Privacyreglement Politieregister Unit Milieucriminaliteit Dienst NRI

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten,
Handelend na overleg met het bevoegd gezag;
Gezien het advies van het College bescherming persoonsgegevens ingevolge de artikelen 5, derde lid en 21, derde lid, van de Wet politieregisters;

Besluit in te trekken het d.d. 3 april 1996 door de Korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten vastgestelde privacyreglement politieregister Milieucriminaliteit Divisie CRI (Stcrt 1996,nr 72);

Besluit vast te stellen het privacyreglement voor het politieregister Unit Milieucriminaliteit dat wordt gevoerd bij de Dienst Nationale Recherche Informatie van het Korps landelijke politiediensten.

Artikel

1

Begripsbepalingen

a.
de WPolr:
b.
het BPolr:
c.
beheerder:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten;

d.
registerbeheerder:

de korpschef van Korps landelijke politiediensten;

e.
de functioneel registerbeheerder:

Het hoofd van de Dienst NRI;

f.
de Dienst NRI:

de Dienst Nationale Recherche Informatie van het Korps landelijke politiediensten;

g.
de Unit Milieucriminaliteit:

de Unit Milieucriminaliteit van de Dienst NRI;

h.
gegeven:

een gegeven dat herleidbaar is tot een individuele natuurlijke persoon;

i.
verstrekken van gegevens uit het register:

het bekend maken of ter beschikking stellen van gegevens, voor zover zulks geheel of grotendeels steunt op gegevens die in het register zijn opgenomen, of die door verwerking daarvan, al dan niet in verband met andere gegevens, zijn verkregen;

j.
gegevensbeheer:

de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de ingevoerde gegevens, alsmede voor het bewaren, verwijderen en verstrekken van gegevens;

k.
het register:

het politieregister Unit Milieucriminaliteit;

Artikel

2

Doel

Artikel

3

Werking

Het register wordt deels geautomatiseerd en deels handmatig gevoerd en is ondergebracht bij de Unit Milieucriminaliteit.

Artikel

4

Beheer

Artikel

5

Inhoud van het register; categorieën van personen

In het register worden gegevens opgenomen betreffende de volgende categorieën van personen:

  • a.

    verdachten;

  • b.

    onverdachte personen;

  • c.

    getuigen, aangevers en benadeelden;

  • d.

    behandelend ambtenaren;

  • e.

    personen en instanties, anders dan genoemd onder d, die ingezet zijn bij het optreden bij milieudelicten.

Artikel

6

Inhoud van het register; soorten gegevens

Artikel

7

Inhoud van het register; gevoelige gegevens

In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a en b, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun ras voor zover dit onvermijdelijk is met het oog op hun identificatie.

In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a en b, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun medische en psychologische kenmerken voor zover dit noodzakelijk is met het oog op hun identificatie.

In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a en b, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid voor zover dit noodzakelijk is met het oog op hun identificatie.

Artikel

8

Verwijdering en vernietiging

De gegevens worden uit het register verwijderd wanneer deze niet meer noodzakelijk zijn voor het doel van het register, en zodra mogelijk vernietigd.

De gegevens worden in ieder geval uit het register verwijderd:

na verloop van het tiende jaar na het jaar van laatste opname;

na verloop van vier maanden na opname in geval het gegevens over onverdachte personen betreft.

3. Indien noodzakelijk voor het doel van het register kan de functioneel registerbeheerder bij besluit afwijken van het bepaalde in het tweede lid onder a.

Artikel

9

Verstrekking van gegevens

Verstrekking van gegevens vindt plaats in overeenstemming met de WPolr en het BPolr.

Artikel

10

Rechtstreekse toegang

Rechtstreekse toegang tot het register, dan wel onderdelen daarvan, hebben personen die daartoe overeenkomstig de WPolr en het BPolr door de functioneel registerbeheerder zijn geautoriseerd. De autorisatie geeft aan voor welk doel de rechtstreekse toegang wordt verleend. Op verzoek wordt inzage gegeven in de autorisaties.

Artikel

11

Protocol

Artikel

12

Rechten van de geregistreerde

Artikel

13

Artikel

14

Slotbepaling

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
namens de minister,
de Korpschef van het Korps landelijke politiediensten,
M.A. Beuving