Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam 2000

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam 2000

De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers die het aangaat;
Gelezen het verzoek van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam d.d. 4 oktober 2000 en de daaropvolgende adviezen van de hoofdofficier van justitie te Rotterdam en de korpschef van de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond;
Gelet op:
- artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

De personen, werkzaam bij de Divisie Port Authority Rotterdam van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam van 18 december 1995, kenmerk 95/0597/DR, nadien gewijzigd bij besluit van 22 januari 1996, nr. 96/044/DR en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 28 januari 1999, nr. 99/0023/CvO wordt ingetrokken.

Artikel

8

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd, op het in artikel 8 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking met ingang van 26 december 2000 en vervalt op 26 december 2005.

Artikel

10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam 2000.

Dit besluit zal in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
het hoofd van de afdeling Individuele Beleidsbeslissingen, wnd.,
H. Gerritse