Besluit van 20 november 1981, houdende uitvoering van de artikelen 82-86 van de Wet geluidhinder (Stb. 1979, 99)

Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne van 2 juli 1981, DGMH/G, nr. 52962, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Verkeer en Waterstaat en na overleg met Onze Ministers van Onderwijs en Wetenschappen en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk;
Gezien het advies van de Centrale Raad voor de Milieuhygiëne (advies van 12 juni 1981);
De Raad van State gehoord (advies van 2 november 1981, nr. 811028/25);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne van 16 november 1981, nr. 55460, uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Verkeer en Waterstaat en na overleg met Onze Ministers van Onderwijs en Wetenschappen en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Begripsbepalingen

Hoofdstuk

II

Vaststelling hogere waarden voor woningen

Artikel

2

Artikel

3

Hoofdstuk

III

Andere geluidsgevoelige bestemmingen

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Vervallen

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Vervallen

Hoofdstuk

IV

Verzoek om een hogere waarde

Artikel

12

Een verzoek als bedoeld in de artikelen 83, eerste lid, 85 en 100a, eerste lid, van de wet kan worden gedaan door:

  • a.

    burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woningen of de andere geluidsgevoelige bestemmingen bedoeld in de artikelen 4 en 7, gesitueerd zijn of worden waarvoor de hogere waarde verzocht wordt;

  • b.

    burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de weg gesitueerd is of wordt met betrekking waartoe de hogere waarde verzocht wordt;

  • c.

    de wegaanlegger of de wegbeheerder, indien het verzoek gedaan wordt in het kader van de toepassing van de artikelen 79 en 99 van de wet, of - indien het betreft de aanleg of reconstructie van een rijksweg - in het kader van de toepassing van artikel 76, eerste lid, van de wet.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

14a

Artikel

15

De verzoeker zendt gelijktijdig met het indienen van zijn verzoek een afschrift van het verzoek en de hierbij behorende stukken naar de verzoekgerechtigden, bedoeld in artikel 12, die het verzoek niet hebben gedaan.

Artikel

16

Gedeputeerde staten tekenen de datum van ontvangst van een verzoek aan op het geschrift waarbij het verzoek is ingediend, en zenden de verzoeker een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld.

Hoofdstuk

V

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

16a

Artikel

16b

Artikel

16c

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, J. J. Lambers-Hacquebard
De Minister van Justitie, J. de Ruiter