Besluit van 28 september 2000, houdende opheffing van het Landbouwschap

Besluit opheffing Landbouwschap

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 10 juli 2000, Directie Arbeidsverhoudingen, Nr. AV/A&M/2000/45114, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel XVII van de wet van 24 juni 1992, Stb. 409, en op artikel 70 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, zoals dat artikel voor de inwerkingtreding van die wet laatstelijk luidde;
De Raad van State gehoord (advies van 10 augustus 2000, nr. W12.00.0289/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 augustus 2000, Directie Arbeidsverhoudingen, Nr. AV/A&M/2000/53805, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    de Raad: de Sociaal-Economische Raad;

  • b.

    Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • c.

    de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;

  • d.

    jaarrekening 1997: rekening der inkomsten en uitgaven als bedoeld in artikel 124 van de wet, zoals vastgesteld door het bestuur van het Landbouwschap bij besluit van 13 april 1999;

  • e.

    financieringsreserve: de in de jaarrekening 1997 zo genoemde algemene reserve van het vermogen;

  • f.

    saldi opcenten algemene heffing: de in de jaarrekening 1997 zo genoemde post 4.01, bevattende saldi opcenten van sectoren en subsectoren;

  • g.

    sectorsaldi: de tot de bestemmingsreserves van het vermogen behorende fondsen en saldi, behoudens de in de jaarrekening 1997 zo genoemde posten 3.2, 3.3, 4.01, 4.10, 4.13 en 4.16.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

De Raad draagt zorg, in de zin van de Archiefwet 1995, voor de archiefbescheiden van het Landbouwschap.

Artikel

15

Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

16

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit opheffing Landbouwschap.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende bijlage en nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. A. F. G. Vermeend
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, L. J. Brinkhorst
De Minister van Justitie, A. H. Korthals

Bijlage

bij het Besluit opheffing Landbouwschap

Hoofdproductschap Akkerbouw

akkerbouw (inclusief maïs, zaai-uien en landbouwambachten

13,93%

Productschap Tuinbouw

groenten onder glas

10,70%

bloemen onder glas

19,20%

groenten volle grond

3,36%

fruit (inclusief aardbeien)

3,90%

champignons

1,66%

Productschap Pluimvee en Eieren

pluimvee

2,96%

edelpelsdieren

0,34%

Productschap Vee en Vlees

roodvlees

1,32%

schapen

0,39%

varkens

9,83%

vleeskalveren

1,14%

paarden

1,98%

geiten

0,11%

Produktschap voor Zuivel

melkvee

29,18%