Artikel
1
In deze verordening wordt verstaan onder:
|
Productschap |
: |
het Productschap Vis; |
|
Voorzitter |
: |
de voorzitter van het Productschap; |
|
Ondernemer |
: |
degene die een onderneming drijft waarvoor het Productschap is ingesteld; |
|
VWA |
: |
de Voedsel en Waren Autoriteit, dienstonderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV); |
|
Tweekleppige weekdieren |
: |
plaatkieuwige weekdieren (Lamelbranchiata), zoals oesters, mosselen en kokkels; |
|
Manteldieren |
: |
ongewervelde zeedieren behorende tot de Tunicata zoals zeevijgen en zakpijpen; |
|
Stekelhuidigen |
: |
ongewervelde zeedieren behorende tot de Enchinodermata zoals zeekomkommers, zeeëgels, zeeappels en zeesterren; |
|
Mariene buikpotigen |
: |
weekdieren behorende tot de Gastropoda zoals alikruiken, wulken en noordhoorns; |
|
Aquacultuurprodukten |
: |
alle visserijproducten die onder door de mens gecontroleerde omstandigheden uit eieren worden voortgebracht en opgekweekt totdat ze als levensmiddel in de handel worden gebracht. Zee- en zoetwatervis of zee- en zoetwaterschaaldieren die in het juveniele stadium in hun natuurlijk milieu zijn gevangen en zijn opgekweekt tot ze de gewenste maat hebben bereikt om voor menselijke consumptie te worden afgezet, worden eveneens als aquacultuurproducten beschouwd. Vis en schaaldieren van voor de handel geschikte maat die zijn gevangen in hun natuurlijke milieu en levend zijn gehouden om op een later tijdstip te worden verkocht, worden niet als aquacultuurproducten beschouwd als zij in visvijvers alleen in leven worden gehouden en niet wordt getracht om hun maat of gewicht te doen toenemen; |
|
Verhandelen |
: |
het te koop aanbieden, uitstallen, verkopen, afleveren of voorhanden of in voorraad hebben van levende tweekleppige weekdieren; |
|
Verzamelen |
: |
- het te water brengen, te water hebben, lichten of ophalen van vistuigen alsmede het op enigerlei andere wijze pogen om tweekleppige weekdieren uit het water te bemachtigen; - het rapen of op enigerlei andere wijze verzamelen van tweekleppige weekdieren; |
|
Verpakken |
: |
de handeling waarbij levende tweekleppige weekdieren in geschikt verpakkingsmateriaal worden geplaatst; |
|
Produktiegebied |
: |
een gebied in zee, in een lagune of in een estuarium waarin zich hetzij natuurlijke gronden voor tweekleppige weekdieren, hetzij gebieden die worden gebruikt voor de kweek van tweekleppige weekdieren bevinden en waar levende tweekleppige weekdieren worden verzameld; |
|
Producent |
: |
een ondernemer die levende tweekleppige weekdieren verzamelt in een produktiegebied; |
|
Verwateren |
: |
de behandeling waarbij levende tweekleppige weekdieren die gezien hun kwaliteit niet hoeven te worden heruitgezet of behandeld in een zuiveringscentrum, worden opgeslagen in bassins, in andere installaties met schoon zeewater of op natuurlijke gronden ten einde zand, slik of slijm te verwijderen; |
|
Verwatergebied |
: |
een gebied in zee, in een lagune of in een estuarium dat duidelijk is afgebakend en is aangegeven door boeien, palen of andere verankerde materialen en dat uitsluitend is bestemd voor het verwateren van levende tweekleppige weekdieren; |
|
Heruitzettingsgebied |
: |
een gebied in zee, in een lagune of in een estuarium dat duidelijk is afgebakend en is aangegeven door boeien, palen of andere verankerde materialen en dat uitsluitend is bestemd voor de natuurlijke zuivering van levende tweeklippige weekdieren; |
|
Heruitzetten |
: |
een handeling die erin bestaat levende tweekleppige weekdieren over te brengen naar een heruitzettingsgebied voor de tijd die nodig is om de contaminanten te elimineren; het overbrengen van tweekleppige weekdieren naar gebieden die beter geschikt zijn voor de verdere groei, is hier niet onder begrepen; |
|
Verzendingscentrum |
: |
een op het land gevestigd of drijvend bedrijf, dat is bedoeld voor de ontvangst, het verwateren, wassen, reinigen, sorteren en verpakken van levende tweekleppige weekdieren die geschikt zijn voor menselijke consumptie; |
|
Zuiveringscentrum |
: |
een bedrijf dat over waterbekkens beschikt die worden voorzien met van nature schoon zeewater of met door middel van een geschikte behandeling schoon gemaakt zeewater, waarin levende tweekleppige weekdieren worden gehouden gedurende de tijd die nodig is om de micro-biologische contaminanten te elimineren, zodat ze geschikt worden voor menselijke consumptie; |
|
Bewerken |
: |
een behandeling waardoor de anatomische toestand van tweekleppige weekdieren wordt gewijzigd; |
|
Verwerken |
: |
een behandeling waarbij tweekleppige weekdieren, al dan niet samen met andere levensmiddelen, een chemisch of fysisch procédé zoals verhitten, marineren of een combinatie daarvan ondergaan; |
|
Inrichting |
: |
iedere ruimte waar levende tweekleppige weekdieren worden bewerkt, verwerkt, gekoeld, ingevroren, verpakt of opgeslagen met uitzondering van vissersvaartuigen, afslagen, groothandelsmarkten, zuiveringscentra en verzendingscentra; |
|
Partij |
: |
een hoeveelheid levende tweekleppige weekdieren die in een produktiegebied is verzameld om te worden vervoerd naar een verwatergebied, heruitzettingsgebied, zuiveringscentrum, verzendingscentrum of inrichting; |
|
Recipiënten |
: |
manden, kisten, containers, emmers etc. waarin tweekleppige weekdieren worden bewaard of opgeslagen; |
|
Vervoermiddelen |
: |
de voor belading bestemde gedeelten van motorvoertuigen, van spoorvoertuigen en van luchtvaartuigen, alsmede scheepsruimen of containers voor vervoer te land, over water of door de lucht; |
|
Drinkwater |
: |
water dat voldoet aan de eisen gesteld in het Waterleidingbesluit, d.d. 7 juni 1960, ( Stb. 1960, 345), zoals laatstelijk gewijzigd; |
|
Schoon zeewater |
: |
zeewater of brak water dat geen microbiologische verontreinigen en natuurlijke of door milieuverontreinigingen aanwezige toxische of schadelijke bestanddelen, als bedoeld in het Besluit kwaliteitsdoelstellingen en metingen oppervlaktewateren ( Stb. 1983, 606), bevat in hoeveelheden die de kwaliteit uit gezondheidsoogpunt of de smaak van de tweekleppige weekdieren kunnen aantasten; |
|
Faecale coliformen |
: |
facultatief aerobe, gramnegatieve, niet-sporevormende, cytochrome oxydase-negatieve, staafvormige bacteriën die in staat zijn om lactose te fermenteren met produktie van gas in aanwezigheid van galzouten of andere oppervlakte-actieve agentia met soortgelijke groeiremmende eigenschappen, bij 44° ± 0,2 °C na ten minste 24 uur; |
|
E. coli |
: |
faecale coliformen die indol vormen uit tryptofaan bij 44° ± 0,2 °C na 24 uur; |
|
Richtlijn tweekleppige weekdieren |
: |
de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van tweekleppige weekdieren (91/492/EEG, PB nr. L 268 van 24-09-1991). |