Regeling medeverzekering ziekenfondsverzekering

De staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, in overeenstemming met de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gelet op artikel 4, negende, elfde, twaalfde, veertiende, vijftiende en zeventiende lid, van de Ziekenfondswet;
Gehoord de Ziekenfondsraad (advies van 31 oktober 1986, nr. SVV/VERZ/35639), de Sociaal-Economische Raad (advies van 16 januari 1987) en de Emancipatieraad (advies van 5 februari 1987);

Besluit:

Artikel

1

Als medeverzekerde ingevolge artikel 4, negende lid, van de Ziekenfondswet wordt aangewezen:

  • a.

    vervallen.

  • b.

    het kind van de persoon van verschillend of gelijk geslacht met wie de verzekerde duurzaam een gezamenlijke huishouding voert zonder met hem of haar gehuwd te zijn en de verzekerde als kostwinner van dat kind is aan te merken. Voor de medeverzekering van dit kind gelden dezelfde voorwaarden als voor een aangehuwd kind van een verzekerde.

  • c.

    het kind van de verzekerde dat in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak onder de verantwoordelijkheid, waaronder begrepen de financiële verantwoordelijkheid, van de minister van Justitie, dan wel zonder rechterlijke tussenkomst onder de verantwoordelijkheid, waaronder begrepen de financiële verantwoordelijkheid, van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport buiten diens gezin is geplaatst, voor de duur van de plaatsing.

  • d.

    het kind dat in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak onder de verantwoordelijkheid, waaronder begrepen de financiële verantwoordelijkheid, van de minister van Justitie, dan wel zonder rechterlijke tussenkomst onder de verantwoordelijkheid, waaronder begrepen de financiële verantwoordelijkheid, van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in huis is geplaatst van de verzekerde, voor de duur van de plaatsing, tenzij het kind is medeverzekerd krachtens onderdeel c.

Artikel

2

Artikel

2a

Een kind van een medeverzekerd kind wordt ten aanzien van de verzekerde gelijkgesteld met een pleegkind voor zover dat kind niet reeds op grond van de verzekering van een andere verzekerde voor medeverzekering in aanmerking komt.

Artikel

3

De echtegenote of echtegenoot van een verzekerde met wie de verzekerde nog niet samenwoont wordt, indien en zolang de samenwoning wordt verhinderd door woningnood, het vervullen van militaire dienstplicht of andere hiermede vergelijkbare omstandigheden, onafhankelijk van de wil der echtegenoten, geacht tot het huishouden van de verzekerde te behoren. Het College zorgverzekeringen kan ter zake nadere regelen stellen.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Vervallen.

Artikel

9

Een kind dat medeverzekerd is op grond van de verzekering van meer dan één persoon, geldt als medeverzekerd op grond van de verzekering van degene tot wiens huishouden het kind behoort.

Indien meer dan één van de vorenbedoelde personen deel uitmaken van het huishouden waartoe het kind behoort, dan wel indien het kind niet behoort tot het huishouden van een van vorenbedoelde personen, geldt het kind als medeverzekerd op grond van de verzekering van slechts één van die personen. De betreffende personen bepalen in overleg met het ziekenfonds op grond van wiens verzekering het kind als medeverzekerde geldt.

Ingeval het kind behoort tot het huishouden van één van zijn ouders en het kind dat huishouden verlaat, blijft het gelden als medeverzekerde bij de verzekering van die ouder, zolang het niet is gaan behoren tot het huishouden van een ander van de in de eerste volzin bedoelde personen.

Artikel

11

De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1988.

Artikel

13

Vervallen.

Rijswijk
De staatssecretaris voornoemd, D.J.D.Dees