Artikel
1
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
voorbereidingslichaam: het voorbereidingslichaam provincie Flevoland, bedoeld in artikel 16 van de Wet instelling provincie Flevoland;
provincie: de provincie Flevoland;
ambtenaar: degene die krachtens aanstelling bij of krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht met het Ministerie van Binnenlandse Zaken onderscheidenlijk het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, de provincies Overijssel en Gelderland en de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad en Zeewolde werkzaamheden verricht welke verband houden met de uitoefening van provincietaken op het grondgebied dat tot de provincie zal behoren;
Centrale Commissie: de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken bedoeld in artikel 105 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
Advies- en Arbitragecommissie: de Advies- en Arbitragecommissie bedoeld in artikel 110g van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
Commissie: de Commissie voor Georganiseerd Overleg Personeelsovergang Flevoland, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wet instelling provincie Flevoland;
plaatsingscommissie: de plaatsingscommissie bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Wet instelling provincie Flevoland.