Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen

De minister van Financiën,
Gezien het advies van De Nederland-sche Bank N.V. d.d. 8 december 1995;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

b.
minister:

de Minister van Financiën;

c.
Toezichthoudende autoriteiten:
  • de Stichting Autoriteit Financiële Markten;

  • De Nederlandsche Bank N.V.;

d.
balanstotaal:

het balanstotaal van de beleggingsinstelling zoals dat blijkt uit de in het eerste kalenderkwartaal van het lopende begrotingsjaar bij de toezichthoudende autoriteiten in te dienen gegevens, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit toezicht beleggingsinstellingen, of, indien die gegevens niet beschikbaar zijn, het meest recente bij de toezichthoudende autoriteiten bekende balanstotaal van de beleggingsinstelling;

e.
accountant:

een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die niet in dienstbetrekking staat tot een van de toezichthoudende autoriteiten.

Artikel

2

Artikel

4

De Stichting Autoriteit Financiële Markten brengt iedere aanvrager als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet op het moment van de aanvraag eenmalig een vast bedrag in rekening. De Stichting Autoriteit Financiële Markten neemt een aanvraag niet in behandeling voordat bedoeld bedrag door de Stichting Autoriteit Financiële Markten is ontvangen.

Artikel

5

Artikel

6

Aan beleggingsinstellingen die op 31 december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar in het register, bedoeld in artikel 18 van de wet, zijn ingeschreven, wordt, met inachtneming van de artikelen 7 en 9, voor 1 juli van het lopende begrotingsjaar jaarlijks een bedrag in rekening gebracht door de toezichthoudende autoriteiten, elk voor zover zij op grond van het Overdrachtsbesluit Wet toezicht beleggingsinstellingen zijn belast met de uitvoering van het bij of krachtens de wet bepaalde.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

De toezichthoudende autoriteiten delen het door een beleggingsinstelling te betalen bedrag, bedoeld in artikel 6, aan de beleggingsinstelling mee, onder vermelding van het in aanmerking genomen balanstotaal, van het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, en van de wijze waarop en het tijdstip waarvoor de betaling moet geschieden.

Artikel

11

Artikel

12

Aan een beleggingsinstelling waarvan de inschrijving ingevolge artikel 18, tweede lid, van de wet wordt doorgehaald, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 6, terugbetaald naar evenredigheid van het aantal maanden van het begrotingsjaar dat de beleggingsinstelling niet meer staat ingeschreven.

Artikel

13

Het verschil tussen de in een jaar gemaakte kosten en de ontvangsten voortvloeiende uit de in rekening gebrachte bedragen over dat jaar, wordt verrekend met het bedrag van de kosten, dat tot grondslag van de in het jaar daarop in rekening te brengen bedragen moet strekken.

Artikel

14

Artikel

15

Vervallen

Artikel

16

Bedragen, in rekening gebracht ingevolge de regeling van de Minister van Financiën van 9 oktober 1990, houdende vaststelling van de in artikel 28 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stb. 1990, 380) bedoelde regels inzake de aan beleggingsinstellingen in rekening te brengen kosten ter zake van de uitvoering van de wet (Stcrt. 198) blijven verschuldigd overeenkomstig die regeling.

Artikel

17

De regeling van de Minister van Financiën van 9 oktober 1990, houdende vaststelling van de in artikel 28 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stb. 1990, 380) bedoelde regels inzake de aan beleggingsinstellingen in rekening te brengen kosten ter zake van de uitvoering van de wet (Stcrt 198) wordt ingetrokken.

Artikel

18

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

19

Deze regeling wordt aangehaald als: Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De minister van Financiën, G.Zalm