Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectie voor de Gezondheidszorg 1995

De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelezen het verzoek van de Hoofdinspecteur voor de Gezondheidszorg van 10 februari 1995, kenmerk IGZ/J/bl;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

buitengewoon opsporingsambtenaar:

de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;

IGZ:

de Inspectie voor de Gezondheidszorg bij het Staatstoezicht op de volksgezondheid.

Artikel

2

De personen, werkzaam bij de IGZ van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar voor zover zij daadwerkelijk zijn belast met het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van de volksgezondheid.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De hoofdinspecteur van de IGZ brengt jaarlijks, vóór 1 juli over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december in het voorafgaande jaar werkzaam was bij de IGZ;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichtte opsporingsactiviteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel

7

Artikel

8

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectie voor de Gezondheidszorg 1995 wordt met ingang van 22 augustus 2000 voor een periode van vijf jaar verlengd en komt thans te vervallen op 22 augustus 2005.

Artikel

9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectie voor de Gezondheidszorg 1995.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Justitie,
Namens de Minister,
Het Hoofd van Directie Politie,
mr. J. van Ees