Handhavingsvoorschrift Rotterdam

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gezien het advies van de Commissie ex artikel 28 van de Luchtvaartwet voor het luchtvaartterrein Rotterdam van 24 september 2001, kenmerk CMLR88/01;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Hoofdstuk

2

Verzameling van gegevens

Artikel

2

Artikel

3

Indien blijkt dat de exploitant de in artikel 14 van het aanwijzingsbesluit bedoelde gegevens over het feitelijke gebruik van het luchtvaartterrein niet tijdig heeft verstrekt, vordert de Inspecteur-Generaal, binnen een door hem te bepalen termijn, dat de exploitant deze gegevens alsnog verstrekt.

Artikel

4

Indien de exploitant niet heeft voldaan aan een van de termijnen, genoemd in artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet, dan wel artikel 14 van het aanwijzingsbesluit, maakt de Inspecteur-Generaal daarvan binnen twee weken rapport op. Hij zendt het rapport aan de Luchtvaartpolitie en een afschrift daarvan aan de exploitant, de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie 28.

Hoofdstuk

3

Toetsing van feitelijk gebruik aan gebruiksplan en geluids-zones

Artikel

5

De zich ontwikkelende geluidsbelasting

Artikel

6

Overschrijding van de verwachte geluidsbelasting

Artikel

7

Dreigende overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting

Artikel

8

Overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting

Indien blijkt, dat op enig moment gedurende het gebruiksplanjaar in enig netwerkpunt de feitelijke geluidsbelasting groter is dan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting stelt de Inspecteur-Generaal de Minister en de exploitant daarvan onmiddellijk in kennis en zendt een afschrift van deze mededeling aan de Minister van VROM en aan de voorzitter van de Commissie-28.

Hoofdstuk

4

Toezicht op naleving gebruiksvoorschriften

Artikel

9

De Inspecteur-Generaal toetst of de periodes en tijdstippen waarop de vliegtuigbewegingen plaatsvinden niet in strijd zijn met de bepalingen en voorschriften die bij het aanwijzingsbesluit zijn gesteld.

Artikel

10

Indien het hoofd van de Hand-havingsdienst Luchtvaart constateert dat door de exploitant, de gezagvoerder of anderen niet is gehandeld conform de bepalingen en voorschriften in het aanwijzingsbesluit, onderzoekt de Inspecteur-Generaal de oorzaak daarvan, maakt hiervan binnen twee weken na het constateren van het voorval rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie en in afschrift aan de Minister, de Minister van VROM, de exploitant en aan de voorzitter van de Commissie-28.

Artikel

11

Het rapport zoals bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de aanwijzing wordt gezonden naar de Inspecteur-Generaal.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Hoofdstuk

5

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

17

Artikel

18

Dit handhavingsvoorschrift is van overeenkomstige toepassing op de voorschriften van een krachtens artikel 25f van de Luchtvaartwet gegeven ontheffing.

Artikel

19

Dit handhavingsvoorschrift treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 november 2001.

Artikel

20

Dit handhavingsvoorschrift wordt aangehaald als: Handhavingsvoorschrift Rotterdam.

Dit handhavingsvoorschrift zal zonder toelichting en bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos