Regeling tijdelijke vrijstelling van de verplichting tot inhouding ziekenfondspremie

De staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
Gelet op de artikelen 14, vierde lid, onder b, en 14a, derde lid, van het Aanwijzingsbesluit verplicht-verzekerden Ziekenfondswet (Stb. 1965, 638);

Besluit:

Artikel

1

Vervallen

Artikel

1a

Het orgaan dat niet direct in staat is ziekenfondspremie in te houden over de door dat orgaan betaalbaar gestelde uitkering, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder a en b, en 14a, eerste lid, van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw, is voor ten hoogste zes maanden nadat de verzekering ingevolge de Ziekenfondswet is ontstaan, dan wel na toekenning van die uitkering niet belast met de inhouding van de verschuldigde ziekenfondspremie.

Artikel

1b

Gedurende de periode dat een orgaan krachtens artikel 1a niet met de inhouding van de ziekenfondspremie over de door dat orgaan betaalbaar gestelde uitkering is belast, geschiedt de inning van de hierbedoelde premie bij de verzekerde door het ziekenfonds waarbij de verzekerde staat ingeschreven.

Artikel

4

Vervallen

Leidschendam
De staatssecretaris voornoemd, J. P. van derReijden