Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, korpsbeheerder van het Korps Landelijke Politiediensten tot vaststelling van het privacyreglement voor het politieregister Tobias- en Mulderregistratie dat gevoerd wordt bij de dienst Spoorwegpolitie van het Korps Landelijke Politiediensten

Reglement Tobias- en Mulderregistratie van de Dienst Spoorwegpolitie van het Korps Landelijke Politiediensten

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, korpsbeheerder van het Korps Landelijke Politiediensten,
Handelend na overleg met het bevoegd gezag;

Besluit:

Paragraaf

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

  • a.

    de WPolr: de Wet politieregisters;

  • b.

    het BPolr: het Besluit politieregisters;

  • c.

    het korps: het Korps Landelijke Politiediensten;

  • d.

    beheerder: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, korpsbeheerder van het Korps Landelijke Politiediensten;

  • e.

    registerbeheerder: de korpschef van het Korps Landelijke Politiediensten;

  • f.

    functioneel registerbeheerder; het hoofd van de dienst Spoorwegpolitie van het KLPD;

  • g.

    persoonsgegevens: informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • h.

    verstrekken van gegevens uit het register: het bekendmaken of ter beschikking stellen van gegevens, voor zover zulks geheel of grotendeels steunt op gegevens die in het register zijn opgenomen, of die door verwerking daarvan, al dan niet in verband met andere gegevens, zijn verkregen;

  • i.

    gegevensbeheer: de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de ingevoerde gegevens, alsmede voor het bewaren, verwijderen en verstrekken van gegevens;

  • j.

    koppeling: het treffen van technische of organisatorische voorzieningen, waardoor verschillende verzamelingen van persoonsgegevens systematisch met elkaar kunnen worden vergeleken;

  • k.

    het register: het politieregister Tobias- en Mulderregistratie.

Paragraaf

2

Doel en werking

Artikel

2

Artikel

3

Het register wordt geheel geautomatiseerd gevoerd in het bureau van de spoorwegpolitie te Arnhem, Stationsplein 38.

Paragraaf

3

Beheer

Artikel

4

Paragraaf

4

Inhoud van het register

Artikel

5

In het register worden gegevens opgenomen betreffende de volgende categorieën van personen:

  • a.

    verdachten;

  • b.

    opsporingsambtenaren.

Artikel

6

Paragraaf

5

Verwijdering en vernietiging van gegevens

Artikel

7

Paragraaf

6

Verstrekking van gegevens

Artikel

8

Verstrekking van gegevens vindt plaats in overeenstemming met de WPolr en het BPolr.

Paragraaf

7

Rechtstreekse toegang tot het register en protocol

Artikel

9

Rechtstreekse toegang tot het register, dan wel onderdelen daarvan, hebben personen die daartoe overeenkomstig de WPolr en het BPolr door de registerbeheerder zijn geautoriseerd. De autorisatie geeft aan voor welk doel de rechtstreekse toegang wordt verleend. Het desbetreffende besluit wordt bij het reglement gevoegd.

Artikel

10

Voor een geheel geautomatiseerd gevoerd register:

  • 1.

    Van iedere verstrekking die rechtstreeks langs geautomatiseerde weg geschiedt, wordt overeenkomstig de WPolr en het BPolr aantekening gehouden.

  • 2.

    Van iedere verstrekking die niet rechtstreeks langs geautomatiseerde weg geschiedt, wordt overeenkomstig de WPolr en het BPolr aantekening gehouden, tenzij overeenkomstig het doel wordt verstrekt aan vaste gebruikers.

  • 3.

    Vaste gebruikers zijn:

    • a.

      personen die geautoriseerd zijn tot rechtstreekse toegang;

    • b.

      overige door de registerbeheerder bij besluit aan te wijzen personen of instanties aan wie bijna dagelijks gegevens worden verstrekt. Het besluit wordt bij het reglement gevoegd.

Paragraaf

8

Rechten van de geregistreerde

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Het register heeft verbanden, bestaande uit:

  • a.

    het stelselmatig verkrijgen van gegevens uit bedrijfsprocessensystemen;

  • b.

    het stelselmatig uitwisselen van gegevens met het Herkenningsdienstregister.

Paragraaf

9

Slotbepaling

Artikel

14

Driebergen
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
namens de minister:
de korpschef van het Korps Landelijke Politiediensten, M.A.Beuving