Besluit van de Minister van Justitie d.d. 25 september 2003, nr. 5247166/503, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de dienst Bewaking, Beveiliging en Vervoer in het arrondissement Amsterdam
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Bewaking, Beveiliging en Vervoer Amsterdam 2003
andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2
De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.
Artikel
4
1
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie te Amsterdam.
2
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Amsterdam-Amstelland.
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:
a.
handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type;
b.
een korte wapenstok van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type;
c.
een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter.
Artikel
7
De directeur van de dienst BB&V brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a.
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van dat jaar werkzaam was bij de dienst BB&V;
b.
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten en het aantal gevallen waarbij daarbij gebruik is gemaakt van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993, alsmede van handboeien, korte wapenstok en het semi-automatisch pistool;
c.
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid geacht akten en legitimatiebewijzen of overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit te zijn.
Artikel
10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2003 en vervalt op 1 oktober 2008.
Artikel
11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Bewaking, Beveiliging en Vervoer Amsterdam 2003.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag
De Minister van Justitie
namens deze:
hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden, H.Ph.Mayer