Besluit van 1 maart 1963, houdende voorschriften, als bedoeld in artikel 26, onder a, b, c en d van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening

Besluit uitoefening artsenijbereidkunst

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 3 december 1962, Directie Volksgezondheid, Afdeling Gezondheidsbescherming, No. 19047;
De Raad van State gehoord (advies van 16 januari 1963, no. 36);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 20 februari 1963, no. 51269, Directie Volksgezondheid, Afdeling Gezondheidsbescherming;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Definities

§

2

Inschrijving

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Bij een verzoek tot inschrijving als tweede apotheker moeten door de verzoeker worden overgelegd:

  • a.

    opgave van de apotheek, waarin door hem de artsenijbereidkunst zal worden uitgeoefend;

  • b.

    indien een overeenkomst bestaat, als bedoeld in artikel 20 van de wet, een door hem en de gevestigde apotheker ondertekend afschrift van die overeenkomst.

Artikel

5

Bij een verzoek tot inschrijving als apotheekhoudend geneeskundige moeten door de verzoeker worden overgelegd:

  • a.

    opgave van het perceel, bedoeld in artikel 14, eerste lid, tweede volzin, van de wet;

  • b.

    een plattegrond van de apotheek met vermelding van de bestemming der ruimten en/of lokalen;

  • c.

    opgave van het perceel, waar de geneeskundige woont, benevens een gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens van de betreffende gemeente;

  • d.

    ingeval een vergunning als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de wet, is verleend, een gewaarmerkt afschrift van deze vergunning;

  • e.

    een door de verzoeker ondertekende verklaring, dat de apotheek uitsluitend aan hem toebehoort.

Artikel

6

Bij een verzoek tot inschrijving als apotheekhoudende arts op een schip legt de verzoeker een opgave van de namen van de reder en van het schip over.

Artikel

7

Bij een verzoek tot inschrijving als apothekers-assistent moeten door de verzoeker worden overgelegd:

  • a.

    het diploma van apothekers-assistent of, ingeval artikel 2a of artikel 2c van de wet is toegepast, het desbetreffende besluit van Onze Minister;

  • b.

    opgave van de apotheek, waarin door hem de artsenijbereidkunst zal worden uitgeoefend;

  • c.

    een schriftelijke verklaring van de apotheker of apotheekhoudende arts, aangevende op welke datum de apothekers-assistent zijn werkzaamheden aanvangt.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De bekendmaking van een intrekking van een inschrijving ingevolge artikel 16, tweede lid, van de wet vermeldt de datum waarop de intrekking van kracht wordt.

Artikel

11

Vervallen

Artikel

13

De inschrijving geschiedt in een register, waarvan de vorm door Onze Minister wordt vastgesteld. Onze Minister kan de wijze van inschrijving regelen.

Artikel

14

De kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de wet, dient schriftelijk te geschieden, onder vermelding van de datum, waarop de werkzaamheden van de betrokkenen zullen ophouden.

§

3

Algemene voorschriften betreffende de uitoefening der artsenijbereidkunst door apothekers, apotheekhoudende artsen en apothekersassistenten

Artikel

15

Vervallen

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Het is de apotheker en de apotheekhoudende arts verboden met een arts, een tandarts of een verloskundige, rechtstreeks of zijdelings, enige overeenkomst hoe ook genaamd, betreffende het leveren van geneesmiddelen aan derden aan te gaan.

Artikel

19

Artikel

19a

De apotheker en de apotheekhoudende arts zijn verplicht met betrekking tot de aan hen afgeleverde farmaceutische producten een administratie te voeren, welke zo is ingericht dat daaruit duidelijk blijkt op welke datum welke farmaceutische producten van welke leverancier zijn betrokken.

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

De tweede apothekers zijn verantwoordelijk voor hetgeen door hen in hun functie wordt gedaan of nagelaten. Zij zijn verplicht de door de gevestigde apotheker gegeven aanwijzingen, welke voortvloeien uit de op de gevestigde apotheker rustende wettelijke verplichtingen, verband houdende met de uitoefening der artsenijbereidkunst, op te volgen.

Artikel

23

De apothekers-assistenten mogen in een apotheek slechts onder toezicht van een apotheker of apotheekhoudende arts werkzaam zijn. Zij zijn verantwoordelijk voor hetgeen door hen tijdens de uitoefening hunner bevoegdheid in een apotheek wordt gedaan of nagelaten. Zij zijn verplicht de door de gevestigde apotheker of een tweede apotheker, dan wel de apotheekhoudende arts, gegeven aanwijzingen, welke voortvloeien uit de op deze rustende wettelijke verplichtingen, verband houdende met de uitoefening der artsenijbereidkunst, op te volgen.

Artikel

24

Gevestigde apothekers en apotheekhoudende artsen mogen werkzaamheden, verband houdende met de uitoefening der artsenijbereidkunst, doen verrichten door anderen dan tweede apothekers en apothekers-assistenten, mits deze werkzaamheden worden verricht onder hun persoonlijk toezicht en verantwoordelijkheid, dan wel onder persoonlijk toezicht en verantwoordelijkheid van een tweede apotheker of een door de gevestigde apotheker of apotheekhoudende arts aangewezen apothekers-assistent.

Artikel

25

Vervallen

Artikel

26

§

4

Aflevering van geneesmiddelen op recept

Artikel

26a

De apotheker en de apotheekhoudende arts dragen zorg dat de bereiding van een op een recept voorgeschreven geneesmiddel nauwkeurig volgens het recept geschiedt en terstond na de bereiding op het recept de paraaf van degeen of degenen die het geneesmiddel heeft of hebben bereid wordt geplaatst.

Artikel

26b

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Indien de apotheker of de apotheekhoudende arts in een hem aangeboden recept een vergissing vermoedt, of indien het recept onvolledig, onleesbaar of verminkt is, geeft hij daarvan terstond kennis aan degene, die het recept voorschreef. Hij gaat niet tot aflevering over, voordat hij omtrent het voorgeschrevene de nodige zekerheid heeft verkregen.

Artikel

30

Artikel

31

§

5

Weegwerktuigen

Artikel

32

Vervallen

Artikel

33

Vervallen

Artikel

34

Vervallen

Artikel

35

Vervallen

Artikel

36

Vervallen

Artikel

37

Vervallen

Artikel

38

Vervallen

§

6

Vernietiging en onbruikbaarmaking

Artikel

39

§

6A

Geneeskundigen aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de wet, is verleend

§

7

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

40

Vervallen

Artikel

41

Vervallen

Artikel

42

Vervallen

Artikel

43

Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel: "Besluit uitoefening artsenijbereidkunst".

Artikel

44

Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk
JULIANA.
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, G. M. J. VELDKAMP.
De Minister van Justitie, A. C. W. BEERMAN.