Regeling van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie, houdende de organisatie en taken van de kernteams en bepalingen over de samenwerking tussen de kernteams en de regionale politiekorpsen
Regeling kernteams
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie,
het rechercheteam, bedoeld in artikel 2 van de Regeling landelijk rechercheteam;
g.
onderzoekskeuze:
de toedeling van aandachtsgebieden en opsporingsonderzoeken aan een kernteam door het college van procureurs-generaal;
h.
de vaste kern:
het aantal full time equivalenten, berekend met toepassing van artikel 6;
i.
het verkennend onderzoek:
een onderzoek met als doel de voorbereiding van opsporing, indien uit feiten en omstandigheden aanwijzingen voortvloeien dat binnen verzamelingen van personen misdrijven worden beraamd of gepleegd als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, die gezien hun aard of de samenhang met andere misdrijven die binnen die verzamelingen van personen worden beraamd of gepleegd, een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren;
j.
opsporingsonderzoek:
het onderzoek onder leiding van de officier van justitie naar aanleiding van een redelijk vermoeden dat een strafbaar feit is begaan of dat in georganiseerd verband misdrijven worden beraamd of gepleegd, als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, die gezien hun aard of samenhang met andere misdrijven die in dat georganiseerd verband worden beraamd of gepleegd, een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren, met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen.
Artikel
2
Samenwerking
De regionale politiekorpsen werken samen bij de uitvoering van de politie-taak ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde inzake georganiseerde criminaliteit en organisatiecriminaliteit met een landelijk of internationaal belang door een kernteam te vormen. In bijlage 1 bij deze regeling is aangegeven welke regionale politiekorpsen gezamenlijk een kernteam vormen.
Artikel
3
Taak
Overeenkomstig de onderzoekskeuze is het kernteam belast met:
a.
het verrichten van verkennend onderzoek;
b.
het verrichten van opsporingsonderzoek;
c.
de daadwerkelijke voorkoming van strafbare feiten;
d.
het verlenen van ondersteuning aan de regionale politiekorpsen op het gebied van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde.
Artikel
4
Beheer
1
De korpsbeheerder van het kernkorps is belast met het beheer van het kernteam overeenkomstig deze regeling. Hij wordt daarin bijgestaan door de korpschef van het kernkorps.
2
De korpsbeheerder en de hoofdofficier van justitie van het kernkorps overleggen regelmatig tezamen met de korpschef over het beheer van het kernteam.
3
Het hoofd van het kernteam rapporteert rechtstreeks aan de korpschef.
Artikel
5
Informatie en overleg
1
De korpsbeheerder, de hoofdofficier van justitie en de korpschef informeren hun ambtgenoten van de regionale politiekorpsen die in het kernteam samenwerken regelmatig over het beheer en het functioneren van het kernteam en voeren zonodig overleg.
2
De hoofden van de kernteams en het hoofd van het landelijk rechercheteam voeren regelmatig overleg teneinde een goede samenwerking en afstemming van de werkzaamheden te waarborgen.
Artikel
6
Sterkte
Ten behoeve van de vaste kern van een kernteam stellen de regionale politiekorpsen tezamen per begrotingsjaar minimaal het aantal full time equivalenten beschikbaar dat overeenkomt met 0,8% van de op 31 december 1998 aan ieder van die korpsen toegekende budgetverdeeleenheden op grond van de algemene maatstaf.
Artikel
7
Bijzondere opsporingsdiensten
1
Voor het leveren van specifieke deskundigheid kan een bijzondere opsporingsdienst deelnemen aan het onderzoek van een kernteam.
2
In die gevallen waarin een bijzondere opsporingsdienst is betrokken bij een onderzoek van een kernteam is artikel 5, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, voor zover het in dat artikel bedoelde overleg betrekking heeft op het desbetreffende onderzoek.
Artikel
8
Organisatie
1
Het kernteam is een zelfstandige eenheid die binnen het kernkorps als zodanig herkenbaar is.
2
De regionale politiekorpsen die samen een kernteam vormen, dragen ervoor zorg dat een kernteam ten minste gebruik kan maken van:
Het kernkorps draagt zorg voor passende huisvesting van het kernteam.
Artikel
9
Indiensttreding
1
De ambtenaar die in vaste dienst bij een regionaal politiekorps is aangesteld, kan ten behoeve van een kernteam in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd worden aangesteld bij het kernkorps, onder de voorwaarde dat na afloop van de aanstelling in tijdelijke dienst de ambtenaar hernieuwd wordt aangesteld in vaste dienst bij het regionale politiekorps waar hij was aangesteld direct voorafgaand aan de aanstelling in tijdelijke dienst. De artikelen 7, 8 en 8a, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie zijn niet van toepassing op de in de eerste volzin genoemde hernieuwde aanstelling in vaste dienst.
2
De duur van de aanstelling in tijdelijke dienst bedraagt ten hoogste zes jaar, en kan eenmalig worden verlengd met ten hoogste twee jaar.
3
Het bevoegd gezag bij wie de ambtenaar in vaste dienst is aangesteld, het bevoegd gezag van het kernkorps bij wie de ambtenaar in tijdelijke dienst wordt aangesteld, en de ambtenaar maken, voorafgaand aan de in het eerste lid bedoelde aanstelling in tijdelijke dienst, schriftelijke afspraken over de aanstelling in tijdelijke dienst en de terugkeer in vaste dienst.
4
De in het derde lid bedoelde afspraken omvatten in ieder geval de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst van de desbetreffende ambtenaar, de voorwaarden waaronder de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst kan worden verkort of verlengd,
5
Bij een hernieuwde aanstelling in vaste dienst, bedoeld in het eerste lid, wordt er van uitgegaan dat het dienstverband niet onderbroken is geweest.
De buitengewoon opsporingsambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst die werkzaam zal zijn bij een kernteam, wordt gedetacheerd bij het kernkorps. De korpsbeheerder draagt ervoor zorg dat, voorafgaand aan deze detachering, daaromtrent nadere afspraken worden gemaakt met de betrokken ambtenaar en diens werkgever.
Artikel
10
Opleidingseisen
1
De ambtenaar van politie die werkzaam zal zijn bij een kernteam, zal, afhankelijk van de door hem te verrichten taken, één of meer van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie aan te wijzen opleidingen met goed gevolg moeten hebben doorlopen.
2
Ingeval de betrokken ambtenaar ten tijde van de indiensttreding niet voldoet aan het eerste lid, kan de korpsbeheerder in overleg met betrokkene besluiten tot indiensttreding onder de voorwaarde dat zo spoedig mogelijk na indiensttreding aan het eerste lid wordt voldaan.
3
De ambtenaar van politie die werkzaam zal zijn bij een kernteam, zal, voordat hij kan worden toegelaten tot één van de in het eerste lid bedoelde opleidingen en afhankelijk van de te verrichten taken, moeten voldoen aan door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie vast te stellen (voor-)opleidingseisen.
Artikel
11
Rijksbijdrage
1
Voor de taken, genoemd in artikel 3, brengt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties per kalenderjaar bij de regionale politiekorpsen een aantal budgetverdeeleenheden, overeenkomend met 1% van het aan de regionale politiekorpsen op 31 december 1998 in totaal toegekende aantal budgetverdeeleenheden voor het desbetreffende begrotingsjaar op grond van de algemene maatstaf, in mindering.
2
Het eerstbedoelde aantal budgetverdeeleenheden, bedoeld in het eerste lid, wordt als bijzondere bijdrage rechtstreeks beschikbaar gesteld aan het kernkorps.
3
Voor de aanschaf van bijzondere materiële middelen, voor de kosten verbonden aan overuren en aan het inhuren van externe deskundigen, alsmede voor reis- en verblijfkosten, stelt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties per kalenderjaar een bijzondere bijdrage aan het kernkorps beschikbaar die gelijk is aan het produkt van het in mindering gebrachte aantal budgetverdeeleenheden, bedoeld in het eerste lid, en fl. 45.000,-. Niet tot besteding gekomen rijksbijdragen in een kalenderjaar mogen worden gereserveerd om tot besteding te komen in een volgend kalenderjaar overeenkomstig het doel waarvoor zij ter beschikking zijn gesteld.
4
De bijdragen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden beschikbaar gesteld onder de voorwaarde dat overeenkomstig deze regeling, de aanwijzingen van het bevoegd gezag en de onderzoekskeuze wordt gehandeld.
5
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt de bijdragen, bedoeld in het tweede en derde lid, voor aanvang van het begrotingsjaar voorlopig vast aan de hand van de begroting en het beleidsplan voor zover betrekking hebbend op het kernteam.
6
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan, in overeenstemming met de Minister van Justitie, nadere voorwaarden stellen omtrent de besteding van de bijzondere bijdrage.
Artikel
12
Betaling
1
De voorlopig vastgestelde bijdragen, bedoeld in artikel 11, tweede en derde lid, worden betaalbaar gesteld in vier termijnen repectievelijk op 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober.
2
De betaalbaarstelling vindt telkens plaats door middel van een voorschot.
Artikel
13
Begroting en beleidsplan
1
De korpsbeheerder en de hoofdofficier van justitie van het kernkorps verstrekken jaarlijks vóór 15 november aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie het beleidsplan, de vastgestelde begroting van baten en lasten voor het eerstvolgende begrotingsjaar, en de daarbij behorende meerjarenraming van het kernteam.
2
Ten aanzien van de inrichting van de begroting is het Besluit comptabele regelgeving regionale politiekorpsen van overeenkomstige toepassing, en wordt het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie aan te wijzen informatiemodel gehanteerd.
3
De begroting en het beleidsplan van het kernteam maken onderdeel uit van de begroting en het beleidsplan van het kernkorps.
Artikel
14
Rekening en verantwoording
1
De korpsbeheerder en de hoofdofficier van justitie van het kernkorps verstrekken jaarlijks vóór 1 juni aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie een jaarrekening en een jaarverslag over het voorafgaande begrotingsjaar, voorzien van een accountantsverklaring en een rapport van een accountant.
De jaarrekening en het jaarverslag van het kernteam maken onderdeel uit van de jaarrekening en het jaarverslag van het kernkorps.
Artikel
15
Vaststelling bijdrage
1
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt, in overeenstemming met de Minister van Justitie, de bijdrage over het voorafgaande begrotingsjaar definitief vast binnen drie maanden nadat de korpsbeheerder en de hoofdofficier van justitie van het kernkorps de in artikel 14 bedoelde bescheiden hebben overgelegd.
2
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan, in overeenstemming met de Minister van Justitie, de bijdrage vaststellen op een lager bedrag, indien blijkt dat de voorlopig vastgestelde bijdrage in het begrotingsjaar niet tot volledige besteding is gekomen, dan wel niet overeenkomstig de voorwaarden, bedoeld in artikel 11, vierde lid, is gehandeld.
3
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan, in overleg met de Minister van Justitie, de betaalbaarstelling van een of meer voorschotten opschorten, indien niet is voldaan aan artikel 13 of artikel 14.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.
Artikel
18
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kernteams.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Van de plaatsing wordt mededeling gedaan in het Algemeen Politieblad.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A. Peper
De Minister van Justitie, A.H.Korthals
1
Een kernteam wordt gevormd door:
1.
De regionale politiekorpsen Amsterdam-Amstelland en Gooi- en Vechtstreek, als het kernteam Amsterdam-Amstelland/Gooi en Vechtstreek. De korpsbeheerder van het regionale politiekorps Amsterdam-Amsteland is belast met het beheer, bedoeld in artikel 3 van de Regeling.
2.
De regionale politiekorpsen IJsselland, Friesland, Groningen, Drenthe, Flevoland, Twente, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland-Midden en Gelderland-Zuid, als het kernteam Noord- en Oost Nederland. De korpsbeheerder van het regionale politiekorps IJsselland is belast met het beheer, bedoeld in artikel 3 van de Regeling.
3.
De regionale politiekorpsen Haaglanden en Hollands Midden, als het kernteam Haaglanden/Hollands Midden. De korpsbeheerder van het regionale politiekorps Haaglanden is belast met het beheer, bedoeld in artikel 3 van de Regeling.
4.
De regionale politiekorpsen Rotterdam-Rijnmond, Zuid-Holland-Zuid en Zeeland, als het kernteam Rotterdam-Rijnmond. De korpsbeheerder van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond is belast met het beheer, bedoeld in artikel 3 van de Regeling.
5.
De regionale politiekorpsen Kennemerland, Utrecht, Zaanstreek-Waterland en Noord-Holland-Noord, als het kernteam Randstad Noord en Midden. De korpsbeheerder van het regionale politiekorps Kennemerland is belast met het beheer, bedoeld in artikel 3 van de Regeling.
6.
De regionale politiekorpsen Brabant-Zuid-Oost, Midden en West-Brabant, Brabant-Noord, Limburg-Noord en Limburg-Zuid, als het kernteam Zuid Nederland. De korpsbeheerder van het regionale politiekorps Brabant-Zuid-Oost is belast met het beheer, bedoeld in artikel 3 van de Regeling.