Nadere regeling van 1 september 2002 houdende uitvoering van de artikelen 2, 7, 12, 13, 16, 17, 23, 24, 24a, 24b, 24c, 25, 28, 29, 30, 34, 35, 36, 38, 39, 40, 41, 43 en 44 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995

Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002

De Stichting Toezicht Effectenverkeer;

Besluit:

Paragraaf

1

Inleidende bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Wet toezicht effectenverkeer 1995;

  • b.

    het besluit: het Besluit toezicht effectenverkeer 1995;

  • c.

    uitgevende instelling: een onderneming of instelling te wier laste effecten zijn of worden uitgegeven in of vanuit Nederland buiten een besloten kring;

  • d.

    effecteninstelling: een effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder als bedoeld in artikel 1, onder b, respectievelijk c, van de wet;

  • e.

    Autoriteit Financiële Markten: Stichting Autoriteit Financiële Markten;

  • f.

    effectenbeurs: een effectenbeurs als bedoeld in artikel 1, onder e, van de wet;

  • g.

    financiële instrumenten: effecten als bedoeld in artikel 1, sub a, van de wet en rente-, valuta- of aandelenswaps of soortgelijke overeenkomsten als bedoeld in artikel 1, sub b, ten vijfde, onderscheidenlijk sub c, ten tweede, van de wet;

  • h.

    effectendiensten:

    • 1.

      het ontvangen van orders van cliënten met betrekking tot financiële instrumenten en het op naam en voor rekening van die cliënten doorgeven van die orders aan een andere effecteninstelling;

    • 2.

      het ontvangen van orders van cliënten met betrekking tot financiële instrumenten en het voor rekening van die cliënten uitvoeren of doen uitvoeren van die orders alsmede het anderszins bijeenbrengen van koper en verkoper ter zake van transacties in financiële instrumenten;

    • 3.

      het uitvoeren van transacties met betrekking tot financiële instrumenten voor eigen rekening, anders dan bij uitgifte van financiële instrumenten als bedoeld onder sub 5 en anders dan in het kader van het onderhouden van een markt als bedoeld onder sub 6;

    • 4.

      het aanbieden van de mogelijkheid om door het openen van een rekening vorderingen te verkrijgen, luidende in effecten, waarbij door middel van deze rekening transacties in effecten kunnen worden bewerkstelligd;

    • 5.

      het overnemen of plaatsen van financiële instrumenten bij uitgifte;

    • 6.

      het verrichten van transacties met betrekking tot financiële instrumenten teneinde een markt in financiële instrumenten te onderhouden;

    • 7.

      het optreden als plaatselijke onderneming. Een plaatselijke onderneming is een effecteninstelling die op een in een lidstaat van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling gevestigde en onder toezicht staande effectenbeurs voor opties of voor rechten op overdracht op termijn van goederen, of voor soortgelijke effecten, uitsluitend effectendiensten verricht als bedoeld onder:

      • a)

        sub 2, voor zover als cliënt uitsluitend andere tot die effectenbeurs toegelaten effecteninstellingen optreden;

      • b)

        sub 3, voor zover als tegenpartij uitsluitend andere tot die effectenbeurs toegelaten effecteninstellingen optreden; en/of

      • c)

        sub 6, voor zover als tegenpartij uitsluitend andere tot die effectenbeurs toegelaten effecteninstellingen optreden,

      en voor zover de uitvoering en afwikkeling van de effectentransacties geschieden onder de verantwoordelijkheid van een clearinginstelling van diezelfde effectenbeurs en door die clearinginstelling worden gegarandeerd;

    • 8.

      het verrichten van vermogensbeheer. Vermogensbeheer is:

      • a.

        het op grond van een overeenkomst verrichten van het beheer over financiële instrumenten die toebehoren aan een cliënt, dan wel over aan deze cliënt toebehorende middelen ter belegging in financiële instrumenten, daaronder het op naam en voor rekening van die cliënt doorgeven van orders met betrekking tot financiële instrumenten aan een andere effecteninstelling; en/of

      • b.

        het op grond van een overeenkomst verrichten van het beheer over financiële instrumenten die toebehoren aan een cliënt, dan wel over aan deze cliënt toebehorende middelen ter belegging in financiële instrumenten, daaronder het voor rekening van die cliënt uitvoeren of doen uitvoeren van transacties met betrekking tot financiële instrumenten;

  • i.

    kredietinstelling: tenzij anders aangegeven, een kredietinstelling die is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 21 van de wet;

  • j.

    financiële instelling: een financiële instelling als gedefinieerd in artikel 1, punt 6 van Richtlijn 89/646/EEG van 15 december 1989 (L 386/1);

  • k.

    groep: tenzij anders aangegeven, een groep als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de wet;

  • l.

    effecten: effecten als bedoeld in artikel 1, sub a, van de wet;

  • m.

    financiële marktpartij: een instelling als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de wet.

Paragraaf

2

Het prospectus als bedoeld in artikel 2 van het besluit

Nadere regels met betrekking tot de indeling van het prospectus als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van het besluit

Artikel

2

Het prospectus bevat, voorafgaand aan de gegevens die ingevolge het besluit zijn vereist, een samenvatting van de kerngegevens. In deze samenvatting zijn, voorzover van toepassing, tenminste gegevens opgenomen betreffende:

  • a.

    de naam, het doel en de belangrijkste activiteiten van de uitgevende instelling;

  • b.

    de datum waarop het prospectus is vastgesteld;

  • c.

    de voorgenomen bestemming van de verwachte opbrengst van de emissie;

  • d.

    de soort en het aantal van de aangeboden effecten en een korte omschrijving van deze effecten;

  • e.

    de periode waarin kan worden ingeschreven of waarin de effecten kunnen worden gekocht;

  • f.

    de leningsvoorwaarden;

  • g.

    de conversiebepalingen;

  • h.

    de methode van prijsbepaling;

  • i.

    beperkingen in de overdraagbaarheid en verhandelbaarheid van de effecten;

  • j.

    het effectieve rendement op basis van de uitgiftekoers;

  • k.

    de effectenbeurzen waarop de effecten zijn genoteerd of zullen worden genoteerd;

  • l.

    de fiscale positie van de uitgevende instelling en de houder van de effecten;

  • m.

    de risico’s die verbonden zijn aan het ingaan op het aanbod.

Paragraaf

3

Informatie over de jaarrekening als bedoeld in artikel 7 van het besluit

Nadere regels met betrekking tot de gehanteerde waarderingsgrondslagen en de omschrijving van de posten in de jaarrekening als bedoeld in artikel 7, achtste lid, van het besluit

Artikel

3

Voor zover de opstelling van de jaarrekening en het jaarverslag niet geschiedt overeenkomstig titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dan wel de overeenkomstige voorschriften van de vierde en zevende EG richtlijn vennootschapsrecht inzake de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening, geeft de uitgevende instelling in een aanvullend document op de jaarrekening een toelichting op de gehanteerde waarderingsgrondslagen en op de omschrijving van de posten in de jaarrekening voorzover in de jaarrekening zelf niet een zodanige toelichting is opgenomen. Dit document wordt gevoegd bij de jaarrekening.

Paragraaf

4

Eigen vermogen en toetsingsvermogen voor effecteninstellingen als bedoeld in de artikelen 12 en 13 van het besluit

Minimum vereist bedrag aan eigen vermogen

Artikel

4

Vervallen

Overgangsregeling

Artikel

5

Vervallen

Minimum vereist bedrag aan toetsingsvermogen

Artikel

6

Vervallen

Artikel

7

Vervallen

Bewaking en beheersing van grote risico’s

Artikel

8

Vervallen

Toezicht op niet-geconsolideerde basis

Artikel

9

Vervallen

Waarderingsmethoden voor rapportagedoeleinden

Artikel

10

Vervallen

Rapportageverplichtingen

Artikel

11

Vervallen

Paragraaf

5

Vermogensscheidingregels als bedoeld in de artikelen 16 en 34 van het besluit

Algemene bepaling

Artikel

12

Effecteninstellingen, niet zijnde kredietinstellingen, die de effectendienst als bedoeld in artikel 1, onder h, sub 1 of 8a verrichten

Artikel

13

Een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, die de effectendienst verricht als bedoeld in artikel 1, onder h, sub 1 of 8a, kan aan het vereiste als bedoeld in artikel 12 voldoen indien:

  • a.

    de gelden en effecten die een cliënt toebehoren en waarop de diensten van de effecteninstelling betrekking hebben, op een of meer rekeningen ten name van de cliënt bij een kredietinstelling worden aangehouden;

  • b.

    bij de op naam en voor rekening van de cliënt verrichte transacties geen geld- of effectenrekeningen van de effecteninstelling worden gebruikt; en

  • c.

    de schriftelijke volmacht van de cliënt aan de effecteninstelling uitdrukkelijk beperkt is tot de bevoegdheid om over de onder a bedoelde gelden en effecten te beschikken voorzover dit noodzakelijk is ter uitvoering van de diensten van de effecteninstelling voor de cliënt.

Effecteninstellingen, niet zijnde kredietinstellingen, die de effectendienst als bedoeld in artikel 1, onder h, sub 2 of 8b verrichten

Artikel

14

Een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, die de effectendienst verricht als bedoeld in artikel 1, onder h, sub 2 of 8b, kan aan het vereiste als bedoeld in artikel 12 voldoen door het sluiten van een overeenkomst met de cliënt, waarin tenminste is bepaald dat:

  • a.

    de gelden en effecten die een cliënt toebehoren en waarop de diensten van de effecteninstelling betrekking hebben, worden aangehouden op een of meer rekeningen ten name van de cliënt bij een kredietinstelling;

  • b.

    creditering of debitering van de effectenrekening van de cliënt uitsluitend geschiedt tegen gelijktijdige debitering of creditering van het ingevolge de effectennota te ontvangen of verschuldigde bedrag op de daarvoor bestemde geldrekening van de cliënt; en

  • c.

    de effecteninstelling, uitsluitend bevoegd is om over de onder a bedoelde gelden en effecten te beschikken voorzover dit noodzakelijk is ter uitvoering van de diensten van de effecteninstelling voor de cliënt.

Effecteninstellingen die een effectengiro aanbieden

Artikel

15

Een effecteninstelling die de effectendienst verricht als bedoeld in artikel 1, onder h, sub 4, kan aan het vereiste als bedoeld in artikel 12 voldoen, indien wordt voorzien in een regeling krachtens welke de in artikel 1, onder h, sub 4, bedoelde rekening en de voor de cliënt aangehouden geldrekening worden beheerd door een effectengiro die voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    de effectengiro is een rechtspersoon naar Nederlands recht;

  • b.

    een ieder die de effectengiro krachtens statuten of reglementen vertegenwoordigt dan wel het dagelijks beleid van de effectengiro bepaalt, is naar het oordeel van de Autoriteit Financiële Markten voldoende deskundig in verband met de bedrijfsvoering van de effectengiro en dient voldoende onafhankelijk te zijn van de bestuurders van de in de aanhef genoemde effecteninstelling. Tevens dient de betrouwbaarheid van de in de vorige volzin bedoelde personen, alsmede van de personen die rechtstreeks of middellijk bevoegd zijn om die personen te benoemen of te ontslaan, naar het oordeel van de Autoriteit Financiële Markten buiten twijfel te staan;

  • c.

    degene die ten behoeve van de effectengiro werkzaamheden verrichten mogen niet werkzaam zijn voor het bedrijfsonderdeel van de effecteninstelling dat effectentransacties uitvoert of doet uitvoeren;

  • d.

    vervallen;

  • e.

    de effectengiro verricht geen andere activiteiten dan het houden van de aan cliënten toebehorende gelden en effecten en het beheren van de in de aanhef van dit artikel bedoelde rekeningen;

  • f.

    de som van alle vorderingen in geld en effecten van alle cliënten tezamen komt overeen met de som van de saldi van de voor de cliënten aangehouden geld- en effectenrekeningen als bedoeld onder e;

  • g.

    de onder e bedoelde gelden en effecten worden aangehouden op een of meer rekeningen op naam van de effectengiro bij een kredietinstelling, waarbij de effectengiro een strikte administratieve scheiding toepast ten aanzien van de in de aanhef van dit onderdeel bedoelde gelden en de gelden die toebehoren aan de effectengiro;

  • h.

    transacties voor rekening van de cliënt geschieden slechts indien het saldo op de bij de effectengiro aangehouden rekening ten name van die cliënt toereikend is;

  • i.

    de Autoriteit Financiële Markten kan bij de effectengiro alle inlichtingen inwinnen of doen inwinnen, die naar het oordeel van de Autoriteit Financiële Markten nodig zijn voor de juiste uitoefening van haar wettelijke taken en bevoegdheden;

  • j.

    de nakoming van de verplichtingen door de effectengiro is gegarandeerd door de effecteninstelling;

  • k.

    de effectengiro treedt uitsluitend op in het belang van de cliënten van de effecteninstelling voor wie effecten en gelden bij de effectengiro worden gehouden;

  • l.

    de effectengiro is jegens de cliënten aansprakelijk voor de door hen geleden schade, voorzover die schade het gevolg is van verwijtbare niet-nakoming van zijn verplichtingen;

  • m.

    de effectengiro voorziet in een procedure in geval de effectengiro het voornemen te kennen geeft zijn functie neer te leggen;

  • n.

    de effectengiro draagt zorg voor een adequate administratieve organisatie met betrekking tot de in bewaring genomen effecten en gelden overeenkomstig 4.2 tot en met 4.5, 4.7 tot en met 4.25 en 4.27 van bijlage 4 van deze regeling;

  • o.

    de effectengiro legt binnen zes maanden na het einde van het boekjaar een jaarrekening als bedoeld in artikel 361, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door de accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek over aan de Autoriteit Financiële Markten. De accountant staat niet in dienstbetrekking tot de effectengiro of de effecteninstelling die de effectengiro aanbiedt.

Kredietinstellingen

Artikel

16

Een effecteninstelling, zijnde een kredietinstelling, kan aan het vereiste als bedoeld in artikel 12 voldoen door het sluiten van een overeenkomst met de cliënt, waarin tenminste is bepaald dat creditering of debitering van de bij de kredietinstelling aangehouden effectenrekening van de cliënt uitsluitend geschiedt tegen gelijktijdige debitering of creditering van het ingevolge de effectennota te ontvangen of verschuldigde bedrag op de daarvoor bestemde geldrekening van de cliënt en:

  • a.

    indien de effecten onder de Wet giraal effectenverkeer vallen en de kredietinstelling is aangesloten bij Necigef, de effecten overeenkomstig de bepalingen van de Wet giraal effectenverkeer worden bewaard en geadministreerd; of

  • b.

    de effecten worden bewaard bij een bewaarinstelling en aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    • de bewaarinstelling is een rechtspersoon naar Nederlands recht;

    • een ieder die de bewaarinstelling krachtens statuten of reglementen vertegenwoordigt dan wel het dagelijks beleid van de bewaarinstelling bepaalt, naar het oordeel van de Autoriteit Financiële Markten voldoende deskundig is in verband met de bedrijfsvoering van de bewaarinstelling. Tevens dient de betrouwbaarheid van de in de vorige volzin bedoelde personen, alsmede van de personen die rechtstreeks of middellijk bevoegd zijn om die personen te benoemen of te ontslaan, naar het oordeel van de Autoriteit Financiële Markten buiten twijfel te staan;

    • degene die ten behoeve van de bewaarinstelling werkzaamheden verrichten mogen niet werkzaam zijn voor het bedrijfsonderdeel van de effecteninstelling dat effectentransacties uitvoert;

    • de bewaarinstelling verricht geen andere activiteiten dan het bewaren van effecten;

    • de som van de rechten van cliënten op effecten komt overeen met de som van de door de bewaarinstelling voor cliënten bewaarde effecten;

    • de nakoming van de verplichtingen van de bewaarinstelling is gegarandeerd door de kredietinstelling;

    • de Autoriteit Financiële Markten kan bij de bewaarinstelling alle inlichtingen inwinnen of doen inwinnen, die naar het oordeel van de Autoriteit Financiële Markten nodig zijn voor de juiste uitoefening van haar wettelijke taken en bevoegdheden;

    • de bewaarder treedt uitsluitend op in het belang van de cliënten van de effecteninstelling voor wie effecten en gelden bij de bewaarder in bewaring zijn gegeven;

    • de bewaarder is jegens de cliënten aansprakelijk voor de door hen geleden schade, voorzover die schade het gevolg is van verwijtbare niet-nakoming van zijn verplichtingen;

    • de bewaarder voorziet in een procedure in geval de bewaarder het voornemen te kennen geeft zijn functie neer te leggen; en

    • de bewaarinstelling draagt zorg voor een adequate administratieve organisatie met betrekking tot de in bewaring genomen effecten overeenkomstig bijlage 4 van deze regeling.

Effecteninstellingen die effectenlease-overeenkomsten aanbieden

Artikel

17

Andere vermogensscheidingsregelingen

Artikel

18

Teneinde te voldoen aan het vereiste als bedoeld in artikel 12, kan de effecteninstelling andere regelingen treffen dan de regelingen als bedoeld in de artikelen 13 tot en met 17. Deze regelingen behoeven de voorafgaande goedkeuring van de Autoriteit Financiële Markten.

Paragraaf

6

Regels met betrekking tot de belangenconflicten van de effecteninstelling als bedoeld in de artikelen 22, 24a en 34, 35a van het besluit

Combinatie van activiteiten

Artikel

19

Indien door het combineren van activiteiten in een effecteninstelling, of in een groep waarvan een effecteninstelling deel uitmaakt:

  • a.

    de belangen van cliënten van de effecteninstelling kunnen worden geschaad door belangenconflicten tussen de effecteninstelling en haar cliënten of tussen haar cliënten onderling; of

  • b.

    de adequate functionering van de effectenmarkten dan wel het vertrouwen van beleggers in de adequate functionering van de effectenmarkten kan worden geschaad, doordat koersgevoelige of andere vertrouwelijke marktinformatie, die bekend is bij aan de effecteninstelling verbonden personen die zorg dragen voor de uitoefening van bepaalde activiteiten, bekend kan worden bij personen die zorg dragen voor de uitoefening van andere activiteiten van de effecteninstelling, dan wel bij personen die werkzaam zijn bij een andere instelling van de groep waartoe de effecteninstelling behoort, treft de effecteninstelling alle maatregelen die nodig zijn voor een onafhankelijk marktoptreden met betrekking tot de in de aanhef van dit artikel bedoelde activiteiten alsmede ter vermijding van de verspreiding van die informatie buiten de kring van personen die daarover uit hoofde van hun werkzaamheden in de effecteninstelling beschikken.

Artikel

20

Artikel

21

Regeling koersgevoelige informatie

Artikel

22

Regeling privé-beleggingstransacties

Artikel

23

Paragraaf

7

Regels met betrekking tot de administratieve organisatie en interne controle als bedoeld in de artikelen 17 en 34 van het besluit

Artikel

24

Paragraaf

8

Gedragsregels ter uitvoering van de artikelen 24 tot en met 31, 35 tot en met 39, 40, 41, 43 en 44 van het besluit

Gedragsregels inzake de behandeling van cliënten

Artikel

25

Artikel

26

Een effecteninstelling mag een ieder voor wie de effecteninstelling nog geen effectentransactie heeft verricht of die uit andere hoofde nog geen cliënt is van de effecteninstelling, telefonisch of in persoon alleen (doen) benaderen, indien:

  • a.

    de betrokkene daar vooraf uitdrukkelijk schriftelijk dan wel elektronisch mee heeft ingestemd, tenzij sindsdien deze instemming schriftelijk dan wel elektronisch is herroepen; of

  • b.

    de betrokkene in het contact slechts wordt aangeboden om schriftelijk of elektronisch informatiemateriaal aan de betrokkene ter beschikking te stellen.

Cliëntacceptatie & -bewaking

Artikel

26a

Cliëntenovereenkomst

Artikel

27

Artikel

28

Onevenredig hoge transactiefrequenties, commissies of andere vergoedingen

Artikel

29

Artikel

30

Artikel

31

Een effecteninstelling handelt klachten van cliënten op adequate wijze en binnen een redelijke termijn af.

Verbod inzake koersmanipulatie en overige misleidende handelingen

Artikel

32

Informatieverplichtingen

Artikel

33

Artikel

34

Artikel

35

Artikel

36

Artikel

37

Artikel

38

De informatie die door de effecteninstelling dient te worden verstrekt ingevolge het gestelde bij of krachtens het besluit, dient tijdig en in zodanige vorm te worden verstrekt dat de betekenis en de draagwijdte daarvan redelijkerwijs kunnen worden onderkend.

De behandeling van incidenten

Artikel

39

Toezicht op naleving van maatregelen en gedragscodes

Artikel

40

Een effecteninstelling draagt zorg voor het toezicht op de naleving van de maatregelen als bedoeld in artikel 19, alsmede voor het toezicht op de naleving van de krachtens de artikelen 22 en 23 vereiste gedragscodes inzake koersgevoelige informatie en privé beleggingstransacties en de sanctionering er van.

Verbod inzake het verrichten van diensten voor niet geregistreerde effecteninstellingen

Artikel

41

Een effecteninstelling onthoudt zich met betrekking tot een effecteninstelling die

van de volgende rechtshandelingen:

  • a.

    het middellijk of onmiddellijk deelnemen in het kapitaal van deze instelling;

  • b.

    het verrichten van effectentransacties voor deze instelling;

  • c.

    het aanbrengen van cliënten of effectenorders voor rekening van cliënten bij deze instelling;

  • d.

    het accepteren van door deze instelling aangebrachte cliënten of cliëntenorders.

  • e.

    het is een effecteninstelling toegestaan de rechtshandelingen als bedoeld onder a tot en met d te verrichten met betrekking tot een in het buitenland gevestigde en niet in of vanuit Nederland actieve effecteninstelling indien de effecteninstelling heeft vastgesteld dat de betreffende buitenlandse effecteninstelling in haar land van vestiging voldoet aan de aldaar geldende vergunning-, registratie of notificatieplicht en de vaststelling schriftelijk is vastgelegd.

Door effecteninstellingen te volgen gedragslijn bij het aannemen van personeel

Artikel

42

De omgang met personeelsleden in integriteitsgevoelige functies

Artikel

42a

Toepassingsgebied van de gedragsregels

Artikel

43

Paragraaf

9

Melding van transacties

Artikel

44

Paragraaf

9a

Effectentypische gedragsregels voor financiële marktpartijen

Artikel

44a

Combinatie van activiteiten

Artikel

44b

Regeling koersgevoelige informatie

Artikel

44c

Regeling privé effectentransacties

Artikel

44d

Verbod inzake koersmanipulatie en overige misleidende handelingen

Artikel

44e

Regels met betrekking tot administratieve organisatie en interne controle

Paragraaf

10

Slotbepalingen

Overgangbepaling

Artikel

45

Vervallen

Artikel

46

De Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1995 van 18 december 1995, Stcrt. 250, wordt ingetrokken.

Artikel

47

Deze regeling kan worden aangehaald als 'Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002'.

Amsterdam
voorzitter F.J. Loudon
vice-voorzitter J. I. van Praag Sigaar

Bijlage

1

Vervallen

Bijlage

2

Vervallen

Bijlage

3

Bijlage ter uitvoering van artikel 23 van deze regeling, houdende de door effecteninstellingen in haar reglement op te nemen regels inzake privé-beleggingstransacties door aan die instellingen verbonden personen

3.1. Definities

In deze bijlage wordt – voorzover niet anders is bepaald – verstaan onder:

  • a.

    insider: degene die uit hoofde van zijn functie of positie bij een effecteninstelling regelmatig over gevoelige informatie beschikt of kan beschikken. Hieronder vallen in ieder geval;

    • i)

      bestuurders van de effecteninstelling;

    • ii)

      het eerste en tweede echelon onder de bovengenoemde personen;

    • iii)

      de toezichthouders, zoals hierna onder d, sub i gedefinieerd;

    • iv)

      medewerkers werkzaam bij de effecteninstelling die activiteiten verrichten die in hoofdzaak bestaan uit het aanbieden of verrichten van, het afwikkelen van of het controleren van diensten ter zake van effectenbemiddeling en/of vermogensbeheer;

    • v)

      (groepen van) andere medewerkers die als zodanig door de het hoogste bestuursorgaan worden aangewezen;

    • vi)

      commissarissen van de effecteninstellingen;

  • b.

    effectentransactie: het anders dan in de uitoefening van zijn functie of positie verrichten, doen verrichten of bewerkstelligen van enige handeling, middellijk of onmiddellijk voor eigen rekening of mede voor eigen rekening of ten behoeve van een derde, tot aankoop of verkoop van een effect;

  • c.

    koersgevoelige informatie: een niet-openbare bijzonderheid omtrent een rechtspersoon, vennootschap of instelling of omtrent de handel in de effecten van die rechtspersoon, vennootschap of instelling, waarvan openbaarmaking, naar redelijkerwijs is te verwachten, invloed zal kunnen hebben op de prijs van de effecten van die rechtspersoon, vennootschap of instelling;

  • d.

    toezichthouder: de als zodanig door (de voorzitter van) het hoogste bestuursorgaan aangewezen:

    • i)

      medewerker; en/of

    • ii)

      de externe accountant van de instelling;

    Een lid van het hoogste bestuursorgaan of de externe accountant is de toezichthouder voor de medewerker als bedoeld onder d, sub i;

  • e.

    gelieerde derden van de insider:

    • i)

      de echtgenoot, echtgenote of partner;

    • ii)

      bloedverwanten en aanverwanten tot in de tweede graad;

    • iii)

      personen die tot het huishouden van de insider behoren;

    • iv)

      lasthebbers en vermogensbeheerders (niet zijnde vrije-hand-beheerders), voorzover handelend ten behoeve van de insider;

    • v)

      rechtspersonen en beleggingsclubs waarin de insider zeggenschap heeft ten aanzien van het beleggingsbeleid;

  • f.

    niet-insider: iedere medewerker van een effecteninstelling, niet zijnde insider;

  • g.

    medewerker: insider en niet insider.

3.2. Algemene uitgangspunten met betrekking tot privé-beleggingstransacties door medewerkers

1. De medewerker dient zorgvuldig om te gaan met alle beschikbare informatie over cliënten.

2. Er mag nooit een verband bestaan tussen effectentransacties van de medewerker en die van cliënten.

3. De medewerker dient zich te onthouden van elk gebruik van koersgevoelige informatie, alsmede iedere vermenging van zakelijke en privé-belangen, respectievelijk de redelijkerwijs voorzienbare schijn daarvan, te vermijden.

4. Een informatievoorsprong waarover de medewerker uit hoofde van zijn functie of anderszins beschikt, mag nooit worden gebruikt voor het trachten te behalen van een persoonlijk voordeel. Dit geldt niet alleen voor effectentransacties maar ook voor andere soorten transacties, zoals bijvoorbeeld in onroerende zaken, vreemde valuta of edele metalen.

5. De medewerker dient terughoudendheid te betrachten bij effectentransacties, waarbij hij zich dient te onthouden van effectentransacties die als excessief of in hoge mate speculatief kunnen worden aangemerkt.

6. De medewerker dient zorgvuldig om te gaan met beschikbare informatie uit de zakelijke sfeer. Deze informatie dient gescheiden te blijven van zijn of haar privé-sfeer.

7. De medewerker dient te voorkomen dat hij privé zo nauw betrokken raakt bij een relatie van de instelling, dat gevaar bestaat voor gebruik van voorkennis of een ongewenste vermenging van zakelijke en privé-belangen.

3.3. Gedragsregels met betrekking tot privé-effectentransacties door medewerkers

1. Indien de medewerker over koersgevoelige informatie beschikt mag deze informatie uitsluitend worden gebruikt voor een goede taakuitvoering van de medewerker en mag de medewerker zelf geen daarmee in verband staande effectentransacties verrichten.

2. Het is de medewerker niet toegestaan binnen vierentwintig uur na het geven van een opdracht voor een effectentransactie of de uitvoering van deze opdracht, een opdracht te geven voor een aan deze order tegengestelde effectentransactie, met betrekking tot effecten van hetzelfde fonds of aan dat fonds gerelateerde effecten.

3. Het is de medewerker niet toegestaan een effectentransactie te verrichten naar aanleiding van of vooruitlopend op effectenorders van cliënten of van de instelling waar de medewerker werkzaam is.

4. Het is de medewerker niet toegestaan een effectentransactie te verrichten in effecten als bedoeld in artikel 46, eerste lid onder a en b, van de wet waarover hij kennis draagt door middel van een nog niet gepubliceerde analyse.

5. Tenzij een zorgvuldige uitoefening van zijn functie zulks vereist of wettelijk daartoe verplicht, is het de medewerker niet toegestaan op welke wijze dan ook, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, koersgevoelige informatie aan anderen te verstrekken of daaromtrent te doen blijken.

6. De medewerker die betrokken is bij de activiteiten van het effectenbedrijf betreffende de verplichting om voortdurend bied- en laatprijzen af te geven dan wel anderszins een markt te onderhouden en uit hoofde daarvan beschikt over specifieke informatie betreffende de handel in bepaalde effecten, geldt dat hij in die effecten slechts mag handelen met een beleggingsoogmerk, waarbij de beleggingstermijn minimaal drie maanden bedraagt.

3.4. Aanvullende gedragsregels met betrekking tot privé-effectentransacties door insiders

1. Het is de insider niet toegestaan een effectentransactie te verrichten, indien daardoor redelijkerwijs de schijn kan worden gewekt dat hij daarbij beschikte of kon beschikken over koersgevoelige informatie.

2. Het is de insider, die werkzaam is bij de organisatorische eenheid van de effecteninstelling die een functie vervult bij een emissie of beursintroductie of anderszins uit hoofde van zijn functie daarbij betrokken is, niet toegestaan in te schrijven op die emissies of beursintroducties. Dit geldt niet voor het inschrijven bij uitoefening van het claimrecht bij claimemissies.

3. De insider, niet zijnde de insider als bedoeld in 3.4.2, die inschrijft op openbare emissies of beursintroducties waarbij de effecteninstelling waar hij werkzaam is een functie bij de emissie of beursintroductie vervult, mag de op deze wijze verkregen effecten niet eerder verkopen dan nadat zes maanden zijn verstreken na de stortingsdatum. Dit geldt niet voor effecten verkregen via het uitoefenen van een claimrecht.

4. De insider is gehouden te bewerkstelligen dat de lasthebbers en vermogensbeheerders als bedoeld in 3.1, onder e, sub iv, een verklaring afgeven dat zij bij het verrichten van effectentransacties ten behoeve van de insider zich binden aan de voor de insider geldende bepalingen. Het toezicht wordt uitgeoefend overeenkomstig 3.7.1.

5. Naast de plicht tot geheimhouding als bedoeld in 3.3.5, is de insider verplicht naar zijn beste vermogen te bevorderen dat door de met hem gelieerde derden geen effectentransacties worden verricht die strijdig zijn met deze bijlage.

3.5. Lokatie privé-effectentransacties van insiders

1. De insider mag voor het verrichten van effectentransacties uitsluitend gebruik maken van de effectendiensten van de instelling waar hij werkzaam is.

2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de insider een schriftelijke beheerovereenkomst heeft afgesloten en voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    de beheerovereenkomst gaat uit van een strikte scheiding tussen eigendom en beheer;

  • b.

    de insider stelt de toezichthouder in kennis van het bestaan van de beheerovereenkomst en verstrekt hem daarvan een afschrift;

  • c.

    de insider onthoudt zich van het geven van enige instructie, dan wel het anderszins of indirect beïnvloeden van enige door de vermogensbeheerder te nemen beslissing betreffende het beheer;

  • d.

    in de beheerovereenkomst dient te zijn bepaald dat de vermogensbeheerder:

    • i)

      van iedere effectentransactie onverwijld de toezichthouder in kennis stelt door middel van het toezenden van een afschrift van de mutatie;

    • ii)

      eenmaal per zes maanden een overzicht van de effectenportefeuille van de insider aan de toezichthouder verstrekt; en

    • iii)

      op eerste verzoek van de toezichthouder gegevens betreffende de transacties die op grond van de overeenkomst zijn verricht zal overleggen;

  • e.

    de toezichthouder is bevoegd aan de insider een aanwijzing te geven om naar beste vermogen te bevorderen dat de beheerovereenkomst gewijzigd wordt. Indien wijziging van de beheerovereenkomst niet volgens de aanwijzing van de toezichthouder geschiedt, gelden 3.5.1 en 3.7.1 onverkort;

  • f.

    de insider meldt wijzigingen of de beëindiging van de beheerovereenkomst onverwijld aan de toezichthouder;

  • g.

    de insider is geen lid van de het hoogste bestuursorgaan of medewerker van de afdeling vermogensbeheer van de effecteninstelling waarmee de beheerovereenkomst is afgesloten en deze effecteninstelling is geen kleine effecteninstelling.

3. 3.5.1 is eveneens niet van toepassing indien:

  • i)

    de instelling waar de insider werkzaam is de desbetreffende transacties niet kan uitvoeren of een kleine effecteninstelling is en de insider aan degene die voor hem of ten behoeve van hem de effectentransactie heeft uitgevoerd de opdracht geeft om de toezichthouder daaromtrent onverwijld in te lichten door middel van het toezenden van een afschrift van de desbetreffende effectentransacties. Indien een instelling als kleine instelling in de zin van dit lid aangemerkt wenst te worden, dient zij hiertoe bij de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk een verzoek in te dienen; of

  • ii)

    de effectentransacties in een ter beurze genoteerde (semi)-open-ended-beleggingsinstelling verricht worden en de insider geen bestuurs- of beheerfunctie in deze beleggingsinstelling vervult; of

  • iii)

    de effectentransacties in staatsobligaties worden verricht.

4. Voor zover door de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan daartoe gemachtigd, is de toezichthouder bevoegd aan de insider op bijzondere grond toestemming te verlenen om in afwijking van 3.5.1 tot en met 3.5.3 effectentransacties te verrichten. De toezichthouder stelt, met inachtneming van 3.6.1, de voorwaarden vast waaronder de toestemming aan de insider wordt verleend. Het verlenen van toestemming wordt door de toezichthouder vastgelegd onder vermelding van de hieraan ten grondslag liggende reden.

3.6. Toezicht op privé-effectentransacties van medewerkers

1. De medewerker onderschrijft dat de toezichthouder bevoegd is een onderzoek in te (doen) stellen met betrekking tot enige effectentransactie verricht door, in opdracht van of ten behoeve van de medewerker door tussenkomst van de effecteninstelling waar hij werkzaam is of van een andere effecteninstelling, beleggingsinstelling, gelieerde of andere derde.

2. De toezichthouder is bevoegd over de uitkomst van dit onderzoek schriftelijk te rapporteren aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan, respectievelijk de voorzitter van de Raad van Commissarissen/Raad van Beheer/Raad van Toezicht van de effecteninstelling met gelijktijdige informatie aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan. Alvorens de toezichthouder schriftelijk rapporteert over de uitkomst van het onderzoek dient de medewerker gelegenheid te hebben gehad te reageren op de uitkomst van het onderzoek.

De medewerker wordt door de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan, respectievelijk de voorzitter van de Raad van Commissarissen/Raad van Beheer/Raad van Toezicht van de uitkomst van het onderzoek in kennis gesteld.

3. De medewerker is in het kader van de strikte naleving van deze bijlage of het op deze bijlage gebaseerde reglement, gehouden desgevraagd alle informatie met betrekking tot een door hem of ten behoeve van hem verrichte effectentransactie aan de toezichthouder te verstrekken.

4. De medewerker is verplicht desgevraagd opdracht te geven aan de instelling waar hij werkzaam is, een andere instelling, lasthebber, beleggingsinstelling of andere derde alle informatie omtrent enige ten behoeve van hem of in zijn opdracht verrichte effectentransactie aan de toezichthouder te verstrekken.

3.7. Aanvullend toezicht op privé-effectentransacties van insiders

1. De insider, met uitzondering van de insider waarop 3.5.2 en 3.5.3 van toepassing is, meldt onverwijld iedere door hem verrichte effectentransactie aan de toezichthouder. De toezichthouder controleert of de effectentransactie aan de toepasselijke regels, voorschriften en aanwijzingen voldoet. De toezichthouder, als bedoeld in 3.1, onder d, sub i, rapporteert zijn bevindingen rechtstreeks aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan. De toezichthouder, genoemd in 3.1, onder d, sub ii, rapporteert rechtstreeks aan de voorzitter van de Raad van Commissarissen/Raad van Beheer/Raad van Toezicht dan wel aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan bij het ontbreken van eerstgenoemde organen.

2. De insider is verplicht zich binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid in te spannen opdat met hem gelieerde derden op eerste verzoek van de toezichthouder indien deze daartoe aanleiding heeft, alle informatie (doen) verstrekken omtrent enige door hen verrichte effectentransactie.

3.8. Sancties

Handelen door de medewerker in strijd met deze bijlage of het op deze bijlage gebaseerde reglement wordt beschouwd als een ernstige inbreuk op het vertrouwen dat de effecteninstelling als werkgever in de medewerker moet kunnen stellen en kan op grond daarvan leiden tot een passende sanctie door het daartoe bevoegde orgaan, waaronder het ongedaan maken van het door de medewerker behaalde voordeel, overplaatsing, schorsing, andere disciplinaire of arbeidsrechtelijke maatregelen, ontslag op staande voet daarvan niet uitgezonderd.

3.9. Advies en beroep

Indien de medewerker twijfelt omtrent de uitleg of de toepassing van deze bijlage of het op deze bijlage gebaseerde reglement, is hij gehouden het advies van de toezichthouder in te winnen. De toezichthouder is bevoegd een voor de medewerker bindende uitspraak te doen, behoudens bezwaar. Tegen de uitspraak van de toezichthouder kan de medewerker bezwaar maken bij de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan of een door deze aan te wijzen beroepsorgaan. Het maken van bezwaar heeft geen schorsende werking ten aanzien van de uitspraak van de toezichthouder.

Bijlage

3a

Bijlage ter uitvoering van artikel 44c van deze regeling, houdende de door de financiële marktpartij in haar reglement op te nemen regels inzake privé effectentransacties door aan die financiële marktpartijen verbonden personen.

3a.1. Definities

In deze bijlage wordt - voor zover niet anders is bepaald - verstaan onder:

  • a.

    insider: degene die uit hoofde van zijn functie of positie bij de financiële marktpartij regelmatig over koersgevoelige informatie beschikt of kan beschikken. Hieronder vallen in ieder geval:

    • i)

      bestuurders van de financiële marktpartij voor zover zij belast zijn met de dagelijkse leiding van de financiële marktpartij;

    • ii)

      de interne toezichthouders, zoals hierna onder d, sub i gedefinieerd.

  • b.

    privé effectentransactie: het anders dan in de uitoefening van zijn functie of positie verrichten, doen verrichten of bewerkstelligen van enige handeling, middellijk of onmiddellijk voor eigen rekening of mede voor eigen rekening of ten behoeve van een derde, tot aankoop of verkoop van een effect;

  • c.

    koersgevoelige informatie: een niet-openbare bijzonderheid omtrent een rechtspersoon, vennootschap of instelling of omtrent de handel in de effecten van die rechtspersoon, vennootschap of instelling, waarvan openbaarmaking, naar redelijkerwijs is te verwachten, invloed zal kunnen hebben op de prijs van de effecten van die rechtspersoon, vennootschap of instelling;

  • d.

    interne toezichthouder: de als zodanig door (de voorzitter van) het hoogste bestuursorgaan aangewezen:

    • i)

      medewerker; en/of

    • ii)

      externe accountant van de financiële marktpartij.

    Een lid van het hoogste bestuursorgaan of de externe accountant is de interne toezichthouder voor de medewerker als bedoeld onder d, sub i;

  • e.

    gelieerde derden van de insider:

    • i)

      de echtgenoot, echtgenote of partner;

    • ii)

      bloedverwanten en aanverwanten tot in de tweede graad;

    • iii)

      personen die tot het huishouden van de insider behoren;

    • iv)

      lasthebbers en vermogensbeheerders (niet zijnde vrije-hand-beheerders), voor zover handelend ten behoeve van de insider;

    • v)

      rechtspersonen en beleggingsclubs waarin de insider zeggenschap heeft ten aanzien van het beleggingsbeleid.

  • f.

    medewerker: diegene die conform artikel 44c, eerste lid, is aangemerkt als persoon die direct of indirect bij effectentransacties van de financiële marktpartij betrokken is dan wel anderszins uit hoofde van zijn functie of positie over koersgevoelige informatie beschikt of kan beschikken. Medewerkers zijn insiders en niet-insiders.

  • g.

    niet-insider: iedere medewerker niet zijnde insider.

3a.2. Algemene uitgangspunten met betrekking tot privé effectentransacties door medewerkers

1. Er mag nooit een verband bestaan tussen effectentransacties die de financiële marktpartij tot stand brengt of doet komen en een privé effectentransactie van de medewerker.

2. De medewerker dient zich te onthouden van elk gebruik van koersgevoelige informatie, alsmede iedere vermenging van zakelijke en privé-belangen, respectievelijk de redelijkerwijs voorzienbare schijn daarvan, te vermijden.

3. Een informatievoorsprong waarover de medewerker uit hoofde van zijn functie of anderszins beschikt, mag nooit worden gebruikt voor het trachten te behalen van een persoonlijk voordeel door middel van privé effectentransacties.

4. De medewerker dient terughoudendheid te betrachten bij privé effectentransacties, waarbij hij zich dient te onthouden van privé effectentransacties die als excessief of in hoge mate speculatief kunnen worden aangemerkt.

5. De medewerker dient zorgvuldig om te gaan met beschikbare informatie uit de zakelijke sfeer. Deze informatie dient gescheiden te blijven van zijn privé-sfeer.

6. De medewerker dient te voorkomen dat hij privé zo nauw betrokken raakt bij een relatie van de financiële marktpartij, dat gevaar bestaat voor gebruik van voorkennis of een ongewenste vermenging van zakelijke en privé-belangen.

3a.3. Gedragsregels met betrekking tot privé effectentransacties door medewerkers

1. Indien de medewerker over koersgevoelige informatie beschikt mag deze informatie uitsluitend worden gebruikt voor een goede taakuitvoering van de medewerker en mag de medewerker zelf geen daarmee in verband staande privé effectentransacties verrichten.

2. Het is de medewerker niet toegestaan binnen vierentwintig uur na het geven van een opdracht voor een privé effectentransactie of de uitvoering van deze opdracht, een opdracht te geven voor een aan deze order tegengestelde privé effectentransactie, met betrekking tot effecten van hetzelfde fonds of aan dat fonds gerelateerde effecten.

3. Het is de medewerker niet toegestaan een privé effectentransactie te verrichten naar aanleiding van of vooruitlopend op effectenorders van de financiële marktpartij waar de medewerker werkzaam is.

4. Het is de medewerker niet toegestaan een privé effectentransactie te verrichten in effecten als bedoeld in artikel 46, eerste lid onder a en b, van de wet waarover hij kennis draagt door middel van een nog niet gepubliceerde analyse.

5. Tenzij een zorgvuldige uitoefening van zijn functie zulks vereist of wettelijk daartoe verplicht, is het de medewerker niet toegestaan op welke wijze dan ook, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, koersgevoelige informatie aan anderen te verstrekken of daaromtrent te doen blijken.

3a.4. Aanvullende gedragsregels met betrekking tot privé effectentransacties door insiders

1. Het is de insider niet toegestaan een privé effectentransactie te verrichten, indien daardoor redelijkerwijs de schijn kan worden gewekt dat hij daarbij beschikte of kon beschikken over koersgevoelige informatie.

2. De insider is gehouden te bewerkstelligen dat de lasthebbers en vermogensbeheerders als bedoeld in 3a.1, onder e, sub iv, een verklaring afgeven dat zij bij het verrichten van privé effectentransacties ten behoeve van de insider zich binden aan de voor de insider geldende bepalingen. Het toezicht wordt uitgeoefend overeenkomstig 3a.7.1.

3. Naast de plicht tot geheimhouding als bedoeld in 3a.3.5, is de insider verplicht naar zijn beste vermogen te bevorderen dat door de met hem gelieerde derden geen privé effectentransacties worden verricht die strijdig zijn met deze bijlage.

3a.5. Melding privé effectentransacties van insiders

1. De insider dient aan degene die voor hem of ten behoeve van hem een privé effectentransactie heeft uitgevoerd de opdracht te geven om de interne toezichthouder daaromtrent onverwijld in te lichten door middel van het toezenden van een afschrift van de desbetreffende privé effectentransactie.

2. Het eerste lid is niet van toepassing indien:

  • i)

    de privé effectentransactie in een ter beurze genoteerde (semi)-open-ended-beleggingsinstelling verricht worden en de insider geen bestuurs- of beheerfunctie in deze beleggingsinstelling vervult; of

  • ii)

    de privé effectentransactie in staatsobligaties worden verricht; of

  • iii)

    de financiële marktpartij onderdeel uitmaakt van een financieel conglomeraat waarvoor geldt dat:

    • a)

      de interne toezichthouder als bedoeld in artikel 3a.1 onder d op conglomeraatniveau is benoemd;

    • b)

      van het conglomeraat een effecteninstelling deel uitmaakt die de desbetreffende privé effectentransacties kan uitvoeren;

    • c)

      de insider voor het verrichten van privé effectentransacties uitsluitend gebruik maakt van de effectendiensten van de hiervoor bedoelde instelling, behoudens transacties vallende onder de in dit artikel onder 2.i en 2.ii bedoelde.

3a.6. Toezicht op privé effectentransacties van medewerkers

1. De medewerker onderschrijft dat de interne toezichthouder bevoegd is een onderzoek in te (doen) stellen met betrekking tot enige effectentransactie verricht door, in opdracht van of ten behoeve van de medewerker.

2. De interne toezichthouder is bevoegd over de uitkomst van dit onderzoek schriftelijk te rapporteren aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan, respectievelijk de voorzitter van de Raad van Commissarissen/Raad van Beheer/Raad van Toezicht van de financiële marktpartij met gelijktijdige informatie aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan. Alvorens de interne toezichthouder schriftelijk rapporteert over de uitkomst van het onderzoek dient de medewerker gelegenheid te hebben gehad te reageren op de uitkomst van het onderzoek.

De medewerker wordt door de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan, respectievelijk de voorzitter van de Raad van Commissarissen/Raad van Beheer/Raad van Toezicht van de uitkomst van het onderzoek in kennis gesteld.

3. De medewerker is in het kader van de strikte naleving van deze bijlage of het op deze bijlage gebaseerde reglement, gehouden desgevraagd alle informatie met betrekking tot een door hem of ten behoeve van hem verrichte privé effectentransactie aan de interne toezichthouder te verstrekken.

4. De medewerker is verplicht desgevraagd opdracht te geven aan de financiële marktpartij waar hij werkzaam is, een andere instelling, lasthebber, beleggingsinstelling of andere derde alle informatie omtrent enige ten behoeve van hem of in zijn opdracht verrichte privé effectentransactie aan de interne toezichthouder te verstrekken.

3a.7. Aanvullend toezicht op privé effectentransacties van insiders

1. De insider, met uitzondering van de insider waarop 3a.5.2 van toepassing is, meldt onverwijld iedere door hem verrichte privé effectentransactie aan de interne toezichthouder. De interne toezichthouder controleert of de privé effectentransactie aan de toepasselijke regels, voorschriften en aanwijzingen voldoet. De interne toezichthouder, als bedoeld in 3a.1, onder d, sub i, rapporteert zijn bevindingen rechtstreeks aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan. De interne toezichthouder, genoemd in 3a.1, onder d, sub ii, rapporteert rechtstreeks aan de voorzitter van de Raad van Commissarissen/Raad van Beheer/Raad van Toezicht dan wel aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan bij het ontbreken van eerstgenoemde organen.

2. De insider is verplicht zich binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid in te spannen opdat met hem gelieerde derden op eerste verzoek van de interne toezichthouder indien deze daartoe aanleiding heeft, alle informatie (doen) verstrekken omtrent enige door hen verrichte privé effectentransactie.

3a.8. Sancties

Handelen door de medewerker in strijd met deze bijlage of het op deze bijlage gebaseerde reglement wordt beschouwd als een ernstige inbreuk op het vertrouwen dat de financiële marktpartij als werkgever in de medewerker moet kunnen stellen en kan op grond daarvan leiden tot een passende sanctie door het daartoe bevoegde orgaan, waaronder het ongedaan maken van het door de medewerker behaalde voordeel, overplaatsing, schorsing, andere disciplinaire of arbeidsrechtelijke maatregelen, ontslag op staande voet daarvan niet uitgezonderd.

3a.9. Advies en beroep

Indien de medewerker twijfelt omtrent de uitleg of de toepassing van deze bijlage of het op deze bijlage gebaseerde reglement, is hij gehouden het advies van de interne toezichthouder in te winnen. De interne toezichthouder is bevoegd een voor de medewerker bindende uitspraak te doen, behoudens bezwaar. Tegen de uitspraak van de interne toezichthouder kan de medewerker bezwaar maken bij de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan of een door deze aan te wijzen beroepsorgaan. Het maken van bezwaar heeft geen schorsende werking ten aanzien van de uitspraak van de interne toezichthouder.

Bijlage

4

Bijlage ter uitvoering van de artikel 24 van deze regeling, houdende nadere regels voor de administratieve organisatie en het systeem van interne controle

4.1. Toepasselijkheid van de voorschriften inzake administratieve organisatie en het systeem van interne controle

De reikwijdte van de in deze bijlage opgenomen voorschriften inzake de administratieve organisatie en het systeem van interne controle, naar de onderscheiden categorieën van effecteninstellingen, is als volgt:

  • a.

    voor effecteninstellingen die de effectendienst als bedoeld in artikel 1, onder h, sub 1 of sub 8a verrichten gelden de voorschriften 4.2 tot en met 4.5, 4.10 tot en met 4.16, 4.18, 4.19, tweede lid onderdeel d, 4.20, 4.22 tot en met 4.25 en 4.27;

  • b.

    voor effecteninstellingen die de effectendienst als bedoeld in artikel 1, onder h, sub 2, sub 4 of sub 8b verrichten gelden de voorschriften 4.2 tot en met 4.5, 4.7 tot en met 4.25, alsmede 4.27;

  • c.

    voor effecteninstellingen die de effectendienst als bedoeld in artikel 1, onder h, sub 3 verricht gelden de voorschriften 4.2 tot en met 4.10, 4.14 tot en met 4.21, 4.23 tot en met 4.25, alsmede 4.27;

  • d.

    voor effecteninstellingen die de effectendienst als bedoeld in artikel 1, onder h, sub 6 of 7 verrichten gelden de voorschriften 4.2 tot en met 4.10, 4.14 tot en met 4.18, 4.20, 4.21, 4.23 tot en met 4.25, alsmede 4.27;

  • e.

    voor effecteninstellingen als bedoeld in artikel 15 en artikel 16 van deze regeling gelden als voorwaarden als bedoeld in artikel 15, onder n, en artikel 16, onder b, de voorschriften onder 4.3, 4.4, 4.5.1 tot en met 4.5.3 en 4.26;

  • f.

    voor kredietinstellingen die de diensten onder a tot en met e verrichten, gelden de bij die diensten genoemde voorschriften, uitgezonderd de voorschriften 4.5, 4.7 en 4.26.

4.2. Beschrijving van de organisatie

Naast de systematische beschrijving van de administratieve organisatie en het systeem van interne controle beschrijft de effecteninstelling:

  • a)

    alle activiteiten die de effecteninstelling verricht;

  • b)

    de dagelijks te verrichten werkzaamheden inzake de administratieve organisatie en het systeem van interne controle, met inbegrip van de functies, taken en verantwoordelijkheden en de delegatie van bevoegdheden;

  • c)

    de rapportagelijnen en communicatiestructuur binnen de effecteninstelling;

  • d)

    het organisatieschema van de effecteninstelling, waarbij per organisatorische eenheid de activiteiten worden aangegeven; en

  • e)

    een strategisch beleidsplan.

4.3. Functiescheiding

1. Een effecteninstelling voorziet in procedures en neemt alle maatregelen voor een strikte scheiding, waaronder een personele scheiding, tussen:

  • a)

    het bedrijfsonderdeel dat de transacties uitvoert en het bedrijfsonderdeel dat de transacties administratief verwerkt en afwikkelt;

  • b)

    het bedrijfsonderdeel dat de transacties afwikkelt en administratief verwerkt en het bedrijfsonderdeel dat de controle op deze activiteiten uitvoert; en

  • c)

    het bedrijfsonderdeel dat de transacties afwikkelt en administratief verwerkt en de procuratie.

2. In afwijking van 4.3.1 worden bij effecteninstellingen, niet zijnde een effecteninstelling die de effectendienst bedoeld in artikel 1, onder h, sub 2 en sub 8b verricht, waarvan alle activiteiten bedoeld in 4.3.1 hoofdzakelijk plaatsvinden op het niveau van het hoogste bestuursorgaan, de maatregelen voor een strikte scheiding als bedoeld in 4.3.1 zoveel mogelijk doorgevoerd.

4.4. Vastlegging van rechten en verplichtingen

1. De administratieve organisatie voorziet in een juiste, tijdige en volledige vastlegging van alle rechten en verplichtingen in de daartoe bestemde administratie, verantwoording daarvan in de periode(n) waarop deze betrekking hebben, alsmede in toekenning van het resultaat aan de periode(n) waarop zij betrekking heeft. Tevens voorziet de administratieve organisatie en het systeem van interne controle in verificatie van de (rekenkundige) juistheid van de administratieve vastlegging, een adequate documentatie van de administratie, alsmede in tijdige, krachtens deze regeling vereiste, rapportages aan de Autoriteit Financiële Markten, daaronder begrepen procedures omtrent de wijze waarop de rapportages worden opgesteld en hoe zij aansluiten op de desbetreffende administratie(s).

2. Afspraken en overeenkomsten worden zoveel mogelijk met schriftelijke bewijsstukken aangetoond.

4.5. Inzicht in de financiële administratie en de financiële positie van de effecteninstelling

1. Uit de financiële administratie moet op dagelijkse basis tenminste de aard en omvang van activa en passiva, de niet uit de balans blijkende verplichtingen, alsmede de resultaatontwikkeling, uitgesplitst naar de onderscheiden bedrijfsactiviteiten en bedrijfsonderdelen kunnen blijken. Met het oog daarop worden op dagelijkse basis alle transacties en de daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen in de administratie verwerkt.

2. Uit de financiële administratie blijkt met het oog op het bewaken en beheersen van de risico’s door de instelling en de naleving van de krachtens deze regeling gestelde regels inzake het eigen vermogen en het toetsingsvermogen, daaronder begrepen de rapportageverplichtingen jegens de Autoriteit Financiële Markten, op dagelijkse basis de financiële positie van de effecteninstelling. In de procedures van de effecteninstelling is de wijze van invulling van deze rapportages vastgelegd en uit de administratie dient te blijken op welke wijze zij aansluiten op de financiële administratie, waarbij eventuele afwijkingen worden verklaard en gedocumenteerd, inclusief de eventueel te nemen correctieve maatregelen naar aanleiding van de geconstateerde afwijkingen.

3. De financiële administratie dient te zijn gebaseerd op externe bescheiden en op interne bescheiden die zijn geautoriseerd door een daartoe bevoegde functionaris, waarbij eventuele afwijkingen worden verklaard en gedocumenteerd. De in de financiële administratie opgenomen reserveringen en schattingen dienen op adequate wijze te zijn gedocumenteerd op een zodanige wijze dat de juistheid en de volledigheid kan worden vastgesteld.

4. Op dagelijkse basis worden de rechten en verplichtingen, waaronder de debiteuren en crediteuren, uitgesplitst naar ouderdom van de af te wikkelen effectentransacties en van alle daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen. De effecteninstelling neemt maatregelen indien afwikkeling niet heeft plaatsgevonden op de afgesproken afwikkelingsdatum, waarbij deze maatregelen gedocumenteerd worden vastgelegd.

4.6. Handel voor eigen rekening

Ingeval effectentransacties voor eigen rekening plaatsvinden worden de doelstelling(en) en aard van deze activiteit, uitgesplitst op het niveau van individuele rekeningen, vastgelegd en wordt, mede ter uitvoering van artikel 19 van deze regeling betreffende de door de effecteninstelling te nemen maatregelen ter vermijding van belangenconflicten, voorzien in een strikte administratieve scheiding tussen de handel voor eigen rekening en de handel voor rekening van cliënten.

4.7. Positie- en limietbewaking

In het kader van de risicobewaking stelt een effecteninstelling limieten vast voor het aangaan van transacties voor eigen rekening en voor rekening van cliënten, legt deze schriftelijk vast en voorziet in procedures betreffende de dagelijkse rapportage van de feitelijke posities en van de verschillen tussen de feitelijke posities en de geaccordeerde limieten. Ingeval van limietoverschrijdingen worden deze gerapporteerd op het moment dat zij zich voordoen en vindt dagelijks vastlegging plaats van de correctieve maatregelen.

4.8. Gebruik van tussenrekeningen

Ingeval van het gebruik van tussenrekeningen voor effectentransacties, worden aard en doelstelling(en) van de tussenrekening(en) schriftelijk vastgelegd. Tevens wordt voorzien in adequate controleprocedures met betrekking tot de opbouw en afloop van de tussenrekening(en), die er in voorzien dat transacties niet langer dan strikt noodzakelijk, gezien het doel waarvoor een tussenrekening wordt gehanteerd, op een tussenrekening wordt geadministreerd. Daarbij worden opbouw en afloop van de tussenrekening dagelijks gecontroleerd, waarbij afwijkingen worden gerapporteerd aan de leiding. Ingeval van het gebruik van een tussenrekening voor het verzamelen van transacties blijkt onverminderd 4.16, uit de administratie voor wiens rekening de op de tussenrekening geadministreerde transactie is aangegaan en worden bij de desbetreffende tussenrekening de aard, omvang en modaliteiten van de order die aan de positie op de tussenrekening ten grondslag ligt vermeld.

4.9. Fondsenbalans

Ten behoeve van interne controle-doeleinden wordt tenminste voorzien in de vastlegging en naleving van procedures betreffende het tenminste per ultimo van iedere maand opstellen van een fondsenbalans, overeenkomstig de volgende bepalingen:

  • a.

    de fondsenbalans sluit aan op de financiële administratie van de effecteninstelling, waarbij in de administratie is vastgelegd de wijze waarop de fondsenbalans aansluit op de financiële administratie;

  • b.

    de fondsenbalans is in evenwicht, dat wil zeggen dat sprake is van een evenwicht tussen de effecten in eigen positie, de nog te ontvangen effecten, de nog te leveren effecten en de effecten die de effecteninstelling houdt;

  • c.

    de effecteninstelling sluit de fondsenbalans zoveel mogelijk aan op externe bescheiden, waarbij in administratie is vastgelegd de wijze waarop de fondsenbalans aansluit op de externe bescheiden;

  • d.

    eventuele afwijkingen met betrekking tot de vereisten als bedoeld onder a tot en met c, worden verklaard en gedocumenteerd, inclusief de eventueel te nemen correctieve maatregelen naar aanleiding van de geconstateerde afwijkingen.

4.10. Administratie van interne en externe bescheiden

Een effecteninstelling voorziet in een systematische en toegankelijke administratie van contracten, agenda’s en notulen van de diverse organen die het dagelijks beleid van de instelling bepalen of mede bepalen, van interne memoranda en mededelingen van die organen, alsmede van de externe correspondentie en cliëntenmailing en van alle andere, voor de bedrijfsvoering en het toezicht daarop van belang zijnde, schriftelijke informatie. In deze administratie worden tevens alle niet schriftelijke overeenkomsten vastgelegd, voorzover daaruit rechten of verplichtingen van de effecteninstelling voortvloeien.

4.11. Cliëntenacquisitie

Een effecteninstelling voorziet, ter waarborging van de bij of krachtens het besluit gestelde regels, met betrekking tot potentiële of nieuwe cliënten, in de vastlegging en naleving van procedures ten aanzien van de wijze van het plegen van acquisitie en het tot stand brengen van de cliëntenrelatie, daaronder het vaststellen van de identiteit van de cliënten, het afsluiten van de benodigde cliëntenovereenkomsten, het kennis nemen van de financiële positie, beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van de cliënt en de verstrekking van de vereiste informatie aan de desbetreffende cliënten.

4.12. Cliëntenadministratie

Een effecteninstelling voorziet in een systematische en toegankelijke cliëntenadministratie, waarin per cliënt, voor zover van toepassing, tenminste zijn vastgelegd:

  • a.

    het cliëntenprofiel als bedoeld in artikel 28 van deze regeling en de overeenkomsten tussen de effecteninstelling en de cliënt en eventueel derden die de cliënt vertegenwoordigen, daaronder begrepen de effectenbemiddelingsovereenkomst, de vermogensbeheerovereenkomst, baisse-overeenkomst en de tripartiete overeenkomst. Mondelinge afspraken worden schriftelijk bevestigd, waarbij de afspraken en bevestigingen worden vastgelegd in de in de aanhef bedoelde administratie;

  • b.

    de externe bescheiden waaruit blijkt dat de cliënt een professionele belegger als bedoeld in artikel 43, tweede lid, is;

  • c.

    de eventuele door de cliënt aan diens vertegenwoordiger en de effecteninstelling gegeven volmachten;

  • d.

    bescheiden op basis waarvan overeenkomstig artikel 27, derde lid, van deze regeling de identiteit van de cliënt is vastgelegd. Indien de effecteninstelling met een of meer cliënten overeen komt dat de identificatiegegevens van de cliënt niet worden opgenomen in het cliëntdossier, voorziet de effecteninstelling in een systematische en voor de Autoriteit Financiële Markten toegankelijke centrale vastlegging van de identificatiegegevens van de desbetreffende cliënten en van de betrokken rekeningen;

  • e.

    de kredietinstelling(en) waar de geld- en effectenrekening(en) van de cliënt worden aangehouden, alsmede de rekeningnummers, voorzover deze gegevens voor de dienstverlening van de effecteninstelling van belang zijn;

  • f.

    de aan de cliënt overeenkomstig bij of krachtens het besluit dan wel anderszins verstrekte informatie en rapportages;

  • g.

    alle overige correspondentie met betrekking tot de cliënt.

4.13. Informatieverstrekking

Een effecteninstelling voorziet in procedures die zien op een tijdige en betrouwbare informatieverstrekking aan cliënten overeenkomstig de bij de wet, het besluit of deze regeling gestelde regels.

4.14. Behandeling van klachten

Een effecteninstelling voorziet in procedures die zien op een adequate klachtenafhandeling, waarin zijn vastgelegd de bevoegdheden, verantwoordelijkheden en de wijze waarop de leiding van de effecteninstelling wordt geïnformeerd over klachten en de behandeling daarvan. De effecteninstelling voorziet daarbij in een klachtenadministratie, waaruit tenminste de datum waarop een klacht ter kennis van de effecteninstelling is gebracht, de aard van de klacht, degene die de klacht in behandeling heeft genomen, de datum en wijze van afhandeling van de klacht, alsmede de gevoerde correspondentie met betrekking tot de klacht blijkt.

4.15. Orderafhandeling en orderadministratie

1. Een effecteninstelling voorziet in procedures met betrekking tot de orderafhandeling en de vastlegging in de orderadministratie, daaronder tenminste begrepen:

  • a.

    de beschrijving van de orderafhandeling, vanaf het moment van aanname van de order tot en met de afwikkeling van de transactie; indien sprake is van meerdere verschillende orderafhandelingen, bijvoorbeeld afhankelijk van het soort effect en/of het type cliënt, dienen deze alle te worden beschreven;

  • b.

    de autorisatie, ten behoeve van cliënten en voorafgaand aan de acceptatie van een order, dat de cliënt aan zijn uit de uitvoering van de order voortvloeiende verplichtingen zal kunnen voldoen en dat voldaan wordt aan de bij de wet, het besluit of deze regeling gestelde regels en aan de met de cliënt gemaakte afspraken;

  • c.

    de primaire vastlegging van de order, daaronder begrepen alle wijzigingen van bestaande orders, in de orderadministratie, op doorlopend voorgenummerde ordertickets, waarbij alle modaliteiten van betreffende order, inclusief de cliënt voor c.q. door wie de order is opgegeven, onmiddellijk worden vastgelegd. Ingeval van een geautomatiseerd orderboek, kent het geautomatiseerd systeem automatisch een doorlopende nummering toe aan de ingevoerde orders. Er dient te worden voorzien in de mogelijkheid om orders, voorzover van toepassing per cliënt geïndividualiseerd, te volgen vanaf het moment van de primaire registratie tot aan de verantwoording en vice versa, met inbegrip van alle eventueel aangebrachte wijzigingen. De orderadministratie kan in dat kader zowel handmatig als geautomatiseerd worden gevoerd, waarbij in geval gebruik wordt gemaakt van een geautomatiseerd orderboek uit de documentatie van de leverancier moet blijken dat alle in de orderadministratie vastgelegde orders traceerbaar blijven;

  • d.

    het zo spoedig mogelijk na afhandeling van een order overdragen van de ordertickets van de front office aan de back-office, waarbij door de back-office het tijdstip van overdracht van het orderticket wordt vastgelegd, interne controle plaatsvindt op een tijdige overdracht en vastlegging plaatsvindt van niet tijdig overgedragen tickets, inclusief vermelding van de reden; de archivering van de ordertickets geschiedt op nummervolgorde;

  • e.

    de beoordeling op dagelijkse basis van de orders en transacties door degene die leiding geeft aan het in ontvangst nemen en het (doen) uitvoeren van orders, alsmede de afstemming van de ordertickets met de bevestigingen van tegenpartijen en de notaverslaglegging door de backoffice;

  • f.

    het continu inzicht bieden in de lopende orders vanuit de orderadministratie.

2. Onverminderd 4.15.1, voorziet de orderadministratie er in dat bij de ontvangst van een order onverwijld de volgende gegevens worden vastgelegd:

  • a.

    datum en tijdstip waarop de order van de cliënt/opdrachtgever is ontvangen;

  • b.

    naam en (intern) rekeningnummer van de cliënt/opdrachtgever ten behoeve van wie de order is ontvangen; ingeval sprake is van verzamel- of blok-order, worden alle namen en rekeningnummers van de desbetreffende cliënten/opdrachtgevers vastgelegd, waarbij de aantallen per cliënt/opdrachtgever zijn gespecificeerd;

  • c.

    naam van de medewerker die de order heeft aangenomen;

  • d.

    aard van de transactie;

  • e.

    het aantal en de soort effecten waarop de order betrekking heeft;

  • f.

    de condities van de order en de condities betreffende de uitvoering van de order;

  • g.

    datum en tijdstip waarop de order is doorgegeven, voor zover de order niet direct wordt ingevoerd in een geautomatiseerd orderexecutiesysteem.

3. De orderadministratie voorziet er in dat bij de uitvoering van een order onverwijld de volgende gegevens worden vastgelegd:

  • a.

    de prijs waarop de order is uitgevoerd respectievelijk de prijzen waarop delen van de orders zijn uitgevoerd;

  • b.

    in wat voor hoedanigheid de effecteninstelling in relatie tot de cliënt is opgetreden, als agent of principaal.

4. De in 4.15.1 tot en met 4.15.3 genoemde data en tijdstippen worden vastgelegd door middel van elektronische klokken, dan wel door middel van andere methoden die gelijkwaardige waarborgen bieden.

4.16. effecten(transactie)administratie

Een effecteninstelling voorziet in een effectenadministratie, die tenminste voldoet aan de volgende eisen:

  • a.

    dagelijks worden alle transacties alsmede de daaruit voortvloeiende verplichtingen systematisch in de administratie verwerkt en bewaakt;

  • b.

    uit de administratie blijkt, voor zover van toepassing, per cliënt:

    • de aard van de transactie die is uitgevoerd;

    • het aantal en de soort effecten waarop de transactie betrekking heeft;

    • datum en tijdstip waarop de transactie is uitgevoerd;

    • de periode waarvoor de transacties zijn aangegaan;

    • voor zover van toepassing, de tegenpartij door wiens bemiddeling de transactie is uitgevoerd;

    • de koers of koersen waartegen de (deel)transactie(s) is of zijn uitgevoerd;

    • de aard (bijvoorbeeld margin) en omvang van de uit de transactie voortvloeiende verplichtingen;

    • het effectieve bedrag, de in rekening gebrachte provisies en andere kosten en het notabedrag van de transactie;

    • de nota datum;

    • de overige voorwaarden die op de transactie van toepassing zijn;

  • c.

    de effectenadministratie voorziet in de mogelijkheid van het opstellen van historische overzichten, zowel per cliënt als per fonds.

4.17. effecten(afwikkeling)administratie

1. Een effecteninstelling voorziet in de opzet en toepassing van een effectenafwikkelingadministratie, waaruit blijkt op welke wijze een effectentransactie is afgewikkeld, zowel wat betreft het stukkenverkeer als het geldverkeer.

2. De effecteninstelling ziet op dagelijkse basis toe op de bewaking van de afwikkeling van de effectentransacties, het nemen van maatregelen indien afwikkeling abusievelijk niet heeft plaatsgevonden op de afgesproken afwikkelingsdatum, waarbij deze maatregelen gedocumenteerd worden vastgelegd.

4.18. Positie-administratie

1. Een effecteninstelling voorziet in een positie-administratie, waaruit dagelijks, per cliënt onderverdeeld, tenminste de volgende gegevens dienen te blijken:

  • a.

    alle posities (long en short);

  • b.

    de eventuele marginvereisten en andere financiële verplichtingen die voortvloeien uit deze posities;

  • c.

    de door de cliënt verstrekte zekerheden (onderpand);

  • d.

    alle overige rechten en verplichtingen van de cliënt die rechtstreeks voortvloeien uit deze posities.

2. De effecteninstelling voorziet in de opzet en naleving van procedures die tenminste zien op:

  • a.

    de continue bewaking van de risico’s en van de toereikendheid van de gestelde zekerheden;

  • b.

    de onmiddellijke in kennisstelling van de cliënt in geval van ontoereikende zekerheden;

  • c.

    de vastlegging van de omstandigheden waaronder posities van een cliënt ingeval van ontoereikende zekerheden worden afgebouwd of gesloten, daaronder begrepen de termijn die geldt voor het voorzien in aanvullende zekerheden.

3. De positie-administratie voorziet in de mogelijkheid van het opstellen van historische overzichten per cliënt. Indien dergelijke overzichten niet uit de administratie kunnen worden opgesteld kan de effecteninstelling volstaan met het tenminste per ultimo van iedere maand opstellen en op systematische en toegankelijke wijze bewaren van positie-overzichten.

4. Indien de effecteninstelling niet zelf de instelling is bij wie de betrokken cliënt zijn effectenrekening(en) aanhoudt, voert zij een schaduw-administratie overeenkomstig de voorschriften als bedoeld in 4.18.1 en 4.18.2. en stemt zij ter bewaking van de juistheid en volledigheid van de schaduw-administratie, deze maandelijks af met de positie-administratie van de instelling(en) waar de desbetreffende effectenrekening(en) wordt (worden) aangehouden. Daarbij is de wijze van afstemming vastgelegd in de administratie.

5. In het geval van toewijzingen aan een beperkt aantal cliënten, voorziet de administratie ter zake in de vastlegging van de volgende gegevens:

  • a.

    de cliënten die een positie hadden in het betreffende fonds, inclusief de omvang van de posities;

  • b.

    de cliënten aan wie is toegewezen, inclusief de omvang waarvoor hun is toegewezen;

  • c.

    het door de effecteninstelling gehanteerde toewijzingssysteem.

4.19. Emissies

1. In het geval van emissies, voorziet de effecteninstelling in de opzet en naleving van procedures inzake de wijze van het overnemen of (het garanderen van) het plaatsen van emissies en de methode(s) van inschrijving en van toewijzing aan de cliënten door het syndicaat.

2. Onverminderd de voorschriften met betrekking tot de administratie als bedoeld onder 4.10, voorziet de effecteninstelling tevens in de administratieve vastlegging van tenminste de volgende zaken:

  • a.

    de emissies waarbij de effecteninstelling betrokken is geweest, met inbegrip van de aard van die betrokkenheid;

  • b.

    voor zover de effecteninstelling syndicaatactiviteiten heeft uitgeoefend, per emissie de contractuele afspraken in het kader van de emissie, alsmede de agenda’s en notulen van het in het kader van de emissie gevoerde overleg;

  • c.

    voor zover de effecteninstelling overeenkomstig bijlage 6 van deze regeling een koers stabiliseert, de in het kader van de koersstabilisatie gehanteerde procedures, gemaakte afspraken en verrichte transacties;

  • d.

    per emissie en per cliënt:

    • de gegevens als bedoeld in 4.15.2, 4.15.3 en 4.15.4, conform de eisen zoals gesteld in 4.15.1;

    • de prijzen en aantallen waarop de inschrijvingen zijn toegewezen;

    • de naam van de emittent en/of tegenpartij die bij de emissie heeft bemiddeld;

    • de datum en de plaats waarop de toegewezen effecten zullen worden geleverd en de inschrijfsom zal worden voldaan; en

    • het door de effecteninstelling gehanteerde toewijzingssysteem met betrekking tot de voor rekening van cliënten ingeschreven aantallen en bedragen.

4.20. Structurering van de effecteninstelling

1. Een effecteninstelling voorziet in de opzet en naleving van maatregelen en procedures inzake de gescheiden behandeling van de in artikel 19, bedoelde informatie alsmede op de krachtens artikelen 22 en 23 vereiste gedragscodes inzake koersgevoelige informatie en privé beleggingstransacties.

2. De effecteninstelling voorziet ten behoeve van de naleving van en de controle op de krachtens artikel 19 van deze regeling te nemen maatregelen, in een vastlegging waaruit blijkt welke cliëntendossiers met eventuele koersgevoelige informatie binnen de effecteninstelling aanwezig zijn en welke personen uit hoofde van hun functie of positie binnen de effecteninstelling kunnen beschikken over desbetreffende informatie.

3. De effecteninstelling voorziet ten behoeve van de naleving van en de controle op de regelingen als bedoeld in de artikelen 22 en 23 van deze regeling in de opzet en toepassing van een administratie en archief, waaruit tenminste de volgende gegevens blijken:

  • a.

    de door de medewerkers getekende overeenkomsten waarin zij verklaren dat zij zich zullen houden aan de gedragscodes als bedoeld in artikel 22 en 23 van deze regeling;

  • b.

    alle door medewerkers en derden, in het kader van de desbetreffende gedragscodes, aan de toezichthouder verstrekte informatie;

  • c.

    de door de toezichthouder verleende autorisaties, verrichte controles en onderzoeken en de genomen acties;

  • d.

    overige, in het kader van de gedragscodes als bedoeld in artikel 22 en 23 van deze regeling, van belang zijnde informatie, memoranda en correspondentie.

4.21. Melding effectentransacties

In het geval dat de effecteninstelling zelf effectentransacties verricht, wordt voorzien in de opzet en naleving van procedures krachtens welke de ingevolge artikel 44 van deze regeling verplichte meldingen overeenkomstig de door de Autoriteit Financiële Markten te stellen regels ter kennis van de Autoriteit Financiële Markten worden gebracht.

4.22. Beleggingsbeleid inzake vermogensbeheer voor derden

In het geval dat de effecteninstelling vermogensbeheer verricht voor cliënten voorziet de effecteninstelling in de opzet en naleving van procedures ten aanzien van het te voeren beleggingsbeleid en de controle daarop, alsmede in een zodanige administratieve vastlegging van de voor dat vermogensbeheer relevante gegevens dat daaruit minimaal eens per kwartaal per cliënt/opdrachtgever de volgende gegevens kunnen worden ontleend:

  • een overzicht van de samenstelling en waarde van de portefeuille;

  • een specificatie van de mutaties in de vermogensbestanddelen, waaronder een overzicht per fondssoort van het behaalde koersresultaat, gerealiseerd en ongerealiseerd en de in rekening gebrachte kosten;

  • de wijze waarop de bepaling van het koersresultaat heeft plaatsgevonden.

4.23.

Vervallen.

4.24. Aannemen van personeel

Een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, voorziet in de opzet en toepassing van procedures voor de naleving van de te volgen gedragslijn bij het aannemen van personeel conform artikel 42 van deze regeling. Daartoe voorziet de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, tevens in een administratie, waaruit de gegevens blijken die de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, heeft ingewonnen in het kader van haar oordeelsvorming over de deskundigheid van de desbetreffende medewerker.

4.25. Melding van ongebruikelijke transacties

Een effecteninstelling voorziet in de opzet en naleving van procedures voor de onderkenning en het melden van bij of krachtens de Wet melding ongebruikelijke transacties vastgestelde ongebruikelijke transacties. Daartoe voorziet de effecteninstelling tevens in de opzet en toepassing van een administratie, waaruit tenminste de volgende gegevens blijken:

  • de transacties die hebben geleid tot een interne melding bij de effecteninstelling;

  • de redenen op basis waarvan de effecteninstelling is overgegaan tot het al dan niet melden van betreffende transacties bij het meldpunt als bedoeld in de in de aanhef genoemde wet;

  • de transacties die zijn gemeld bij dat meldpunt.

4.26. Effectenbewaaradministratie

1. Een instelling die overeenkomstig artikel 15 of 16 van deze regeling effecten van cliënten van effecteninstellingen bewaart, voorziet in een systematische en toegankelijke administratie van de in bewaring genomen effecten en, voor zover van toepassing, gelden, waaruit op dagelijkse basis per cliënt inzicht blijkt in de voor rekening van die cliënt bewaarde effecten, onderverdeeld naar:

  • de effecten in open respectievelijk gesloten bewaarneming;

  • de effecten die dienen als onderpand dan wel anderszins als zekerheid voor aangegane verplichtingen;

  • de effecten die in opdracht van de desbetreffende cliënt zijn uitgeleend.

2. De in 4.26.1 bedoelde administratie voorziet tevens in een vastlegging van de rechten die behoren bij de in bewaring genomen effecten, daaronder dividenden en coupons.

3. De in 4.26.1 bedoelde instelling voorziet in procedures krachtens welke de wijze waarop de bewaaradministratie aansluit op de van belang zijnde externe bescheiden is vastgelegd en waarbij eventuele afwijkingen worden verklaard en gedocumenteerd, inclusief de eventueel te nemen correctieve maatregelen naar aanleiding van de geconstateerde afwijkingen.

4. Klachten van de cliënt met betrekking tot het overzicht als bedoeld in artikel 37 van deze regeling worden verklaard en gedocumenteerd vastgelegd, inclusief de eventueel naar aanleiding van de klachten te nemen correctieve maatregelen.

4.27. Geautomatiseerde systemen

1. De effecteninstelling die gebruik maakt van geautomatiseerde gegevensverwerking dient zodanige maatregelen en procedures door te voeren dat de beveiliging (vertrouwelijkheid, integriteit en continue beschikbaarheid) van de geautomatiseerde gegevensverwerking is gewaarborgd. Daarbij dient aandacht te zijn besteed aan maatregelen op de volgende gebieden:

  • a.

    algemene beheersmaatregelen in de geautomatiseerde omgeving;

  • b.

    de gehanteerde functiescheidingen;

  • c.

    geprogrammeerde controles die zich richten op de betrouwbare werking van de gebruikte applicaties (`application controls'); en

  • d.

    de maatregelen in de gebruikersomgeving.

2.1 De effecteninstelling dient maatregelen te nemen:

  • a.

    die voorkomen dat ongeautoriseerde implementatie van nieuwe programmatuur en automatiseringssystemen plaatsvindt alsmede dat ongeautoriseerde wijzigingen in bestaande programmatuur en systemen worden doorgevoerd;

  • b.

    die voorzien in een functiescheiding tussen de ontwikkelings- en testomgeving en de operationele omgeving, indien de effecteninstelling zelf specifieke programmatuur ontwikkelt of laat ontwikkelen;

  • c.

    die voorzien in het testen van de diverse modules door de operationele omgeving alvorens de modules worden geïmplementeerd, indien de effecteninstelling gebruik maakt van standaardprogrammatuur.

2.2 De effecteninstelling dient procedures te hebben die voorzien in het registreren, analyseren en oplossen van problemen die zich in het geautomatiseerde proces voordoen.

2.3 De effecteninstelling dient maatregelen en procedures te implementeren die bewaken dat de operationele omgeving gebruik maakt van de juiste programmatuur, stamgegevens en geprogrammeerde controles.

3. De fysieke functiescheidingen van de effecteninstelling dienen te zijn doorgevoerd in de functiescheidingen binnen de geautomatiseerde gegevensverwerking. Deze functiescheidingen in het geautomatiseerde systeem dienen te zijn vastgelegd in competentietabellen. De effecteninstelling dient:

  • a.

    op basis van de competentietabellen een logische toegangsbeveiliging door middel van wachtwoorden te implementeren;

  • b.

    te beschikken over procedures die voorzien in het regelmatig wijzigen van wachtwoorden alsmede in een adequaat beheer van de competentietabellen;

  • c.

    te beschikken over maatregelen die voorkomen dat ongeautoriseerde wijzigingen in de competentietabellen kunnen worden doorgevoerd; en

  • d.

    het geautomatiseerde systeem te voorzien van geprogrammeerde controles die de juistheid van de ingevoerde gegevens toetsen op betrouwbaarheid.

  • e.

    te beschikken over een herstelprocedure die voorziet in handleidingen en gegevens op basis waarvan gegevens die foutief of ongeautoriseerd zijn gewijzigd of ingevoerd kunnen worden hersteld.

4. De effecteninstelling dient zorg te dragen voor maatregelen en procedures die voorkomen dat storingen en calamiteiten optreden binnen de geautomatiseerde gegevensverwerking. Hiertoe dient de effecteninstelling:

  • a.

    te beschikken over een herstelprocedure die voorziet in handleidingen en instructies op basis waarvan de geautomatiseerde gegevensverwerking hersteld kan worden indien deze door calamiteiten of storingen is uitgevallen;

  • b.

    te beschikken over adequate documentatie en gebruikershandleidingen voor de applicatieprogrammatuur;

  • c.

    te voorzien in procedures voor het maken van veiligheidskopieën;

  • d.

    te voorzien in procedures die het mogelijk maken om uit te wijken;

  • e.

    te voorzien in procedures die voorzien in een fysieke en logische beveiliging van de gegevensdragers en andere computerfaciliteiten.

5. De effecteninstelling dient te beschikken over procedures waarin de uitgangspunten voor beheer en beveiliging zijn vastgelegd. Er dient een plannings- en evaluatiecyclus aanwezig te zijn, die voortdurend bewaakt of de juiste maatregelen zijn getroffen en waaruit de werking van het beleid blijkt. De periodieke evaluatie van het beveiligingsbeleid dient te zijn gebaseerd op actuele risico-analyses.

6. De effecteninstelling dient ervoor zorg te dragen dat veranderingen in informatiebehoeften en de daartoe benodigde aanpassingen in de automatiseringssystemen worden vastgesteld en doorgevoerd op basis van veranderingen in de doelstellingen en in het risicoprofiel van de effecteninstelling.

Bijlage

5

Vervallen

Bijlage

6

Bijlage ter uitvoering van artikel 32, derde lid van deze regeling, houdende voorschriften inzake koersstabilisatie ten aanzien van bij uitgifte of herplaatsing aangeboden effecten die zijn toegelaten of die worden toegelaten tot de officiële notering van een effectenbeurs.

6.1. Definities

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • a.

    koersstabilisatie: het verrichten van één of meer transacties in financiële instrumenten met als oogmerk onevenwichtigheden in vraag en aanbod uit de markt te nemen ten einde de prijs van die effecten in het kader van een emissie te stabiliseren;

  • b.

    emissie: het aanbieden van effecten bij uitgifte of de herplaatsing van effecten die eerder bij uitgifte zijn geplaatst;

  • c.

    stabilisatiekoers: de door het syndicaat vastgestelde koers waarop het syndicaat bij de emissie door middel van koersstabilisatie de prijs van de effecten probeert te stabiliseren;

  • d.

    stabilisator: een effecteninstelling die met het oog op koersstabilisatie door een syndicaat is aangewezen om voor rekening en risico van het syndicaat effectentransacties te verrichten;

  • e.

    syndicaat: de effecteninstelling of groep van effecteninstellingen die een emissie verzorgt;

  • f.

    fonds: de effecten waarop de emissie betrekking heeft.

6.2. Algemene uitgangspunten met betrekking tot koersstabilisatie

1. De koersstabilisatie moet gericht zijn op het bevorderen van een stabiele prijsvorming met het oog op het in stand houden van de adequate functionering van de effectenmarkten ten behoeve van beleggers en uitgevende instellingen.

2. Koersstabilisatie mag slechts plaatsvinden indien het fonds is toegelaten tot de officiële notering aan een effectenbeurs of indien het aannemelijk is dat het fonds daartoe spoedig zal worden toegelaten.

3. Koersstabilisatie mag slechts plaatsvinden door middel van aan- en verkooptransacties die voor rekening en risico van het syndicaat in het desbetreffende fonds en in daaraan gerelateerde effecten worden verricht door effecteninstellingen die als stabilisator zijn aangewezen.

4. Koersstabilisatie mag slechts plaatsvinden vanaf het tijdstip dat de emissie is aangekondigd tot en met 30 dagen na de stortingsdatum.

6.3. Gedragsregels voor effecteninstellingen die als stabilisator optreden

1. Een syndicaat kan per effectenbeurs één of meerdere effecteninstellingen als stabilisator aanwijzen.

2. Een effecteninstelling die als stabilisator is aangewezen voorziet in de administratieve vastlegging van tenminste de datum, het tijdstip, de prijs en het aantal effecten van de transacties als bedoeld in 6.2.3.

6.4. Gedragsregels voor syndicaatsleden die niet als stabilisator optreden

1. Een syndicaatlid dat niet als stabilisator is aangewezen:

  • a.

    onthoudt zich van het actief opbouwen van een eigen positie;

  • b.

    treedt uitsluitend op als uitvoerder van cliëntenorders;

  • c.

    bouwt, indien een eigen positie ontstaat, deze zo snel mogelijk af.

2. Voor een effecteninstelling die een uitnodiging om aan het syndicaat deel te nemen ontvangt is 6.4.1 van overeenkomstige toepassing, tenzij:

  • a.

    de instelling formeel aan het syndicaat bevestigt niet aan het syndicaat deel te nemen; of

  • b.

    de syndicaatleider het formele besluit heeft bekend gemaakt dat er geen stabilisatie plaatsvindt.

6.5. Stabilisatiekoers

1. Indien bij koersstabilisatie effecten worden aangekocht, geldt vanaf het moment van aankondiging van de emissie tot en met de dag van sluiting van de emissie dat koersstabilisatie slechts is toegestaan onder of op de stabilisatiekoers dan wel, indien deze hoger is, de laatst gedane officiële notering.

2. Bij het vaststellen van een stabilisatiekoers gedurende de in het eerste lid bedoelde periode dient:

  • a.

    voor een tot de officiële notering aan een effectenbeurs toegelaten fonds aansluiting te worden gezocht bij de op het moment van aankondiging van de emissie laatst gedane officiële notering;

  • b.

    voor een fonds dat nog niet is toegelaten tot de officiële notering aan een effectenbeurs aansluiting te worden gezocht bij de vastgestelde uitgifteprijs dan wel de vastgestelde bandbreedte.

6.6. Informatieverstrekking

1. Het syndicaat draagt er zorg voor dat het voornemen tot koersstabilisatie via een mededeling op een prominente plaats in het emissieprospectus en in een openbare mededeling van de effectenbeurs waar het fonds genoteerd is of zal worden, wordt aangekondigd.

2. Indien het prospectus pas beschikbaar komt nadat met de koersstabilisatie zal worden gestart of indien prospectus niet verplicht is, dienen de onder 6.6.1 genoemde gegevens op een zodanige wijze te worden bekendgemaakt dat beleggers voorafgaand aan de koersstabilisatie daarvan kennis kunnen nemen.

6.7. Overtredingen

Het is verboden om als effecteninstelling voor syndicaatsleden bemiddelend op te treden, indien redelijkerwijs aan te nemen valt dat het betrokken syndicaatslid daarmee in strijd handelt met de voorwaarden zoals gesteld in deze bijlage.

Bijlage

7

Bijlage ter uitvoering van artikel 33, tweede lid, van deze regeling, houdende voorschriften voor informatieverstrekking van effecteninstellingen

7.1. Definitie

In deze voorschriften wordt verstaan onder informatieverstrekking: iedere vorm van informatieverstrekking door of (mede) namens een effecteninstelling aan het publiek, die dient ter openbare aanprijzing of een wervend karakter kent betreffende effectenbemiddeling of vermogensbeheer en/of de effecten waarop die diensten betrekking hebben.

7.2. Productinformatie

In de informatieverstrekking is voor het publiek duidelijk dat door een effecteninstelling informatie betreffende effectendiensten, dan wel de effecten waarop die diensten betrekking hebben, en/of de mogelijkheid van vermogensbeheer wordt aangeboden.

Een effecteninstelling als bedoeld in artikel 12 Vrijstellingsregeling Wte 1995 vermeldt tevens dat zij de producten namens een andere effecteninstelling aanbiedt en dat zij alleen de cliënt in contact brengt met de aanbieder van deze producten.

7.3. Naam

De naam van de effecteninstelling wordt in de informatieverstrekking genoemd.

Een effecteninstelling als bedoeld in artikel 12 Vrijstellingsregeling Wte 1995 vermeldt tevens de namen van de effecteninstellingen bij wie zij haar cliënten aanbrengt.

7.4. Registratie

In de informatieverstrekking wordt vermeld dat de effecteninstelling geregistreerd is bij de Stichting Toezicht effectenverkeer te Amsterdam.

7.5. Informatieverstrekking

1. De informatieverstrekking is inhoudelijk juist en niet misleidend.

2. Het beeld, dat het publiek op basis van de informatieverstrekking kan vormen van het aanbod van een effecteninstelling en de risico's van het aanbod, wijkt niet wezenlijk af van het beeld dat gevormd kan worden op grond van de informatie die overeenkomstig de wet, het besluit en deze regeling verstrekt dient te worden.

3. De informatieverstrekking met betrekking tot een product is duidelijk en transparant omtrent de aard van het product en haar samenstellende delen. Zij geeft een objectieve weergave van risico's van het aangeboden product en haar samenstellende delen. Tevens voorziet de informatieverstrekking in een objectief en actueel kostenoverzicht.

4. Indien informatie wordt verschaft ten aanzien van een product waarbij krediet wordt verschaft voor beleggingsdoeleinden en het risico voor rekening van de belegger komt, wordt in de informatieverstrekking in duidelijke bewoordigen aangegeven dat de belegger een lening aangaat. Voorts wordt de volgende mededeling in de informatieverstrekking opgenomen: ‘U belegt (deels) met geleend geld. Dit betekent dat u het risico loopt dat u uw inleg verliest of zelfs een schuld overhoudt.’ Deze zin wordt duidelijk zichtbaar, goed leesbaar en apart van de overige tekst in de informatieverstrekking opgenomen, waarbij de gebruikte letter niet kleiner is dan de grootte van de letter in de nabije tekst.

7.6. Verwachtingen en resultaten

1. In de informatieverstrekking waarin verwachtingen omtrent de toekomst worden uitgesproken dan wel wordt gerefereerd aan in het verleden behaalde resultaten worden de volgende twee zinnen opgenomen: ‘De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.’

2. De twee zinnen als bedoeld in 7.6.1 worden duidelijk zichtbaar, goed leesbaar en apart van de overige tekst in de informatieverstrekking opgenomen. De twee zinnen worden bovendien opgenomen in de directe nabijheid van de plaats waar gerefereerd wordt aan in het verleden behaalde resultaten dan wel de verwachtingen omtrent de toekomst, waarbij de gebruikte letter niet kleiner is dan de grootte van de letter in de nabije tekst.

3. Indien op meerdere plaatsen in de informatieverstrekking wordt gesproken over in het verleden behaalde resultaten respectievelijk verwachtingen omtrent de toekomst, worden de twee zinnen als bedoeld in 7.6.1, in de tekst opgenomen in de directe nabijheid van de eerste gelegenheid.

4. In afwijking van 7.6.2 en 7.6.3 geldt voor radio- en televisieboodschappen dat de twee zinnen naar ratio van 7.6.1 tot en met 7.6.3 kunnen worden toegepast.

7.7. Werkelijke rendementscijfers

Indien in een informatieverstrekking werkelijke rendementscijfers (op basis van het verleden) worden gepresenteerd, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

  • a.

    de referentieperiode wordt altijd vermeld. De referentieperiode dient altijd actueel te zijn. Voor zover mogelijk wordt het meest recente rendement weergegeven;

  • b.

    rendementscijfers die betrekking hebben op meerdere jaren, worden teruggebracht tot een gemiddeld jaarrendement of worden als afzonderlijke jaarrendementen vermeld;

  • c.

    presentatie van jaarresultaten geschiedt over hele boekjaren of hele kalenderjaren. Indien een gemiddeld jaarrendement over meer dan één jaar wordt gepresenteerd, wordt een meetperiode van minimaal drie jaar gehanteerd. Indien de effecten of de effectenportefeuille nog niet zo lang bestaan, kan gerekend worden vanaf de uitgiftedatum respectievelijk ontstaansdatum;

  • d.

    bij vergelijking van de resultaten met een vergelijkingsmaatstaf wordt deze vergelijkingsmaatstaf genoemd en is de referentieperiode van de vergelijkingsmaatstaf gelijk aan de genoemde referentieperiode van het effect of de effectenportefeuille. Indien de effecteninstelling de vergelijkingsmaatstaf verandert, wordt dit met redenen omkleed;

  • e.

    de rendementscijfers worden gepresenteerd in procenten waardeverandering van de (beurs)waarde per effect of effectenportefeuille aan het begin van het boekjaar/de periode, rekening houdend met de uitkeringen aan de eigenaren van de effecten in de betreffende periode(n), waarbij die uitkeringen mogen worden opgerent naar het einde van het boekjaar/de periode;

  • f.

    indien gebruik gemaakt wordt van gesimuleerde rendementcijfers, certificeert een accountant dat de simulatie rekenkundig juist, objectief meetbaar en representatief is. In de informatieverstrekking wordt melding gemaakt van het feit dat gebruik is gemaakt van een simulatie;

  • g.

    indien de rendementscijfers niet zijn gebaseerd op Nederlandse guldens of euro’s, wordt de gebruikte valuta vermeld en gewezen op het valutarisico voor het rendement in guldens of euro’s.

7.8. Prognoses

Indien in een informatieverstrekking geprognosticeerde rendementscijfers (met betrekking tot de toekomst) worden gepresenteerd, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

  • a.

    op de berekeningswijze van de rendementscijfers zijn de bepalingen van 7.7 van overeenkomstige toepassing;

  • b.

    vermeld wordt dat het prognoses betreffen;

  • c.

    de prognoses worden onderbouwd en het model dat daarbij wordt gebruikt, wordt door een accountant getoetst op de elementen die zich daarvoor lenen. Het resultaat van deze toetsing wordt schriftelijk vastgelegd. In de informatieverstrekking zelf hoeft van de onderbouwing, het model en de schriftelijke vastlegging niets te worden vermeld.

  • d.

    in de informatieverstrekking dienen de potentiële rendementen van het aangeboden product zowel in positieve als in negatieve scenario's te worden weergegeven.