Regeling van de Minister van Economische Zaken van 9 december 2003, nr. WJZ 3070305, tot vaststelling van regels inzake innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten (Uitvoeringsregeling innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten)

Uitvoeringsregeling innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b.

    het besluit: het Besluit innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten;

  • c.

    een internationaal IS-project: project waarbij iedere niet in Nederland gevestigde betrokken persoon is:

    • 1°.

      een deelnemer in een samenwerkingsverband dat voor gemeenschappelijke rekening en risico een project uitvoert, die gevestigd is in een staat die deelneemt aan het Eureka-programma mits het project voor zover het industrieel onderzoek of preconcurrentiële ontwikkeling betreft is voorzien van een Eureka-label, dan wel gevestigd is in Japan, Singapore of de Verenigde Staten van Amerika;

    • 2°.

      een persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, onder 1°, van het besluit, die gevestigd is in Japan, Singapore of de Verenigde Staten van Amerika, of

    • 3°.

      een persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, onder 2°, van het besluit, die gevestigd is in een lidstaat die deelneemt aan het Eureka-programma dan wel in Japan, Singapore of de Verenigde Staten van Amerika.

Artikel

2

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Het subsidieplafond voor het in 2004 verlenen van subsidies op aanvragen op grond van artikel 8 van het besluit inzake haalbaarheidsstudies, ingediend in de periode die loopt met ingang van 1 maart 2004 tot en met 30 september 2004, uiterlijk 18.00 uur, wordt vastgesteld op € 4 000 000.

Artikel

9

Artikel

10

Als criteria als bedoeld in artikel 13, derde lid, van het besluit worden voor technologische innovatie, duurzaamheid, technologische samenwerking en economisch perspectief respectievelijk vastgesteld:

  • a.

    de mate waarin wordt bijgedragen aan technologische vernieuwing of aan wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;

  • b.

    de mate waarin wordt bijgedragen aan verbetering van de ecologische of sociale prestaties van een deelnemer in een samenwerkingsverband, dan wel van een persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit dan wel van de ecologische of sociale aspecten van de samenleving;

  • c.

    de mate van doelmatigheid en doeltreffendheid van het project, de nieuwheid van het samenwerkingsverband en de betrokkenheid van kennisinstellingen, en

  • d.

    de mate waarin de projectresultaten meer economische waarde creëren, wordt aangesloten aan de doelstellingen van de deelnemende ondernemingen en de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten uitgebreider zijn.

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2004.

Artikel

12

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Economische ZakenL.J.Brinkhorst