Subsidieregeling demonstratie- en technologie-ontwikkelingsprojecten JSF

De Minister van Economische Zaken, handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
JSF-voorbereidingsfase:

het geheel van activiteiten gericht op het vergroten van de mogelijkheden voor het Nederlandse bedrijfsleven en de kennisinfrastructuur om te participeren in de ontwikkelingsfase en de bouw van de Joint Strike Fighter (JSF);

b.
project:

een demonstratie- of technologie-ontwikkelingsproject;

c.
demonstratieproject:

een activiteit, gericht op het presenteren van de capaciteiten van de betrokkenen aan de potentiële Amerikaanse hoofd- of onderaannemers of de potentiële systeem-toeleveranciers van de JSF met het oog op het vergroten van de mogelijkheid om geselecteerd te worden voor participatie in de ontwikkelingsfase en de bouw van de JSF;

d.
technologie-ontwikkelingsproject:

een voor Nederland nieuwe, planmatige activiteit, met het doel nieuwe producten, processen of diensten of ontwerpen daarvoor voort te brengen ten behoeve van de ontwikkelingsfase, de bouw en het gebruik van de JSF;

e.
ondernemer:

een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;

f.
kennisinstituut:

een universiteit of een geheel of gedeeltelijk door de rijksoverheid gefinancierde onderzoeksinstelling;

g.
samenwerkingsverband:

een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee, niet in een groep verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen;

h.
groep:

een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

  • 1º.

    een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:

    • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

    • volledig aansprakelijk vennoot is van of

    • overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

  • 2º.

    laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Het subsidieplafond voor het in 1999 en 2000 verlenen van subsidies op aanvragen op grond van deze regeling bedraagt f 200.000.000,00.

§

2

Aanvraag en beslissing op de aanvraag

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

De minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel

10

Artikel

11

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

§

3

Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in de artikelen 13 en 16 voorschriften verbinden.

Artikel

18

De minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot de tenaamstelling, verwerving en instandhouding van rechten van intellectuele eigendom en de instandhouding van andere voor de uitvoering van het project van belang zijnde en door de uitvoering van het project opgedane kennis.

§

4

Voorschotten

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

De minister kan in ieder geval afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

§

5

Subsidievaststelling

Artikel

22

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§

6

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

23

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken, A.Jorritsma-Lebbink