Wet van 13 december 2001, houdende wijziging van de Wet melding ongebruikelijke transacties en de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 met het oog op het verplichtstellen van de identificatieplicht en van de meldingsplicht van ongebruikelijke transacties door handelaren in zaken van grote waarde

Wijzigingswet Wet melding ongebruikelijke transacties, enz. (verplichtstellen van identificatieplicht en meldingsplicht van ongebruikelijke transacties door handelaren in zaken van grote waarde)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het, gelet op de toegenomen signalen dat de handel in zaken van grote waarde wordt misbruikt voor het witwassen van geld, waardoor de integriteit van het financiële stelsel wordt geschaad, wenselijk is om de handelaren in zaken van grote waarde onder de werking van de Wet melding ongebruikelijke transacties en de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet melding ongebruikelijke transacties.

Artikel

II

Wijzigt de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993.

Artikel

III

Onze Minister van Financiën zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel

IV

Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet worden, in afwijking van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties, door Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk, zo nodig per daarbij te onderscheiden categorieën transacties, voor een termijn van ten hoogste zes maanden, de indicatoren vastgesteld aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie in zaken van grote waarde moet worden aangemerkt als ongebruikelijk.

Artikel

V

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Financiën, G. Zalm
De Minister van Justitie, A. H. Korthals
De Minister van Justitie, A. H. Korthals