Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 1998

De Minister van Justitie,
Overwegende dat het voor een goede uitvoering van de taken waarmee de Dienst Vervoer & Ondersteuning is belast, noodzakelijk is dat medewerkers van voornoemde dienst over opsporingsbevoegdheid beschikken, bevoegd zijn geweld te gebruiken, de veiligheidsfouillering toe te passen en bewapend te zijn;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

buitengewoon opsporingsambtenaar:

de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

DV&O:

de Dienst Vervoer en Ondersteuning van het Ministerie van Justitie.

Artikel

2

De personen die werkzaam zijn bij de DV&O bij:

  • a.

    de Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening (LBB),

  • b.

    het Bijzonder Ondersteuningsteam (BOT), en

  • c.

    de Tijdelijke Executieve Ondersteuning (TEO) zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel

3

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De directeur van de DV&O brengt jaarlijks met betrekking tot bij de dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren aan de Minister van Justitie verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor de Cito-toets en hoeveel personen in dat verslagjaar zijn geslaagd, en

  • d.

    de stand van zaken met betrekking tot de training, de bekwaamheid in de omgang met geweldsmiddelen daaronder begrepen, van die buitengewoon opsporingsambtenaren.

Artikel

9

Het Besluit van de Minister van Justitie van 3 september 1993, kenmerk SW/93/30, het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Beveiligd Vervoer Justitie 1994 en het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening 1995 worden ingetrokken.

Artikel

11

Dit besluit is geldig tot 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.

Artikel

12

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 1998.

Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
het wnd. hoofd directie Opsporingsbeleid,A.M. van derMeer