkomsten met of bevestigingen van deelname van de regisseur, cast en crew die door de betrokken coproducent zijn ondertekend;

    • plannen voor promotie en distributie binnen en buiten het bioscoopcircuit;

    • de opening credits en aftiteling.