Tarieven van justitie-kosten en salarissen in burgerlijke zaken, vastgesteld bij de Wetten van 28 augustus en 29 december 1843, 38, 39, 40, 66 en 67, in een doorlopende reeks van artikelen vervat ingevolge artikel 2 der Wet van 28 augustus 1843, Stb. 41

Wet tarieven in burgerlijke zaken

Wij WILLEM II, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.
Allen die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben de noodzakelijkheid, om het, krachtens de wet van den 15den December 1838 (Staatsblad n°. 43), bij reglement van openbaar bestuur van den 30sten November 1839 ( Staatsblad n°. 49) vastgesteld en krachtens de wet van den 15den December 1842 (Staatsblad n°. 26) nog in werking zijnde tarief van justitie-kosten en salarissen in burgerlijke zaken, door wettelijke bepalingen te doen vervangen;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze, vast te stellen de navolgende algemeene bepaling en titel, welke zullen uitmaken een gedeelte van het tarief van justitie-kosten en salarissen in burgerlijke zaken:

Algemeene bepaling

Eerste

titel

Van de heffing van rechten

Artikel

1

Vervallen

§

1

Vast recht bij de arrondissementsrechtbanken, de gerechtshoven en de Hoge Raad der Nederlanden

Artikel

2

Vervallen

Artikel

3

Vervallen

Artikel

4

Vervallen

Artikel

5

Vervallen

Artikel

6

Vervallen

Artikel

7

Vervallen

Artikel

8

Vervallen

Artikel

9

Vervallen

Artikel

9a

Vervallen

Artikel

10

Vervallen

§

2

Vervallen.

Artikel

11

Vervallen

Artikel

12

Vervallen

§

3

Overige rechten bij de burgerlijke gerechten

Artikel

13

Vervallen

Artikel

14

Vervallen

Artikel

15

Vervallen

Tweede

titel

Van de betaling der rechten en verschotten

Artikel

16

Vervallen

Artikel

17

Vervallen

Artikel

18

Vervallen

Artikel

18a

Vervallen

Artikel

19

Vervallen

Artikel

20

Vervallen

Artikel

21

Vervallen

Artikel

22

Vervallen

Artikel

23

Vervallen

Artikel

24

Vervallen

Artikel

25

Vervallen

Artikel

26

Vervallen

Artikel

27

Vervallen

Artikel

28

Vervallen

Derde

titel

Van de advocaten

Artikel

29

Artikel

30

Voor werkzaamheden, niet in het vorig artikel vermeld, berekenen de advocaten het hun verschuldigde salaris, naar mate van het belang en de moeijelijkheid der zaken, mitsgaders van den tijd, welke daaraan besteed heeft moeten worden.

Artikel

31

Artikel

32

Buiten de gevallen in het 2de lid van art. 31 vermeld, geschiedt, in geval van verschil over het salaris, door den advocaat aan den client berekend, de begrooting door de raden van toezigt en discipline in de hoofdplaats van het arrondissement waarin de advocaat woonachtig is, of, indien aldaar geen raad van toezigt aanwezig is, door dien in de residentie van het provinciaal geregtshof waaronder de woonplaats van den advocaat behoort; en indien ook aldaar geen zoodanige raad bestaat, alsdan door dien, gevestigd in de residentie van den hoogen raad.

Artikel

33

Artikel

34

Artikel

35

Artikel

36

Artikel

37

Artikel

38

De begrootingen van den regter zijn niet aan regten van registratie of griffie onderworpen.

Artikel

39

De schuldenaar wordt tot de betaling genoodzaakt, hetzij krachtens het bevelschrift van ten uitvoer legging van den voorzitter of benoemden regter, hetzij krachtens de beschikking, door het collegie op een verzoek tot herziening genomen.

Artikel

40

Artikel

41

Vervallen

Artikel

42

Vervallen

Vierde

titel

Van de Procureurs

Artikel

43

Vervallen

Artikel

44

Vervallen

Artikel

45

Vervallen

Artikel

46

Vervallen

Artikel

47

Vervallen

Artikel

48

Vervallen

Artikel

49

Vervallen

Artikel

50

Vervallen

Artikel

51

Vervallen

Artikel

52

Vervallen

Vijfde

titel

Artikel

53

Vervallen

Artikel

54

Vervallen

Artikel

55

Vervallen

Artikel

56

Vervallen

Zesde

titel

Slotbepalingen

Artikel

57

Vervallen

Artikel

58

Vervallen

Artikel

59

Deze wet kan worden aangehaald als Wet tarieven in burgerlijke zaken.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Kollegien en Ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s Gravenhage
WILLEM.
Van wege den Koning, De Directeur van het Kabinet des Konings, A. G. A. VAN RAPPARD.
De Directeur van het Kabinet des Konings, A. G. A. VAN RAPPARD.