Regeling werkwijze ijkinstelling en ijkbevoegden

De minister van Economische Zaken,
Gelet op artikel 13, vierde lid, en 28, eerste lid, van de IJkwet (Stb. 1989, 10);

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

wet:

de IJkwet (Stb. 1989, 10);

meetmiddel:

een maat, gewicht, meet- of weegwerktuig of meetinstrument, ten aanzien waarvan krachtens artikel 6 van de wet voorschriften zijn gegeven;

toelatingsonderzoek:

het onderzoek, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet, en het onderzoek tot EEG-modelgoedkeuring, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, van het Algemeen EEG-IJkbesluit (Stb. 1989, 118);

keuring:

de keuring, bedoeld in artikel 10 van de wet, en de eerste EEG-ijk, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b, van het Algemeen EEG-IJkbesluit;

herkeuring:

de herhaalde keuring, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de wet;

ijkmerk:

het uit twee delen bestaande ijkmerk, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet;

afkeuringsmerk:

het afkeuringsmerk, bedoeld in de artikelen 13, derde lid, 16, tweede lid, onderscheidenlijk 29c, van de wet.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Bij het verrichten van keuringen moet rekening worden gehouden met beïnvloeding door van buiten af komende factoren, zoals variaties in temperatuur, vochtigheid en verlichting, trillingen, elektromagnetische storingen of aanwezigheid van stof of andere verontreinigingen.

Artikel

6

Bij keuringen en herkeuringen moeten, ongeacht de toegepaste meetmethode, metingen worden verricht met een nauwkeurigheid van één vijfde van de voor het betrokken meetmiddel geldende maximaal toelaatbare fouten, onverminderd het in ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, en artikel 21a, derde lid, onder g, van de wet daaromtrent bepaalde; indien de stand der techniek dit niet mogelijk maakt, dient bedoelde nauwkeurigheid zo dicht mogelijk benaderd te worden.

Artikel

7

Bij het onderzoek, bedoeld in de artikelen 16 en 17 van de wet, wordt in ieder geval:

  • a.

    de aanwezigheid van de vereiste ijkmerken dan wel het kenteken, bedoeld in artikel II, vierde en achtste lid, van de wet van 8 november 1988 (Stb. 672) tot wijziging van de IJkwet 1937 (Stb. 627) en van enige andere wetten in verband met de privatisering van de dienst van het IJkwezen gecontroleerd;

  • b.

    nagegaan of het meetmiddel zijn oorspronkelijke vorm heeft behouden;

  • c.

    nagegaan of het meetmiddel in een goede staat van onderhoud verkeert;

  • d.

    een onderzoek verricht naar de meet- of weegeigenschappen van het meetmiddel aan de hand van de voorschriften van de desbetreffende ministeriële regeling als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, dan wel artikel 21a, derde lid, onder g, van de wet of, indien van toepassing, aan de hand van het EEG-IJkbesluit niet-automatische weegwerktuigen;

  • e.

    gecontroleerd of met betrekking tot het meetmiddel aan de voorschriften betreffende het uitsluitend gebruik wordt voldaan.

Artikel

8

Artikel

10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt bekendgemaakt.

's-Gravenhage,

's-Gravenhage
De minister van Economische Zaken, R. W. deKorte