Regeling elektromagnetische compatibiliteit

Artikel

1

Het bij of krachtens hoofdstuk 10 van de Telecommunicatiewet ter zake van de elektromagnetische compatibiliteit bepaalde is niet van toepassing op apparaten:

  • a.

    die door hun aard geen elektromagnetische storing kunnen veroorzaken of waarvan de werking daardoor niet kan worden aangetast;

  • b.

    waarvoor, met betrekking tot de elektromagnetische compatibiliteit, reeds regels zijn gesteld ter uitvoering van een bindend besluit van een orgaan van de Europese Unie.

Artikel

2

De overeenkomst, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2001 is de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika (PbEG 1999, L 31), de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en Canada (PbEG 1998, L 280), de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van overeenstemmingsbeoordeling, certificaten en markeringen tussen de Europese Gemeenschap en Australië (PbEG 1998, L 229) of de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van overeenstemmingsbeoordeling tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland (PbEG 1998, L 229).

Artikel

5

Wijzigt de Regeling vergoedingen divisie Telecom IVW.

Artikel

7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling elektromagnetische compatibiliteit.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J.M. deVries