Artikel
1
1
Tenuitvoerlegging in strafinrichtingen in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in Bonaire, Sint Eustatius of Saba als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Wetboek van Militair Strafrecht, kan plaatsvinden, indien:
-
a.
het feitelijk onmogelijk is om gebruik te maken van een daartoe bestemde inrichting of bestemd gebouw in Nederland, of
-
b.
de veroordeelde in een van deze landen is geboren, terwijl zulks dienstbaar is aan de voorbereiding van de terugkeer van de veroordeelde in het maatschappelijk leven, dan wel
-
c.
de veroordeelde zich op het tijdstip waarop de straf uitvoerbaar is geworden, in een van deze landen bevindt, met dien verstande, dat hij, anders dan met zijn schriftelijke toestemming ten hoogste zes maanden van de straf in zulk een inrichting of gebouw ondergaat.