Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;
het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;
het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
de artikelen 225, 227a, 227b, 310, 321, 326, 326a, 327, 328, 337, 416, 417, 417bis, 447c, 447d van het Wetboek van Strafrecht;
andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie worden belast, voor de duur van dat onderzoek.
De directeur van het LIV brengt jaarlijks, vóór 1 mei over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie, de toezichthouder en de direct toezichthouder verslag uit over:
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van dat jaar werkzaam was bij het LIV;
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten;
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar LIV 2002.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.