Verordening van het Hoofdbedrijfschap Ambachten van 1 oktober 2003, houdende regels ter zake van de door het hoofdbedrijfschap aan de ondernemers die het kappersbedrijf uitoefenen op te leggen bestemmingsheffing kappersbedrijf voor het jaar 2004 (Heffingsverordening kappersbedrijf 2004)

Heffingsverordening kappersbedrijf 2004

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;
Gezien het advies van de Commissie kappersbedrijf;

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de ondernemer: degene die een onderneming drijft, dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven;

  • b.

    werkzame personen: personen als bedoeld in artikel 9, derde lid, van het Handelsregisterbesluit 1996 die betrokken zijn bij de uitoefening van het kappersbedrijf;

  • c.

    omzet: de omzet op jaarbasis (exclusief BTW ) die in de onderneming is behaald bij de uitoefening van het kappersbedrijf;

  • d.

    de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Ambachten.

Artikel

2

De verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven, waarin het kappersbedrijf wordt uitgeoefend.

§

2

De heffing

Artikel

3

Artikel

4

§

3

Vermindering van heffing

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Vermindering als bedoeld in artikel 5 en 6 wordt slechts verleend op aanvraag. De aanvrager toont ten genoegen van de voorzitter aan dat aan de in het betreffende artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan.

§

4

Overige bepalingen

Artikel

9

De voorzitter neemt de krachtens deze verordening te nemen besluiten, met uitzondering van het besluit voortvloeiende uit artikel 4, vijfde lid.

Artikel

10

Deze verordening treedt inwerking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel

11

Deze verordening wordt aangehaald als: Heffingsverordening kappersbedrijf 2004.

Deze verordening zal worden afgekondigd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

P. Kalle voorzitter
J.W. Nelson secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 4 december 2003 en door de Minister van Economische Zaken mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij beschikking van 20 februari 2004, nr. ME/MW 4001838.