Privacyreglement politieregister Rampen Identificatie Team Korps landelijke politiediensten

Reglement politieregister Rampen Identificatie Team Korps landelijke politiediensten

De Minister van Justitie, korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten,
gelet op artikel 2 van het Mandaatbesluit beheersbevoegdheden Korps landelijke politiediensten,
gelet op de Mandaatregeling inzake persoonsregistraties en politieregisters Korps landelijke politiediensten,
handelend na overleg met het bevoegd gezag,
gezien het advies van de Registratiekamer ingevolge artikel 5, derde lid, van de Wet politieregisters van 4 december 1998, nr. 98.H.839.01;

Besluit:

vast te stellen het privacyreglement voor het politieregister Rampen Identificatie Team dat gevoerd wordt bij het Korps landelijke politiediensten.

Paragraaf

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit reglement wordt verstaan onder:

a.
de WPolR:
b.
het BPolR
c.
het korps:

het Korps landelijke politiediensten;

d.
het R.I.T.:

het Rampen Identificatie Team;

e.
beheerder:

de Minister van Justitie, korpsbeheerder van het korps;

f.
registerbeheerder:

de Korpschef van het korps;

g.
functioneel registerbeheerder:

de teamleider van het R.I.T.;

h.
gegeven:

een gegeven dat herleidbaar is tot een individuele natuurlijke persoon;

i.
verstrekken van gegevens uit het register:

het bekend maken of ter beschikking stellen van gegevens, voor zover zulks geheel of grotendeels steunt op gegevens die in het register zijn opgenomen, of die door verwerking daarvan, al dan niet in verband met andere gegevens, zijn verkregen;

j.
gegevensbeheer:

de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de ingevoerde gegevens, alsmede voor het bewaren, verwijderen en verstrekken van gegevens;

k.
het register:

het politieregister Rampen Identificatie Team, deels gevoerd met het geautomatiseerde informatiesysteem RITSYS.

Paragraaf

2

Doel en werking

Artikel

2

Artikel

3

Paragraaf

3

Beheer

Artikel

4

Paragraaf

4

Inhoud van het register

Artikel

5

In het register worden gegevens opgenomen betreffende de volgende categorieën van personen:

  • a.

    slachtoffers van een ramp of incident;

  • b.

    nabestaanden van slachtoffers;

  • c.

    artsen die een relatie hebben tot slachtoffers;

  • d.

    tandartsen die een relatie hebben tot slachtoffers;

  • e.

    alle andere personen die ante mortem informatie kunnen verstrekken ten aanzien van slachtoffers;

  • f.

    opsporingsambtenaren.

Artikel

6

Artikel

7

Paragraaf

5

Verwijdering en vernietiging van gegevens

Artikel

8

Paragraaf

6

Verstrekking van gegevens

Artikel

9

Verstrekking van gegevens vindt plaats in overeenstemming met de WPolR en het BPolR.

Paragraaf

7

Rechtstreekse toegang tot het register en protocol

Artikel

10

Rechtstreekse toegang tot het register, dan wel onderdelen daarvan, hebben personen die daartoe overeenkomstig de WPolR en het BPolR door de functioneel registerbeheerder zijn geautoriseerd. De autorisatie geeft aan voor welk doel de rechtstreekse toegang wordt verleend.

Op verzoek wordt inzage gegeven in de autorisaties.

Artikel

11

Paragraaf

8

Rechten van de geregistreerde

Artikel

12

Artikel

13

Paragraaf

9

Slotbepaling

Artikel

14

Driebergen
De Minister van Justitie,
Namens de Minister,
de Korpschef van het Korps landelijke politiediensten,
namens deze,
D. de Jong