Instructie voor de herinrichtingscommissie

De Minister van Landbouw en Visserij,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van Binnenlandse Zaken, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk.

Besluit:

Titel

1

Werkwijze van de Herinrichtingscommissie

Artikel

1

De herinrichtingscommissie, hierna te noemen de commissie, vergadert als regel eenmaal per drie maanden en voorts:

  • a.

    zo dikwijls als de voorzitter dit wenselijk acht;

  • b.

    wanneer ten minste 10 leden dit schriftelijk onder opgave van redenen aan de voorzitter verzoeken.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Er is op de plaats waar de vergadering wordt gehouden een presentielijst aanwezig, waarop de aanwezige leden, adviserende leden, alsmede de ingenieur van het kadaster hun handtekening plaatsen en die na het sluiten van de vergadering wordt gesloten door ondertekening door de voorzitter en de secretaris.

Artikel

5

Artikel

6

De secretaris van de commissie legt in een verslag vast hetgeen in de vergadering is behandeld en zendt een afschrift hiervan aan de leden en adviserende leden van de commissie, aan de ingenieur van het kadaster, aan de secretarissen van de in artikel 4, zesde lid, van de wet bedoelde deelgebiedscommissies en aan de secretaris van de Centrale Cultuurtechnische Commissie, bedoeld in artikel 3 van de Ruilverkavelingswet 1954 (Stb. 510), hierna te noemen de centrale commissie.

Artikel

7

Artikel

8

Titel

2

Sub-commissies

Artikel

9

Indien de commissie op grond van artikel 4, derde lid, van de wet een sub-commissie instelt, wordt het secretariaat van de sub-commissie vervuld door het secretariaat van de commissie, bedoeld in artikel 13.

Artikel

10

Een sub-commissie heeft tot taak de commissie van advies te dienen omtrent de zaken, waarvoor zij is ingesteld.

Artikel

11

Het bepaalde in artikel 8 is van overeenkomstige toepassing op de leden van een sub-commissie.

Artikel

12

Titel

3

Secretariaat

Artikel

13

Titel

4

Voorbereiding van het herinrichtingsprogramma

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

De commissie verschaft in het voorontwerp van het herinrichtingsprogramma zoveel mogelijk inzicht in het toekomstige beheer van uit te voeren werken.

Artikel

17

Indien overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de wet tot wijziging van het herinrichtingsprogramma wordt overgegaan, is het bepaalde in de artikelen 15 en 16 van overeenkomstige toepassing.

Titel

5

Voorbereiding van de herinrichtingsplannen voor de deelgebieden

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Nadat een herinrichtingsplan overeenkomstig het bepaalde in artikel 20 van de wet is vastgesteld, maakt de commissie de inhoud van artikel 24 van de wet bekend in ten minste twee dagbladen, die in de streek worden verspreid.

Titel

6

Uitvoering en financiering van werken

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Overeenkomsten, inclusief gunningen van aanbestede werken, waaruit uitgaven voortvloeien welke een bedrag van f 50 000 te boven gaan, worden door de commissie niet gesloten dan nadat de goedkeuring is verkregen van de directeur van de Landinrichtingsdienst of een door hem aangewezen persoon.

Artikel

25

Het secretariaat zendt van alle overeenkomsten, die door de commissie worden afgesloten, een gewaarmerkt afschrift aan de directeur van de Landinrichtingsdienst.

Artikel

26

Op de door de commissie uit te voeren werken is van toepassing het Besluit Aanbesteding Werken 1973 (Stb. 202).

Artikel

27

De in de artikelen 23, derde lid, 28, zevende lid, en 76 van de wet bedoelde schade wordt bepaald aan de hand van door de commissie vast te stellen normen, die de goedkeuring van de centrale commissie behoeven.

Artikel

28

Titel

7

Registratie van pachtovereenkomsten

Artikel

29

Titel

8

De schattingen

Artikel

30

Artikel

31

Artikel

32

De schatters bedoeld in artikel 32 van de wet, die geen ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn, ontvangen van Rijkswege een door de Minister van Landbouw en Visserij vast te stellen vergoeding.

Titel

9

Het plan van toedeling

Artikel

33

Artikel

34

Titel

10

Vaststelling van het inventarisatieplan

Artikel

35

De commissie zendt aan de centrale commissie tegelijk met het in artikel 72, eerste lid, van de wet bedoelde voorstel voor een inventarisatieplan een toelichting bij dat plan en een ontwerp-voorstel omtrent de eigendom, het beheer en het onderhoud van de openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken.

Titel

11

Tijdelijk beheer van uitgevoerde en andere werken

Artikel

36

Artikel

37

Indien Gedeputeerde Staten voornemens zijn artikel 28, tweede lid, van de wet, toe te passen, zal de commissie, alvorens in te stemmen met het daartoe strekkende voorstel van Gedeputeerde Staten, in het bezit moeten zijn van een schriftelijke verklaring van het betrokken openbare lichaam of andere rechtspersoon, waaruit blijkt, dat het beheer en het onderhoud van de uit te voeren werken is geregeld tot aan het tijdstip waarop de toewijzing, bedoeld in artikel 74, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de wet, plaatsvindt.

Titel

12

Tijdelijk beheer van gronden

Artikel

38

Artikel

39

Het in het herinrichtingsgebied gelegen land wordt op de volgende wijze vervreemd:

  • a.

    uitgifte in erfpacht als bedoeld in artikel 57 van de Wet agrarisch grondverkeer (Stb. 1981, 248), voor zover het betreft landbouwgrond;

  • b.

    vestiging van zakelijke rechten anders dan bedoeld in artikel 57 van de Wet agrarisch grondverkeer (Stb. 1981, 248);

  • c.

    overdracht in eigendom aan de Staat;

  • d.

    overdracht in eigendom aan andere openbare lichamen dan de Staat;

  • e.

    overdracht in eigendom aan particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties.

  • f.

    overdracht in eigendom aan ondernemers in de landbouw, voor zover het landbouwgrond betreft, op voordracht van de commissie;

  • g.

    overdracht in eigendom aan derden dan wel de vestiging van een zakelijk recht ten behoeve van derden, niet ressorterend onder a-f, ter oplossing van incidentele problemen bij de uitvoering

Titel

13

Onteigening

Artikel

40

Voordat toepassing wordt gegeven aan Hoofdstuk II van de wet zal de commissie bevorderen, dat langs vrijwillige weg grondruil tot stand komt tussen degenen die gronden gedeeltelijk in een te onteigenen gebied hebben liggen en hun bedrijf wensen voort te zetten en degenen die gronden geheel of gedeeltelijk hebben liggen buiten een te onteigenen gebied en hun bedrijf willen beëindigen.

Titel

14

Aanwending van gronden

Artikel

41

Ten aanzien van de aanwending van verworven gronden zal de commissie een voorstel doen in het kader van de opstelling van het ontwerp van een herinrichtingsplan, bedoeld in artikel 16 van de wet. Voor zover gronden in eigendom, erfpacht of pacht zullen overgaan, dient met het bureau overeenstemming te bestaan over de prijs en in de overeenkomst op te nemen voorwaarden en bedingingen.

Titel

15

Slotbepaling

Artikel

42

De Minister van Landbouw en Visserij kan, in overeenstemming met de in artikel 4, tweede lid, van de wet genoemde ministers, gedurende de herinrichtingsperiode deze instructie wijzigen. Behoudens in de gevallen, waarin zulks op grond van een wijziging van de wet geschiedt, gaat de Minister van Landbouw en Visserij hiertoe niet over dan nadat hij de commissie en Gedeputeerde Staten van Groningen en van Drenthe in de gelegenheid heeft gesteld omtrent de voorgestelde wijzigingen hun zienswijze aan hem mede te delen.

's-Gravenhage
De Minister van Landbouw en Visserij, Van der Stee