Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds

Partnerschaps-en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek van Singapore, anderzijds

de Europese Unie, hierna „de Unie” genoemd,

en

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden, en

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

enerzijds, en

de Republiek Singapore,

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

Gezien de traditionele vriendschapsbanden tussen de partijen en de nauwe historische, politieke en economische banden die hen verenigen;

Gezien het bijzondere belang dat de partijen hechten aan het alomvattende karakter van hun wederzijdse betrekkingen;

Overwegende dat de partijen van mening zijn dat deze overeenkomst deel uitmaakt van bredere en samenhangende betrekkingen tussen hen, die tot stand zijn gekomen door overeenkomsten waarbij beide zijden partij zijn;

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de eerbiediging van de democratische beginselen en de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten waarbij zij partij zijn;

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur en streven naar economische en sociale vooruitgang ten bate van hun bevolking, rekening houdende met de beginselen van duurzame ontwikkeling en de noodzaak tot bescherming van het milieu;

Bevestigend dat de partijen streven naar betere samenwerking op het gebied van internationale stabiliteit, justitie en veiligheid als een fundamentele voorwaarde om duurzame sociale en economische ontwikkeling te bevorderen, armoede uit te bannen en de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties te verwezenlijken;

Verklarend dat zij zich er volledig toe verbinden alle vormen van terrorisme te bestrijden en effectieve internationale instrumenten te ontwikkelen om terrorisme uit te bannen overeenkomstig de desbetreffende instrumenten van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN-Veiligheidsraad), in het bijzonder Resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad;

Overwegende dat de Unie in 2001 een breed actieplan inzake terrorismebestrijding heeft goedgekeurd en in 2004 heeft herzien en bijgevolg een breed scala aan maatregelen heeft getroffen, dat de Europese Raad op 25 maart 2004 na de aanslagen in Madrid een belangrijke verklaring betreffende de bestrijding van terrorisme heeft afgelegd, en dat de Unie tevens in december 2005 haar goedkeuring heeft gehecht aan een strategie inzake terrorismebestrijding;

Bevestigend dat de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal niveau te nemen en de wereldwijde samenwerking te intensiveren;

Overwegende dat de onpartijdige en onafhankelijke werking van het Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling voor vrede en internationale gerechtigheid is;

Aangezien de Europese Raad de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor heeft aangemerkt als een ernstige bedreiging voor de internationale veiligheid, en op 12 december 2003 een strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens heeft goedgekeurd, dat de Raad van de Europese Unie reeds op 17 november 2003 Uniebeleidsmaatregelen had goedgekeurd om non-proliferatiebeleid te integreren in de Uniebetrekkingen met derde landen, dat de door de gehele internationale gemeenschap aangegane verbintenis om de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor te bestrijden ten grondslag ligt aan de aanneming, bij consensus, van Resolutie 1540 van de VN-Veiligheidsraad, en dat deze verbintenis van de internationale gemeenschap opnieuw is bevestigd door de aanneming van Resolutie 1673 en Resolutie 1810 van de VN-Veiligheidsraad;

Overwegende dat de Europese Raad van oordeel is dat handvuurwapens en lichte wapens (SALW) een groeiende bedreiging voor de vrede, de veiligheid en de ontwikkeling vormen en op 16 december 2005 zijn goedkeuring heeft gehecht aan een strategie tot bestrijding van de illegale accumulatie van handvuurwapens en lichte wapens en van munitie daarvoor. In deze strategie benadrukte de Europese Raad de noodzaak om een alomvattende en consistente aanpak van het veiligheids- en ontwikkelingsbeleid te verzekeren;

Het belang erkennend van de samenwerkingsovereenkomst van 7 maart 1980 tussen de Europese Economische Gemeenschap en Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Singapore en Thailand, lidstaten van de ASEAN (de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten) en de daaropvolgende toetredingsprotocollen;

Erkennende dat de versterking van de betrekkingen tussen de partijen van groot belang is ter stimulering van hun samenwerking, en zich bewust van hun gemeenschappelijke streven om de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren, op basis van gelijkwaardigheid, met inachtneming van het milieu en wederzijds tot voordeel strekkend;

Bevestigend dat de partijen in volledige overeenstemming met de in regionaal verband ondernomen activiteiten, de samenwerking tussen de Unie en de Republiek Singapore willen verdiepen, op grond van gemeenschappelijke waarden en tot wederzijds voordeel;

Bevestigend dat de partijen ernaar streven om meer begrip te kweken tussen Azië en Europa op basis van gelijkheid, respect voor elkaars culturele en politieke normen, en met aanvaarding van meningsverschillen;

Bevestigend dat de partijen ernaar streven om de handelsrelaties te versterken door het sluiten van een vrijhandelsovereenkomst;

Opmerkende dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van het derde deel, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen binden, en niet als deel van de Europese Unie, totdat de Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Singapore ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Indien het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland niet langer gebonden is als deel van de Unie overeenkomstig artikel 4 bis van Protocol nr. 21, moet de Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Singapore onmiddellijk in kennis stellen van iedere wijziging in hun positie; in dat geval blijven zij op persoonlijke titel gebonden door de bepalingen van deze overeenkomst. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat aan die verdragen is gehecht,

Zijn het volgende overeengekomen:

TITEL

I

AARD EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

1

Algemene beginselen

Artikel

2

Doel van de samenwerking

Met het oog op de versterking van hun bilaterale betrekkingen voeren de partijen een brede dialoog en stimuleren zij verdere samenwerking in alle sectoren van gezamenlijk belang. Hun inspanningen zijn met name gericht op:

  • a.

    het opzetten van samenwerking in alle relevante regionale en internationale fora en organisaties;

  • b.

    het opzetten van samenwerking ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit;

  • c.

    het opzetten van samenwerking op het gebied van de bestrijding van de meest ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd;

  • d.

    het opzetten van samenwerking inzake de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens, de overbrengingsmiddelen daarvoor, de illegale opslag van en de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten;

  • e.

    het scheppen van voorwaarden voor en het bevorderen van de intensivering en ontwikkeling van het handelsverkeer tussen de partijen tot hun wederzijds voordeel;

  • f.

    het opzetten van samenwerking op alle handels- en investeringsgerelateerde gebieden van gezamenlijk belang, teneinde naast de lopende en toekomstige regionale EU-ASEAN-initiatieven op consistente wijze handels- en investeringsstromen te vergemakkelijken en barrières voor handel en investeringen te voorkomen en weg te nemen;

  • g.

    het opzetten van samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid, met inbegrip van de rechtsstaat en gerechtelijke samenwerking, gegevensbescherming, migratie, smokkel en mensenhandel, de bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, het witwassen van geld en illegale drugs;

  • h.

    het opzetten van samenwerking in alle andere sectoren van wederzijds belang, met name douaneaangelegenheden, macro-economisch beleid en financiële instellingen, belastingen, industrieel beleid en kleine en middelgrote ondernemingen, de informatiemaatschappij, wetenschap en technologie, energie, vervoer, onderwijs en cultuur, milieu en natuurlijke hulpbronnen, gezondheidszorg en statistiek;

  • i.

    het bevorderen van de bestaande deelname en het aanmoedigen van verdere deelname van de Republiek Singapore aan de Uniesamenwerkingsprogramma's voor heel Azië;

  • j.

    het vergroten van de rol en de zichtbaarheid van de partijen in elkaars regio;

  • k.

    het tot stand brengen van een regelmatige dialoog met het oog op de versterking van het wederzijds begrip van elkaars maatschappij en de bevordering van het bewustzijn van de verschillende culturele, religieuze en maatschappelijke opvattingen in zowel Azië als Europa.

TITEL

II

BILATERALE, REGIONALE EN INTERNATIONALE SAMENWERKING

Artikel

3

Samenwerking in regionale en internationale organisaties

Artikel

4

Regionale en bilaterale samenwerking

TITEL

III

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN INTERNATIONALE STABILITEIT, JUSTITIE, VEILIGHEID EN ONTWIKKELING

Artikel

5

Samenwerking bij terrorismebestrijding

De partijen bevestigen het belang van terrorismebestrijding, overeenkomstig de rechtsstaat en hun respectieve verplichtingen in het kader van het VN-Handvest, de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad en het internationaal recht, met inbegrip van de geldende wetgeving inzake mensenrechten en vluchtelingen en het internationaal humanitair recht. Binnen dit kader en overeenkomstig de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN, zoals opgenomen in Resolutie 60/288 van de Algemene Vergadering van de VN van 8 september 2006, de gezamenlijke verklaring van de EU en de ASEAN over samenwerking ter bestrijding van terrorisme van 28 januari 2003, komen de partijen overeen op het vlak van de preventie en bestrijding van terrorisme in het bijzonder als volgt samen te werken:

  • a.

    in het kader van de volledige uitvoering van Resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad en andere toepasselijke VN-resoluties, internationale verdragen en instrumenten;

  • b.

    door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en ondersteunende netwerken, overeenkomstig het toepasselijke nationale en internationale recht;

  • c.

    door de uitwisseling van standpunten over middelen en methoden voor terrorismebestrijding, onder meer op technisch en opleidingsgebied, en door de uitwisseling van ervaringen bij terrorismepreventie;

  • d.

    door de internationale consensus en het normatieve kader daarvoor over de strijd tegen terrorisme te vergroten en zo spoedig mogelijk overeenstemming te bereiken over het alomvattend verdrag inzake internationaal terrorisme, ter aanvulling op de bestaande VN-instrumenten voor de bestrijding van terrorisme;

  • e.

    door de samenwerking te bevorderen tussen VN-lidstaten bij de doeltreffende implementatie van de mondiale VN-strategie voor terrorismebestrijding met alle passende middelen;

  • f.

    door goede praktijken uit te wisselen betreffende de bescherming van de mensenrechten in het kader van de strijd tegen het terrorisme.

De partijen komen overeen dat de samenwerking in het kader van dit artikel zal geschieden volgens hun eigen wet- en regelgeving.

Artikel

6

Uitvoering van internationale verplichtingen met het oog op de bestraffing van ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd

Artikel

7

Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens

Artikel

8

Handvuurwapens en lichte wapens

TITEL

IV

SAMENWERKING INZAKE HANDEL EN INVESTERINGEN

Artikel

9

Algemene beginselen

Artikel

10

Sanitaire en fytosanitaire kwesties

De partijen kunnen overleg plegen en informatie uitwisselen over wetgeving, certificering en inspectieprocedures, met name in het kader van de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen die is opgenomen in bijlage IA van de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994.

De samenwerking kan onder meer inhouden:

  • a.

    de aanpak van bilaterale sanitaire en fytosanitaire problemen die een partij aan de orde stelt;

  • b.

    uitwisseling van informatie over sanitaire en fytosanitaire kwesties;

  • c.

    bevordering van het gebruik van internationale normen voor zover deze bestaan; alsmede

  • d.

    oprichting van een mechanisme voor de dialoog over beste praktijken in verband met normen, test- en certificeringsprocedures, en evaluatie van de gelijkwaardigheid van regionale of nationale normen.

Artikel

11

Kwesties die verband houden met technische handelsbelemmeringen

De partijen stimuleren het gebruik van internationale normen, werken samen en wisselen informatie uit op het gebied van normen, conformiteitsbeoordelingsprocedures en technische regelgeving, met name in het kader van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen.

Artikel

12

Douane

Artikel

13

Investeringen

De partijen kunnen de totstandkoming van een aantrekkelijk en stabiel wederzijds investeringsklimaat bevorderen, met behulp van een consistente dialoog die gericht is op verbetering van wederzijds begrip en samenwerking op het gebied van investeringskwesties, onderzoek van administratieve mechanismen om investeringsstromen te vergemakkelijken, en stimulering van stabiele, transparante, open en niet-discriminerende investeringsregels.

Artikel

14

Mededingingsbeleid

De partijen kunnen de doeltreffende vaststelling en toepassing van mededingingsregels en informatieverspreiding stimuleren om de transparantie en juridische zekerheid voor ondernemingen die actief zijn op elkaars markt te bevorderen.

Artikel

15

Diensten

De partijen kunnen een consistente dialoog aangaan die met name gericht is op het uitwisselen van informatie over hun respectieve regelgeving, het stimuleren van toegang tot elkaars markt, het bevorderen van toegang tot bronnen van kapitaal en technologie, en het stimuleren van de handel in diensten tussen beide regio's en in derde landen.

Artikel

16

Bescherming van intellectuele eigendom

De partijen hechten groot belang aan intellectuele-eigendomsrechten2)Voor de toepassing van dit artikel behoren tot de intellectuele-eigendomsrechten:a. alle categorieën intellectuele eigendom die vallen onder de afdelingen 1 tot en met 7 van deel II van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, die is opgenomen in bijlage 1C van de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994, namelijk:i.auteursrecht en naburige rechten;ii.octrooien;iii.handelsmerken;iv.modellen;v.ontwerpen voor schakelpatronen (topografieën) van geïntegreerde schakelingen;vi.geografische aanduidingen;vii.bescherming van niet openbaar gemaakte informatie; alsmedeb.kwekersrechten.Wat de Unie betreft, omvatten „octrooien” voor de toepassing van deze overeenkomst rechten afgeleid van aanvullende beschermingscertificaten., waarbij zij het toenemende belang ervan erkennen voor de ontwikkeling van innovatieve producten, diensten en technologieën in hun respectieve landen en zij komen overeen te blijven tot samenwerking en niet-vertrouwelijke informatie uit te wisselen op onderling overeengekomen activiteiten en projecten, met het oog op de bevordering, bescherming en de handhaving van deze rechten, met inbegrip van de doeltreffende en efficiënte handhaving door de douaneautoriteiten.

TITEL

V

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

Artikel

17

Rechtsstaat en wettelijke samenwerking

Artikel

18

Gegevensbescherming

Artikel

19

Migratie

Artikel

21

Bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Artikel

22

Samenwerking op het gebied van de bestrijding van illegale drugs

TITEL

VI

SAMENWERKING IN ANDERE SECTOREN

Artikel

23

Samenwerking inzake mensenrechten

Artikel

24

Samenwerking inzake financiële dienstverlening

De partijen streven ernaar de samenwerking op het gebied van financiële diensten te bevorderen met betrekking tot kwesties van wederzijds belang in het kader van hun respectieve programma's en wetgeving en, in voorkomend geval, overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het vrijhandelsakkoord als bedoeld in artikel 9, lid 2. Deze samenwerking komt tot stand tussen de financiële regelgevers en toezichthouders van de Unie en de Republiek Singapore en heeft betrekking op aangelegenheden op het vlak van regelgeving en toezicht. De financiële regelgevers en toezichthouders zullen met elkaar overleggen om te bepalen op welke wijze het best kan worden samengewerkt.

Artikel

25

Dialoog inzake het economisch beleid

Artikel

26

Samenwerking op fiscaal gebied

Artikel

27

Industriebeleid en samenwerking inzake het midden- en kleinbedrijf

Artikel

28

Informatiemaatschappij

Artikel

29

Samenwerking op het gebied van de audiovisuele sector en de media

De partijen bevorderen de samenwerking in de audiovisuele sector en de media in het algemeen. De samenwerking omvat onder meer, maar is niet beperkt tot:

  • a.

    uitwisseling van standpunten over het audiovisuele en mediabeleid;

  • b.

    gezamenlijke organisatie van evenementen van wederzijds belang;

  • c.

    gezamenlijke opleidingsactiviteiten; alsmede

  • d.

    het bevorderen van coproducties, en de aanzet geven tot discussies over audiovisuele coproductieovereenkomsten.

Artikel

30

Wetenschappelijke en technologische samenwerking

Artikel

31

Energie

Artikel

32

Vervoer

Artikel

33

Onderwijs en cultuur

Artikel

34

Milieu en natuurlijke hulpbronnen

Artikel

35

Werkgelegenheid en sociale zaken

Artikel

36

Gezondheid

Artikel

37

Statistiek

De partijen komen overeen om overeenkomstig de bestaande statistische samenwerkingsactiviteiten tussen de Unie en de ASEAN, de harmonisatie van statistische methoden en werkwijzen te bevorderen, waaronder de vergaring en verspreiding van statistische gegevens, waardoor zij op een onderling overeengekomen wijze gebruik kunnen maken van statistische gegevens over de handel in goederen en diensten, directe buitenlandse investeringen en meer in het algemeen, over alle andere gebieden die onder deze overeenkomst vallen en die zich lenen voor statistische gegevensverzameling, verwerking, analyse en verspreiding.

Artikel

38

Maatschappelijk middenveld

De partijen erkennen de mogelijke bijdrage van organisaties van het maatschappelijk middenveld tot de dialoog en het samenwerkingsproces uit hoofde van deze overeenkomst en streven een effectieve dialoog met organisaties van het maatschappelijk middenveld na.

TITEL

VII

VORMEN VAN SAMENWERKING

Artikel

39

Middelen voor samenwerking

Artikel

40

Ontwikkelingssamenwerking ten behoeve van derde landen

TITEL

VIII

INSTITUTIONEEL KADER

Artikel

41

Gemengd Comité

TITEL

IX

SLOTBEPALINGEN

Artikel

42

Aanpassingsclausule

Artikel

43

Andere overeenkomsten

Artikel

44

Niet-uitvoering van de overeenkomst

Artikel

45

Faciliteiten

Ter bevordering van de samenwerking in het kader van deze overeenkomst verstrekken beide partijen de garanties en faciliteiten die nodig zijn voor het vervullen van hun taken.

Artikel

47

Definitie van de partijen

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt met de term „partijen” bedoeld de Unie of haar lidstaten, of de Unie en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds.

Artikel

48

Bekendmaking van informatie

Niets in deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat een partij verplicht wordt informatie te verstrekken waarvan zij de openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen en de handhaving van internationale vrede en veiligheid.

Artikel

49

Inwerkingtreding en duur

Artikel

51

Kennisgevingen

De in artikel 49 bedoelde kennisgeving wordt toegezonden aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Singapore.

Artikel

52

Authentieke teksten

Deze overeenkomst wordt opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van een geschil dat verband houdt met de interpretatie van deze overeenkomst verwijzen de partijen de zaak door naar het Gemengd Comité.

GEDAAN te Brussel, negentien oktober tweeduizend achttien.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 44

(Niet-uitvoering van de overeenkomst)

De partijen zijn het erover eens dat „schending van een essentieel element van de overeenkomst” als bedoeld in artikel 44, lid 4, onder b), betrekking heeft op zeer uitzonderlijke gevallen van systematische, ernstige en wezenlijke niet-nakoming van de verplichtingen die zijn vastgelegd in artikel 1, lid 1, en artikel 7, lid 2.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 52

(Authentieke tekst)

In geval van een geschil dat verband houdt met de interpretatie van deze overeenkomst, dient rekening te worden gehouden met het feit dat deze overeenkomst tot stand is gekomen na onderhandelingen in het Engels.

Begeleidend schrijven

Onder verwijzing naar de overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds, bevestigen beide partijen dat zij het erover eens zijn dat zij op het ogenblik van de ondertekening van deze overeenkomst, op basis van objectief beschikbare informatie geen kennis hebben van een van elkaars nationale wetten of hun toepassing, die zou kunnen leiden tot de inroeping van artikel 44 van deze overeenkomst.