Besluit BOA Dienst Ondersteunende Taken van het GVB Amsterdam 2000

De Minister van Justitie;
Handelende in overeenstemming met de Ministers die het aangaat;
Gelezen het verzoek van het Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam, d.d. 13 juni 2000 en de daaropvolgende adviezen van de hoofdofficier van justitie te Amsterdam en de korpschef van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

De personen in dienst van het Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam, die de functie vervullen van 'controleur ondersteunende taken', zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel

3

Artikel

4

De onder artikel 2 bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaar, dient de/het door hem/haar opgemaakte proces(sen)-verbaal, de aangifte(n) of berichten inzake de onder artikel 3, eerste lid, bedoelde feiten, met inbeslaggenomen voorwerp(en), te doen toekomen aan de wijkteamchef van de reguliere politie, in haar/zijn functie van hulpofficier van justitie, binnen wiens gebied het feit is gepleegd.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

8

De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:

  • a.

    een korte wapenstok van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type;

  • b.

    handboeien van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type.

Het op basis van artikel 8, onder a en b, aan de buitengewoon opsporingsambtenaar te verlenen voorschrift geldt slechts gedurende de periode dat de buitengewoon opsporingsambtenaar beschikt over een titel van opsporingsbevoegdheid.

Dit voorschrift geldt voorts pas indien de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 6, tweede lid van dit besluit, heeft vastgesteld, dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid t.a.v. het gebruik van en het omgaan met het hiervoor beschreven geweldsmiddel ad a en de handboeien ad b.

Artikel

9

Het hoofd van de Dienst Ondersteunende Taken van het Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam, verstrekt de toezichthouder/direct toezichthouder als bedoeld in artikel 6, alle door hen gewenste informatie en voert zo nodig en desgevraagd periodiek overleg tussen voornoemden, ter afstemming van beleid.

Artikel

10

Artikel

11

Het Besluit BOA, Dienst Ondersteunende Taken, GVB Amsterdam, Nr. 96/6025-7916/ASD, d.d. 5 februari 1996, alsmede het aanvullend besluit d.d. 3 maart 1997, Nr. 96/6025-7619, wordt ingetrokken. De akten en legitimatiebewijzen die op basis van deze besluiten zijn afgegeven, worden geacht op het onderhavig besluit te berusten met inachtneming van het bepaalde in artikel 22 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel

12

Dit besluit treedt in werking met ingang van 22 november 2000 en vervalt op 22 november 2005.

Artikel

13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit BOA Dienst Ondersteunende Taken van het GVB Amsterdam 2000.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
het hoofd van de afdeling Individuele Beleidsbeslissingen, wnd., H.Gerritse