Uitvoeringsregeling reclassering

De Minister van Justitie,
Gehoord de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing, sectie reclassering, in zijn advies van 27 april 1998, kenmerk 695030/98;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.
medewerker:

een persoon in dienst van de in artikel 5, onder a, van de Reclasseringsregeling 1995 bedoelde instellingen van maatschappelijke dienstverlening of een vrijwilliger, als bedoeld in artikel 5, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995, die een gedetineerde bezoekt;

b.
directeur van het hofressort:

de directeur van het hofressort van de stichting;

c.
gedetineerde:

een persoon ingesloten in een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 1, onder d van de Reclasseringsregeling 1995;

d.
reclasseringswerker:

Hoofdstuk

2

Aanwijzingseisen en beëdiging van reclasseringswerkers

Paragraaf

2.1

Aanwijzingseisen

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Het bestuur van de stichting verstrekt de reclasseringswerker na diens beëdiging een bewijs waarmee hij zich als zodanig kan legitimeren.

Paragraaf

2.2

Beëdiging

Artikel

5

Alvorens zijn functie te aanvaarden legt de reclasseringswerker voor de rechtbank in het arrondissement van de plaats waar hij is tewerkgesteld de volgende eed of belofte af:

’Ik zweer (beloof), dat ik mijn taak overeenkomstig de gestelde voorschriften naar geweten zal vervullen en de zaken waarvan ik door de uitoefening van mijn functie kennis draag en waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik krachtens wettelijk voorschrift of uit hoofde van mijn functie tot mededeling verplicht ben. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat beloof ik)’.

Artikel

6

Hoofdstuk

3

Subsidiëring

Paragraaf

3.1

Subsidieaanvraag

Artikel

7

Artikel

8

De definitieve begroting en het activiteitenplan, als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Reclasseringsregeling 1995 bevatten in samenhang in ieder geval:

  • a.

    een opgave van het aantal geplande producten, in relatie tot de kostprijs per product;

  • b.

    het totale bedrag voor de voorgenomen of de lopende projecten;

  • c.

    het totale bedrag voor de centrale budgetten;

  • d.

    een vergelijking met de begroting van het lopende subsidiejaar, zowel ten aanzien van de geplande aantallen producten, als de uitgaven voor de projecten en de centrale budgetten;

  • e.

    een actualisering van de in artikel 7, onder b tot en met d genoemde onderdelen met betrekking tot het komende subsidiejaar;

  • f.

    een berekening van de kostprijs per product, die bestaat uit een vast en een variabel gedeelte, in relatie tot de gehanteerde tijdnorm per product.

Paragraaf

3.2

Arbeidsvoorwaardenontwikkeling

Artikel

9

Paragraaf

3.3

Bevoorschotting

Artikel

10

De subsidie of een voorschot op de subsidie wordt slechts besteed voor kosten die verband houden met de uitvoering van de reclasseringswerkzaamheden.

Artikel

11

Paragraaf

3.4

Subsidievaststelling

Artikel

12

Artikel

13

Het jaarverslag, als bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995 beschrijft in samenhang met de jaarrekening in ieder geval:

  • a.

    de vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde beleidsvoornemens, met name ten aanzien van de aantallen producten, de daaraan gerelateerde kostprijs, de projecten en de besteding van de centrale budgetten en een toelichting op de verschillen;

  • b.

    de uitvoering van de door de Minister gestelde prioriteiten ten aanzien van de uitgevoerde werkzaamheden;

  • c.

    de wijze waarop met de verwachte knelpunten ten aanzien van de uitvoering van het beleidsplan is omgegaan;

  • d.

    de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de (Overeenkomst tot financiering van de) herhuisvesting van grote onderdelen van de reclassering;

  • e.

    de wijze waarop de reclasseringsinstellingen bij de vorming en de uitvoering van de beleidsvoornemens van de stichting zijn betrokken.

Artikel

14

Artikel

15

Paragraaf

3.5

Informatievoorziening

Artikel

16

Artikel

17

De stichting informeert de Minister voorafgaand aan een besluit daartoe, over:

  • a.

    het aangaan van huurovereenkomsten die leiden tot een jaarlijkse last van meer dan € 45 378;

  • b.

    het aangaan of verstrekken van geldleningen en lease-overeenkomsten en het meewerken aan het vestigen van een zekerheidsrecht of hieruit voortvloeiende rechten, die een bedrag van € 22 689 te boven gaan.

Artikel

18

De stichting verstrekt de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing de inlichtingen die deze in het kader van zijn taak vraagt.

Paragraaf

3.6

Administratieve voorschriften

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Paragraaf

3.7

Controlevoorschriften voor de accountant

Artikel

23

Artikel

24

Bij de planning en uitvoering van de controlewerkzaamheden dient een goedkeuringstolerantie van 1% van de ontvangsten (ten opzichte van de financiële gang van zaken en de betrouwbaarheid van de productie) te worden aangehouden met een (gebruikelijke) betrouwbaarheid van 95%.

Hoofdstuk

4

Toelating van derden tot inrichtingen voor reclasseringswerk

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

27

De directeur van de penitentiaire inrichting stelt de directeur van het hofressort schriftelijk in kennis van zijn beslissing omtrent toelating.

Artikel

28

Hoofdstuk

5

Overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

5.1

Overgangsbepaling

Artikel

29

De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing vanaf het boekjaar 1998.

Paragraaf

5.2

Slotbepalingen

Artikel

30

Artikel

31

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na plaatsing in de Staatscourant.

Artikel

32

Dit besluit kan worden aangehaald als Uitvoeringsregeling reclassering.

Artikel

33

Een afschrift van dit besluit wordt toegezonden aan de Algemene Rekenkamer.

’s-Gravenhage
De Minister van Justitie, W.Sorgdrager

Bijlage

1

Model

Aan de Griffier bij de

Rechtbank

te .........................

Hierbij verzoekt ondergetekende,

....................(naam),

..................................(functie),

van de Stichting Reclassering Nederland,

de beëdiging te (doen) bewerkstelligen van de reclasseringswerker

naam:

voornamen (voluit):

geboortedatum en -plaats:

De verklaring omtrent het gedrag is afgegeven op ........

door de burgemeester van ............................

Betrokkene, tewerkgesteld in.......................(plaats)

is sinds .................in dienst van de Stichting Reclassering Nederland/verbonden aan de door de Stichting erkende reclasseringsinstelling .................te ..........

Betrokkene is bij beschikking van ..........(datum) van het Bestuur van de Stichting Reclassering Nederland aangewezen als reclasseringswerker overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995 en voldoet aan de daarvoor in de Uitvoeringsregeling reclassering gestelde eisen.

Gaarne verneem ik zo spoedig mogelijk het tijdstip waarop de beëdiging zal plaatsvinden.

.........................

(plaats) (datum)

Namens het Bestuur van de S.R.N.

(ondertekening)

Bijlage

2

Model

(als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek)

GOEDKEURENDE VERKLARING

ACCOUNTANTSVERKLARING

Opdracht

Wij hebben de jaarrekening 199. van de Stichting Reclassering Nederland te ’s-Hertogenbosch gecontroleerd. De jaarrekening is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur door de directie van de stichting. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de jaarrekening te verstrekken. Daarnaast zijn wij nagegaan of het jaarverslag, voorzover wij dat kunnen beoordelen, met de jaarrekening verenigbaar is.

Werkzaamheden

Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde controleopdrachten en met de aanwijzingen die de Minister van Justitie in de Uitvoeringsregeling reclassering ten aanzien van de controle op de naleving van de subsidievoorwaarden heeft gegeven.

Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de jaarrekening zijn toegepast en van belangrijke schattingen die de directie van de stichting daarbij heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Oordeel

Wij zijn van oordeel dat deze jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de stichting op 31 december 199./200. en van het resultaat over 199./200. en in overeenstemming is met algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving.

Tevens delen wij mede, datde Reclasseringsregeling 1995 (Stb. 1994, 875) en de Uitvoeringsregeling reclassering (Stcrt. 1998, 109) zijn nageleefd.

Naam accountantskantoor/plaats/datum/handtekening