Besluit van 28 november 1996, houdende in hoofdzaak de formalisering van enkele maatregelen uit de Overeenkomst arbeidsvoorwaarden- en werkgelegenheidsbeleid sector Rijk voor de contractperiode 1 april 1995 tot en met 31 maart 1997

Besluit formalisering van enkele maatregelen uit de Overeenkomst arbeidsvoorwaarden- en werkgelegenheidsbeleid sector Rijk

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 18 oktober 1996, AD96/U860, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Personeelsmanagement Rijksdienst, afdeling Arbeidsvoorwaarden en Sociaal Beleid;
Gelet op:
  • artikel 6 van de Wet van 11 september 1964, houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer (Stb. 1993, 218) en

De Raad van State gehoord (advies van 12 november 1996, nr. W04.96.0488);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van november 1996, nr. AD96/1007, directoraat- generaal Management en Personeelsbeleid, directie Personeelsmanagement Rijksdienst, afdeling Arbeidsvoorwaarden en Sociaal Beleid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK

I

WIJZIGING VAN HET BEZOLDIGINGSBESLUIT BURGERLIJKE RIJKSAMBTENAREN 1984

Paragraaf

1

De algemene salarisverhoging per 1 oktober 1995

Artikel

I

Wijzigt het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

Artikel

II

Artikel

III

Paragraaf

2

De algemene salarisverhoging per 1 oktober 1996

Artikel

IV

Wijzigt het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

Artikel

V

Artikel

VI

Paragraaf

3

De herziening van het beloningsbeleid en de herstructurering van de salarisschalen per 1 januari 1997

Artikel

VII

Wijzigt het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

Artikel

VIII

Artikel

IX

HOOFDSTUK

II

BEPALINGEN INZAKE DE EINDEJAARSUITKERING OVER DE JAREN 1995 EN 1996

Artikel

X

In afwijking van artikel 20a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 bedraagt de eindejaarsuitkering in 1995 0,3% van het salaris dat de ambtenaar geniet in de maanden januari tot en met september 1995 vermeerderd met 2,3% van het salaris dat de ambtenaar geniet in de maanden oktober tot en met december 1995 en in 1996 0,8% van het salaris dat de ambtenaar geniet in het jaar 1996.

Artikel

XI

Indien de ambtenaar in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 in verband met een ontslag verleend met ingang van een datum gelegen tussen 1 oktober 1995 en 2 januari 1996 aanspraak verkrijgt op een wachtgeld als bedoeld in het Rijkswachtgeldbesluit 1959, een uitkering als bedoeld in de Uitkeringsregeling 1966 of een uitkering als bedoeld in de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag, wordt voor de berekening daarvan in afwijking van het bepaalde omtrent de eindejaarsuitkering in respectievelijk artikel 4, eerste lid, van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, artikel 4, eerste lid, van de Uitkeringsregeling 1966 of artikel 2, eerste lid, van de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag, rekening gehouden met een eindejaars-uitkering van 0,8%.

HOOFDSTUK

III

INWERKINGTREDINGSBEPALING

Artikel

XII

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken, H. F. Dijkstal
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

Bijlage

B

Wijzigt Bijlage B bij het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.