Regeling studiefinanciering 2000

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Drager: drager als bedoeld in artikel 4.1;

  • Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • Persoonlijk online account: persoonlijk account in de webomgeving van RSR, waarin een student met reisrecht zijn reisproduct kan koppelen aan een drager;

  • wet: Wet studiefinanciering 2000.

Hoofdstuk

2

Regeling omtrent aanvraag

Artikel

2.1

Formulieren

Gegevens die nodig zijn voor de toekenning van studiefinanciering, worden door de student, diens partner of diens ouders, verstrekt door invulling en inlevering of elektronische verzending van daartoe bestemde door de Minister te verstrekken formulieren.

Artikel

2.2

De studentenchipkaart

Vervallen

Artikel

2.3

Aanvraagprocedure

Artikel

2.4

Volledige opleiding buiten Nederland: aanvraag reisrecht

De student, bedoeld in artikel 3.24, tweede lid, van de wet, die als reisvoorziening een reisrecht wenst te ontvangen, dient daartoe een aanvraag in bij de Minister uiterlijk 8 weken voor de datum waarop het reisrecht moet ingaan.

Artikel

2.5

Deel opleiding buiten Nederland: aanvraag voorziening in geld

Artikel

2.6

Aanvraagprocedure gebruik overgangsregeling terugbetalingsregels mbo

De aanvrager die gebruik wil maken van de overgangsregeling, bedoeld in artikel 12.32, tweede lid, van de wet, kan dit kenbaar maken door invulling en inlevering of elektronische verzending van een daartoe bestemd door de Minister te verstrekken formulier.

Artikel

2.7

Aanvraagprocedure van een tegemoetkoming voor cohorten onder het studievoorschot hoger onderwijs

Artikel

2.8

Aanvraagprocedure van een tegemoetkoming voor de eerste vier cohorten onder het studievoorschot hoger onderwijs

Hoofdstuk

2a

Toekenning en betaling levenlanglerenkrediet

Artikel

2a.1

Aanvraag, toekenning en betaling levenlanglerenkrediet

Artikel

2a.2

Levenlanglerenkrediet voor experiment vraagfinanciering

Vervallen

Artikel

2a.3

Hoogte en berekening van het levenlanglerenkrediet voor ho-studenten aan een onderwijseenheid

Artikel

2a.4

Berekening van het collegegeldkrediet of levenlanglerenkrediet voor een student educatieve module of premaster

Voor een ho-student die op grond van artikel 3.16f van de wet per maand een bedrag aan collegegeldkrediet of levenlanglerenkrediet ontvangt dat gelijkstaat aan de vergoeding die hij naar rato per 5 studiepunten betaalt voor het gebruikmaken van een educatieve module of premaster,

wordt het aantal maanden waarover het collegegeldkrediet of levenlanglerenkrediet wordt uitbetaald, berekend door het aantal studiepunten van de educatieve module of premaster te delen door vijf. Het getal dat daaruit komt, wordt naar boven afgerond op een geheel getal en vormt het aantal maanden waarover het collegegeldkrediet of levenlanglerenkrediet wordt uitbetaald.

Hoofdstuk

3

Aanwijzing opleidingen in het buitenland

Artikel

3.1

Lening na Bachelor of Master-opleiding voor hoger onderwijs in EER-landen

Vervallen

Artikel

3.2

Studiefinanciering volledige opleiding in het buitenland: geharmoniseerde opleidingen

Vervallen

Artikel

3.3

Studiefinanciering volledige opleiding in het buitenland: beroepsonderwijs

Artikel

3.4

Beroepsonderwijs in het buitenland: opleiding niveau 1 of 2 dan wel niveau 3 of 4

Vervallen

Hoofdstuk

4

Reisvoorziening

Artikel

4.1

Dragers reisproduct

Artikel

4.2

Verkrijging reisrecht

Artikel

4.3

Tijdelijk reisproduct

Artikel

4.4

Beëindiging reisrecht

Het reisrecht wordt beëindigd door het reisproduct dat aan een drager is gekoppeld, stop te zetten op de wijze, bedoeld in artikel 4.5.

Artikel

4.5

Stopzetten

Artikel

4.6

Keuze in soorten reisrecht

Artikel

4.7

Wisselen van soort reisrecht

Artikel

4.8

Reisproduct strikt persoonlijk

De student die beschikking heeft over een reisproduct heeft uitsluitend voor zichzelf recht op kosteloos vervoer of korting op de vervoerprijs bij de vervoerbedrijven.

Artikel

4.9

Voorziening in geld

Hoofdstuk

4a

Verwerking en beveiliging gegevens over uitreizigers

Artikel

4a.1

Wijze van en waarborgen voor verwerking van een melding van de diensten over een uitreiziger

Artikel

4a.2

Gegevensuitwisseling met Nederlandse Arbeidsinspectie

Artikel

4a.3

Technische en organisatorische maatregelen ten behoeve van beveiliging tegen verlies of onrechtmatige verwerking en hoe daarop wordt toegezien

Hoofdstuk

5

Terugbetaling studieschuld

Artikel

5.1

Wijze van terugbetaling

De betaling van de maandelijkse termijnen voor de rente en aflossing van de lening, bedoeld in artikel 6.9 van de wet, geschiedt door middel van een daartoe door de debiteur verleende doorlopende machtiging om het verschuldigde bedrag maandelijks te doen afschrijven van een bankrekening van de debiteur.

Artikel

5.2

Aflosvrije periode

Artikel

5.3

Schorsing reguliere studieschuld bij aangaan levenlanglerenkredietschuld

De terugbetalingsperiode van de lening hoger onderwijs en de lening beroepsonderwijs wordt op aanvraag geschorst indien de debiteur opnieuw studerende is en levenlanglerenkrediet geniet.

Artikel

5.4

Schorsing levenlanglerenkredietschuld bij aangaan reguliere studieschuld of levenlanglerenkredietschuld

Hoofdstuk

6

Herziening

Artikel

6.1

Verrekening en terugbetaling

Hoofdstuk

6a

Kopopleidingen

Artikel

6a.1

Bacheloropleidingen en verwante kopopleidingen

Vervallen

Hoofdstuk

6b

Cohortgarantie studievoorschot hoger onderwijs

Artikel

6b.1

Aanspraken op grond van voormalig artikel 5.6 WSF 2000

Voor de toepassing van artikel 12.14, eerste lid, van de wet wordt ten aanzien van de student, bedoeld in artikel 5.6, vijfde tot en met achtste en tiende lid, van de wet, zoals dat luidde op 31 augustus 2015, onder ‘nominale duur van die opleiding’ verstaan de nominale duur die voor de betreffende student van toepassing is, inclusief de verlenging met een jaar op grond van artikel 5.6 van de wet, zoals dat luidde op 31 augustus 2015.

Artikel

6b.2

Omzettingsmoment terugbetalingsvoorwaarden studieschuld

Artikel

6b.3

Toepassing nieuwe terugbetalingsregels op studieschuld waarop reeds is afgelost

Voor de debiteur, bedoeld in artikel 10a.2, eerste lid, onderdeel b, of 12.14, vierde lid, van de wet, voor wie reeds een aflosfase is aangevangen voordat artikel 12.14, vijfde lid, van de wet op hem van toepassing wordt, geldt het verzoek om de lening aan te merken als een lening hoger onderwijs voor beide leningen, met dien verstande dat:

  • a.

    de aanvraag wordt ingediend vóór aanvang van de aflosfase van de lening waarop artikel 12.14, vijfde lid, van de wet van toepassing is, maar na 31 december 2016;

  • b.

    beide leningen worden aangemerkt als een lening hoger onderwijs met ingang van de datum waarop de aflosfase van de lening waarop artikel 12.14, vijfde lid, van de wet van toepassing is begint; en

  • c.

    de totale duur van de aflosfase voor de lening waarvoor reeds een aflosfase was aangevangen, wordt verminderd met het aantal maanden dat die aflosfase reeds had geduurd.

Hoofdstuk

7

Overgangsbepalingen

Artikel

7.4

Afwijking van artikel 5.1

Artikel

7.6

Vastgestelde bedragen

Vervallen

Hoofdstuk

8

Slotbepalingen

Artikel

8.1

Intrekking

Vervallen

Artikel

8.2

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 september 2000.

Artikel

8.3

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling studiefinanciering 2000.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en bij de IB-Groep.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, L.M.L.H.A.Hermans

Bijlage

behorende bij artikel 6a.1

Vervallen