Besluit van de Minister van Justitie van 2 juni 2003, kenmerk 5224269/DBZ/03, houdende aanwijzing van de ambtenaren van de provincie Fryslân, team vaarwegen van de sector Proviciale Waterstaat tot buitengewoon opsporingsambtenaar
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar provincie Fryslân 2003
De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de betrokken Ministers;
Gelezen het verzoek van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân van 2 mei 2003;
Verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
-
Andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2
De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de provincie Friesland, tenzij in verband met een concreet opsporingsonderzoek buiten het grondgebied van de provincie Friesland noodzakelijk is, in welk geval de opsporingsbevoegdheid zich alsdan uitstrekt over het grondgebied van Nederland.
Artikel
4
1
De korpschef van het regionaal politiekorps Friesland is bevoegd tot de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2
Op grond van dit besluit kunnen maximaal zestig personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie in het arrondissement Leeuwarden.
2
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regiopolitiekorps Friesland.
Artikel
7
1
De directeur van de Hoofdgroep Wegen en Kanalen van de provincie Friesland brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot bij de dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a.
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst;
b.
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c.
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor de CITO-toets en hoeveel personen in dat jaar voor die CITO-toets zijn geslaagd.
2
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 6 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 8 van dit besluit omschreven besluit, worden geacht te zijn afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit en zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.
Artikel
10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt op 10 juli 2007.
Artikel
11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar provincie Fryslân 2003.
Dit besluit zal in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.
Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
de coördinator Buitengewoon Opsporingsambtenaar, A.A.A.M. Huldy