Vrijstellingsregeling gebruik meststoffen

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gezien het advies van de Technische commissie bodembescherming;

Besluit:

Artikel

2

Van het verbod, gesteld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen, wordt vrijstelling verleend voor het gebruik van dierlijke mest op bouwland, op braakland en op niet-beteelde grond, gelegen in de gebieden die zijn aangegeven op de kaarten in bijlage I bij het Besluit gebruik meststoffen en die tevens op de kaarten bij het Besluit zand- en lössgronden zijn aangegeven als klei- of veengrond als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ab, van de Meststoffenwet.

Artikel

3

Van het verbod, gesteld in artikel 4a, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen, wordt vrijstelling verleend voor:

Artikel

4

Van het verbod, gesteld in artikel 4b van het Besluit gebruik meststoffen, wordt vrijstelling verleend:

  • a.

    in de periode van 16 september tot en met 31 oktober indien na het omploegen in een direct daaropvolgende werkgang op het desbetreffende perceel bloembollen worden geplant, of

  • b.

    in de periode van 1 november tot en met 31 december indien na het omploegen op het desbetreffende perceel een ander gewas wordt geplant of ingezaaid dan gras.

Artikel

5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

6

Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling gebruik meststoffen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, B.J.Odink