Besluit van 22 november 2000, houdende de aanwijzing van de gemeenten waaraan door het Rijk investeringsbudget kan worden verstrekt en regels ter berekening van de uit 's-Rijks kas te verstrekken budgetten voor stedelijke vernieuwing (Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieuwing)

Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieuwing

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 14 juli 2000, nr. MJZ2000083080, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
De Raad van State gehoord (advies van 31 augustus 2000, nr. W08.000306/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 16 november 2000, nr. MJZ2000137869, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet stedelijke vernieuwing;

  • b.

    toegelaten instelling: instelling, toegelaten krachtens artikel 70 van de Woningwet;

  • c.

    inkomensdeciel: een groep inkomensgroep, verkregen door alle netto besteedbare inkomens op hoogte te rangschikken en vervolgens te verdelen in tien groepen van 10%, waarbij het eerste inkomensdeciel de groep met de laagste inkomens is en het tiende inkomensdeciel de groep met de hoogste inkomens is;

  • d.

    netto besteedbaar inkomen: inkomen dat is samengesteld uit het inkomen uit arbeid, de winst uit onderneming, het inkomen uit uitkeringen en de sociale verzekeringen, het pensioen, de lijfrente, de alimentatie of het bijstandsverhaal, de kinderbijslag, het spaarloon, de vakantietoeslag, het werkgevers- en werknemersdeel van de ziekenfondspremie, de tegemoetkoming van de werkgever in de ziektekosten, de gratificaties, de vaste winstdelingen en de tantièmes, met dien verstande dat geen rekening wordt gehouden met het privégebruik van de auto van de werkgever, de ontvangen rente, de ontvangen dividenden, de inkomsten uit verhuurd onroerend goed, de betaalde hypotheekrente en het daaraan gekoppelde belastingvoordeel, het huurwaardeforfait en de ontvangen huursubsidie.

Hoofdstuk

2

De aanwijzing van gemeenten waaraan door het rijk investeringsbudget kan worden verstrekt

Artikel

2

De gemeenten waaraan Onze Minister investeringsbudget kan verstrekken zijn:

  • a.

    Alkmaar,

  • b.

    Almelo,

  • c.

    Amersfoort,

  • d.

    Amsterdam,

  • e.

    Arnhem,

  • f.

    Breda,

  • g.

    Deventer,

  • h.

    Dordrecht,

  • i.

    Eindhoven,

  • j.

    Emmen,

  • k.

    Enschede,

  • l.

    's-Gravenhage,

  • m.

    Groningen,

  • n.

    Haarlem,

  • o.

    Heerlen,

  • p.

    Helmond,

  • q.

    Hengelo,

  • r.

    's-Hertogenbosch,

  • s.

    Leeuwarden,

  • t.

    Leiden,

  • u.

    Lelystad,

  • v.

    Maastricht,

  • w.

    Nijmegen,

  • x.

    Rotterdam,

  • y.

    Schiedam,

  • z.

    Tilburg,

  • aa.

    Utrecht,

  • bb.

    Venlo,

  • cc.

    Zaanstad en

  • dd.

    Zwolle.

Hoofdstuk

3

De berekening van de uit 's Rijks kas beschikbare middelen voor de uitvoering van het beleid inzake stedelijke vernieuwing

Artikel

3

Hoofdstuk

4

Grondslag voor de verdelingsnormen

Artikel

4

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

5

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 13 november 1999 ingediende voorstel van wet ter stimulering van integrale stedelijke vernieuwing (Wet stedelijke vernieuwing) (kamerstukken I 1999/2000, 26 884, nr. 277), na tot wet te zijn verheven, in werking treedt, en werkt terug tot en met 1 januari 2000.

Artikel

6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieuwing.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. W. Remkes
De Minister van Justitie, A. H. Korthals