In afwijking van het eerste lid zijn van mandaatverlening aan de Directeur van de MIVD uitgesloten:
-
a.
stukken en besluiten met betrekking tot:
-
1º.
het verlenen van toestemming voor de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 20, 21, 22, eerste lid, onder a en b, en 24 van de WIV indien de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend;
-
2º.
het verlenen van toestemming voor de verlenging van de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 20, 21, 22, eerste lid, onder a en b, en artikel 24 van de WIV voorzover sprake is van een principieel beleidsmatig of politiek gevoelig karakter of voorzover het betreft de uitoefening binnen een woning van de bijzondere bevoegdheid, bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, onder a, en 22, eerste lid, onder a;
-
3º.
het verlenen van toestemming voor de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 25, 26, vierde lid, 27, vierde, vijfde en achtste lid, en 30 van de WIV;
-
b.
het uitbrengen van verslag, als bedoeld in artikel 34, eerste juncto derde lid van de WIV alsmede de mededeling aan de commissie van toezicht, bedoeld in artikel 34, tweede lid van de WIV;
-
c.
stukken en besluiten als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, 37, derde lid, 38, 39, 40 en 41 van de WIV, voor zover deze stukken en besluiten betrekking hebben op onderwerpen met een politiek gevoelig karakter;
-
d.
stukken en besluiten met betrekking tot de verwijdering, vernietiging en overbrenging van gegevens als bedoeld in artikel 43, tweede lid, tweede volzin, van de WIV indien verstrekking heeft plaatsgevonden door de Minister zelf, en besluiten als bedoeld in artikel 44 van de WIV;
-
e.
stukken en besluiten met betrekking tot de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de artikelen 45 tot en met 57 van de WIV;
-
f.
stukken en besluiten als bedoeld in de samenwerkingsartikelen 58, derde lid, en 63, tweede lid, van de WIV, voor zover deze stukken en besluiten betrekking hebben op de toestemming voor de uitoefening van de bijzondere bevoegdheden, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder a, van deze regeling;
-
g.
de toestemming, bedoeld in artikel 59, vijfde lid, van de WIV, naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 59, vierde lid, van de WIV, voorzover het verzoek een politiek gevoelig karakter draagt dan wel niet-spoedeisend is;
-
h.
overige stukken en besluiten waarbij sprake is van een principieel beleidsmatig of een politiek gevoelig karakter.