Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende nadere regels terzake van enkele in de Wet werk en bijstand en het Besluit WWB geregelde onderwerpen (Regeling WWB)
Regeling WWB
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
tekortgemeente: gemeente waarvan het college een verzoek om een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 74 van de wet heeft ingediend.
§
2
Verslag over de uitvoering
Artikel
2
Verslag over de uitvoering, accountantsverklaring en oordeel raad
1
Het verslag over de uitvoering, de verklaring van de accountant en het oordeel van de gemeenteraad, bedoeld in artikel 77, eerste lid, van de wet, worden uiterlijk op 20 september van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben door de minister ontvangen.
2
Het verslag over de uitvoering wordt ingericht overeenkomstig het als bijlage 1 bij deze regeling opgenomen model.
3
De verklaring van de accountant wordt ingericht overeenkomstig het als bijlage 2 bij deze regeling opgenomen model. Het onderzoek dat resulteert in de verklaring wordt uitgevoerd overeenkomstig het als bijlage 3 bij deze regeling opgenomen controle- en rapportageprotocol.
Artikel
3
Geen accountantsverklaring
De verplichting tot het overleggen van een verklaring van een accountant, bedoeld in artikel 77, eerste lid, van de wet, geldt niet voor de colleges van de gemeenten die voor het betreffende jaar een bedrag aan uitkeringen, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, hebben ontvangen dat kleiner dan of gelijk is aan € 500.000,–.
Artikel
4
Voorlopig verslag over de uitvoering
1
Het voorlopig verslag over de uitvoering, bedoeld in artikel 77, tweede lid, van de wet wordt uiterlijk op 28 februari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het voorlopig verslag betrekking heeft door de minister ontvangen.
2
Het voorlopig verslag wordt ingericht overeenkomstig het als bijlage 4 bij deze regeling opgenomen model.
§
3
Betaling
Artikel
5
Betaling
1
Met uitzondering van de maand mei, wordt iedere maand op of omstreeks de vijftiende dag van die maand 8% van de voor het betreffende jaar vastgestelde uitkeringen, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet betaalbaar gesteld. In de maand mei wordt op of omstreeks de vijftiende dag 12% van de uitkeringen betaalbaar gesteld.
2
Het bedrag waarmee de uitkering op grond van artikel 71 van de wet wordt aangepast, wordt in gelijke delen verrekend met de voor het betreffende kalenderjaar resterende maandelijks te betalen delen van de uitkeringen, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet.
3
De aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 74 van de wet, wordt binnen 6 weken na de dagtekening van de beslissing van de minister tot toekenning van de aanvullende uitkering betaalbaar gesteld.
de vergoeding, bedoeld in artikel 16 van het Besluit tot wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht, alsmede vaststelling van geluidszones (Interim-aanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Maastricht);
d.
de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 van de Uitkeringsregeling Fonds Slachtoffers Legionella-epidemie;
e.
de eenmalige uitkering toegekend aan oud-mijnwerkers in verband met silicose;
de individuele uitkeringen in het kader van tegoeden Tweede Wereldoorlog aan leden van de Joodse, Sinti, Roma en Indische gemeenschappen.
§
6
Vakantietoeslag
Artikel
8
Definities
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a.
inkomen: in aanmerking te nemen inkomen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet voorzover daarover aanspraak op vakantietoeslag bestaat, zonder de daarin begrepen aanspraak op vakantietoeslag, na aftrek van de daarover verschuldigde loonbelasting, premies, bijdragen en inhoudingen, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de wet;
b.
aanspraak op vakantietoeslag: aanspraak op vakantietoeslag voor zover daarop aanspraak bestaat over het inkomen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet, na aftrek van de daarover verschuldigde loonbelasting, premies, bijdragen en inhoudingen, bedoeld in artikel 31, derde lid van de wet;
Deze paragraaf is van toepassing op de vaststelling van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen ontvangen in het kalenderjaar 2004.
Artikel
10
In aanmerking te nemen vakantietoeslag
Indien over het inkomen van de belanghebbende aanspraak op vakantietoeslag bestaat neemt het college bij de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand mede op grond van de artikelen 11, 12, 13 of 14 berekende aanspraak op vakantietoeslag in aanmerking.
Artikel
11
Vakantieaanspraak voor personen jonger dan 65 jaar met inkomen uit tegenwoordige arbeid
Indien de belanghebbende jonger dan 65 jaar is, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit tegenwoordige arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de arbeidskorting en de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.
€
0,00
€
447,03
8,00%
x ink
€
447,03
€
533,51
7,76%
x ink
–
€
11,81
€
533,51
€
972,99
6,64%
x ink
–
€
5,88
€
972,99
€
982,71
1,16%
x ink
+
€
47,51
€
982,71
€
1043,75
1,00%
x ink
+
€
42,01
€
1043,75
5,85%
x ink
–
€
8,52
Artikel
12
Vakantieaanspraak voor personen jonger dan 65 jaar met inkomen uit vroegere arbeid
Indien de belanghebbende jonger dan 65 jaar is, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit vroegere arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de algemene heffingskorting wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.
€
0,00
€
421,68
8,00%
x ink
€
421,68
€
886,42
8,02%
x ink
–
€
12,18
€
886,42
€
894,48
1,38%
x ink
+
€
46,43
€
894,48
€
945,15
1,21%
x ink
+
€
41,04
€
945,15
7,06%
x ink
–
€
14,16
Artikel
13
Vakantieaanspraak voor personen jonger dan 65 jaar voor wie geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting
Indien de belanghebbende jonger dan 65 jaar is en voor de inhouding van loonheffing geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.
€
0,00
€
734,17
8,00%
x ink
€
734,17
€
742,24
1,38%
x ink
+
€
48,54
€
742,24
€
792,90
1,00%
x ink
+
€
42,99
€
792,90
7,06%
x ink
–
€
3,43
Artikel
14
Vakantieaanspraak voor personen van 65 jaar of ouder
1
Indien de belanghebbende 65 jaar of ouder is en het inkomen van de belanghebbende bestaat uit een gekort ouderdomspensioen en toeslag als bedoeld in artikel 13 van de Algemene Ouderdomswet bedraagt de daarbij behorende aanspraak op vakantietoeslag 5,20% van dat inkomen.
2
Indien de belanghebbende 65 jaar of ouder is, en naast het inkomen, bedoeld in het eerste lid, een ander inkomen heeft dat recht geeft op een vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op die vakantietoeslag 8% van dat andere inkomen.
§
7
Toetsingscriteria aanvullende uitkering gemeente
Artikel
15
Toetsingscriteria aanvullende uitkering gemeente
1
Een verzoek tot een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de wet kan slechts voor inwilliging in aanmerking komen, indien naar het oordeel van de toetsingscommissie, bedoeld in artikel 73 van de wet, sprake is van een uitzonderlijke situatie op de arbeidsmarkt en de tekortgemeente met betrekking tot het gevoerde gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan niet verwijtbaar heeft gehandeld.
2
Van een uitzonderlijke situatie op de arbeidsmarkt is in ieder geval sprake, indien:
a.
de instroom van de tekortgemeente in jaar [t] ten opzichte van de gemiddelde instroom van de tekortgemeente in de jaren [t-1], [t-2] en [t-3] hoger is dan de landelijke instroom in jaar [t] ten opzichte van de gemiddelde landelijke instroom in de jaren [t-1], [t-2] en [t-3], en
b.
de uitstroom van de tekortgemeente in jaar [t] ten opzichte van de gemiddelde uitstroom van de tekortgemeente in de jaren [t-1], [t-2] en [t-3] lager is dan de landelijke uitstroom in jaar [t] ten opzichte van de gemiddelde landelijke uitstroom in de jaren [t-1], [t-2] en [t-3].
§
8
Slotbepalingen
Artikel
16
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.
Artikel
17
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling WWB.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.
Den Haag
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en WerkgelegenheidM.Rutte
Bijlage
1
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Bijlage
2
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Bijlage
3
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Bijlage
4
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.