Privacyreglement politieregister Financiële Criminaliteit

De Minister van Binnenlandse Zaken en koninkrijksrelaties, korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten,
gezien het advies van het College bescherming persoonsgegevens ingevolge artikel 5, derde lid, en artikel 21, derde lid, van de Wet politieregisters;
handelend na overleg met het bevoegd gezag;

besluit vast te stellen het privacyreglement voor het politieregister Financiële Criminaliteit dat wordt gevoerd bij de Projectorganisatie MOT/BLOM en bij de groep documenten en betaalmiddelen criminaliteit van de Unit Recherche Ondersteuning en Advies van de Dienst NRI van het Korps landelijke politiediensten.

Artikel

1

Begripsbepalingen

a.
de WPolr:
b.
het BPolr:
c.
beheerder:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

d.
registerbeheerder:

de Korpschef van het Korps landelijke politiediensten;

e.
de functioneel registerbeheerder:

het Hoofd van de Dienst Nationale Recherche Informatie;

f.
de Dienst NRI:

de Dienst Nationale Recherche Informatie van het Korps landelijke politiediensten;

g.
Projectorganisatie MOT/BLOM:

de Projectorganisatie MOT/BLOM van de Dienst NRI van het Korps landelijke politiediensten, die werkzaam is op het terrein van fraude- en witwasbestrijding;

h.
gegeven:

een gegeven dat herleidbaar is tot een individuele natuurlijke persoon;

i.
verstrekken van gegevens uit het register:

het bekend maken of ter beschikking stellen van gegevens, voor zover zulks geheel of grotendeels steunt op gegevens die in het register zijn opgenomen, of die door verwerking daarvan, al dan niet in verband met andere gegevens, zijn verkregen;

j.
gegevensbeheer:

de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de ingevoerde gegevens, alsmede voor het bewaren, verwijderen en verstrekken van gegevens;

k.
register:

het politieregister Financiële Criminaliteit;

l.
financiële criminaliteit:

criminaliteit die is te relateren aan fraude en/of witwassen;

m.
het MOT:

het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties;

n.
(N)CIE:

(Nationale) Criminele Inlichtingen Eenheid.

Artikel

2

Doel

Artikel

3

Werking

Artikel

4

Beheer

Artikel

5

Inhoud van het register; categorieën van personen

In het register worden gegevens opgenomen betreffende de volgende categorieën van personen:

  • a.

    verdachten;

  • b.

    getuigen;

  • c.

    melders cq. aangevers;

  • d.

    benadeelden;

  • e.

    onverdachte personen als bedoeld in artikel 5a van de Wpolr;

  • f.

    functionarissen belast met de opsporing.

Artikel

6

Inhoud van het register; soorten gegevens

Artikel

7

Inhoud van het register; gevoelige gegevens

In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun ras voor zover dit onvermijdelijk is met het oog op hun identificatie.

Artikel

8

Verwijdering en vernietiging van gegevens

Artikel

9

Verstrekking van gegevens

Artikel

10

Rechtstreekse toegang

Artikel

11

Protocol

Artikel

12

Rechten van de geregistreerde; kennisneming

Artikel

13

Rechten van de geregistreerde; verbetering,

Artikel

14

Slotbepaling

Driebergen
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
namens de minister
de Korpschef van het Korps landelijke politiediensten, M.A.Beuving