Besluit van 14 augustus 2003, houdende vaststelling van retributies krachtens de Vleeskeuringswet (Retributiebesluit Vleeskeuringswet)

Retributiebesluit Vleeskeuringswet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 mei 2003, kenmerk VGB/VBL 2377125, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op de artikelen 1, 2 en 4 van Richtlijn nr. 85/73/EEG van de Raad van de Europese Unie van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en veterinaire controles zoals bedoeld in de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG, 90/675/EEG en 91/496/EEG (gewijzigd en gecodificeerd) (PbEG 1996, L 162) en op de artikelen 26a, 26b en 30a van de Vleeskeuringswet;
De Raad van State gehoord (advies van 7 juli 2003, nr. W13.03.0185/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 augustus 2003, VGB/VBL 2399811, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b.

    VWA: Voedsel en Waren Autoriteit, bedoeld in het Besluit organisatie VWA;

  • c.

    richtlijn nr. 85/73/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en veterinaire controles zoals bedoeld in de richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG, 90/675/EEG en 91/496/EEG (PbEG L 32);

  • d.

    richtlijn nr. 97/78/EG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG 1998, L 24);

  • e.

    belanghebbende bij de lading: natuurlijke of rechtspersoon die overeenkomstig de voorschriften van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautaire douanewetboek (PbEG L 302) verantwoordelijk is voor het verloop van de in die verordening bedoelde situaties waarin de partij kan verkeren, met inbegrip van de in artikel 5 van die verordening bedoelde vertegenwoordiger, die de verantwoordelijkheid op zich neemt met betrekking tot de gevolgen van de door richtlijn nr. 97/78/EG voorgeschreven controles;

  • f.

    keuringsdierenarts: bevoegde, door de VWA met de keurings- of controlewerkzaamheden belaste dierenarts;

  • g.

    assistent: door de VWA met de werkzaamheden belaste persoon, niet zijnde een keuringsdierenarts;

  • h.

    kringdirecteur: door de VWA aangewezen directeur van de kring waar de keuring of controle plaatsvindt of diens gemachtigde;

  • i.

    openingstijd: periode van maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van algemeen erkende feestdagen, van 07.00 uur tot 18.00 uur;

  • j.

    startcontrole: controle die op één dag, in één aaneengesloten periode, reguliere pauzes daaronder begrepen, voor één inrichting op één plaats wordt verricht;

  • k.

    kwartier: spanne tijds van één vierde deel van een uur, of een gedeelte daarvan, die besteed is of zou zijn aan controles, met uitzondering van reistijd;

  • l.

    slachterij: slachterij als bedoeld in artikel 19 van de Vleeskeuringswet;

  • m.

    bijzondere keuring: keuring in een slachterij die op grond van artikel 9, eerste en tweede lid, van het Besluit produktie en handel vers vlees is erkend voor het slachten van zieke of van ziekte verdachte dieren en voor het verrichten van speciale noodslachtingen;

  • n.

    werkzaamheden:

  • o.

    herkeuring: herkeuring als bedoeld in artikel 13 van de Vleeskeuringswet;

  • p.

    slachtdieren: runderen, varkens, schapen, geiten, eenhoevige, buffels, rendieren en kangoeroes, alsmede, voor zover niet reeds vallend onder de hiervoor genoemde categorieën, gekweekt wild als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van het Besluit produktie en handel vers vlees;

  • q.

    categorie slachtdieren: indeling van slachtdieren in categorieën zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage;

  • r.

    volwassen rund: rund van één jaar of ouder;

  • s.

    jong rund: rund, jonger dan één jaar;

  • t.

    zeug: varken dat heeft gebigd;

  • u.

    beer: geslachtsrijp mannelijk varken met een gewicht van 120 kg of meer;

  • v.

    werkdag: dag, niet zijnde een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag;

  • w.

    startretributie: toeslag op de retributie voor werkzaamheden die op één dag, in één aaneengesloten periode, reguliere pauzes daaronder begrepen, voor één aanbieder op één plaats worden verricht;

  • x.

    aanbieder: degene die werkzaamheden laat verrichten of wenst te laten verrichten;

  • ij.

    retributieplichtige: degene die ingevolge een of meer bepalingen van dit besluit is verplicht dan wel zal zijn verplicht tot betaling van een op grond van dit besluit vastgestelde dan wel vast te stellen retributie;

  • z.

    SKV-certificaat: certificaat dat door de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector is afgegeven nadat door deze stichting een onderzoek is verricht op de aanwezigheid van stoffen met hormonale of anti-hormonale werking alsmede van beta-agonisten in kalveren, waarop de datum is vermeld waarop dit onderzoek laatstelijk door de stichting heeft plaatsgevonden;

  • aa.

    invoer: het in het vrije verkeer brengen van producten alsmede het voornemen tot het in het vrije verkeer brengen van producten in de zin van artikel 79 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautaire douanewetboek (PbEG L 302).

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Indien slachtdieren uit de categorieën 2 tot en met 6 worden geslacht in slachterijen als bedoeld in de artikelen 6 en 7 dan wel in een slachterij die op grond van artikel 9, eerste en tweede lid, van het Besluit produktie en handel vers vlees is erkend voor het slachten van zieke of van ziekte verdachte dieren en voor het verrichten van speciale noodslachtingen, is de aanbieder voor de werkzaamheden die in dat verband worden verricht, boven de in de artikelen 6 en 7 genoemde retributies, aan de VWA een extra retributie per dier verschuldigd van:

  • a.

    voor slachtdieren uit categorie 2: € 4,95;

  • b.

    voor slachtdieren uit categorie 3: € 15,05;

  • c.

    voor slachtdieren uit de categorieën 4, 5 of 6: € 27,98 indien bij de keuring van het slachtdier laboratoriumonderzoek wordt uitgevoerd.

Artikel

9

Artikel

10

Voor de werkzaamheden ter zake van de controle op de productie van vleesproducten in inrichtingen die zijn erkend op grond van artikel 7 of 8 van het Besluit produktie en handel vleesproducten, is de aanbieder aan de VWA een retributie verschuldigd, bestaande uit een startretributie ten bedrage van € 29,26 per controle, verhoogd met € 12,39 per kwartier voor iedere assistent of met € 19,24 per kwartier voor iedere keuringsdierenarts die met de controle is belast.

Artikel

11

Voor de werkzaamheden ter zake van de controle op de productie van andere producten van dierlijke oorsprong in inrichtingen die zijn erkend op grond van artikel 9 van het Besluit produktie en handel vleesproducten, is de aanbieder aan de VWA een retributie verschuldigd, bestaande uit een startretributie ten bedrage van € 29,26 per controle, verhoogd met € 12,39 per kwartier voor iedere assistent en met € 19,24 per kwartier voor iedere keuringsdierenarts die met de controle is belast.

Artikel

12

Voor de werkzaamheden in een op grond van artikel 9, eerste lid, of 10b, eerste lid, van het Besluit produktie en handel vers vlees erkende uitsnijderij, is de exploitant, de eigenaar of diens vertegenwoordiger van de uitsnijderij, aan de VWA een retributie verschuldigd bestaande uit een startretributie van € 29,26 verhoogd met € 12,39 per kwartier voor iedere assistent en met € 19,24 per kwartier voor iedere keuringsdierenarts die met de controle is belast.

Artikel

13

Voor de werkzaamheden in een op grond van artikel 9, eerste lid, van het Besluit produktie en handel vers vlees erkend koel- of vrieshuis, is de exploitant, de eigenaar of diens vertegenwoordiger van het koel- of vrieshuis, aan de VWA een retributie verschuldigd bestaande uit een startretributie van € 29,26 verhoogd met € 12,39 per kwartier voor iedere assistent en met € 19,24 per kwartier voor iedere keuringsdierenarts die met de controle is belast.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Retributieplichtigen verstrekken aan de kringdirecteur, alsmede aan Onze Minister op verzoek terstond en naar waarheid alle inlichtingen die naar hun oordeel voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn.

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Het koninklijk besluit van 12 augustus 1957 inzake vaststelling Rijksinvoerkeurloon voor vlees (Stcrt. 164) wordt ingetrokken.

Artikel

24

Artikel

25

Dit besluit wordt aangehaald als: Retributiebesluit Vleeskeuringswet.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J. F. Hoogervorst
De Minister van Justitie, J. P. H. Donner

Bijlage behorende bij het Retributiebesluit Vleeskeuringswet (artikel 1, onder q)

Categorie 1

Volkomen normale dieren, geen enkele afwijking bij de keuring vóór het slachten aanwezig die wijst op een niet gezond zijn van het dier.

Categorie 2

Niet zieke dieren met uitwendig waarneembare plaatselijke afwijkingen, die geen risico geven voor bezoedeling van de slachtlijn. Er zou aanleiding voor een bijzondere behandeling bij de keuring na het slachten zijn.

Categorie 3

Niet zieke dieren met uitwendig waarneembare afwijkingen, die bezoedeling tijdens het slachtproces en de keuring na het slachten zouden kunnen geven. Bezoedeling van de slachtlijn is niet beheersbaar. Deze dieren hebben een voorwaardelijke vergunning tot slachten d.w.z. slachten op de bijzondere slachtplaats, waarbij de door de keuringsdierenarts gestelde bijzondere voorwaarden in acht worden genomen.

Categorie 4

Dieren met duidelijke ziekteverschijnselen inclusief verschijnselen van of verdenking op een besmettelijke veeziekte, tevens duidelijke stoornissen in de algemene gezondheidstoestand van het dier.

Categorie 5

Dieren die waar dan ook in nood zijn gedood wegens een ernstig ongeval of wegens direct gevaar voor de omgeving.

Categorie 6

Dieren die wegens ernstige ziekte direct na aanvoer op de bijzondere slachtplaats zonder keuring voor het slachten worden bedwelmd, gedood en geslacht.