Wet van 14 mei 1992, houdende regeling met betrekking tot de oprichting van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij en wijziging van titel II van de Wet op de kansspelen

Wet Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is tot verzelfstandiging van de Nederlandse Staatsloterij over te gaan, daartoe de Wet op de kansspelen te wijzigen en de Minister van Financiën te machtigen tot de oprichting van een stichting waaraan de organisatie van de Staatsloterij kan worden opgedragen en waarin de vermogensbestanddelen van de Staat, welke kunnen worden toegerekend aan de Directie der Staatsloterij, worden ingebracht, dat voor de oprichting van deze stichting op grond van artikel 40 van de Comptabiliteitswet 1976 (Stb. 671) een wettelijke machtiging vereist is;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

Algemeen

Artikel

1

In deze wet wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister van Financiën;

  • b.

    de stichting: de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, bedoeld in artikel 2;

  • c.

    de overgangsdatum: de datum van oprichting van de stichting;

  • d.

    personeelslid: degene die op de dag voor de overgangsdatum in dienst is bij het Ministerie van Financiën, de Directie der Staatsloterij, hetzij als ambtenaar, hetzij op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, met uitzondering van de in artikel 10 bedoelde personen.

Hoofdstuk

2

Machtiging

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Met betrekking tot de in artikel 3, eerste lid, bedoelde vermogensbestanddelen welke in openbare registers te boek zijn gesteld, veranderen de bewaarders van de desbetreffende registers de tenaamstelling in die registers. Onze Minister draagt de zorg voor de daartoe nodige opgaven aan de bewaarders van de desbetreffende registers.

Artikel

5

Artikel

6

Onverminderd andere wettelijke bepalingen inzake de netto-opbrengsten uit de staatsloterij wordt een door Onze Minister te bepalen deel van het anders dan uit de organisatie van de staatsloterij verkregen positieve bedrijfsresultaat na aftrek van belastingen aan de Staat afgedragen.

Hoofdstuk

3

Personeel

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Hoofdstuk

4

Wijziging van de wet op de kansspelen

Artikel

11

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

12

De beschikking van de Staatssecretaris van Financiën van 11 juli 1973 (Stcrt. 148), het Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt. 183), het Reglement Debitanten 1983 (Stcrt. 183), de besluiten van de Staatssecretaris van Financiën van 11 februari 1983 (Stcrt. 42), de kasinstructie Collecteurs 1984, de kasinstructie Debitanten 1984, de regelingen van de Staatssecretaris van Financiën van 29 november 1985 (Stcrt. 233), van 30 januari 1986 (Stcrt. 21), van 15 november 1985 (Stcrt. 232), van 23 februari 1988 (Stcrt. 39) van 22 januari 1990 (Stcrt. 15) respectievelijk van 30 mei 1990 (Stcrt. 107) en de Regeling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39) worden ingetrokken.

Artikel

13

Klachten, zoals bedoeld in artikel 7 van de Regeling klachtencommissie Staatsloterij, ingediend binnen 30 dagen na inwerkingtreding van deze wet worden behandeld overeenkomstig de voor die datum geldende voorschriften voor de behandeling van deze klachten.

Artikel

14

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

15

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

16

Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede dag na datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

17

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Financiën, M. J. J. van Amelsvoort
De Staatssecretaris van Justitie, A. Kosto
De Minister van Justitie a.i., W. Kok